Ad Valvas 1996-1997 - pagina 66
AD VALVAS 19 SEPTEMBER 1996
PAGINA 8
Hoe de Babylonische goden in Amsterdam voortleven Griffioen is oermonster De griffioen, het beeldmerk van de Vrije Universiteit, is een oermonster, een symbool van chaos en vernietiging. Dit blijkt uit de afstudeerscriptie van studente Semitische talen Selma Schepel. De keuze voor dit beeldmerk is op onwetenschappelijke gronden gedaan. Een blamage voor de VU oordeelt Schepel.
Anatolië. De Gneks-archaïsche versie is een soort eindproduct, een versmelting van karakteristieken uit de hele Oriënt. Van daaruit beleeft de griffioen zijn zegetocht door de geschiedenis heen, gebruikt als symbool door tal van stromingen en ideologieën voor wat maar in de kraam te pas kwam, door de Grieken, door christenen, alchemisten, in de heraldiek, als wapen voor het heroïsche, van de goede, de eigen zaak. Of zoals in dit geval - als symbool van twee naturen, een lichte en een donkere, een hemelse en een aardse, of juist helemaal als beeld van de duivel, maar een feit blijft dat de griffioen oorspronkelijk een demonische macht voorstelt, voortkomend uit een religie die tegenwoordig heidens genoemd wordt.
Selma Schepel Delen van het Babylonische pantheon leven - verdraaid, of ingepast in de vele culturen en tijden waar ze doorheen getrokken zijn - door in Amsterdam en andere, antieke Europese steden, die onder invloed van Roomskatholicisme, Renaissance en welvaart, rijk versierd zijn geraakt met een ratjetoe aan beelden, ornamenten en symbolen uit de oudheid. Elke rondvaartbootgids wijst op hem, aan de Herengracht 579, het enorme beeld van aartsengel Michael die een speer steekt in de slang aan zijn voeten. Michael is tussen de beelden van de Rooms-katholieke santekraam moeilijk te onderscheiden van Sint George/Joris. Behalve dat de eerste een aartsengel is, en de tweede een mens, een van de populairste heiligen uit de middeleeuwen, zijn ze beiden drakendoders. Zo'n jonge god of held die over een monster triomfeert, is ook te zien in de enkele kerken in Amsterdam die dagelijks geopend zijn. In de Papegaai, aan de Kalverstraat, links van het altaar, staat een achttiende eeuwse madonna, met kind dat een slang dood steekt. Linksboven herhaalt zich de scene in een modem glas-in-loodraam, waar moeder en kind op een rode, apocalyptische draak zetelen. In de Krijtberg, aan het Singel, links voor het altaar, heeft de stichter van de kerk, de asceet Franciscus Xavierius, een monsterlijke slang onder zijn voeten. In grote glasin-lood-ramen worden schurftige drakeslangen doodgestoken door engelen met kruisbanier. Het zijn maar een paar voorbeelden van hoe de oude Babylonische god Marduk voortleeft, want al die vrome verzinsels gaan terug op de Heilige Schrift van de Marduk-religie, zo'n drieduizend jaar oud, waarin de jonge god Marduk een oermonster doodsteekt, het vervolgens in tweeën splijt, uit de helften hemel en aarde fabriceert en een wachter aanstelt om deze orde te handhaven.
Marduk eji de griffioen
De Marduk-mythe was niet zomaar een heidens sprookje. Marduk werd vereerd als de god die de mensheid orde, tijd en gerechtigheid had gegeven, door de woeste chaos aan zich te onderwerpen. Al het natuurgeweld, als stormen, vloedgolven, bliksem.
Draak verslindt maagd
was aan hem ondergeschikt, en alle wezens die dit geweld symboliseerden onderwierp hij. Uit het grootste beest schiep hij de wereld, andere monsters doodde hij, en hing ze als afschrikwekkend voorbeeld aan de tempelpoort, om het kwaad verder af te weren. Marduk was een compilatie van goden die dit in de millennia voor hem al gedaan hadden. Een van die onderworpen beesten wordt nu griffioen genoemd, en prijkt sinds een jaar of drie op het dak van de betonconstructie aan de De Boele-
laan, die door de Vrije Universiteit bewoond wordt. Officieel verwoordt de vu haar keuze voor dit logo (in de bijlage bij de brief van de rector magnificus aan alle studenten, juni j.1.) zo: "Het beeldmerk van de Vrije Universiteit, de griffioen, kwam al heel vroeg voor in de kunst van het Nabije Oosten en de klassieke oudheid. Ook in de vroeg-christelijke en middeleeuwse iconografie komt men het dier tegen. De griffioen heeft het onderlijf van een leeuw, kop en vleugels van een adelaar en de oren van een paard. De griffioen weerspiegelt bewogenheid en nuchterheid. Het fabeldier verwijst naar de kenmerken van de universiteit: staand in de werkelijkheid, nieuwsgierig, dynamisch en niet-voor-een-uitleg vatbaar. Het vrije van de universiteit is tot uitdrukking gebracht in de vormgeving van de vleugels." Allereerst valt op dat een wetenschappelijke instelling zich laat verwoorden
met zo'n onwetenschappelijke tekst. Wat of wanneer is vroeg? Dit wezen tot 'kunst' te rekenen, als 'fabeldier' te bestempelen, getuigt van projectie en de beschrijving van de symboolwaarde is helemaal inlegkunde. Ten slotte wordt hier de oorspronkelijke betekenis van het begrip 'vrij', de kern van het ontstaan van deze universiteit, ook nog eens geheel weggemoffeld in 'de vormgeving van de vleugels'.
van belang zijn" betrekken, "met een voorkeur voor de Christelijke traditie". In de Studiegids van '94/95 is dat afgezwakt tot "die traditie levert nog altijd een positieve bijdrage tot de cultuur van de vu". Dit zou een mooi onderwerp voor een afstudeerscriptie zijn: het hoe en waarom van het van
Verwaterde grondslag De vu is in 1880 gesticht om "vrij van den staat en vrij van de kerk, op den grondslag der Gereformeerde beginselen land en volk een zegen te zijn, met Gods kracht de ontkerstening van de natie tegen te gaan" en "omdat de geheele geest van het hooger onderwijs zóó doortrokken is van de moderne wereld- en levensbeschouwing, en het theologisch onderwijs zo in handen van mannen die vijandig of vreemd zijn aan de Gereformeerde geloofsbeHjdenis". Die grondslag is in de loop der jaren wel een beetje verwaterd: in de Studiegids '91/92 wilde de vu nog slechts "voor de wetenschap staan in de wereld van het Christelijke geloof en voor het geloof in de wereld van de wetenschap" en "haar personeelsleden graag uit de groep mensen voor wie geloofszaken
binnenuit afkalvende imago van de vu. De griffioen, met het bovenlichaam van een adelaar, en de onderkant van een leeuw, komt in de glj^tiek van Mesopotamië al voor aan het begin van het derde millennium v.C. Later verandert zijn uiterlijk iets, krijgt hij een kuifje (wat de vu zijn paardenoren noemt) wordt hij agressiever en krijgt een vuurspuwende bek. Er zijn geen schriftelijke overleveringen over zijn functie, maar de talloze strijdscènes waarin hij verwikkeld is, doen vermoeden dat hij een boze kracht was, die rond 2000 v.C. afgebeeld gaat worden als door goden overwonnen en aan hen dienstbaar gemaakt: hij trekt de wagen van de weergod, of staat achter godentronen als symbooldrager. De griffioen wordt ook veel afgebeeld op keramiek en andere gebruiksvoorwerpen, en bereikt zo de omringende culturen, en in de tweede helft van het tweede millennium v.C. Cyprus en
Tot de griffioen overwon, voerde de vu het nevenstaande plaatje als wapen: een maagd in een tuin die naar het tetragrammaton boven zich wijst (1 Cor. 2:12-13 en 2 Cor. 11:2) met daar omheen in het Latijn geschreven "Onze hulp is in de naam des Heren". De maagd als symbool van zuiverheid en dorst naar kermis, in de tuin der beschaving, onder Gods leiding. Buiten het hek heerst de grillige natuur, de chaos, in de tuin orde onder goddelijk gezag, precies wat ook de Marduk-mythe bejubelt: de monsters zijn overwonnen of naar de randen van de wereld gedreven, en in de door Marduk ingestelde ordening, binnen de muren van Babel, heersen de goddelijke wetten. Orde en regelmaat zijn hemelse instellingen. De oerkrachten, in de vorm van onberekenbare monsters, zijn een bedreiging daarvan, weliswaar verslagen, maar nog altijd vanuit de buitenste duisternis op de loer. In plaats van dat de vu de maagd gered heeft van de draak, zoals het in goede sprookjes betaamt (die natuurlijk ook op de Mardukmythe teruggaan), heeft ze haar laten verslinden. De vu heeft zich mijns inziens dubbel geblameerd. Door haar oorspronkelijke logo van aan vroomheid gekoppelde beschaving weg te doen, en te laten verdringen door een oermonster, een symbool van chaos en vernietiging. En als dit is 'wat deze tijd van een Vrije Universiteit vraagt', een door ingehuurde reclamemakers geinakkelijk geschreven brokje geschiedvervalsing, wat dan te denken van de kwaliteit van dat onderwijs? De troost is dat dit monster ook dood buiten aan de muur hangt: misschien weert het zo toch het kwaad af.
Chemie krijgt eerste Ritzen-hoogleraren Minister Ritzen heeft het plan uitgewerkt om met extra geld alvast jonge hoogleraren aan te stellen in vakgebieden waar de continuïteit in gevaar komt door de komende pensioengolf. Als experiment krijgen de universitaire chemici de pnmeur van deze Ritzenproffen. 'Tijdelijk kunnen ze er ongeveer twintig aanstellen. In totaal gaat dat zo'n 20 miljoen gulden kosten. De helft daarvan betaalt de minister. De bewindsman had eerder toegezegd dat hij op Prinsjesdag met een plan
komt om in vakgebieden die met vergrijzing kampen, tijdelijk een extra aantal jonge hoogleraren aan te stellen. In 1997 start een experiment met deze Ritzen-hoogleraren in de chemie, en het jaar daarop bij de letterenfaculteiten. Op een landelijk chemie-congres heeft top-ambtenaar ir. R. de Wijkerslooth nu meer details bekend gemaakt. De minister steekt komend jaar 10 miljoen gulden in het experiment; hij verwacht dat de universiteiten en onderzoekfinancier NWO daar samen eenzelfde bedrag aan toevoegen. In totaal ontstaat zo een pot van 20
miljoen. Daarvan kunnen de komende jaren naar schatting twintig hoogleraren tijdelijk worden aangesteld, inclusief bijkomende kosten. Wat vergrijzing betreft is de universitaire chemie al langer een erkend probleemgebied. In de jaren zestig groeide het vak sterk en kon men veel stafleden aanstellen. In de decennia daarna was de groei eruit en waren er nauwelijks vaste aanstellingen te vergeven. Het gevolg is een zeer scheve leeftijdsopbouw. Daardoor gaan er de komende tien jaar tachtig chemiehoogleraren met pensioen, en dreigt er een tekort aan opvolgers. Naar schatting kunnen
de universiteiten zelf hooguit dertig geschikte kandidaten leveren. Hoe de plaatsen voor Ritzen-hoogleraren precies gebruikt worden, moet in praktijk bhjken. Deels zullen ze wellicht gebruikt worden om te voorkomen dat geschikte interne kandidaten naar elders verdwijnen. Maar ze kunnen ook dienen om tijdig talent van buitenaf aan te trekken en in te werken. In beide gevallen zullen er op één leerstoel tijdelijk twee hoogleraren zitten. In universitaire kringen zijn vooraf al twijfels geuit over deze dakpanconstructie. Want-óf de vertrekkende prof
moet vroegtijdig de teugels in onderwijs en onderzoek uit handen geven, óf de komende hoogleraar mag bij zi)n start alleen maar toekijken. In dat laatste geval zal het niet meevallen om topkandidaten van buiten aan te trekken. Om dit probleem te verkleinen, krijgt elke Ritzen-hoogleraar nu waarschijnlijk een investeringsbudget mee om toch al wat eigen onderzoek te kunnen starten. (FS, HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's