Ad Valvas 1996-1997 - pagina 510
PERSONEELSICATERN: ONDERNEMINGSRAAD
PAGINA 12
AD VALVAS 17 APRIL 1997
'Beter een half ei dan een lege dop' Aio-stelsel voorlopig niet van de baan "Nu weet iedereen waar hij aan toe is. Het beurzenstelsel voor promovendi wordt vooralsnog niet intergraal ingevoerd aan de VU. Alleen bij de faculteiten der Letteren en der Psychologie en Pedagogiek (FPP) vindt tot 1 mei 1998 een experiment plaats. Pas daarna wordt er beslist of de VU zal afstappen van het aio-stelsel." In de stem van ORsecretaris Jeike Biewenga klinkt enige berusting. "Ik ben er niet gelukkig mee, maar het is het beste wat we eruK konden halen,'' voegt ze eraan toe. Of zoals voorzitter Martien de Bolster van de OR verwoordde: "beter een half ei dan een lege dop. Bij de meeste faculteiten blijft het aio-stelsel voorlopig gehandhaafd." "Tot januari 1999 en misschien nog wel langer is er tenminste duidelijkheid voor studenten die een promotieplaats zoeken aan de VU. Bij Letteren en FPP krijgen promovendi een beurs, bij alle andere faculteiten krijgen ze in principe een aanstelling als aio. Ik vind het belangrijk dat mensen w\ieten waar ze aan toe zijn. Dat hebben we nu in elk geval bereikt," stelt Biewenga die namens het CFO lid is van de OR. zij is werkzaambij de vakgroep Celbiologie en Immunologie aan de faculteit der Geneeskunde. De introductie van het bursalenstelsel bij de VU kent een roerige en wat mistige geschiedenis die voorlopig nog niet is afgerond. Toen eind 1995 de minister van Onderwijs de aanstelling van beurspromovendi niet wilde verbieden, zagen
de universiteiten een aantrekkelijke mogelijkheid om het aantal wachtgelders in te dammen. Bursalen worden namelijk aangemerkt als studenten en kunnen zodoende geen aanspraak maken op wachtgeld. Aio's wel, want zij zijn werknemers. Ook het College van Bestuur (CvB) van de VU was gecharmeerd van deze constructie en liet de faculteiten in april 1996 weten dat ze met ingang van mei van dat jaar bursalen mochten aanstellen. Daarbij zou dan wel de beperking gelden dat faculteiten óf voor het bursalenstelsel moesten kiezen, óf voor het aio-stelsel. Beide stelsels mochten niet naast elkaar bestaan binnen één faculteit. Deze mededeling oogstte verbazing in de ondernemingsraad. Die had namelijk kort tevoren negatief geadviseerd over
het voornemen van het CvB. Het College was echter van mening dat de OR wettelijk geen adviesrecht had in deze zaak. Dat betwistte de OR. "Het besluit betekent een wijziging van een regeling op het gebied van het aanstellingsbeleid die gevolgen heeft voor een groep werknemers van de VU, te weten de aio's. Als een faculteit kiest voor bursalen, mogen er immers geen aio's meer worden aangesteld. Er wordt gewoon een personeelscategorie opgeheven," aldus Biewenga. "Volgens de Wet op de Ondernemingsraden horen we dan zelfs instemmingsrecht te hebben. Ook kun Je het besluit aanmerken als een wijziging van het belonings- en functiewaarderingssysteem, want beurspromovendi worden in feite lager betaald dan aio's. Bovendien gaat het om een belangrijke wijziging in de verdeling van de bevoegdheden binnen de VU. De faculteitsbesturen krijgen de bevoegdheid om te kiezen tussen de aanstelling van beurspromovendi en aio's. De aanstelling is nu nog een bevoegdheid van het CvB. In zulke zaken hebben wij tenminste adviesrecht." Omdat College en OR er samen niet uitkwamen, werd besloten een onafhankelijk deskundige in te schakelen om te oordelen wat de wettelijke bevoegdhe-
den van de OR nu zijn in deze zaak. Ondertussen schortte het CvB de toestemming voor invoering van het bursalenstelsel op. Alleen Letteren en FPP kregen groen licht om door te gaan met hun voorbereidingen die in een vergevorderd stadium verkeerden. "Het is erg ongelukkig," vindt Biewenga, "maar dat konden we niet meer tegenhouden."
Bindend
Onafhankelijk deskundige mr. F.W.H. Vink stelde de ondernemingsraad in het gelijk, maar het is de vraag of de raad daar iets mee opschiet. Het CvB heeft namelijk geweigerd het oordeel van Vink bindend te verklaren. Vooralsnog lijkt dat oordeel er niet zo veel toe te doen, want het College heeft besloten eerst de ervaringen van Letteren en FPP af te wachten, voordat de andere faculteiten toestemming krijgen ook een beurzenstelsel in te voeren voor hun promovendi. Het bursalenstelsel bij FPP en Letteren wordt nu als een experiment beschouwd, dat zal lopen tot mei 1998, om vervolgens te worden geëvalueerd. Volgens De Bolster, die lid ;s van de AbvaKabo-fractie binnen de OR en bij de vakgroep Organische en anorganische Chemie aan de faculteit der Scheikunde werkt, wordt de discussie over de wette-
lijke bevoegdheden van de OR in deze zaak pas dan weer interessant. "En misschien komt het wel nooit zover. Het College kan immers ook concluderen dat het bursalenstelsel geen succes is. Dan zal het aio-stelsel worden gehandhaafd en dat is wat de OR wil." De kans op een dergelijke afloop achten hij en Biewenga groot. Biewenga: "Zeker ais andere universiteiten aio-plaatsen bieden voor vergelijkbaar onderzoek, krijg je te maken met kwaliteitsverlies. De besten gaan dan naar die universiteiten. Ook zal de motivatie om het promotie-onderzoek af te maken minder zijn onder bursalen. Wanneer ze een kans krijgen op een 'echte baan' zuilen ze die sneller accepteren dan wanneer ze aio zijn. Ook dat levert kwaliteitsveriies op. Bovendien schaadt zo'n tendens de continuïteit van het onderzoek aan de VU. Als ik deze lasten tegen de baten afweeg, denk ik dat de VU er eerder bij inschiet dan dat ze iets overhoudt aan het bursalenstelsel. Zo groot is de besparing nu ook weer niet. De gepromoveerde aio's die geen baan kunnen vinden, leggen slechts beslag op een klein percentage van de wachtgelden." (MS)
Deelinventarisaties toch op tafel OR krijgt inzage in aciitergronden risico-analyse Na lang trekken heeft de ondernemingsraad toestemming gekregen om de deelinventarisaties waarop de integrale risico-analyse voor de VU wordt gebaseerd, in te zien. Tot nu toe weigerde het College van Bestuur (CvB) inzage. Argument voor die weigering was dat de deelinventarisaties bij diensten en faculteiten geen aangelegenheid zijn voor de centraal opererende ondernemingsraad. Het zijn volgens het CvB de facultaire personeelscommissies (FPC's), dan wel de dienstoverleggen nieuwe stijl (DON's), die hierover medezeggenschap hebben. Volgens de ARBO-wet is elke werkgever verplicht de risico's en knelpunten op het gebied van arbeidsomstandigheden binnen zijn organisatie te analyseren. Bij de VU IS in eerste instantie gekozen voor het uitvoeren van deelinventarisaties binnen de verschillende diensten en faculteiten. De dienst Veiligheid en Milieu (DVM), de Bedrijfsgezondheidsdienst en de dienst Personeelszaken (samen de interne arbodienst) houden zich daar op dit moment mee bezig. Met behulp van vragenlijsten en gesprekken met betrokken medewerkers inventariseert de dienst onder meer zaken als
veriichting op de werkplek, geluidsoverlast en luchtverversing. Ook de brandveiligheid en de opslag van bijvoorbeeld chemicaliën in de laboratoria worden uiteraard onder de loep genomen. De knelpunten die uit deze inventansaties naar voren komen, zullen later moeten worden opgelost. Alle deelinventarisaties gezamenlijk dienen als basis voor de integrale nsicoinventarisatie van de VU. "Daarom ook vindt de ondernemingsraad het belangrijk de inhoud te kennen van de deelrapporten. Je moet toch weten waarop zo'n integraal document stoelt, welke keuzes er zijn gemaakt," stelt Marja van der Ende, die voorzitter is van de OR-commissie Veiligheid, Gezondheid en Welzijn (VGW). In het dagelijks leven werkt het AbvaKabo-lid bij de vakgroep Celbiologie en Immunologie aan de faculteit der Geneeskunde. "Het is belangrijk om te weten welke keuzes, waar, wanneer en waarom worden gemaakt. Als je de achtergronden met kent, kun je als ondernemingsraad met goed adviseren," legt ze uit. Tijdens de overlegvergadering van 2 april, waarbij gesproken werd over het ARBO en Milieu Jaarplan 1997, zegde mr. J. Donner van het CvB uiteindelijk de inzage in de deelinventarisaties toe. Aan die toezegging verbond hij wel de voor-
Klein Grut Dagelijks bestuur Dr. M.W.G. de Bolster (ABVAKABO), voorzitter vakgroep Organische en Anorganische Chemie, faculteit der Scheikunde, De Boelelaan 1083, kamer N - 357a. Telefoon 44 47482; fax 447488; email: oac@chem.vu.nl Mw. dr. T.J. Biewenga (CFO), secretaris vakgroep Celbiologie en Immunologie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7, kamer H - 265. Telefoon: 44 8078; fax: 44 4801; email: tj.biewenga.cell@med.vu.nl Dr. B. Overdijk (CMHF), plaatsvervangend voorzitter vakgroep Medische Chemie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7, kamer A - 230. Telefoon: 44 48143; fax: 44 48143; email: b.overdijk.medchem@med.vu.nl OR-secretariaat Het secretariaat van de OR is gevestigd in kamer lE-26 in het hoofdgebouw (eerste etage in de E-vleugel, nabij de dienst PZ, bij ambtelijk secretaris P. Heemskerk. Telefoon en fax: 44 45312; email: pg.heemskerk@dienst.vu.nl VGW-commissie Mw. M. van der Ende, voorzitter kamer G - 218, vakgroep Celbiologie en Immunologie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7. Telefoon: 44 48070; fax: 44 48081; email: m.van_der_ende.cell@med.vu.nl Werkgroep SOZ Dr. ir. C.A.G.M. van Montfort, voorzitter kamer IA - 1 8 , vakgroep Econometrie, faculteit Economische Wetenschappen en Econometrie, De Boelelaan 1105. Telefoon: 44 46025; fax 44 46020; email: kvmontfort@econ.vu.nl Komende vergaderingen De eerstvolgende OR-vergadering vindt plaats op woensdag 4 juni.
Volgens de ARBO-wet is elke werkgever verplicht de risico's en knelpunten op het gebied van arbeidsomstandigheden binnen zijn organisatie te analyseren. Sidney Vervuurt - AVC/VU waarde dat de ondernemingsraad zich met zal mengen in eventuele discussies over de specifieke inhoud van deze stukken. Dat moet de raad overlaten aan de FPC's en de DON's. Van der Ende kan daar goed mee leven. "Het is belangrijk dat er op dat niveau kritisch naar wordt gekeken. De mensen moe-
ten zelf werken met de eventuele maatregelen die worden genomen naar aanleiding van de risico-inventansatie. Daarvoor is een draagvlak nodig en dat verkrijg je alleen maar als de betrokkenen zelf meedenken. Je kunt wel van hogerhand inventariseren en nieuwe regels opleggen, maar dat werkt niet."
De overeengekomen werkwijze, vindt ze een goede constructie. "Ik heb er alle vertrouwen in dat de FPC's en de DON's de deelinventarisaties goed begeleiden. Voor ons is het belangrijk dat we weten waar we over praten. En dat kan met de deelinventansaties in de hand." (MS)
Overeenstemming over sociaal draaiboek Het College van Bestuur en de ondernemingsraad hebben overeenstemming bereikt over het sociaal draaiboek voor reorganisaties. De OR prijst zichzelf gelukkig dat het er nu officieel komt. "Daar hebben we hard aan getrokken," verklaart de voorzitter van de OR, Martien de Bolster desgevraagd. "Wij vinden het belangrijk dat er zorgvuldig met de betrokken werknemers wordt omgesprongen als zij in een reorganisatie belanden." Het draaiboek is een instructie voor het management van faculteiten en diensten: waaraan moeten ze in welke volgorde denken als ze een reorganisatie voorbereiden en uitvoeren. Eigenlijk staat er met veel nieuws in. De tekst van het draaiboek is namelijk gebaseerd op de CAO en het personeelshandboek van de VU. "De relevante informatie staat daar zo versnipperd in, dat het moeilijk IS voor het management om alles te weten. Als het goed is, maakt een manager maar één of twee keer in zijn leven een reorganisatie mee. Dan kun je niet van alle aspecten op de hoogte zijn. In het draaiboek staat alles netjes op een rijtje," legt Kees van Montfort uit. Hij is voorzitter van de
werkgroep Sociaal Organisatorische Zaken (SOZ) van de OR die twee jaar geleden al pleitte voor de ontwikkeling van een sociaal draaiboek. "Als OR merkten we dat er wel eens iets mis ging bij reorganisaties, bijvoorbeeld dat de vooriichting aan de werknemers niet vlekkeloos verliep. Je moet bedenken dat een reorganisatie heel ingrijpend kan zijn voor de betrokkenen. Het is een onzekere periode, waarin de emoties soms hoog oplopen. Door iedereen goed en tijdig te informeren kun je die onzekerheid tot het minimum reduceren." Bovendien mag een reorganisatietraject niet te lang duren, vindt Van Montfort. Het risico bestaat dat er een negatieve en competitieve sfeer ontstaat bij een faculteit of dienst. Als OR houden we een vinger aan de pols bij elke reorganisatie en letten we hier dan ook op." Dat dat belangrijk is, blijkt wel uit de perikelen bij een faculteit aan een collega-instelling. "Het duurde daar erg lang. Wel was bekend dat er veel mensen weg moesten. Alleen wist niemand precies wie er weg moesten. Er ontstonden roddelcircuits en onderiinge concurrentie. Dat is niet alleen vervelend voor de betrokkenen, maar ook slecht voor de universiteit. Het werk lijdt eronder," legt Van Montfort uit.
Wie het draaiboek doorneemt, begrijpt vanzelf de noodzaak ervan. Een faculteitsbestuur of een diensthoofd is verplicht met veel verschillende gremia binnen de VU rekening te houden. Het College van Bestuur, de dienst Personeelszaken, de faculteitsraad, de facultaire personeelscommissie of het dienstoverieg, de ondernemingsraad en de betrokken werknemers zelf moeten allemaal in verschillende stadia en op verschillende manieren over het reorganisatievoornemen en de consequenties daarvan worden ingelicht en veelal worden geraadpleegd. Sommige instanties toetsen de argumentatie van de plannen op redelijkheid. In zo'n complexe procedure is het niet verwonderiijk dat iemand wel eens een steekje laat vallen. Om de kans daarop zo klein mogelijk te maken, is er een checklist toegevoegd. "Het draaiboek voorziet echt in een behoefte," oordeelt de voorzitter van de werkgroep SOZ, want iedereen heeft er baat bij dat reorganisaties - als ze toch niet meer te vermijden zijn - zo goed mogelijk verlopen. Voor de werknemers biedt het draaiboek bovendien een redelijke garantie dat er niet met hen wordt gesold, bewust of onbewust." (MS)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's