Ad Valvas 1996-1997 - pagina 381
AD VALVAS 20 FEBRU ARI 1997
PAGINA 5
Studenten geven een zesje voor hun begeleiding 'Studiebegeleiders moeten meer aandacht geven aan heel goede studenten' Vorige week verscheen het verslag 'Studiebegeleiding: meer dan een vangnet', waarin de ruim veertig studieadviseurs die de VU rijk is, aan het woord komen over hun werk en de daarbij behorende problemen. Er blijken grote verschillen tussen de faculteiten te bestaan. In Ad Valvas een reactie van studenten en een nadere kennismaking met het werk van twee begeleiders.
Dirk de Hoog "Studenten aan de vu geven maar net een zesje voor hoe de studiebegelei ding functioneert, terwijl de vu als geheel een zeventje krijgt. Er valt dus nog een hoop te verbeteren op dit punt", zegt Foka Eekhof. De studente medicijnen zit voor de progressieve studenten in de universiteitsraad en haalt cijfers aan uit een vorig jaar op de universiteit gehouden onderzoek onder studenten. Ze gooit er meer cij fers tegenaan. "Uit recente gegevens van de minister blijkt dat maar één op de drie studenten een diploma haalt in de richting waaraan hij of zij ooit is begonnen. Voor de vu zullen die cij fers niet veel anders liggen. Zo haalt hier maar de helft van de studenten in twee jaar de propedeuse. De minister heeft dan ook gezegd dat het verbete ren van de studiebegeleiding een pno nteit moet zijn bij de verbetering van de studeerbaarheid." Eén van de din gen die volgens haar kan verbeteren is dat de studiebegeleiders meer betrok ken worden bij de evaluatie en plan ning van het onderwijs. "Zij weten meestal uit de praktijk waar de knel punten liggen. Ik denk dat de com municatie tussen docenten en begelei
Riekje Stuut
lllustratie: Aad Meijer
ders nog erg kan verbeteren. Ze zou den ook meer invloed in de oplei dingscommissies moeten hebben." Studente psychologie Marieke van Vliet houdt zich bij de studentenvak bond SRV U bezig met studiebegelei ding. "V anwege de prestatiebeurs moet je tegenwoordig binnen zes jaar een diploma halen, anders moet je de
beurs terugbetalen. Dus er staan voor studenten grote belangen op het spel." Haar ervaring is dat lang niet alle studiebegeleiders goed op de hoogte zijn van de geldende regels. "Ik denk dat wat de prestatiebeurs precies inhoudt nog lang niet bij alle begeleiders is doorgedrongen." Ze heeft de indruk dat ook op andere
(Econo m ie):
Ame Mast
^Studenten koman te laat naar mij toe' t T V / ^ hebben het eigenlijk altijd druk", zegt W Riekje Stuut. Ze werkt fulltime als stu dieadviseur bij de faculteit economie. Samen met haar collega, die drie dagen in de week aan begeleiding besteedt, heeft ze circa driedui zend studenten onder haar hoede. "Statistisch betekent dit dat we één keer m de vijf jaar met iedere student een gesprek zouden kurmen voeren", haalt Stuut het vorige week versche nen onderzoek naar het functioneren van stu diebegeleiders aan. "Maar zo werkt het niet m de praktijk. Een heleboel studenten zie je nooit en met anderen voer je misschien wel tien keer een gesprek." Voor ze hier zo'n vijf jaar geleden kwam wer ken, was er minder tijd beschikbaar voor stu diebegeleiding. "Er was eigenlijk alleen tijd voor een inloopspreekuur en studenten die zelf een afspraak maakten. Nu proberen we zeker in het eerste jaar actiever achter studenten aan te zitten als ze vertraging dreigen op te lopen door ze uit te nodigen langs te komen. Dat doen we sinds kort ook bij tweede en oudere jaars, want door de prestatiebeurs moeten ook de ouderejaars goed op him tijdsplanning let ten", aldus Stuut. "Eigenlijk zouden we er een formatieplaats bij moeten hebben om echt te kunnen doen wat we willen." Eén van de din gen die haar opvalt, is dat studenten te laat bij haar komen. "Tegen de zomer merken ze dat ze te wemig punten hebben gehaald. Dan heb ben we ze vaak al eerder een bnefje gestuurd, maar ze denken dat het zo'n vaart niet zal lopen. En dan is het te laat. Eigenlijk zou je al in januari een redelijk overzicht moeten heb ben, want studenten kunnen zonder grote con sequenties voor 1 februari htm studie staken." Stuut beaamt aan een kleine groep probleem studenten helemaal niet toe te komen. "Dat zijn vaak ouderejaars die, om wat voor reden dan ook, een tijdje nagenoeg niets doen en thuis blijven zitten. Ook al stuur je ze een bnefje om langs te komen, dan nog laten ze mets van zich horen. Maar hoe ver moet je gaan met een helpend handje blijven geven?" Ovengens zijn de twee studieadvieurs niet de enigen die begeleiding bieden. In het begin van de studie bestaan er mentorgroepjes waar stu denten vnjwillig aan mee kunnen doen. Stuut zou graag zien dat die groepjes een verplicht
gebieden de kennis van de adviseurs soms tekort schiet. "Het gaat daarbij om zaken als elders bijvakken lopen of vrijstellingen krijgen voor bepaalde vakken." Ze weet niet of die proble men bestaan doordat sommige bege leiders slecht geïnformeerd zijn of doordat ze het veel te druk hebben. "Het valt me op dat de beschikbare
(Scheikunde);
even over de ¥oortgaiig 9illltfCr£6il
J> Foto's Peter Welters - AVC/VU
onderdeel van het programma worden. "V oor veel studenten is het zinvol om zich te trainen in studievaardigheden. Ze hebben op school geleerd de stof in kleine brokjes te krijgen, maar nu moeten ze een paar boeken tegelijk bestuderen zonder gek te worden. Plarming en hoofd en bijzaken uit elkaar houden, dat zijn de grootste problemen. Dat kunnen ze in zo'n groepje prima leren en bovendien lopen ze minder het risico wat verloren rond te lopen. Het is jammer dat het mentoraat vrijwillig is, want je kunt er veel leren en degenen die het volgen waarderen het ook." Overigens houden de begeleiders zich niet alleen bezig met zaken als het halen van genoeg punten voor een beurs. Studenten kun nen er ook terecht voor allerlei informatie over bijvoorbeeld keuzevakken en mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Stuut zou meer ondersteu nmg willen in de vorm van scholing, snellere informatie over veranderingen in regels en mogelijkheden voor het oplossing voor opdui kende problemen. "Ik merk bijvoorbeeld dat vrij veel buitenlandse studenten ondanks dat ze de voorbereidende cursussen hebben gevolgd toch taalproblemen houden. Dan komen ze hier omdat hun werkstuk vanwege het slechte Nederlands is afgekeurd. V oor die groep zou er eigenlijk een cursus moeten komen. Nu help ik ze zelf wel eens als het om een bnef aan bij voorbeeld de examencommissie gaat." (DdH) <'ii>.t',«>• A'.C^.t'A' i >tf>' i i- » O > >' i t.t
i O tudenten moeten hier een prettige tijd Ohebben", vat Ame Mast zijn onderwijsfi losofie samen. Hij heeft op de faculteit schei kunde van alles gedaan en is inmiddels ruim een jaar belast met de coördinatie van het onderwijs, voorlichting en studiebegeleiding. "Die taken zijn niet zo scherp gescheiden. Dat is misschien het voordeel van een kleme facul teit. We hebben in totaal zo'n driehonderd stu denten, van wie er ongeveer vijftig m het eerste jaar zitten." Behalve dat de faculteit klein is, vindt Mast het ook een voordeel dat er een intensief onder wijsprogramma bestaat. "De studenten zijn hier bijna vijf volle dagen per week aanwezig. Ik zeg wel eens dat ze hier een beetje wonen. Daardoor kent iedereen elkaar. Dat geldt ook voor de docenten. Hier is het nog gewoon dat een docent het me meldt als een student een paar keer niet op college is verschenen. Dan bel ik die student op om te vragen wat er aan de hand is." Overigens is het niet in de eerste plaats Mast zelf die de studenten in de gaten houdt. "We hebben hier een tutorsysteem. Dat houdt in dat aio's een groepje studenten onder hun hoede nemen en regelmatig over de studie praten. "Dat gaat zeker niet alleen over moei lijkheden en problemen. Ik zeg altijd dat het goed is nu en dan even over de voortgang van de studie te smoezen. Gaat het lekker? Wat kan beter? Waar liggen de problemen? Als er dan echt wat aan de hand is, een grote achter stand of privéproblemen, kurmen de studenten altijd nog naar mij toe komen." Het systeem van de tutoren loopt door tot en met het derde jaar. Dan nemen docenten die het onderwijs coördineren in de verschillende vakgroepen de begeleiding over. Mast IS erg te spreken over de uitgangspunten van het begeleidmgssysteem bij Scheikunde, maar het kan nog beter. "Toen ik aan deze taak begon, wist ik eigenlijk niet zo goed wat ik moest doen. Er was weinig vastgelegd van wat van mij en van de tutoren verwacht werd. We willen verder gaan professionaliseren. Dat pro beren we door onder meer een facultair bege t.<»<t^i£t.i.i.tXji^J!.i\ii:f'X''.<\<S.
formatieruimte per student ontzettend verschilt per faculteit en ook dat de functieomschrijvingen erg verschillen. Ik denk dat op sommige plekken, zoals bij ons op de faculteit, gewoon te weinig menskracht beschikbaar is voor studiebegeleiding." En wat haar betreft zouden er zelfs nog wel wat taken bij kunnen komen. "Behalve voor de studenten met pro blemen zou ook meer aandacht moe ten komen voor juist de heel goede studenten. Die moet je stimuleren om extra dingen, of zelfs een tweede stu die te gaan doen. Maar daarvoor moet je veel uitzoeken hoe het zit met aller lei studieroosters. Daar zouden bege leiders ook tijd voor moeten hebben." Ook Kune Burgers, die voor de kies vereniging Vuso/vuCorps in de uni versiteitsraad zit, denkt dat studenten niet zo bijster tevreden zijn over de begeleiding. "Ik hoor nog wel eens zeggen: 'Bestaat dat dan aan de vu?'", reageert hij. Zelf is hij erg tevreden over hoe de rechtenfaculteit, waar hij studeert, mentoren inzet m het eerste jaar om te leren studeren. "Met elkaar bereid je een vak voor, dat is heel leer zaam." Hij vmdt dat de universiteit een grote verantwoordelijkheid heeft om vooral beginnende studenten goed op weg te helpen. "Je moet ze op het juiste spoor zetten, want vaak zijn ze nog jong en onbezonnen." Maar hij vindt dat ook de studenten zelf een verantwoordelijkheid hebben. "Dat hebben we bij het vuCorps zelf ook ingezien. Daarom krijgen alle nieuwe leden een ouderejaars uit dezelfde stu dierichting toegewezen als mentor. Die moet erop toezien dat er op tijd wordt gestudeerd en hij of zij kan die nen als een praatpaal bij problemen. Misschien moeten andere studenten verenigingen dit voorbeeld maar vol gen."
leidingsplan op te stellen, taakomschrijvingen te maken en uit te rekenen hoeveel tijd daar voor nodig is. Ook willen we de tutoren scho ling geven in bijvoorbeeld gesprekstechnieken." Hij vindt begeleiding van studenten een belangrijke taak van de faculteit. "Je moet ze natuurlijk niet eindeloos in de watten leggen, maar ik zie beginnende studenten als zesdeklas vwoleerlingen met een ovjaarkaart, en dat bedoel ik niet denigrerend, maar in de zin van dat je ze als faculteit moet begeleiden in het omschakelingsproces van scholier naar zelfstan dig academicus. Daar moet je ze de ruimte en tijd voor geven." Mast ziet dat zeker niet als een luxevoorziening. "V olgens mij komt het de kwaliteit van de opleiding ten goede als je pro beert studenten niet alleen een nuttige en zin volle tijd te geven, maar het ook aangenaam en prettig te maken, zodat studenten zich lekker in hun vel voelen zitten. Je hoopt dat ze daar door enthousiaster worden en gegrepen raken door het vak. Daarom proberen we studenten ook bij bijna alle zaken op de faculteit te betrekken." Mast vindt het ook belangrijk dat allerlei zaken die via de algemene begeleiding naar boven komen, worden teruggekoppeld naar het onderwijsprogramma zelf. "We heb ben vong jaar onze eerste eigen facultaire onderwijsdag gehad over de studeerbaarheid van het programma", vertelt hij met enige trots. (DdHJ
Wiy' • i l l
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's