Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 306

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 306

9 minuten leestijd

AD VALVAS 16 JANUARI 1997

PAGINA 1 6

, ^*^

Gevlucht

Bram de Hollander

Henk Sloesarwij van het Energiecentrum: 'Ik heb altijd een schroevendraaier en een bahco bij me.'

'De enige die wel eens slaapt is de parkiet' Terwijl het gros van de VU-studenten en medewerkers geniet van zijn welverdiende rust, schiet een enkeling in de kleren en gaat in het donker op pad. Omdat er niets anders opzit of uit vrije wil. Deze week nachtbraker nummer 1 : Henk Sloesarwij van het Energiecentrum. Marianne Hoek van Dijke Tijdens de oudejaarsnacht, om half vier, sprong de waterleiding vóór het vu-ziekenhuis en stroomde het water naar binnen. Gelukkig ligt er een ringleiding op het terrein en kon de boel snel omgeleid worden. Het werd wel een koud nachtje voor de mannen die op dat moment dienst hadden bij het Energiecentrum en buiten op zoek moesten naar de bevroren afsluiters. "Maar het was nu eenmaal hun taak", meent Henk Sloesarwij (54), die bij de 22 mannen van de continudienst hoort. Mannen inderdaad, want er werken geen vrouwen bij deze dienst. Er prijkt er alleen één rondborstig op de kalender van een bekend biermerk. De enige die wel eens slaapt in het Energiecentrum is parkiet Piet. Elke avond om tien uur krijgt hij een doekje over z'n kooi tot de volgende ochtend. Verder wordt er continu in ploegen van drie gewerkt: een wachtchef en twee mannen voor controle en onderhoud. Onder het hele vu-terrein lopen tunnels. Via de leidingen die

daar doorheen lopen worden warm en koud water gedistribueerd. Sloesarwij en z'n collega's hebben vouwfietsen om via dit netwerk snel naar het juiste gebouw komen. "We moeten 's nachts verplicht met z'n tweeën op pad als er ergens iets aan de hand is. Je komt nog wel eens vreemde figuren tegen onderweg", legt Sloesarwij uit. "Insluipers, zwervers die een slaapplaats zoeken. Ze doen niks als je ze normaal behandelt, maar ze horen er niet. En je verwacht ook niemand tegen te komen. Je schrikt je 't lazerus. In het Wis- en Natuurkundegebouw had je ook nog een tijd van die computerfreaks met een eigen pas die de hele nacht aan het knoeien waren." Sloesarwij, die al 26 jaar bij het Energiecentrum werkt, is nog nooit echt bang geweest. "Ik heb altijd een

schroevendraaier en een bahco bij me." Hij heeft wel eens meegemaakt dat een surveillant die door een insluiper werd bedreigd hen oppiepte. "Maar de dader was al weg voor we er waren. Zo gaat dat meestal." Wel ontdekte hij een keer een man onder de portiersbalie in het gebouw van de medische faculteit. Het bleek een werknemer van het proefdierenlaboratorium te zijn die na een feestje nog even wilde controleren of z'n zwangere ratjes al bevallen waren, maar stomdronken de portiersloge ingestruikeld was. N a een flinke bak koffie vond hij de weg naar huis terug. Sloesarwij en zijn collega's proberen tijdens hun nachtdienst zoveel mogelijk een normaal dagritme te volgen. Dus drinken ze om elf uur 's avonds koffie en eten ze na een controleronde om half twee 's ochtends. O m half vijf is het dan weer tijd voor de volgende koffieronde. Geruchten dat ze bij het Energiecentrum de hele nacht aan het kaarten zouden zijn, spreekt hij tegen. "Voor zover ik weet wordt hier nooit gekaart. Er zijn ook ooit geruchten geweest dat we dieven zouden zijn, omdat er wel eens wat verdween en wij daar gelegenheid voor zouden hebben. Dat is toen een enorme rel geweest." Er wordt vooral veel met elkaar gepraat. "Over vrouwen en auto's, gewoon, en driftig over het werk, natuurlijk. En verhalen over vroeger. Sommigen verwijten ons wel eens dat we proberen om van het Energiecentrum een soort schip op de wal te maken. Bijna iedereen die hier werkt heeft namelijk op de grote vaart gezeten. Wanneer je in de machinekamer hebt gewerkt en een baan op de wal zoekt, ben je gedoemd tot continudienst in een chemische fabriek, een centrale of op een plek als deze." Zelf heeft Sloesarwij de halve wereld gezien in de tijd dat hij op een vrachtschip voer. Hij zocht een baan op de wal toen hij wilde trouwen. Op z'n 27ste3 zodat hij niet meer in dienst hoefde. Zijn vrouw had er geen bezwaar tegen dat hij onregelmatig werkte. "Ze is niet anders gewend. Ze was allang blij dat ik thuis kwam. T o e n ze zwanger was van ons eerste kind, heb ik de laatste zes weken alleen dagdiensten gedraaid om bereikbaar te zijn. Ze was blij dat ik daarna weer onregelmatig ging werken. Ze vond het maar niks dat ik elke avond

op dezelfde tijd thuiskwam. En ook de kinderen wisten niet beter dan dat ze stil moesten zijn wanneer pa sliep. N u de kinderen groot zijn, zit m ' n vrouw wel vaak alleen in het weekend. 'Alweer?', vraagt ze als ik op zaterdag in moet vallen." Werken in continudienst heeft vooren nadelen, vindt Sloesarwij. Hij en z'n vrouw hoeven nooit op een drukke zaterdagmiddag boodschappen te doen. Maar de toertochten van z'n fietsclub moet hij nog wel eens missen. Hij merkt ook dat hij ouder wordt. "Vroeger kon je het hele huis wegbreken als ik eenmaal in slaap was. Tegenwoordig slaap ik wat lichter. Maar bij mij valt het nog mee. Er zijn erbij die hun ramen moeten blinderen om in slaap te komen. Ze zeggen wel eens dat de continudienst tien jaar van je leven kost. Maar dat weet ik niet, hoor." Ook met de feestdagen moet hij wel eens 's nachts werken. Dat is niet leuk. "We eten met kerst wel een

beetje feestelijker en van het ziekenhuis krijgen we altijd een doos met eten. Met oud en nieuw hebben we eens vuurwerk afgestoken op de parkeerplaats. Ik heb ook een keer een bommetje in de hal afgestoken. Men schrok zich toen kapot. Maar het is niet hetzelfde als thuis." Hij heeft nog zo'n zes jaar voor de boeg tot de VUT. Bij veel bedrijven mag je op je 55ste uit de continudienst. Op de vu is het wat langer volhouden tot 6 1 . Dan vindt hij het wel welletjes. Ook omdat het werk in de loop der jaren sterk is veranderd. "Vroeger bediende je alle machines met de hand. Tegenwoordig wordt bijna alles gecontroleerd via beeldschermen. Er staan hier beneden gigantische koelcompressoren die met één klikje op de muis gestart worden. De jongere generatie vindt dat leuk, maar voor mij is het best ingewikkeld."

O p een dag in 1993 stapte M u s s e A h m e d Hersi op goed geluk de v u b i n n e n . E e n jaar daarvoor w a s hij zijn vaderland S o m a l i ë ontvlucht en beland in een o p v a n g c e n t r u m in Nijeveen. D a a r m o c h t hij eigenlijk niets d o e n , want voor de uitslag van de asielprocedure b e kend is, wordt niet aan integratie in de Nederlandse sam e n l e v i n g gewerkt. Maar toen hij e e n m a a l voorlopig m o c h t blijven en in A m s t e r d a m k w a m w o n e n , wilde hij zijn studie rechten waar hij in S o m a l i ë ooit aan b e g o n n e n w a s , weer oppakken. Bij de vu was hij aan het goede adres, want via bemiddeling van een studentendecaan en financiële steun van de stichting voor vluchtelingstudenten, het University Assistance F u n d (UAF), kon hij drie dagen later beginnen m e t het voorbereidend jaar voor anderstaligen dat de vu organiseert. Over een jaar hoopt hij af te studeren. "Ik werk hard, want ik wil hier iets bereiken", vertelt hij in het blad van het UAF. Vooral het begin van de studie verliep m o e i z a a m . "Ik m o e s t hier op een heel andere m a nier studeren dan ik gewend w a s . H i e r m o e t je als student veel m e e r zelf d o e n " , was de ervaring van Hersi. M a a r ondanks taalproblemen zette hij door en b i n n e n een jaar had hij zijn p r o p e d e u s e op zak. Terwijl hij dag en nacht werkte o m zijn studie te halen, kende hij ook nog a n dere p r o b l e m e n . "Ik had nog geen verblijfsvergunning, waardoor altijd de kans b e stond dat ik het land uit m o e s t . Ik wilde m e niet op die angst fixeren, want dan doe je h e l e m a a l niets m e e r . " E n dan is er ook nog de zorg o m de familie in S o m a l i ë . "Je probeert die p r o b l e m e n te vergeten en je op de studie te concentreren, m a a r je m a a k t je altijd z o r g e n . "

SONNET Theodor Holman W a r m e en Koude vleugel Een sprookje: nu al zestig jaar getrouwd. Is dat niet heerlijk voor de monarchie? Bravo, voor de Oranje-dynastie. Maar wie dat koningspaar nader beschouwt. Die ziet dat onze schone royalty Steeds meer neigt naar de passé defini: Bernhard kreeg het allengs steeds meer benauwd: Want-Juul deed aan parapsychologie. Groot gevaar voor onze diplomatie. En Bernhard zelf ging ook vaak in de fout. Hij accepteerde smeergeld en deed stout. Hij maakte een kind bij 'n Franse chérie. Aldus werden Juul en Benno erg oud. Paleis Soest dijk: O horror vacui.

BLADLUIS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 306

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's