Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 414

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 414

8 minuten leestijd

AD VALVAS 27 FEBRUARI 1997

PAGINA 16

Vreemde kostgangers

Gerdjan de Vries: 'Met mensen die aangeschoten zijn, heb ik de meeste lol.'

Bram de Hollander

'Autorijden vind ik gewoon waanzinnig' Terwijl het gros van de VU-studenten en -medewerkers geniet van zijn welverdiende rust, scliiet een enkeling in de kleren en gaat op pad. Omdat er niets anders opzit of uit vrije wil. Deze week: Gerdjan de Vries (23). Hij werkt regelmatig 's nachts als privéchauffeur. Marianne Hoek van Dijke Terwijl de meeste studenten elke dag op hun stadsfiets Amsterdam doorkruisen, gaat Gerdjan de Vries (23) al aardig gemotoriseerd door het leven: tot het mooie weer aanbreekt gaat hij droog met de tram, in de weekends rijdt hij op z'n motor en ook in de avonduren zit Gerdjan regelmatig achter het stuur, maar dan voor z'n bijbaantje als privéchauffeur. "Ik vind autorijden gewoon waanzinnig. Het rijden, de power, het optrekken en schakelen, de inrichting. ledere auto is weer anders." Gerdjan werkt voor een bedrijf dat privéchauffeurs levert aan mensen die zich in h u n eigen auto ergens heen willen laten rijden. "Het is een prettig studentenbaantje", vindt de tweedejaars geneeskunde, "je kunt zelf aangeven hoe vaak en wanneer je wil werken." Als hij een rit heeft aangenomen en de

routebeschrijving per fax binnen is, trekt Gerdjan z'n donkerblauwe pak met stropdas aan en gaat netjes geschoren en gekamd op weg naar de klant. "Het is altijd weer sparmend", vindt hij, "want je weet bij God niet wie je voor je krijgt en in welke toestand. Met mensen die aangeschoten zijn, heb ik de meeste lol. Als ik iemand van een gala moet ophalen, bijvoorbeeld." Maar meestal rijdt Gerdjan mensen naar vergaderingen en weer terug. D e langste rit in de afgelopen vier maanden was Maastricht, maar Antwerpen kan ook voorkomen. Het is dan vaak twee, drie uur 's nachts voor hij weer thuis op de bank zit. "Als ik weet dat het laat wordt, bereid ik me wel voor. Dan slaap ik een paar uurtjes van tevoren, zorg dat ik goed eet en neem

een Mars mee voor onderweg. Koffie drinken helpt ook om wakker te blijven. En als ik weer thuis ben, leg ik m ' n voeten op tafel en zap wat met een kratje bier erbij, lekker moe en tevreden bij het idee dat er weer wat geld op m ' n rekening staat. Slapen kan ik altijd, dat is geen probleem, alleen het wakker worden..." Onderweg gaat alles in overleg met de klant, van de snelheid tot het praatje. "De heenreis is meestal saai", vertelt de geneeskundestudent. "Dan zitten ze h u n vergadering voor te bereiden. Op de terugweg wil een klant nog wel eens een praatje maken. Ze vinden het meestal heel geinig als ze horen dat ik geneeskunde studeer. 'Normaal heb ik een economiestudent in de auto zitten', zeggen ze dan. Maar een klant moet eerst zelf te kennen geven dat hij wil praten. Anders is het mondje dicht en ogen op de weg." Heeft een klant haast, dan valt ook daar een mouw aan te passen. "Als iemand vindt dat het wel wat harder kan, zeg ik: 'Goed meneer, maar de boete is voor u'. Als ze daarmee akkoord gaan, kun je planken." Zo scheurde hij pas nog naar Rotterdam met 150 kilometer per uur. Als zijn passagier op de plaats van bestemming is aangekomen, begint voor Gerdjan het wachten. Met een paar thrillers, studieboeken of een krant is dat geen probleem. "In een auto kun je heerlijk lezen, vind ik. Je kunt je krant of je boek mooi tegen het stuur leggen, radiootje aan, perfect." Verder loopt hij wel eens een ommetje of eet wat. "Want het is natuurlijk niet de bedoeling dat je tussendoor met zo'n auto gaat scheuren, al is het soms wel aantrekkelijk." Gerdjan vindt het geen probleem om zich aan te passen aan andermans wensen. "De klant heeft altijd gelijk. Ook al zegt je routebeschrijving dat je rechtdoor moet, als de klant rechtsaf wil, is het: 'Goed meneer, geen probleem.' Soms heb je heel irritante klanten achterin zitten. Die laat ik gewoon praten, dan merken ze vanzelf dat ik niet reageer. Het gevecht dat je niet aangaat heb je bij voorbaat gewonnen. Dat heb ik geleerd bij goshin, de vechtsport die ik deed voor ik ging boksen."

Student zijn en rijden in snelle wagens, in een zwart motorpak over de weg scheuren en boksen is een opvallende combinatie. "Mijn motto is carpe diem, pluk de dag. In december is mijn vader overleden. Daardoor leer je hoe verdomde kort het leven kan zijn en dat je eruit moet halen wat erin zit. Het was een vreemde gewaarwording om op de vu terug te komen en iedereen te zien stressen voor tentamens. So what, denk ik dan." N a twee jaar over z'n eindexamen vwo te hebben gedaan - "Ik ontdekte het uitgaansleven, dat was funest" werd Gerdjan ook nog een keer uitgeloot voor geneeskunde. Maar hij hield vol. "De studie trok me ontzettend. Ik ben een enorm snijtype. Echt, ze kunnen me de hele studie alleen maar snijden geven en dan ben ik dolgelukkig." Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij chirurg wil worden, als dat

mogelijk is. Maar voorlopig traint hij vooral z'n servicegerichte instelling. "Dat moet wel in de medische wereld, want 'ja en amen, dokter', 'nee en amen, dokter' gaat er tegenwoordig niet meer in. Je doet 't voor de patiënt." Behalve in z'n werk als privéchauffeur oefent Gerdjan z'n servicekant ook nog als 'rayonhoofd Amsterdam' van de ASGS, achterwachtservice geneeskundestudenten, een soort bemiddelingsbureau tussen huisartsen die tijdelijk een doktersassistent zoeken en geneeskundestudenten die in de praktijk willen kijken. Gerdjan heeft zichzelf nog niet zo vaak uitgezonden. "Ik vind het regelen leuker. Het is leuk om een huisarts terug te bellen en te zeggen: 'Het is gelukt, geen probleem, bel die maar op' en het loopt allemaal gesmeerd."

Buiten de wereld van (voormalige) gereformeerde mannenbroeders en -zusters kan het ruig toegaan. Anton Harskamp van het Bezinningscentrum van de Vrije Universiteit bericht met enige regelmaat in het blad In de marge over zijn belevenissen met andersoortige gelovigen. In een vorige afleverkig beschreef hij welke vreemde kostgangers fundamentalistische Amerikaanse universiteiten bevolken, nu doet hij verslag van een conferentie over theologie na Auschwitz en Goelag aan de School of Religion and Philosophy in St. Petersburg. 'Afschuw en bewondering m St. Petersburg' heeft hij zijn verhaal genoemd, met een knipoog naar het beroemde Fear and loathing in Las Vegas van Hunter S. Thompson, de grondlegger van de participerende journalistiek. Harskamp dacht deel te nemen aan een wetenschappelijke conferentie, maar werd geconfmteerd met onsmakelijke staaltjes van antisemitisme, met als dieptepunt een speech van de Russisch orthodoxe priester Georgi Mitrofanow die zich in zijn toespraak afvroeg waarom er toch zoveel joden betrokken ware bij de bolsjewistische revolutie. Harskamp neemt zichzelf kwalijk dat hij niet meteen protesteerde tegen dit betoog, maar de kastanjes uit het vuur liet halen door een joodse godsdienstfilosoof Ook met de bravere tak van gelovigen heeft Harskamp het moeilijk tijdens zijn reis. Hij verwijt zichzelf gebrek aan vroomheid omdat hij het niet kan opbrengen tijdens een kloosterbezoek net als zijn Duitse reisgenoten biddend door de knieën te zakken bij het graf van een Russische heilige. Wel geeft hij bij de uitgang roebels aan mismaakte bedelaars, al vraagt hi) zich direct af waarom hij dit doet. Uit schuldgevoel? Als een Russische student voorstelt om te gaan eten bij McDonald's gaat Harskamp daar grif op in, maar zijn reisgenoten zijn ontsteld. Religieuze ontroering en het eten van hamburgers zijn in h u n ogen niet te verenigen. En zo eindigt het gezelschap in een koude kelder aan de Newsky Prospekt, om staande een smakeloos broodje te eten. Nee, dan was het onder Amerikaanse gelovigen toch beter toeven. BLADLUIS

SONNET Theodor Holman Arme, d o m m e schapen. Men heeft haar aan het bHje volk getoond. "Precies gelijk! zei men," Zeer knap gekloond." Het ene schaap keek toen de ander aan. "Het is alsof we voor een spiegel staan." Zij sprak: "Ben jij mijn zus, broer, pa of moe?" "Nee, ik ben net als jij, ik geef het toe." "Jij hebt exact mijn wollen schapevacht." "Maar jij blijft hier, en ik...ik word geslacht." "We zijn elkaar, kortom: de kans is groot dat we wel sterven, maar we gaan niet dood. Want ik ben ik, en jij bent ik, dus als ik sterf, jij dus, dan is dat altijd vals. Want ik, ja ik zal altijd blijven leven. Mijn schapedood wordt hierbij opgeheven."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 414

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's