Ad Valvas 1996-1997 - pagina 518
AD VALVAS 17 APRIL 1997
PAGINA 20
Clublied Binnen de Vereniging van Christelijke Studenten Amsterdam (VCSA) is hevige discussie ontstaan over de toevoeging van een nieuw couplet aan het bestaande verenigingslied. Het blad Rooksignalen van de VSCA volgt de ontwikkelingen op de voet. Zo valt te lezen dat de ledenvergadering in januari met twaalf stemmen voor en acht tegen akkoord ging met de toevoegmg van een vierde couplet. Dit zou nodig zijn omdat het bestaande lied vrij kort IS en werd geschreven m kennelijk pessimistische tijden. Zo luidt het eerste vers: Heen is de tijd van glone, trots en roem, Heen is de eeuw van de groei van onze bloem. Heen is de geest van Knol en Loof en Groen, 't Is alles opgegaan in Rook, die tijd van toen. Ene Jan componeerde het volgende nieuwe couplet: We waken trouw, het zwaard immer
Prof.dr. H.M. Kuitert: 'Drank moest in mijn studietijd bij de lielsdeuren worden weggeroofd.'
Bram de Hollander
WIJ waken fier, aan kracht nimmer tekort, We heffen trots het lied aan van de tijd.
'Ik leefde van melk en gebakken vis' De VU brengt niet de minsten der aarde voort. Ad Valvas niaal(t een rondgang langs tieroenidheden die ooit gesciiooid werden aan de Vrije Universiteit. Deze week: prof.dr. HJ. Kuitert. Hij studeerde aan de VU en was er tioogleraar aan de faculteit der godgeleerdheid. Hij is bekend geworden door zijn omstreden uitspraken. Marianne Hoek van Dijke Zijn laatste boekje, 'Aan God doen', dat uitkwam ter gelegenheid van de boekenweek, is inmiddels aan de derde druk toe. Prof. dr. H.J. Kuitert (72) IS een actief en succesvol schrijver, ook na zijn emeritaat als hoogleraar ethiek aan de v u m 1989. Bijna 45 jaar daarvoor was hij aan de Vrije Universiteit begonnen als student theologie. In september 1945 om precies te zijn. "Het was een tegenstrijdige tijd. Je stond bij nul en worstelde je
Geslaagd naar boven, zo beleefde ik het." Kuitert was de laatste twee oorlogsjaren ondergedoken geweest, om na z'n eindexamen gjTimasium aan de arbeidsdienst in Duitsland te ontkomen. Hij bracht die tijd grotendeels door in Utrecht met nog twee ondergedoken jongens. "Zolang de razzia's niet al te hevig waren, ging het heel aardig. We besloten alvast te gaan studeren, zodat we al wat gedaan hadden zodra we naar de universiteit zouden kminen. Een van ïie andere jongens was geïnteresseerd in theologie. Door hem ben ik boeken gaan lezen waarin heel wat anders stond dan de stomme dingen die ik thuis in de kerk gehoord had. Maar al met al was het natuurlijk een heel ingeperkt leven. Een jeugd zoals nu, met uitgaan of naar de bioscoop was er niet bij. Zeker niet toen we later de illegaliteit in gingen en in ons huis wapens bewaakten. We zijn toen een keer verraden en moesten vluchten. Daarna durfden we alleen nog maar tussen donker en spertijd naar buiten. D e bevrijding was een herademing." Kuitert vertrok naar Amsterdam en vond na wat omzwervingen een kamer aan de Amstel. Eindelijk een keer stromend water en lekker dicht bij het centrum. Hij was arm en moest zumig leven. "Ik leefde van melk en gebakken vis. Zo kon ik net een keer per week een paar borrels betalen op de
sociëteit. Er was trouwens niet veel drank toen. Dat moest bij de helsdeuren worden weggeroofd, bij de drankfabnek. Ik deed graag mee op de sociëteit, maar niet aan rotzooien, zoals vanaf de vierde etage naar beneden pissen of de piano naar buiten gooien. Een halve nacht praten vond ik prima." Het was moeilijk als student een geregeld leven op te bouwen terwijl alles in puin lag. College volgen, bijvoorbeeld. "Als ik bij mijn ouders in Den Haag was geweest, moest ik terugliften op maandag. Soms duurde het drie uur voor je een lift had en dan was je doodmoe als je in Amsterdam aankwam. Ik kwam daardoor vaak niet meer aan college volgen toe. D e hoogleraar had er niet zoveel waardering voor als ik hem dan een vraag stelde over een onderwerp dat hij de week ervoor uitgebreid had behandeld." Er waren min of meer twee groepen studenten. D e ene groep was vooral uit op lol maken en de andere groep leefde in diepe ernst. Kuitert behoorde tot een klein groepje studenten dat daar tussenin zat. "Zonder dat we allemaal dezelfde overlevingsstrategie volgden, hadden we wel dezelfde problemen met het verleden. We wilden niet meer terug naar de traditie, maar we waren onzeker over wie we moesten zijn en in welke context we iets konden zijn." M e t een aantal mensen uit die tijd heeft hij nog steeds contact. Niet in een georganiseerd verband, maar als mensen waarin hij iets herkent. "Als je ze ziet, weet je weer wat je deelde in die tijd. Herman Wiersinga, die gelijk met mij theologie ging studeren, is bijvoorbeeld met dezelfde vragen bezig: H o e ontworstel je je aan zekerheden waarvan je merkt dat ze geen zekerheden meer zijn? E n hoe maak je dat op een nette, duidelijke en niet al te provocerende manier weer aan anderen duidelijk?" Die vragen bleven voor Kuitert ook na zijn studie actueel, toen hij naar aanleiding van uitspraken over geloofszaken meerdere malen bij de gereformeerde synode op het matje werd geroepen. Ondanks de vervreemding van het kerkelijke establishment die dat bij hem teweeg bracht, is het knokken in de marge voor hem ge-
weest. Het plezier in zijn werk, eerst als dorpspredikant in Zeeland maar vooral als studentenpastor aan de UVA, stond voor hem centraal. "Het uiteenzetten van de clou van een moreel probleem, iets uideggen, onderzoeken waar geloof houdbaar was en waar het door de mand zakte. Daar heb ik altijd plezier aan beleefd." Vooral aan het einde van de jaren zestig, met de summer of love en alles eromheen denkt hij met veel plezier terug. "Ik herinner me dat ik een keer in de Keizersgrachtkerk preekte over 'Eens komt de grote zomer'. D e hele kerk ging uit z'n dak en ik ook. Heerlijke tijden waren dat." Hierna was hij van 1967 tot 1989 hoogleraar ethiek en inleiding in de dogmatiek aan de vu. Een periode waarin hij het als zijn roeping zag om een onafhankelijke mening te verkondigen over zijn vakgebied. Ook in die periode veroorzaakte hij geregeld schokeffecten in kerk en samenleving. Inmiddels heeft Kuitert besloten
zwijgzamer te worden. Over ethiek schrijft hij niet meer en spreekt hij nog maar zelden, dat laat hij aan de generaties na hem over. Over de theologie schrijft hij nog wel. Deels om zijn opgestapelde ervaring op schrift te stellen, deels uit studiezin. Hij wil zich nu als laatste nog op de christologie werpen. "Dan is het klaar. Je moet een keer van ophouden weten, de genade krijgen te kunnen stoppen je ermee te bemoeien. Ik ben daar niet meer voor." Wat hij dan gaat doen weet hij nog niet zo goed. "Ik zie wel eens oudere, gebruinde heren met elkaar staan praten en dan hoop ik bij God dat ik niet zo op straat zal eindigen. Spitten m de tuin, daar geniet ik geweldig van als verpozing, maar dat zie ik mezelf niet drie maanden achter elkaar doen. Ik zal mezelf in ieder geval dwingen om te stoppen."
De tijd die nu gekomen is van waardigheid. Maar onder aanvoering van Mario wordt de nodige oppositie gevoerd. De kritiek betreft vooral de laatste zin. "Het woord waardigheid klinkt als een knakworst bij een kop koffie; het sluit niet aan bij de rest van het lied en roept meer vragen op dan antwoorden", schrijft Mario. Hij weet te bewerkstelligen dat de ledenvergadering het eerder genomen besluit intrekt, maar daarmee is de discussie natuurlijk niet afgelopen. D e zaak is inmiddels echter zo gecompliceerd geworden dat de leden er niet meer uitkomen. De voor de hand liggende oplossing is dan natuurlijk het instellen van een commissie. En die commissie organiseert 15 mei aanstaande een heuse discussieavond. Mario heeft alvast wat voorbereidend werk gedaan en een nieuwe slotzin gecomponeerd. Zijn voorstel luidt: Wij heffen trots het lied aan in de tijd Waann we samen staan voor meer betrokkenheid. BLADLUIS
SONNET Theodor Holman The House of Orange "Dus Hare Majesteit, de Koningin is eigenlijk een Engelse vorstin? Is zij, zeg maar, een soort van Lady Di? Of is die vergelijking minder fraai?" "Zij heeft de Britse Nationaliteit. Raakt zij haar Nederlanderschap plots kwijt, dan heeft zij nog een mooi reserveland waar zij terecht kan als een Vrouw van stand." "Kan het Wilhelmus worden aangepast? Dat 'Duitschen bloed' bezorgt mij wel eens last. Is er niet ergens een Engelse opa?" "Beatrix' bloed is Engels, Duits en Blauw. Dus vanzelfsprekend is zij daaraan trouw. Beatrix: Koningin van heel Europa!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's