Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 613

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 613

11 minuten leestijd

AD VALVAS 5 JUNI 1 9 9 7

PAGINA 7

En nu dan een baan

Kinderen van Surinamers in Amsterdam zijn hoger opgeleid dan hun leeftijdsgenoten met Nederlandse ouders. Toch zijn ze vaker werkloos. Dit blijkt uit een onderzoek waarop Anja van Heelsum op 3 juni aan de VU promoveerde. "De resultaten zijn verrassend", zegt ze zelf. "Van Surinamers werd tot nu toe aangenomen dat ze een achterstandspositie hadden, maar blijkbaar brengt de tweede generatie daar snel verandering in."

Als de afstudeerfestiviteiten achter de rug zijn, slaat de paniek bij veel doctorandi toe. Wat kunnen ze eigenlijk, en hoe vinden ze een baan? Hadewych Hazelzet, ex-studente politicologie, doet verslag van haar bevindingen op de arbeidsmarlit. Deze week deel vijftien: de leer of het leven. Dr. Anja van Heelsum: 'Surinamers weten dat de situatie in Nederland niet gemakkelijk is en dat een stevige opleiding onontbeerlijk is voor een goede toekomst.' Peter Wolters AVC/VU

Positie tweede generatie Amsterdamse Surinamers vrij goed Jongeren halen door hoge opleiding achterstand in Dirk de Hoog "Kloppen die gegevens wel?", vroegen collega's van Anja van Heelsum toen uit haar promotieonderzoek bleek dat de tweede generatie Surinamers in Amsterdam gemiddeld hoger is opgeleid dan hun autochtone Amsterdamse leeftijdsgenoten. De sociaal psychologe hield in 1991 een enquête onder zo'n driehonderd mensen in Amsterdam tussen de 15 en 35 jaar met minimaal één in Suriname geboren ouder. Dinsdag 3 juni promoveerde Van Heelsum bij de faculteit Sociaal Culturele Wetenschappen van de vu op de resultaten. Van degenen die een opleiding hebben afgerond, heeft 46 procent minimaal een havodiploma. Van degenen die nog leren of studeren, ongeveer de helft van de geïnterviewden, doet 23 procent dat aan een universiteit, 14 procent volgt een hbo-opleidmg en 17 procent zit op de havo of het vwo. "Deze uitkomst is opmerkelijk. De onderzochte groep heeft niet alleen een hoger opleidingsniveau dan de eerste generatie Surinamers, maar doet het ook beter dan autochtone Amsterdamse leeftijdsgenoten", zegt Van Heelsum. Voor het resultaat heeft ze wel een verklaring. "De eerste groep Surinaamse migranten bestond gedeeltelijk uit kinderen van de Surinaamse maatschappelijke elite die in Nederland kwamen studeren. Veel van hen zijn hier getrouwd en gebleven. Hun kinderen vormen voor een deel de door mij onderzochte tweede generatie. Als hun ouders hoog zijn opgeleid, is het niet zo vreemd dat zijzelf dat ook zijn." Ze voegt eraan toe dat helaas niet naar het opleidingsniveau van de ouders is gevraagd. Het onderzoek heeft dus geen gegevens opgeleverd om deze verklaring te toetsen. "Een groot deel van de tweede generatie Surinamers is jonger dan vijftien jaar. Die hebben niet aan dit onderzoek meegedaan. Ik denk dat bij die groep het opleidingsniveau lager zal zijn dan in de nu onderzochte groep en meer in de buurt van het Amsterdamse gemiddelde zal liggen", zegt Van Heelsum. Ze baseert deze verwachting op het feit dat rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 veel mensen naar Nederland zijn verhuisd. Die groep is een meer gemiddelde doorsnee van de Surinaamse gemeen-

schap dan de eerdere immigranten. Mogelijk is het grote aantal kinderen met één Surinaamse en één Hollandse ouder, namelijk 39 procent, mede van invloed op de onderzoeksresultaten. Dit betreft vooral de wat oudere groep tweede generatie Surinamers. "Dat lijkt het beeld te bevestigen dat het hier vooral ging om mensen die op vrij jonge leeftijd in hun eentje naar Nederland kwamen om te gaan studeren. Die vonden hier een huwelijkspartner en zijn gebleven. De latere groep migranten was vaak al in Suriname getrouwd." Een andere reden waarom het opleidingsniveau zo hoog ligt, IS volgens Van Heelsum het sterke belang dat in Surinaamse kringen aan een goede opleiding wordt gehecht. "Ze weten dat de situatie in Nederland niet gemakkelijk is en dat een stevige opleiding onontbeerlijk is voor een goede toekomst. De kinderen worden dan ook erg gestimuleerd om door te leren."

Vertekening Van Heelsum sluit ook niet uit dat er een vertekening in haar steekproef is opgetreden. "We hebben een respons gekregen van 58 procent. Daar waren minder werklozen onder dan we verwacht hadden. Uit ander onderzoek is bekend dat laagopgeleiden en werklozen minder bereid zijn aan enquêtes mee te werken. Ze zijn soms bang dat ze via het onderzoek worden gecontroleerd door de overheid of hebben gewoon geen zin hun verhaal te vertellen. Dus ik vermoed dat er een ondervertegenwoordiging van de lager opgeleiden en werklozen in het onderzoek zit." Volgens de onderzoeksgegevens is situatie op de arbeidsmarkt voor de tweede generatie Surinamers slechter dan voor hun autochtone leeftijdsgenoten. Onder de tweede generatie Sunnamers is het werkloosheidspercentage 21. Bij de autochtone Amsterdammers in dezelfde leeftijdscategorie is dat 16 procent. Maar bij de eerste generatie Surinamers is het zelfs 45 procent. "Ik denk dat er sprake is van discnminatie op de arbeidsmarkt. Want hoe is anders dat verschil van 5 procent in het werkloosheidscijfer te verklaren? Deze groep Surinamers is hoog opgeleid, spreekt behoorlijk Nederlands en is over het algemeen goed ingeburgerd in de Nederlandse

maatschappij", stelt Van Heelsum. De ondervraagden reppen zelf ook over een ongelijke behandeling. Op de vraag 'Ik voel me wel eens gediscrimineerd door Hollanders' antwoordt 57 procent met 'ja'. Eén op de vijf ondervraagden zegt op de arbeidsmarkt last te hebben van discriminatie. Slecht 29 procent denkt dezelfde kansen op promotie te hebben als autochtone collega's. Van de scholieren vindt maar 14 procent dat hij of zij net zo als autochtonen behandeld wordt en 32 procent antwoordt 'ja' op de vraag of op school wel eens negatief over Surinamers wordt gesproken. De huisvestingssituatie van de onder-

'Jongeren staan zeker niet negatief tegenover elementen uit de Surinaamse cultuur. Daarbij vinden ze hechte familierelaties belangrijk' zochte groep is gunstig. Bij een kwaliteitsverdeling van laag, middelmatig en hoog wat huisvesting betreft, scoort ongeveer de helft hoog en de andere helft middelmatig. Bijna de helft, 42 procent, woont in de negentiende eeuwse wijken, zoals Oost en De Pijp. In Zuid-Oost woont zo'n 19 procent, evenveel als in de beter bekendstaande buurten als Centrum, Buitenveldert en Zuid. En nog eens 20 procent woont m wijken als Nieuw-West, Noord en Watergraafsmeer. De tweede generatie voelt zich in afiiemende mate emisch-cultureel 'Surinamer'. Op de vraag 'Tot welke bevolkingsgroep rekent u zichzelf antwoordt 41,5 procent 'Nederlands', net iets meer dan 'Surinaams' of een specifieke bevolkingsgroep als 'Creools' of 'Hindoestaans'. Veel ondervraagden zeggen zich wel betrokken te voelen bij de Surinaamse gemeenschap in Nederland, maar zichzelf meer Nederlander dan Surinamer te voelen. Ook blijken de respondenten door de bank genomen

weinig contact te hebben met mensen in Suriname. Degenen met twee in Suriname geboren ouders hebben een sterker Surmaams zelfbeeld dan degenen uit een gemengd huwelijk. Opvallend is ook dat de jongeren in het onderzoek zich meer Surinaams voelen dan de wat ouderen. "De tweede generatie associeert 'Surinamer zijn' met hun ouders", zegt Van Heelsum. Ze voegt eraan toe dat de verschillende bevolkmgsgroepen, zoals Creool, Chinees of Hindoestaan, de tweede generatie nog minder zeggen. Toch staan de jongeren volgens- de onderzoekster zeker niet negatief tegenover elementen uit de Surinaamse cultuur. Daarbij vmden ze hechte familierelaties belangrijk. Nederlanders daarentegen vinden ze vaak koud en zakelijk. De vraag of de integratie van de tweede generatie Surinamers is voltooid en geslaagd, vindt Van Heelsum niet eenduidig te beantwoorden. Dat van de samenwonende respondenten 64 procent een Nederlandse partner heeft en slecht 18 procent een Surinaamse wijst volgens haar wel in die richting. "Integratie heeft een aantal aspecten. Deze groep heeft qua onderwijsniveau geen achterstand en waarschijnlijk wat taal betreft ook niet. Maar op de arbeidsmarkt komen ze duidelijk minder aan bod. Daar hgt dus een probleem dat aangepakt moet worden. Waarschijnlijk heeft dat met discriminatie te maken. Niet in een harde vorm van op straat in elkaar geslagen worden bijvoorbeeld, maar wel dat werkgevers betwijfelen of de betrokkene wel in het team past en dergelijk moeilijk grijpbare redeneringen. Voor deze groep zou het minderhedenbeleid wel eens vooral kunnen draaien om het tegengaan van discriminatie in plaats van het wegwerken van vermeende achterstanden", aldus Van Heelsum. Ze onderstreept dat het nog maar de vraag is of de resultaten van de tweede generatie Surinamers die nu nog op school zitten even goed zullen zijn als die van de nu onderzochte groep. "Het zou interessant zijn als iemand over een paar jaar nog eens zo'n onderzoek doet. Dan kunnen de ontwikkelingen over een langere termijn in kaart worden gebracht." A J van Heelsum De etnisch^ïulturele positie van de tvi'eede generatie Surinamers, uitgeverij Het Spinhuis, Amsterdam 1997, ƒ32,50, ISBN 9055890901

Hadewych Hazelzet "Ik dacht ik haal het uit de boeken. Ik dacht tk vecht me vnj. Ik dacht dat ik het ver moest zoeken. Misschien ligt het wel heel dichtbij." (Freek de Jonge) Tijdens mijn studie spitte ik grote hoeveelheden boeken en rapporten door vol theorieën over hoe de wereld volgens geleerden in elkaar stak. Tussendoor probeerde ik zelf zoveel mogelijk van het leven en de wereld te ervaren. Ik pakte vaak mijn koffer uit en weer in. Eenmaal thuis constateerde ik keer op keer dat ik nóg zoveel boeken kon lezen, het waren de mensen die mijn pad kruisten waar ik het meest van leerde, de mensen die ik miste, de mensen die indruk op me maakten. Meer dan de boeken. Toch moest ik telkens weer op reis om me deze constatering te herinneren. Na mijn studie te hebben afgerond, ging ik vol enthousiasme aan het werk. Al snel miste ik echter de theoretische diepgang. Ik miste mijn boeken. Ook al ontmoette ik nog zoveel interessante mensen. Toen herinnerde ik me dat in het buitenland de mensen met de in mijn ogen interessante banen 'dr.' voor him naam hadden staan. Zou ik dan toch voorlopig maar de wijsheid achter mijn bureau proberen te zoeken? Wie weet wat wijsheid is? De leer of het leven? Of is de mens wijs die weet dat-ie niets weet? Voor mijn werk moet ik ook wel eens op reis. Ik zie heel wat uithoeken van het land en van de grote steden. Van de week vertelde een klant me in alle staten dat ze de week ervoor het volgende te horen had gekregen: "Mevrouw, het spijt me maar u zult wel begrijpen dat u geen zittmg kunt nemen in de projectgroep. Ik weet dat u het hele project eigenhandig uit de grond heeft gestampt. Waarvoor mijn complimenten overigens. Het is geweldig om te zien hoe u al die mensen een thuis heeft kuimen bieden, zonder meer. Uw kennis over de doelgroep staat buiten kijf, geen ander is immers nauwer bij het project betrokken geweest dan u. Maar ja. Het gaat hier om een belangrijk onderzoek. Met publicaties in het vooruitzicht. En tja, u heeft nou eenmaal geen titel." Na mijn werk ben ik meestal te moe voor diepgang. Dan wip ik even langs bij vrienden. Gisteren vond ik een briefje op de deur van een vriend dat hij bij de onderbuurvrouw in de winkel zat. Voorzichtig opende ik de deur. Een moment stond ik sprakeloos. Een onbekende wereld, en nog wel bij mij om de hoek. Waar ik maar keek zag ik schilderijtjes, beeldjes, kleding, pruiken en allerlei andere dingen die iemand maar kan verzamelen in een mensenleven. Achter in de zaak zat een fel opgemaakte en rood getoupeerde dame m een zwart- en goudkleurige angora trui. "Wat mot dat? O, ben jij het, kom verder meisie. Wil je een borrel?" Doordringend keek ze me aan. "Wat is je sterrenbeeld?" begon ze. Haar moeder legde al kaarten, legde ze uit. Binnen een mum van tijd zaten we honderduit te praten over ons leven. Zo vertrouwd. Ik zoog haar verhalen en analyses, haar gebaren en uitdrukkingen in me op. "Tante Sara is gepromoveerd aan de universiteit van de straat", zei mijn vriend toen ik uren later bij hem in de aardappeltjes prikte. De mensen of de boeken, eenmaal aan het reizen hou je de onrust. Zelfs al hoef je soms niet ver te zoeken. Over een paar maanden vertrek ik weer. Promoveren in het buitenland. De vacature in het bedrijf waar ik werk was al ras bekend. De eerste sollicitatiebriefvond ik vanmorgen op mijn bureau. Vluchtig keek ik het cv door. Ik zag het al. De kandidaat zal morgen een afwijzingsbrief op de deurmat vinden. Waaruit blijkt levenservaring? Ik weet het niet, maar voor dit werk is beslist een academische opleiding vereist, de imiversiteit blijft maatstaf. En deze kandidaat heeft geen titel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 613

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's