Ad Valvas 1996-1997 - pagina 365
AD VALVAS 13 FEBRUARI 1997
PAGINA 5
Eind 1999 sta ik weer op straat' Minder dan 10 procent promovendi vindt baan op universiteit Waarom zou je promoveren in een tijd waarin de toel<omstperspectieven voor kersverse doctoren allerminst roosl<leuring zijn? Ad Valvas ondervroeg promovendi op de VU over hun keuze voor de wetenscliap, nu een baan op de universiteit een utopie is geworden. "De aankomende generatie heeft niets, de zittende generatie heeft alles." E sbeth Vernout "Het liefst zou ik universitair docent willen worden bij de vakgroep taal en cultuur van Zuidoost-Azië aan de Rijksuniversiteit Leiden. Maar ja, dat is net zo onbereikbaar als astronaut worden." Marian Klamer (32), die bij de letterenfaculteit op de v u een postdocplaats van drie jaar heeft, kan er nog om lachen. Maar haar boodschap is emstig: "Waarom stellen ze al die aio's en oio's aan op de universiteiten, tenvijl hun geen toekomst wordt geboden? Je moet je eerst jarenlang de pestpokken werken en dan zeggen ze: 'Sorry, we hebben geen geld om je verder iets aan te bieden.' Dat is gewoon onmenselijk." Het kostte BClamer een jaar om de door de KNAW betaalde postdocplaats te veroveren en hierna moet ook zij maar weer aan werk zien te komen. "Eind 1999 sta ik weer op straat. Natuurlijk kan de faculteit niet iedere aio werk bieden, maar er moet wel een reële mogelijkheid zijn om een baan aan de universiteit te krijgen. Die is er nu niet. Ik zie steeds meer promovendi naar het buitenland vertrekken of het bedrijfsleven ingaan." Op de vu zijn rond de vijfhonderd aio's en oio's bezig met hun promotieonderzoek, schat Auke Post, voorzitter van het aio-overleg. De precieze cijfers zijn volgens hem moeilijk boven tafel te krijgen. Het aio-overleg, voor en door aio's en oio's op de vu, komt op voor de rechten van de promovendi, die door bezuinigingen in het onderwijs steeds meer raken ondergesneeuwd. Volgens een recent onderzoek van het Nijmeegse instituut lowo in opdracht van minister Ritzen, belanden promovendi vooral in tijdelijke banen. Dit is zorgwekkend omdat de nieuwe generaties jonge gepromoveerden alweer staan te trappelen. "Het ziet er niet zo florissant uit op de arbeidsmarkt. Dat geldt ook voor de universiteit. De faculteiten weten dat de promovendi toch wel komen, ook al hebben ze deze jonge mensen weinig te bieden", signaleert Post. Het aio-overleg probeert de positie van aio's en oio's te verbeteren door zitting te nemen in de faculteitsraad en het Landelijk aio-overleg (Laioo), dat zich inzet voor een doelmatiger aiostelsel. Ook probeert het overleg invloed uit te oefenen via zijn zetel in de universiteitsraad, door een tweejaariijks overleg met het college van bestuur en door contacten met ondernemingsraad en vakbonden. Via contactpersonen op iedere faculteit, het kwartaalblad 'PromoVUren' en e-mail worden de aio's en oio's op de hoogte gehouden.
Buitenland Maar ondanks de inspanningen van het belangenorgaan, lijken de toekomstscenario's voor promovendi er alleen maar somberder op te worden. Met de doorstroming van wetenschappelijk personeel is het op de vu, evenals op andere universiteiten, slecht gesteld. Minder dan 10 procent van de gepromoveerden komt op de universiteit terecht, zo blijkt uit landelijke cijfers. Rolde de vorige generatie promovendi nog vanzelfsprekend door in een baan op de universiteit, de huidige lichting wetenschappers mag al blij zijn met een onderzoeksaanstelling voor twee jaar. Klamer: "Het universitaire systeem zit potdicht. D e aankomende generatie heeft niets, de zitten-
Illustratie: Aad Meijer
de generatie heeft alles." Als de universiteiten ons niets te bieden hebben, dan zoeken we ons heil wel ergens anders, lijken veel kersverse promovendi te denken. Faculteiten zien de goed opgeleide, getalenteerde wetenschappers naar het bedrijfsleven vertrekken. "Hier bij Sterrenkunde is de kans om universitair docent te worden zo goed als nul", vertelt aio Hester Volten (29), die ook in het aiooverleg zit. "Maar ze vragen bij het KNMI gepromoveerde mensen. Mijn voorganger heeft daar nu een baan en ik zie dat ook wel zitten." Ook het buitenland is aantrekkelijk voor de jonge promovendi, die er bijna zonder uitzondering over denken Nederland te verlaten als ze hier geen interessant werk kunnen vinden. Sterrenkundigen belanden in Duitsland, Frankrijk of Engeland en gepromoveerden in de letteren vertrekken naar een Amerikaanse universiteit. Postdoc-onderzoekster Klamer voorziet een grote uitstroom van wetenschappers naar het buitenland. " D e universiteiten moeten voorkomen dat alle goede promovendi weggaan, anders is het afgelopen voor ze. Over vijftien jaar komt er een enorm gat in het personeelsbestand op de universiteit. Ik ben dan al naar het buitenland vertrokken. Ik ga niet tot mijn veertigste zitten wachten op een vaste baan die toch niet komt." Zijn de promovendi die al een tijdje bezig zijn overwegend pessimistisch over h u n toekomstperspectieven, bij de startende aio's overheerst vooralsnog het enthousiasme. "Ik wil de komende vier jaar gelukkig zijn", is het motto van Chris Jansen (24), die in november 1996 bij de faculteit bewegingswetenschappen is aangesteld. "Ik heb veel zin om er iets van te maken. Ik weet waar ik aan begin en dat het in de toekomst moeilijk kan worden, maar daar kies ik zelf voor. Ik kijk niet verder dan vier jaar, daarna zie ik wel verder." Zijn ideale baan? "Als ik een baan aan de universiteit
kan krijgen, heel graag." Net als Chris is ook startende oio Jante Salverda (24) bij de faculteit natuur- en sterrenkunde optimistisch over haar toekomst. "Ik ben in september begonnen met dit onderzoek. Het liefst zou ik hierna aan de universiteit verbonden willen blijven. Ik hou niet zo van die grote bedrijven met een hiërarchische sfeer. Maar ik weet dat het nu heel moeilijk is om universitair docent te worden. Je moet eerst een tijdje onderzoek doen in het buitenland, dat is een pre als je op de universiteit wilt werken. Ik heb het
nog recht op een jaar wachtgeld. Volgens een enquête van het aio-overleg acht slechts 25 procent van de promovendi het haalbaar om in vier jaar het proefschrift af te ronden. Naast de kopzorgen over de toekomst rommelt het nog meer in het wereldje der promovendi. D e zogenaamde beurspromovendi zijn op de vu al geruime tijd een punt van discussie voor het aio-overleg en de ondernemingsraad aan de ene kant en het college van bestuur aan de andere kant. Op twee faculteiten, Letteren en Psychologie Pedagogiek, zijn al een aantal bursalen aangesteld. Zij zijn geen werknemers meer van de universiteit maar ontvangen gedurende vier jaar een beurs en daarna niets meer. H u n recht op wachtgeld vervalt en ze lopen voorzieningen als ziektekostenverzekering en pensioenopbouw mis. Auke Post van het aio-overleg is niet blij met de gang van zaken rond de bursalen. "Wij maken ons zorgen over de kwaliteit van de promovendi die op de beurzen afkomen. De faculteiten krijgen de plaatsen toch wel vol, want iedereen wil promoveren. De beste mensen vertrekken naar het buitenland en bovendien leid je nu een generatie op die je verder niets te bieden hebt. Wij vinden dat er minder aio's moeten worden aangenomen. Het is verder ook hoogst twijfelachtig of de maatregel werkelijk kostenbesparend is." Volgens Post is het formeel nog niet met de ondernemingsraad en het aiooverleg besproken dat de beurspromovendi kunnen beginnen. "Wij hebben nog niets gehoord, maar ze zijn dus al begonnen met het experiment om bursalen aan te stellen. Dat vind ik hoogst onfatsoenlijk. Wij krijgen wel inspraak maar ondertussen gaan ze hun eigen gang." De meeste ondervraagde aio's en oio's kiezen eieren voor hun geld als zij zouden moeten kiezen tussen promoveren met een beurs of het promoveren laten varen. "De bursaalstatus is een idiote uitvin-
^Als ik nergens toerk vind, kan ik altijd nog een simpel kantoorbaantje nemen' streven naar een vaste baan nog niet opgegeven. Ik hou mijn ogen open." "Waarom ik wil promoveren? Omdat ik onderzoek doen zo leuk vind", zegt Fabio Abate (24), sinds november 1996 aio bij Bewegingswetenschappen. "Ik wil in het onderzoek werkzaam blijven. Mijn eerste optie is Nederland, maar er zijn meer mogelijkheden in Amerika of Zwitserland. Na mijn promotie maak ik de keuze om hier te blijven of naar het buitenland te vertrekken. Als ik nergens werk vind, kan ik me altijd nog laten omscholen en een simpel kantoorbaantje nemen." Over de financiële kant van het aioschap hoor je Abate niet klagen, al ziet hij wel bevriende economen in zijn omgeving die in het bedrijfsleven meer dan het dubbele verdienen. "Rijk word je hier niet van. Maar al heb ik dan een achterstand in salaris, ik wil gewoon onderzoek doen." Een aio verdient tussen de 1600 gulden netto in het eerste jaar tot ongeveer 2500 gulden netto in het vierde jaar. Als de promotie na vier jaar onderzoek nog niet is afgerond, heeft de aio
ding, maar als het onderzoek heel leuk is, zou ik het wel doen", verwoordt aio Jante Salverda h u n overwegingen. Ook de bursalen zelf schijnen op dit moment nog weinig last te hebben van de bezwaren die aan het stelsel kleven. Danielle Posthuma (25) is in november 1996 als beurspromovendus begonnen bij psychonomie. Ondanks haar wankele rechtspositie heeft ze toch gefeest toen ze werd aangenomen. "Ik wilde heel graag onderzoek doen, en ik denk dat me dat wel in vier jaar lukt. Het bursaalstelsel heeft nadelen, want ik krijg geen wachtgeld als het onderzoek wél uitloopt. Maar dat is van later zorg." Posthuma is in de eerste maanden van haar onderzoek vooral bezig met plannen. "Het moet in vier jaar lukken, maar dan moet ik wel een strak schema maken. Ik hoop dat het goed gaat en zo niet, dan zoek ik iets anders. Soms krijg ik het wel benauwd. Ik hoorde dat de apparatuur die ik heb besteld een maand later komt. D a n denk ik: zou ik het allemaal redden binnen die korte tijd?" Marjolein Rietveld (28), die een maand eerder dan Posthuma als beurspromovendus is begonnen bij psychonomie: "Het geld dat ik nu krijg is veel vergeleken bij de basisbeurs die ik hiervoor ontving. D e v u biedt me als extraatje een vaste aanstelling van een halve dag, waardoor ik per maand in totaal ongeveer tweeduizend gulden verdien en in het ziekenfonds zit. Maar ik besef wel dat het na vier jaar ophoudt. Volgens mij kan ik het onderzoek binnen vier jaar afronden. Als dat niet lukt vertrek ik naar het buitenland, heb ik me voorgenomen. Ik ga niet voor een uitkering nog een half jaar doorwerken, daar heb ik geen zin in. Die titel haal ik dan nog wel een andere keer. Ik kan altijd nog terugvallen op mijn vorige opleiding, de hotelschool. Mocht het nier lukken in de wetenschap, dan schakel ik gewoon weer over op de horeca."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's