Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 557

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 557

9 minuten leestijd

AD VALVAS 15 MEI 1997

PAGINA 7

op mijn jaargenoten voor'

Illustraties: Aad Meijer

energie. Maar ik had geen geld voor een eigen kamer omdat ik het niet kan opbrengen om er een baan bij te nemen die genoeg opbrengt. Ik wilde dus financiële ondersteuning. M e t die vraag ben ik naar mijn studiebegeleider gegaan. Die verwees mij naar een van de studentendecanen, meneer Moleveld, die mij heeft geholpen een fonds te vinden. Prima, maar wie schetst mijn verbazing dat van de week blijkt dat er al twee jaar een decaan is die is gespecialiseerd in gehandicapten!" Yvette pleit ervoor dat alle studenten in het begin van hun studie een brief krijgen waarin ze worden gewezen op het bestaan van de studentendecanen en de problemen waarmee ze bij hen terechtkunnen. Die brieven worden nu ook al wel verstuurd, maar pas aan het einde van het eerste jaar. Dat is volgens Yvette te laat. "Geld vragen is niet mijn sterkste kant, dus daar heb ik heel lang over lopen twijfelen", legt ze uit. "Als ik die brief eerder had gehad, had ik waarschijnlijk wat eerder aan de bel getrokken." T o e n ze hoorde van Wielkens' bestaan, heeft ze meteen een afspraak met haar gemaakt. "Hoe vraag ik tentamenverlenging aan, hoe krijg ik voor elkaar dat ik tentamens op een computer kan maken zodat ik niet hoef te schrijven, waar zijn de gehandicaptentoiletten dat soort praktische dingen wil ik van haar weten. Wie weet moet ik daar in de toekomst gebruik van maken, je weet het niet. Ik probeer zoveel mogelijk mgedekt te zijn voor als er iets gebeurt."

Geïnteresseerd Andere gehandicapte studenten herkennen dat. "Ik heb veel contact gehad met mevrouw Vogelaar, een van de studiebegeleiders bij Biologie", vertelt Ron. "Aan haar heb ik heel veel gehad. Soms ging ik alleen maar bij haar langs om te praten over hoe het allemaal ging, maar ook voor praktische dingen kon ik bij haar terecht. Maar het belangrijkste is dat er iemand is die oprecht geïnteresseerd is in hoe het met me gaat en op wie je kunt terugvallen als er iets misgaat. Voor het regelen van een extra studiejaar heeft ze me doorverwezen naar mevrouw Wielkens. T o e n ging

het nog goed met me, maar ik dacht: als ik aio wil worden, zal ik heel goed uit m ' n studie moeten komen om te concurreren met m ' n gezonde studiegenoten. Uiteindelijk heb ik dat jaar alleen maar gebruikt om de dingen te doen die ik nog moest doen om m ' n studie af te ronden." Van vervelende reacties van docenten op h u n handicap hebben de meeste gehandicapte studenten op de vu weinig last. Een enkele docent is niet van zins om rekening te houden met h u n beperkingen, maar daar blijft het bij. Harry en Yvette zijn zelfs uitgesproken positief over hun faculteit. De geschiedenisstudent; "De meeste docenten zijn bereid om mij mondeling in plaats van schnftelijk te tentamineren. Ik bivakkeer geloof ik in een van de meest redelijke faculteiten wat dat betreft." D e theologe: "Onze faculteit is zo klein, dat iemand die weet van mijn ziekte, dat niet gauw meer vergeet. Is er iets, dan zijn ze behoorlijk flexibel. Als ik een tentamen wil uitstellen, is dat vrij makkelijk te regelen. En laatst sprak een docent me in het voorbijgaan aan. 'Bolwerk je het allemaal wel?', vroeg hij. En hij bood aan dat hij me als dat

een open been. T o e n ik haar opzocht, was ze helemaal in paniek, want die docent had weer zo bot gedaan. Op zo'n moment ben je psychisch helemaal overbeladen en kun je dat er niet bij hebben. Ze is gestopt met haar studie. M e t veel moeite hebben haar ouders en vrienden haar overgehaald om opnieuw te beginnen. N u doet ze rechten en haalt alleen maar goede cijfers." Van medestudenten hebben de geïnterviewden ook weinig te duchten. Ron: "Ik dacht altijd dat ze niet wisten dat ik ziek was, maar toen ik in het ziekenhuis belandde, bleek dat ze al lang in de gaten hadden dat er iets niet helemaal goed was. Dat hebben ze gelukkig heel goed opgepikt. Ze kwamen me opzoeken en dan was het gewoon hartstikke gezellig. Je doet gewoon mee met iedereen, maar als er wat met je is, leven ze ook met jou mee. Wat dat betreft heb ik wel geluk gehad." Yvette had vergelijkbare ervaringen: "Op een gegeven moment kon ik niet meer ontkennen dat er iets met me was. In een kring over godsbeelden zei ik dat ik soms behoorlijk teleurgesteld ben in God. Daar kwamen vragen over, en toen heb ik uitgelegd dat Hij me een aantal keren flink heeft laten zakken. Ik heb er toch niet om gevraagd om drie keer bijna het randje om te gaan? Achteraf ben ik wel blij dat ik het heb verteld, want soms wordt er toch even gezegd 'hoe is het nou' of 'je ziet er zo moe uit'." Veel echte vrienden heeft ze overigens niet. "Ik ben er een aantal verloren door m ' n ziekte. T o e n ik een tijdje met een kale kop rondliep, werd het ze te eng. Bovendien is mijn ziekte zo moeilijk uit te leggen, dat veel mensen niet erkennen dat het ernstig is. 'Ben je moe? Waarom ga je dan niet vroeg naar bed?', zeggen ze dan. Of: ' K o m op, watje'. Wat dat betreft had ik lie-

*Ik probeer zoveel mogelijk ingedekt te zijn voor als er iets gebeurt^

nodig mocht zijn wel wat extra wilde uitleggen, zodat ik niet naar college hoefde te gaan." Bij Geneeskunde gaat het er wat dat betreft heel anders aan toe, weet ze van een vriendin met dezelfde ziekte als zij. "In haar eerste tentamenperiode kreeg ze een zware inzinking en moest naar een revalidatiecentrum. Later ging het beter en is ze naar een docent gegaan om te overleggen over de voortgang van haar studie. Die zei: 'Je motivatie is niet goed, ik zou maar een andere studie kiezen, dit is voor jou niet weggelegd.' Botter kan natuurlijk niet. Uiteindelijk kwamen ze overeen dat ze de tentamens zou herkansen, maar tijdens die herkansing, ongelukkiger kon het niet, kon ze weer niet lopen en had ze ook nog

ver een been gemist. Dat is tenminste duidelijk." Jan heeft zijn dyslexie een groot deel van zijn studie voor zijn jaargenoten verborgen kunnen houden, dus consequenties voor zijn vriendschappen had die handicap niet. N u hij een universitaire graad heeft behaald, vindt hij het minder moeilijk om ermee naar buiten te treden. "Als je voor de buitenwereld een zekere 'status' hebt, voel je je minder kwetsbaar en kun je je beter verdedigen als dat nodig mocht zijn." René vindt het vooral lastig om het eerste contact met medestudenten te leggen. "Ze staan er nogal vreemd tegenover dat ik blind ben en kijken eerst de kat uit de boom. Maar mijn hond helpt me, want mensen komen hem even aaien en je hebt een praatje." Hij kan ook niet aan alle activiteiten meedoen. "Anderen zeggen sneller: 'Kom op, we duiken even een cafeetje in', maar het is voor mij vrij lastig om naar de stad te gaan. Als je ze erop aanspreekt, zijn ze meestal wel bereid om er rekening mee te houden, maar ze denken er gewoon niet aan." Harry heeft datzelfde probleem. Bovendien is hij een stuk ouder dan zijn medestudenten. "Studenten van nu zijn tussen de 18 en 22 en ik ben bijna veertig, dus we hebben heel verschillende interesses. Studiebegeleiders zouden er voor moeten zorgen dat gehandicapte studenten wat makkelijker contact kunnen houden met jaargenoten. Dat is goed voor je motivatie. N u moet ik om de vijf jaar een nieuwe club vrienden zoeken. Dat is niet te doen. Ik heb maar een of twee vrienden van de vu die ik geregeld zie. Nieuwe vrienden maak ik niet."

Dubbele kans Het vinden van een baan na h u n studie zien de meeste geïnterviewden somber in. "Of ik ooit in een ziekenhuis kom te werken, weet ik niet", zegt Jan. "Tijdens mijn co-schappen is me duidelijk geworden dat mijn handicap me wel degelijk belemmert in mijn mogelijkheden. Uiteindelijk zal ik denk ik een plaats krijgen op een plek waar iemand begrijpt wat het probleem is en me het voordeel van de twijfel geven. Ik ben ervan overtuigd dat ik, als ik daarvoor de tijd krijg, na een jaar net zo presteer als

een ander." Ron en Harry zijn nog pessimistischer. "De kansen op een baan met een letterenstudie zijn al laag, dus voor iemand in een rolstoel zijn ze bijzonder laag", weet de historicus. "In een gebouw met veel trappen kun je bijvoorbeeld niet terecht, maar je hebt ook met de mentaliteit van de mensen in zo'n gebouw te maken. D e meeste werkgevers schrikken van een rolstoel. Daarom vermeld ik altijd dat ik rolstoelgebruiker ben in mijn sollicitatiebrief. Als je dan wordt uitgenodigd voor een gesprek, maak je een dubbele kans." Ron: "Ik heb voor medische biologie gekozen omdat ik in het laboratorium wilde werken, maar dat is voor mij niet meer weggelegd, dus ik moet op zoek gaan naar een baan die wel binnen mijn mogelijkheden ligt. Iets in het bedrijfsleven misschien, maar daar zitten ze ook niet te springen om mensen die niet helemaal gezond zijn. Ik zal altijd moeten beginnen mezelf aan te bieden zonder inkomen en zonder contract. In mijn situatie heb ik niks te willen. Ik kan alleen iets geven en hopen dat daaruit iets ontstaat." René geeft zichzelf wel een kans, al ziet hij in dat hij beperkter in zijn mogelijkheden is dan zijn studiegenoten. "Advocaat worden is vrij lastig omdat je dan van rechtbank naar rechtbank moet reizen, maar werk op een notariskantoor of bij een bank of verzekeringsmaatschappij zou prima zijn. Ik zou ook rechter kunnen worden. Dat heeft zelfs voordelen. Vrouwe Justitia heeft niet voor niets een blinddoek voor!" Yvette is zelfs ronduit positief over haar toekomstige plek op de arbeidsmarkt: "Ik heb voor theologie gekozen omdat de kans dat je een baan krijgt groot is, omdat je makkeUjk in deeltijd kunt werken en omdat je zelf je tijd kunt indelen. Bovendien heb ik de gemeenteleden met mijn achtergrond misschien wel meer te bieden dan iemand zonder handicap." studenten met een handicap of chronische ziekte die nog geen enquête hebben ontvangen, kunnen deze telefonisch opvragen bij Annemieke Staarman, tel. 4445022 of ophalen bij het secretariaat van de studentendecanen in kamer OE-69 in het Hoofdgebouw

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 557

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's