Ad Valvas 1996-1997 - pagina 561
PERSONEELSKATERN
AD VALVAS 15 MEI 1997
PAGINA 1 1
'Wachtgeld hoeft niet uitzichtloos te zijn' Het gaat goed met de wachtgelders. Weliswaar komen er steeds meer mensen die deze uitkering ontvangen, maar ze vinden gemiddeld veel sneller een nieuwe baan. Dat is mede te danken aan het beleid van de VU om haar wachtgelders intensief te begeleiden, denkt Bart Verboog, hoofd uitkeringen bij Personeelszaken. "Een uitkering hoeft zeker niet uitzichtloos te zijn", meent hij. Peter Boerman
Maarten Hetebrij, 54 jaar, werkte 21 jaar aan de vu. In 1989 besloot hij de deur van de universiteit achter zich dicht te trekken en voor zichzelf te beginnen. "Ik hoefde niet weg, maar ik wilde graag", vertelt hij. Ik had geen zin om in een voortdurende bezuinigingssituatie te moeten blijven werken. Ik heb er toen voor gekozen m'n licht elders op te steken. Ik ben als het ware voor in de rij van potentiële wachtgelders gaan staan." Hetebrij kreeg na zijn afstuderen in de sociale psychologie in 1968 direct een baan aangeboden op de universiteit. Eerst kwam hij bij de faculteit der sociaal-culturele wetenschappen terecht, daarna bij Psychologie en Pedagogiek. De laatste tien jaar was hij methodoloog bij onderwijskunde. Alles wees erop dat hij met die baan z'n pensioen zou kunnen halen, maar toen er eind jaren tachtig een bezuinigingsgolf dreigde, pakte hij voortijdig de biezen. Hij begon een managementadviesbureau dat zich voornamelijk richt op het coachen en begeleiden van veranderingsprocessen. "Niet echt iets dat in het verlengde ligt van m'n werk op de vu", geeft Hetebrij toe. Makkelijk had hij het in het begin dan ook niet. "Als ik terugkijk denk ik dat je drie dingen nodig hebt om met succes voor jezelf te beginnen: een netwerk, een goed product en de durf om risico's te nemen. Nou, de guts had ik wel, maar de rest was bij mij lousy. Ik had te weinig ervaring met het product om het werk vanaf het eerste mo-ment goed aan te pakken. Wel heb ik vanaf het begin opdrachten gehad, een kantoortje en een extra medewerker. Ik heb meteen een redelijke omzet kunnen maken omdat ik er vanwe-
ge mijn wachtgeld zelf niet veel aan hoefde over te houden." Nu loopt Hetebrij's adviesbureau goed. Hij werkt voor veel uiteenlopende kleine bedrijfjes, de meeste in de kleinmetaal. "Langzamerhand begint het te komen. Maar het is wel een hele identiteitsverandering ge-weest. Het gaat niet alleen om het vergroten van je vaardigheden, maar ook om de manier waarop je ze inzet, om het kweken van intuïtie. Een commerciële omgeving is nu eenmaal anders dan een universiteit." "Als ik terugkijk, denk ik dat ik het meest gehad zou hebben aan begeleiding in de analyse van wat ik voor iemand ben, wat ik wil en wat ik kan", vervolgt hij. "Maar dat is geen verwijt aan het adres van Personeelszaken. Ze zijn heel bereidwillig geweest, maar het was voor beide kanten een leerproces." De vele bezuinigingen die de universiteiten in Nederland de afgelopen jaren troffen, hebben ook de vu niet onberoerd gelaten. Veel werknemers die dachten tot aan hun pensioen op de universiteit te kunnen blijven, blijken plots toch te moeten omzien naar een andere baan. Dat is een angstige gedachte voor veel mensen die na hun studie meteen aan de universiteit aan de slag konden en nooit met de 'commerciële buitenwereld' hebben kennis gemaakt. Maar het verhaal van Hetebrij be-wijst volgens de beheerder van de uitkeringen van de vu, Bart Ver-boog, dat met wachtgeld gaan "helemaal niet uitzichtloos hoeft te zijn". Verboog wijst erop dat de uitkeringsinstantie, de vu, en de uitkeringsgerechtigde, de wachtgelder, meestal dezelfde belangen hebben, namelijk: zo snel mogelijk een nieuwe baan vinden. Hoe eerder iemand weer aan de slag is, hoe minder
wachtgeld hij of zij de vu kost. Personeelszaken doet dan ook nogal wat moeite om haar uitkeringsgerechtigden te helpen met hun eerste schreden op de arbeidsmarkt buiten de vu. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het vuRAMA-project, waarin de vu samenwerkt met de uitzendbureaus Randstad en Manpower. Maar er zijn ook andere activiteiten. Er worden bijvoorbeeld sollicitatietrainingen verzorgd, en ook via de stichting Startbaan worden allerlei acties begeleid. Mensen die een eigen bedrijf willen beginnen, kunnen bovendien hun plannen laten bekijken door een door de vu ingehuurde accountant. Iedereen die in de uitkering terechtkomt, komt direct bij Personeels-zaken op gesprek. In dat gesprek wordt ingeschat welke strategie het meeste kans van slagen heeft. "Alle vormen van begeleiding hebben we uitbesteed aan professionele organisaties", verklaart Verboog. "Wij spreken de uitkeringsgerechtigden alleen aan op hun eigen rol in het proces. De feitelijke invulling van het proces laten we aan anderen over." De resultaten zijn ernaar. De vu hield vorig jaar twee miljoen gulden over in haar centrale wachtgeldenpot: de oude verplichtingen hadden meer dan een miljoen minder gekost dan vooraf was berekend, en ook het aantal nieuwe verplichtingen viel mee. En de vu verwacht nog meer meevallers. Aan het eind van dit jaar, zo meldt het Financieel Jaarrapport 1996, zou de centrale wachtgeldenpot wel eens een reserve van tegen de vijf miljoen gulden kunnen bevatten. En ook de facultaire wachtgeldlasten lopen geleidelijk terug. "Het is moeilijk in te schatten hoe succesvol ons beleid is, omdat we niet weten wat er zou gebeuren als we niets zouden doen", erkent Verboog. "Per saldo zijn er meer mensen die gezamenlijk meer rechten hebben, maar geven we in totaal minder uit. Dat betekent dat veel mensen niet volledig van hun rechten gebruik maken. Dat is natuurlijk alleen maar positief te noemen. Voor beide partijen."
Illustratie: Bas van der Schot
'De samenwerking is stimulerend' 1 de meeste hotels bestaat kamer dertien niet. De VU is minder bijgelovig. Ad Valvas onthult wie er schuilgaan achter dit geheimzinnige kamernummer. Deze maand: kamer le-13 in het Transitorium.
rend. Misschien dat dat bij de vakgroepen op de UVA ook wel zo is, dat kan ik minder goed beoordelen." Terwel beaamt dat, maar ziet ook op het niveau van de vakgroepen wel een belangrijk verschil tussen de twee universiteiten. "Mijn contacten met de vakgroep onderwijskunde op de UVA zijn heel plezierig, maar de groep is te groot om aan één tafel te krijgen. Hier zitten we als onderwijspedagogen
Peter Boerman
Het is voor Jan Terwel en Joost Meijer nog even wennen in hun kamer dertien op de eerste verdieping in het Transitorium. Ze hebben nog maar één bureaustoel staan en die mist ook nog eens een wieltje. "We zitten hier pas een maand", verklaart Terwel, die sinds oktober vorig jaar hoogleraar onderwijspedagogiek aan de vu is. "Voorheen was het de kamer van de secretaris van FPP, Albert Kok. Maar die is begin april vertrokken. Toen zijn wij hierheen verhuisd." Terwel zit tweeëneenhalve dag op de vu, de andere helft van zijn werktijd is hij hoogleraar onderwijskunde op de UVA. Ook zijn kamergenoot, Joost Meijer, verdeelt zijn tijd over de vu en de Universiteit van Amsterdam. Op de vu werkt hij wekelijks anderhalve dag als onderzoeker, op de UVA is hij voor 70 procent in dienst van het scoKohnstamminstituut, een onderzoeksgroep die zich behalve op eerste-geldstroomonderzoek vooral op contractresearch richt. Hij dankt zijn baantje op de vu aan Terwel. "Jan was lid van mijn promotiecommissie", legt Meijer uit. "Toen ik hem vorig jaar december opbelde om hem uit te nodigen voor mijn promotiediner, vroeg hij mij of ik wilde solliciteren naar een postdocplaats hier op de vu. Ik was meteen geïnteresseerd. Ik keek er naar uit om weer wat meer met de fundamentele kant van onderzoek bezig te zijn. Bij het Kohnstamminstituut is de ruimte
r hcfnf^
Jan Terwel (rechts) en Joost Meijer: 'We zitten hier als onderwijspedagogen maar met z'n vijven, dat werkt wel zo makkeiijlt.'
Peter Wolters - AVC/VU
daarvoor namelijk erg klein geworden, omdat er zoveel derde-geldstroomonderzoek wordt gedaan." Het is niet Meijers eerste kennismaking met de vu. Vanaf zijn afstuderen aan de uvA in 1984 zat hij er ook al drie jaar als contractonderzoeker. Hij vertrok toen zijn fulltime-aanstelling op de vu gehalveerd werd en hij wel voltijds aan de uvA terechtkon. "Ik was toen net met hoogleraar De Leeuw op de vu bezig met het schrijven van een onderzoeksvoorstel voor NWO. Maar De Leeuw verliet de vu en de supervisie van het project ging over naar hoogleraar Elshout van de UVA. Toen het voorstel eenmaal gehonoreerd was, kreeg ik daar de gelegen-
heid het onderzoek uit te voeren." Op de vu gaan beiden zich bezighouden met onderzoek naar leerprocessen. "We willen kijken naar de interacties tussen leraren en leerlingen, maar ook tussen leerlingen onderling", legt Meijer uit. "In dit onderzoek laten we leerlingen in groepjes van twee werken, waarbij de een de ander coacht. We kijken dan naar de invloed van het verschil in niveau tussen die twee op de aard van de interactie en de bereikte leerresultaten." De achterliggende gedachte van dit onderzoek is volgens Terwel dat leerlingen gemotiveerder zijn als zij actiever bij het onderwijs worden betrokken en dat daardoor de leerresultaten
omhoog gaan. Terwel en Meijer, die veel van het praktische onderzoekswerk zal doen, richten zich vooral op groepen aan het eind van de basisschool en in de brugklassen. Terwel: "De veronderstelling is dat ook de sterke leerling er veel aan heeft om de zwakke leerling te coachen. Door dingen uit te leggen, gaat hij ze zelf ook beter begrijpen." Beide onderwijskimdigen roemen de open sfeer op de vu. "Misschien komt het omdat het Kohnstamminstituut vrij specifiek is", vertelt Meijer, "maar het is hier heel gezellig. Op het Kohnstamm weet je vaak niet waarmee je collega's bezig zijn, hier vind ik juist de samenwerking heel stimule-
maar met z'n vijven, en als we er binnenkort een bursaal bij krijgen, met z'n zessen. Dat werkt natuurlijk gemakkelijker." Van het bijzondere karakter van de vu hebben de twee nog niet veel gemerkt. "In het gesprek met het college van besmur werd me gevraagd of ik anders zou gaan lesgeven", zegt Terwel. "Toen heb ik gezegd dat ik dacht van niet. Maar toen ik laatst een collegecyclus verzorgde voor de propedeuse, merkte ik wel hoe breed het scala aan meningen is onder de studenten op de vu. Dat was me in Utrecht en op de UVA nooit zo opgevallen." Meijer: "Tijdens mijn aanstellingsgesprek zei De Leeuw over het karakter van de vu: 'En dan is er ook nog die kleine kwestie'. Daar moest ik wel om lachen. Veel denk ik er dan ook niet van te merken. Dat was toen ik hier tien jaar geleden zat ook al niet zo. Behalve dan dat we altijd op bijzondere scholen kwamen voor het uitvoeren van ons onderzoek."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's