Ad Valvas 1996-1997 - pagina 419
PAGINA 5
AD VALVAS 6 MAART 1 9 9 7
De kloof tussen Pythagoras en Marie Curie Verklaringen voor het gebrek aan exacte vrouwen Waarom zijn er in de exacte wetenscliappen altijd zo weinig vrouwen te bekennen? Volgens de Amerikaanse wetenschapsjournalist Margaret Wertheim, die deze week haar boek 'De broek van Pythagoras' op de VU presenteert, heeft dat alles te maken met de religieuze oorsprong van de exacte wetenschappen. Welnee, zegt wetenschapshistorica dr. Ida Stamhuis van de VU. Zij meent dat de onderwaardering van hun werk vrouwelijke bèta's onzichtbaar maakt. Martine Zuidweg Pythagoras, de grote Griekse wiskundige, had een broek aan en dat was in zijn ti)d niet normaal. De meeste Grieken droegen lange gewaden, het waren de Perzen die broeken droegen. Dat Pythagoras de toenmalige modevoorschriften aan zijn laars lapte, heeft te maken met zijn belangstelling voor het oosten, met name voor de religies van het Oosten. Hij kwam tijdens zijn rondreis door Egypte, waar hij jarenlang temidden van priesters leefde, met die religies in aanraking en veranderde in een diepgelovig man. De goden gaf Pythagoras zonder veel moeite een plaats in zijn wiskundig wereldbeeld, want voor hem was wiskunde m feite de studie van het goddelijke. "Als mysticus, wiskundige en filosoof smolt Pythagoras het rationalisme van het Westen samen met de mystiek die hij in het Oosten had geleerd en creëerde zo een unieke filosofie die zowel wetenschap als religie was. Uit de kiem van dit unieke wereldbeeld zou de wetenschap van de moderne fysica ontstaan", schrijft de Amerikaanse wetenschapsjournalist Margaret Wertheim, van oorsprong fysica, in haar boek De Broek van Pythagoras. Ter gelegenheid van het verschijnen van de Nederlandse vertaling geeft ze vanavond (donderdag 6 maart) een lezing op de vu. In het boek loopt Wertheim op zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de natuurkunde, te beginnen met de Griekse oudheid. Daar, in het bijzonder bij Pythagoras, IS volgens Wertheim de basis gelegd voor de moderne natuurkunde, immers een op de wiskunde gebaseerde wetenschap. In De Broek van Pythagoras komen alle grote namen aan bod, zoals Galilei, Descartes, Kepler, Einstein en Hawking. Ook geeft ze voorbeelden van hun vrouwelijke collega's, onder wie Marie Curie en haar dochter Irene, de Chinees-Amerikaanse deeltjesfysica Chien-Shiimg W u en de Duits-Amerikaanse Maria Goeppert. Ze geeft niet alleen een overzicht van belangrijke iysici, ook probeert ze een verklaring te geven voor het geringe aantal vrouwen in de natuurkunde. Die verklaring zit vervat in de ondertitel van het boek: 'God, fysica en de strijd tussen de seksen'. Volgens Wertlieim hebben die drie alles met elkaar te maken. D e huidige ondervertegenwoordiging van vrouwen in de exacte wetenschappen beschouwt ze als het gevolg van de hechte band tussen natuurwetenschap en religie. Dat die hechte band altijd heeft bestaan, staat voor Wertheim buiten kijf. Het grote voorbeeld daarvan is volgens haar de zeventiende-eeuwse Isaac Newton die ze aanduidt als "de man die fysica en christendom tot één glorieus geheel zou samenweven". Newton bestudeerde de bijbel even grondig als de bewegingen van de hemellichamen en naar de mening van Wertheim stelde hij zijn wetenschap zelfs in dienst van de theologie. Ze heeft het nog wel over Newtons weigering om zich tot geestelijke te laten wijden, in die tijd verplicht voor stafleden van Cambridge, maar concludeert niettemin: "Zelden heeft de Kerk zo'n invloedrijke bondgenoot gehad en zelden is de band tussen natuurkunde en geloof sterker geweest." De kerk speelde volgens Wertheim met alleen een centrale rol in de herleving van de antieke wetenschap, maar was ook verantwoordelijk voor de achterstelling van vrouwen in het wiskundeonderwijs. De scholen die in de ffiiddeleeuwen werden opgericht, waren alleen toegankelijk voor kerkelijke functionarissen en dus niet voor vrouwen en meisjes. De laatsten waren evermiin van de partij toen de
Illustratie: Aad Meijer
eerste universiteiten werden geopend in Bologna, Parijs en Oxford. "Deze instellingen voor hoger onderwijs waren een uitvloeisel van het systeem van de kathedrale scholen en net als deze voorlopers werden zij opgericht als recruteringsen opleidingscentra voor mannelijke kerkdienaren. E n opnieuw werden vrouwen niet toegelaten", schrijft Wertheim. "Deze keer zouden de gevolgen echter veel verder reiken, omdat de universiteiten ook de centra waren waar het intellectuele erfgoed van de Grieken weer tot leven werd gebracht. Omdat vrouwen niet naar de universiteit konden, werd het h u n ook onmogelijk gemaakt deel te nemen aan de heropleving van de filosofie en wiskunde in de middeleeuwen." Volgens Wertheim is het eeuwenlang weren van vrouwen uit het wiskundeonderwijs door de kerk debet aan het vrijwel ontbreken van vrouwelijke natuurwetenschappers tot aan het einde van de negentiende eeuw. Maar ze geeft nog een verklaring in haar boek. Ook die heeft haar oorsprong bij de pyfhagoreeërs, "de voorlopers van de moderne fysici". Pythagoras had geen enkel bezwaar tegen vrouwelijke wiskundigen. Niet dat hij niet selectief was: alleen de meest toegewijden werden tot de kring rond Pythagoras toegelaten om wiskunde te studeren. Bij die groep zat ook zijn vrouw T h e a n o , die docent was. Overigens is de kring rond Pythagoras volgens Wertheim wat dat betreft niet representatief voor de toenmalige Griekse samenleving. "(...) met het oog op het feit dat de Grieken al snel behoorlijke vrouwenhaters zouden worden, moet de gemeenschap worden gezien als een van de 'toevluchtsoorden' van de Griekse wereld waarin de geslachten gelijkwaardiger waren vertegenwoordigd." Hoewel er wel vrouwen werden toegelaten tot de kring rondom Pythagoras, beschouwden de pythagoreeërs de wiskunde toch als een mannelijke activiteit. Wertheim: "Deze samenhang tussen wiskunde en mannelijkheid heeft sinds die tijd een belangrijke invloed uitgeoefend op de westerse cultuur. Vijfentwintig eeuwen later wordt nog steeds in brede kringen geloofd dat wiskunde een echt mannelijke activiteit is."
God verdwijnt Op een aantal punten gaat Wertheim wat kort door de bocht, vindt docente wetenschapsgeschiedenis dr. Ida Stamhuis, van huis uit wiskundige en werkzaam bij de faculteit natuur- en sterrenkunde. Wertheims claim dat de natuurwetenschap is doordrenkt met religie en dat fysici eigenlijk verkapte religieuzen zijn, vindt Stamhuis zwaar overdreven. Misschien dat voor Pythagoras goden en getallen door elkaar liepen en in de middeleeuwen religie en wetenschap moeilijk te scheiden waren, volgens Stamhuis is dat niet altijd zo geweest. "Galileï stelde wel dat de Bijbel leert hoe we naar de
hemel gaan, maar niet hoe de kosmos werkt. Hij was niet de enige. Bij Newton is er weliswaar een samenhang tussen zijn wetenschap en zijn religie, maar het gebruik van metafysische veronderstellingen in de natuurwetenschap wees hij af." Ze wijst op latere onderzoekers, bij wie God helemaal uit het gezichtsveld verdwijnt, zoals de Franse wis- en natuurkundige Laplace. "Denk maar aan de anekdote die zegt dat Laplace op de vraag van Napoleon naar de plaats van God in zijn systeem antwoordde: "Sire, ik heb die hypothese niet nodig." Volgens Stamhuis heeft die trend om religie en wetenschap te scheiden zich in de negentiende en twintigste eeuw alleen maar voortgezet. Stamhuis kan zich overigens wel vinden in de aaimame van Wertheim dat mannen eerder met rationeel denken en dus ook met wiskunde worden geassocieerd dan vrouwen. "Natuurlijk is het Griekse denken van invloed geweest op de ontwikkeling van de hedendaagse wetenschap. Zoals het belang dat aan rationeel denken wordt gehecht en de associatie van rationaliteit met mannen. T o c h kun je je afvragen of dat nu de belangrijkste oorzaak is van de geringe vertegenwoordiging van vrouwen in de exacte wetenschappen. Ik denk dat het zeker ook te maken heeft met het feit dat vrouwen zich altijd met zorgtaken hebben beziggehouden. D e terreinen waar ze in het maatschappelijk leven dan het eerst naar voren treden, zijn de gebieden die in relatie staan tot dat zorgen." D e optimistische verwachting dat vrouwen en meisjes naarmate de emancipatie voortschrijdt automatisch bij de exacte vakken terechtkomen, blijkt in de praktijk echter niet houdbaar. Ze moeten er eerder aan de haren worden bijgesleept. Daar is de Twentse universiteit niet te beroerd voor. Twee weken geleden kondigde Twente aan dat ze vrouwen de mogelijkheid wil bieden een half jaar op
proef te komen studeren. Als het de studentes niet bevalt, kunnen ze gewoon weer vertrekken en staat de universiteit borg voor de gemaakte kosten. Maar er zijn ook genoeg vrouwelijke bèta's die dol zijn op h u n vak. Wat overigens niet is af te lezen aan de top honderd van wetenschappers die de Amenkaanse publicist John Simmons heeft opgesteld. Daarin staan welgeteld drie vrouwelijke wetenschappers: Marie Curie, LjTin Margulis en Gertrude Belle Elion. Volgens Stamhuis zijn er genoeg vrouwelijke wetenschappers die belangrijk werk hebben voortgebracht, maar bleef dat vaak onopgemerkt. Dat toont ze aan in een artikel over de tweede vrouwelijke hoogleraar in Nederland, Tine T a m m e s , waarvoor Stamhuis het afgelopen najaar een prijs ontving van de Amerikaanse 'History of Science Society'. Tine T a m m e s (1871-1947) groeide op in de tijd dat meisjes toestemming van de minister nodig hadden om naar het gymnasium te kimnen. Ze bleek al snel een talentvol onderzoeker op het gebied van de plantkunde. Niettemin moest haar onderzoeksbegeleider smeken om voor haar een plaats te regelen op het laboratorium van de befaamde bioloog Hugo de Vries: "Ik weet wel, dat je er niet zo heel erg op gesteld zijt, een dame voor onderzoek op bezoek te hebben, maar ik geloof dat je dit erg mee zal vallen." Ondanks dat D e Vries 'erge bezwaren' tegen dit voorstel zei te hebben, kreeg Tine T a m mes een kans.
'Er zijn genoeg vrouxjoelijke zvetenschappers die belangrijk werk hebben voortgebracht, maar dat bleef vaak onopgemerkt'
T a m m e s , op haar achtenveertigste jaar in Groningen benoemd tot hoogleraar en daarmee de eerste Nederlandse hoogleraar in de genetica, experimenteerde met de erfelijkheidswetten van Mendel. Ze schreef een artikel waarin ze hét bewijs levert dat deze wetten de erfelijkheid van alle eigenschappen kunnen verklaren. "Toch wordt T a m m e s ' artikel in de
literatuur over dit onderwerp bijna nooit genoemd", merkt Stamhuis op. Het waren een Zweed en een Amerikaan (beide marmen) die met de eer gingen strijken. Stamhuis spreekt van een "onderwaardering" van het wetenschappelijk werk van T a m m e s door wetenschappers en wetenschapshistorici. Volgens Stamhuis zijn er meer van dit soort voorbeelden. Er blijkt zelfs een term voor te bestaan. D e Amerikaanse publiciste Margaret Rossiter spreekt van 'het Matilda-effect' in de wetenschap, naar de negentiende-eeuwse suffragette Matilda Joslyn Gage, die onder meer heeft gevochten voor de emancipatie van vrouwelijke uitvinders, maar die ondanks haar inspanningen in de vergetelheid is geraakt. Stamhuis: "Niet alleen Tine T a m m e s maar ook beroemde vrouwelijke natuurwetenschappers hebben met dit fenomeen te maken gehad. Zo kreeg Otto H a h n in 1944 de Nobelprijs voor de ontdekking van de kernfusie. Terwijl hij hieraan jarenlang samen met Lise Meitner gewerkt had, deelde zij niet in de eer. Iets vergelijkbaars overkwam Rosalind Franklin. Zij was betrokken bij het werk dat naar de ontdekking van de bouw van het DNA leidde, maar de Nobelprijs werd aan haar mannelijke medeonderzoekers (Francis Crick en James Watson) toegekend. O m nog een voorbeeld te noemen: voor de eerste vrouw van Albert Einstein, Mileva Marie, geldt dat de resultaten van haar bijdragen aan h u n onderzoek grotendeels aan zijn verdiensten worden toegeschreven." Wat nieuwsgierig maakt naar de verantwoordelijke voor die beroemde stelling: dat bij een rechthoekige driehoek het kwadraat van de schuine zijde gelijk is aan de som van de kwadraten van de twee andere zijden. Van Pythagoras is niets bewaard gebleven, zijn werk bestaat alleen bij de gratie van verwijzingen naar hem in oude geschriften. Zodat we nooit te weten komen of het werkelijk Pythagoras was die thuis de broek aan had, of wellicht zijn vrouw Theano? Margaret Wertheim, De BroeJ< van Pythagoras - God, fysica en de strijd tussen de sel<sen, uitgeverij Anthos, Amsterdam, ISBN 90414011830
III
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's