Ad Valvas 1996-1997 - pagina 544
AD VALVAS 1 MEI 1997
PAGINA 10
Het rommelt bij milieuwetenschappen
x# %
te
Verwachte studenteninstroom blijft uit Zes jaar geleden werden de bovenbouwopleidingen milieuwetenschappen voor bèta's nog gezien als dé methode om studenten te trekken en het interdisciplinair onderwijs te stimuleren. Maar de studenten komen niet 'en masse' en een gezamenlijke aanpak van het onderwijs blijkt moeilijk. De natuurkundigen besloten onlangs tot opheffing van de opleiding en de biologen en geologen zoeken naarstig naar een oplossing voor de organisatorische problemen.
Martine Zuidweg Met ingang van 1 september aanstaande kunnen studenten natuurkunde zich niet meer voor de opleiding milieuwetenschappen inschrijven. In een brief aan het college van bestuur wijst het faculteitsbestuur erop dat milieuwetenschappen natuurkunde niet tot de verwachte stijging van de studenteninstroom heeft geleid. Sinds het begin van de opleiding in 1991 hebben zich dertien studenten aangemeld. In 1995 was het er één. "Dit betekent dat de inspanningen die de opleiding met zich meebrengt inmiddels niet meer in verhouding staan tot de 'opbrengsten', zo meldt het bestuur van natuurkunde. Volgens onderwijscoördinator dr. W. Sterrenburg vonden studenten de opleiding te soft. "Studenten zagen milieuwetenschappen als een soort tweederangsopleiding: niet als harde natuurkunde, maar als toegepaste natuurkunde. Onterecht overigens. Er zaten weliswaar vakken bij als milieu en beleid, maar we hebben erop gelet dat er voldoende wiskunde en natuurkunde in het programma zat. We hebben de opleiding ook gepresenteerd als een harde opleiding, met de nadruk op fysica. Maar de voorlichting heeft ook niet opgeleverd wat we wilden." Niet alleen bleven de studenten weg, het interdisciplinaire karakter van de opleiding kwam ook niet goed van de grond, zegt Sterrenburg. "Het programmeren bleek in de praktijk heel ingewikkeld. Er waren vooral problemen met de afstemming, want we moesten rekening houden met roosters van andere faculteiten." Het overleg tussen de faculteiten stuitte volgens Sterrenburg vaak op de muur die de verschillende opleidingscommissies
Milieuwetenschappen is geen populaire studie AVC
W^'ï^dM^^m^^MkMê om zich heen hadden gebouwd. De facultaire commissie die in 1995 het onderwijs van milieuwetenschappen natuurkunde beoordeelde, was dan ook niet te spreken over de opleiding. Ze gaf het faculteitsbestuur het advies de bovenbouwopleiding stop te zetten. De natuurkundefaculteit neemt nu voortaan genoegen met een afstudeerrichting milieufysica.
Som De biologen en de aardwetenschappers, die samen een opleiding milieuwetenschappen verzorgen, geven het niet zo snel op. Ook die opleiding kent problemen, maar de biologen hebben het initiatief genomen om daar wat aan te doen. Ze hebben recent een commissie ingesteld die zich over de toekomst van milieuwetenschappen zal buigen. Het Studenten Overleg Milieuwetenschappen (SOM) heeft zijn mening al te kennen gegeven. In zijn publicatie "Deze tijd vraagt toch om milieuwetenschappen...?" pleit het overleg voor de instandhouding van de oplei-
Telemarketeers Studenten gezocht voor een marketingburo in Amsterdam. Je werkt min. 2 avonden per week (werktijden 17.30-21.30). Je krijgt een uitgebreide opleiding en continue begeleiding van het bedrijf. De sfeer is open, eerlijk en gezellig. Een maaltijd wordt (tegen inkoopsprijs) ter beschikking gesteld. Goede bijverdiensten! Interesse? Bel dan vr na 10.00 uur,
Manpower WTC 020-6625626.
O MANPOWER UITZENDORGANISATIE
You can measure the difference.
ding in de huidige vorm. Inhoudelijk is er niets mis met de studie milieuwetenschappen, zegt vierdejaars Hester Nentenaar. "De dubbele inbreng vanuit zowel aardwetenschappen als biologie heeft duidelijk een meerwaarde." Haar studiegenote Marjolijn Haasnoot knikt. Vooral nu Haasnoot stage loopt, merkt ze hoe belangrijk het is om zowel kennis te hebben van geologie als van biologie. "Ze gaan er op het stageadres sowieso vanuit dat je van beide vakgebieden weet hebt." Maar dat milieuwetenschappen aardwetenschappen/biologie met organisatieproblemen kampt, staat voor de studenten buiten kijf. De studenten hebben weinig eigen colleges: de meeste colleges volgen ze, samen met de reguliere studenten, bij biologie en bij aardwetenschappen. De onderlinge afstemming van beide faculteiten is echter uiterst beroerd. Tweedejaars Ronald Vemimmen had bijvoorbeeld eerder dit studiejaar een college biologie en een college aardwetenschappen op precies hetzelfde tijdstip. Vemimmen: "Aardwetenschappen weigerde om het college te verschuiven." Nentenaar, die als ouderejaars al vaker met dubbel ingeroosterde vakken te maken heeft gehad, vult aan: "Ze willen meestal geen van beide water bij de wijn doen, of kunnen dat niet." Nu de biologiefaculteit onlangs het rooster van de biologen heeft omgegooid, zonder de milieuwetenschappers daar tijdig van op de hoogte te stellen, zal die afstemming er niet beter op worden. Docenten zouden de cursussen twee keer kunnen geven, maar Haasnoot weet: "Docenten hebben daar helemaal geen zin in." Op dit moment kent de studie wel een milieucoördinator, maar dat is een aardwetenschapper en volgens de studenten is dat te merken. "Hij heeft het op zich goed voor met de milieuwetenschappers, maar de faculteit verwacht van hem dat hij rekening houdt met de wensen van aardwetenschappen", zegt Haasnoot. Het Studenten Overleg Milieuwetenschappen ziet meer in de aanstelling van twee tussenpersonen, een van biologie en een van aardwetenschappen, die als brug kunnen fungeren tussen beide studies. In het rapport gaat het studentenoverleg daar gedetailleerd op in. De tussenpersonen zouden kennis moeten hebben van de roosters van beide faculteiten, zodat het studieprogramma in ieder geval te volgen is. Ook kunnen ze fungeren als vraagbaak voor studenten. "Tevens zouden zij kunnen onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om 'echte' milieucursus-
z e i I s c h ooI
sen te creëren, waarin docenten aardwetenschappen en biologie en eventueel scheikunde met elkaar samenwerken", zo luidt het advies van het studentenoverleg. De afgelopen maanden deden geruchten de ronde dat de faculteitsbesturen van aardwetenschappen en biologie een eigen oplossing opperden voor de problemen: opheffing van de opleiding milieuwetenschappen. Er kwam een plan op tafel om een milieuvariant als afstudeerrichting onder te brengen bij aardwetenschappen, zodat er geen afstemmingsproblemen meer zouden zijn. Het moest voor studenten met een biologiepropedeuse wel mogelijk blijven om die milieurichting te gaan doen, stelden de biologen. Maar dan zijn wij niet van plan om de organisatorische kar alleen te trekken, luidde het antwoord van de geologen, waarmee het plan weer van tafel verdween. De studenten willen niet dat hun opleiding bij aardwetenschappen wordt ondergebracht. Nentenaar: "Wij zijn bang dat de biologievakken dan op de tweede plaats zullen komen." Haasnoot: "We merken nu al dat docenten aardwetenschappen niet altijd weten wat de biologievakken inhouden. Dus schrappen ze die vakken gemakkelijker uit het programma."
Haalbaarheid Meer eigen milieuvakken, dat zouden de studenten willen. En volgens onderwijscoördinator dr. K. Kits van biologie zal de pas opgerichte commissie de haalbaarheid van zo'n apart vakkenpakket voor milieuwetenschappers onderzoeken. "Zodat de studie meer een eigen gezicht kan krijgen", aldus Kits. Een eigen programma voor de milieuwetenschappers zou ook een einde moeten maken aan de organisatorische problemen. Kits: "Die problemen ontstaan doordat je je moet voegen naar het rooster van de andere opleiding. Met een eigen programma kun je dat ondervangen." Volgens Kits melden zich voldoende studenten om de opleiding te laten voortbestaan. Maar met een nieuw onderwijsprogramma hopen de beide faculteiten wel op een toename van het aantal studenten. "We hebben er nu zo'n twintig en we vinden dat het er wel meer mogen zijn." Scheikunde heeft ook een opleiding milieuwetenschappen, waar zich het afgelopen jaar drie studenten voor inschreven. Het jaar ervoor waren het er zes. Toch gaat scheikunde er voorlopig mee door. Elke student is meegenomen, zo redeneren de scheikundigen. Ze zorgen er wel voor dat de
opleiding niet te veel extra kost, want dat is niet lucratief met zo'n klein groepje studenten. Zo ziet het tweede jaar van de milieuwetenschappers er op elf studiepunten na precies hetzelfde uit als die van de overige scheikundigen. Het derde en het vierde jaar volgen de scheikundigen verplicht vakken bij aardwetenschappen en biologie. Een door scheikunde ontwikkeld programma met eigen vakken voor de milieuwetenschappers is er niet. Daar voelen de scheikundigen ook niet veel voor. "Het moet een interdisciplinair vak blijven, waarbij de student weliswaar specialist m de milieuchemie blijft, maar ook colleges volgt bij andere faculteiten. Het gaat erom dat onze mensen basiskennis uit die andere vakgebieden hebben, zodat ze met hun toekomstige collega's kunnen praten", aldus dr. J. van 't Riet van scheikunde. Ook hij wijst op problemen bij de afstemming van roosters tussen de faculteiten. Volgens drs. M. Tromp Meesters van het Instituut voor Milieuvraagstukken (rvM), betrokken bij het milieuonderwijs aan de bèta's, is er van de zijde van studenten juist "ontzettend veel belangstelling" voor milieuwetenschappen. Dat ze niet in groten getale komen opdagen, is volgens haar vooral een zaak van onvoldoende voorlichting en public relations. "De opleiding alleen opzetten en er vervolgens geen ruchtbaarheid aan geven, is niet voldoende. Zo kan ze geen wervende functie hebben." Het IVM, de decanen van de betrokken bètafaculteiten en portefeuillehouder onderwijs prof.dr. E. Boeker van het college van bestuur voeren op dit moment overleg over de toekomst van milieuwetenschappen aan de vu. Volgens Boeker, de geestelijke vader van de opleidingen milieuwetenschappen bij de bèta's, is de uitkomst van dat overleg nog onduidelijk. Het is naar zijn mening geen oplossing om alle milieuwetenschappers bij elkaar te stoppen en één opleiding milieuwetenschappen te creëren. De studenten moeten hun basis in een van de bètastudies houden, vindt hij. "Anders daalt het niveau en verwateren de eindtermen. Je wilt toch wel graag dat mensen na afloop een baan vinden." Het studentenoverleg weet wel wat er moet gebeuren. Volgens Haasnoot moeten de afzonderlijke faculteiten minder dan nu op hun eigen belang gespitst zijn. "Ze moeten leren denken: "Wat is het beste voor milieuwetenschappen?"
VERHUUR POLYVALKEN in Akkrum (Fr.) Afhaalservice station, groepskortingen Tel: 0566-631392
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's