Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 453

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 453

10 minuten leestijd

AD VALVAS 20 MAAR T 1997

PAGINA 7

Bericht uit Botswana

^j-:-.'.

Veel docenten en studenten op de VU brengen een deel van hun werk­ of studietijd door in het buitenland. Elke twee weken doet een van hen verslag In Ad Valvas. Deze week dr. Hans E. Beekman. Hij coördineert in Botswana een onderzoek naar de aanvulling van grondwater.

'KJ Prof .dr. Sierd Cloetingh: 'Er gebeurt een heleboel in onze ondergrond.'

Peter Wolters ­ AVC/VU

.*.*^»,»1*J

'We hebben geluk dat de aarde een goed geheugen heeft' Presentatie Neesdi­onderzoek tijdens VU­congres Een onderzoeksprogramma waaraan alle onderzoek­ scholen van een vakgebied deelnemen, dat is uniek in Nederland. De aardwetenschappers is het gelukt: bij het Neesdi (Netherlands Environmental Earth Systeem Dynamics Initiative) zijn alle zes Nederlandse onderzoekscholen aangesloten. Op 8 en 9 april worden op de VU de eerste resultaten gepresenteerd tijdens een congres. Martina Zuidweg Het gaat goed met het onderzoek van de geologen op de v u : de internatio­ nale commissie die het aardweten­ schappelijk onderzoek afgelopen zomer beoordeelde, gaf de groep rond geoloog prof dr. Sierd Cloe­ tingh de kwalificatie 'excellent'; de Onderzoekschool Sedimentaire Geo­ logie (NSG) waarvan de v u penvoer­ der IS en Cloetingh directeur, kreeg een miljoen gulden van R itzen om de contacten met de Duitse collega's te intensiveren en het landelijk onder­ zoeksprogramma Neesdi, waarvan Cloetingh coördinator is, ontving vong jaar 2,7 miljoen van de Neder­ landse organisatie voor Wetenschap­ pelijk Onderzoek (Nwo). De Onderzoekschool Sedimentaire Geologie, die drie jaar geleden werd erkend door de KNAW en inmiddels zo'n vijftig stafleden, dertig postdoc's en honderd aio's en oio's telt, bestaat uit tien onderzoekgroepen: vijf van de vu, vier van de Utrechtse en een van de Leidse universiteit. D e school verricht onderzoek naar sedimentaire bekkens, hun ondergrond en het aardse milieu. Sedimentaire bekkens zijn dalingsgebieden in de aardkorst waarin de afbraakproducten van ber­ gen zich via rivieren hebben verza­ meld. Ze vormen in feite het spiegel­ beeld van de gebieden die in de loop van de tijd naar boven zijn gekomen, zoals de Alpen, en ze zijn belangrijk voor de energie­ en watervoorraad. Geologen beschrijven de geschiede­ ' nis van de aarde op basis van de sedimentlagen in die bekkens, die diktes kunnen bereiken van tien tot vijftien kilometer. Cloetingh spreekt van "onze recorder van de aardge­ schiedenis". Vnjwel al het aardwetenschappelijk onderzoek is inmiddels onderge­ bracht in onderzoekscholen. Op dit moment telt Nederland er zes. Cloe­

tingh: "De aardwetenschappen heb­ ben zich vrij goed georganiseerd. Vooral omdat het een internationaal zeer actief vakgebied betreft. Veel van onze afgestudeerden en promo­ vendi gaan naar het buitenland en het onderwerp zelf vereist een inter­ nationale benadering. We hebben heel bewust gekozen voor die onder­ zoekscholen vanuit de noodzaak onze internationale positie zo sterk moge­ lijk te maken." Die zes onderzoekscholen werken weer samen in het onderzoekspro­ gramma Neesdi, waarvoor afgelopen januari het startschot werd gegeven. Een unicum, zegt Cloetmgh, die het Neesdi coördineert. "Voor zover ik weet is het nog niet eerder gebeurd dat je met een consortium van samenwerkende scholen aan de slag gaat om een onderwerp breed op te pakken."

Invalshoeken T o c h is die samenwerkmg essentieel, vmdt Cloetingh, in ieder geval voor aardwetenschappen. "De aarde is een groot complex systeem, dat we beter in onze vingers willen knjgen. Het is belangrijk dat het systeem m z'n geheel wordt bestudeerd. Daarom moet je een groot aantal invalshoe­ ken en technieken met elkaar verbin­ den. H e t is absoluut noodzakelijk dat kennis die in een school wordt ont­ wikkeld ook wordt doorgegeven aan een andere school, die daar weer op voort kan bouwen. Daarmee voor­ kom je bovendien duplicatie. Je hebt elkaar nodig om het project tot een goed einde te brengen." Behalve de onderzoekscholen nemen ook R ijkswaterstaat en het Neder­ lands Instituut voor Toegepaste Geo­ logie (NITG, waaronder de voormali­ ge njksgeologische dienst), deel aan het Neesdi. R ijkswaterstaat toont mteresse voor bewegingen in de ondergrond en voor de kustgebieden,

het NITG is vooral gespitst op ener­ gievoortaden. D e Nederlandse ondergrond is het laboratorium van het Neesdi. "We zitten in de gunstige situatie dat we al behoorlijk veel van onze onder­ grond weten, mede als gevolg van de zoektocht naar olie en gas. We heb­ ben geluk dat de aarde een goed geheugen heeft." Hoewel de Neder­ landse ondergrond niet zo levendig is als die van bijvoorbeeld Japan, is hij boeiend genoeg, vindt Cloetingh, "Aardbevingen komen in Nederland niet vaak voor, maar ze zitten er niet voor mets. Er gebeurt een heleboel in onze ondergrond. Nederland is uiter­ mate gevoelig voor veranderingen m het samenspel van zee en land. Dat geldt voor alle deltagebie­ den en omdat een groot deel van de mensen aan de kust woont, hopen we met de mzichten die we met het Neesdi ontwikkelen, niet alleen een beeld te krijgen van de Neder­ landse situatie,

heeft consequenties voor de kustont­ wikkeling." D e kracht van het Neesdi is, volgens Cloetingh, dat het inzichten over bij­ voorbeeld de kustontwikkeling en de bodemdaling, traditioneel gescheiden vakgebieden, bij elkaar brengt. "Als we allemaal specialistisch, los van elkaar werken, zijn we mcompleet bezig. We realiseren ons dat een samenspel van verschillende factoren het systeem aarde aanstuurt en dat we geen van die factoren mogen mis­ sen, anders trekken we de verkeerde conclusies. Wij houden ons met alleen bezig met de ondiepe onder­ grond of juist met de diepe onder­ grond, of alleen met zeespiegelfluctu­ aties of met het grondwater. Wij brengen kennis bij elkaar die nog niet eerder bij elkaar is genomen. Als je dat doet en kijkt hoe al die proces­ sen op elkaar inwerken, sta je natuurlijk sterker bij het maken van scenario's en voor­ spellingen voor toekomstige ont­ wikkelingen." Goede scenario's voor toekomstige ontwikkelmgen van de Nederlandse ondergrond kunnen niet gemaakt worden zonder inzich­ ten uit omringende landen. Daarom zijn er contacten met Belgische geo­ logen voor het onderzoek naar de Ardennen en met Duitse en Zwitser­ se onderzoekgroepen voor het onder­ zoek naar het R ijngebied, het Eifelge­ bied en de Alpen.

'Aardbevingen komen in Nederland niet vaak voor, maar ze z ijn er niet voor niets'

maar ook een referentiemodel voor kustgebieden op mondiale schaal." Dat de Nederlandse bodem lang­ zaam maar zeker daalt, is ook een zaak die wetenschappelijke aandacht verdient. "R ijkswaterstaat maakt zich daar met voor niets druk over. De bodemdaling in Nederland is, zeker in de gebieden waar we gas onttrek­ ken aan de ondergrond, een groot probleem. Daarom is het belangrijk na te gaan of de daling in het geolo­ gisch verleden zich m bepaalde tijd­ vakken sneller voltrok dan in andere en of toeval misschien een rol speelt." Cloetingh verwacht dat de Neder­ landse ondergrond de komende jaren steeds intensiever zal worden gebruikt, omdat er een tekort aan transportwegen dreigt. En ook de aanleg van vliegvelden even buiten de kust kan niet zonder gedegen ken­ nis van de ondergrond. "Wanneer men overgaat tot de kunstmatige aanleg van eilanden voor de kust, dan veranderen daarmee natuurlijk indirect de zeestromingen en dat

Daarom ook heeft Cloetingh het ini­ tiatief genomen tot een Europese onderzoekschool op het gebied van de sedimentaire geologie. Vorig jaar oktober heeft de Academia Europa­ ea, de Europese academie van weten­ schappen, deze onderzoekschool offi­ cieel erkend. De meeste Europese landen zijn vertegenwoordigd in deze school en Cloetingh is voorzitter van de wetenschappelijke raad. H o u d t de geoloog nog vrije tijd over? Cloetingh lacht: "Het is een boeiend vak. Ik ben er gewoon erg graag mee bezig."

Er schijnt iets bijzonders aan de h a n d te zijn, zo laat C h n s , het hoofd van de afdeling boringen van de geologische dienst, rmj weten. Edson, mijn counter­ part, en ik zijn net aangekomen in Lobatse en hebben amper onze werk­ tassen uitgepakt. O m half acht is het altijd druk in de radiokamer. In het hele land doen verschillende teams veldwerk en boringen, 's IVIorgens vroeg en aan het einde van de werkdag wordt het contact met al deze teams onderhouden. "Three seven six, Hans do you hear me, here Tiyapo..." "Roger­Roger, go ahead." "Come immediately, we encountered water at 55 meter depth...." Het gaat over de laatste boring die we in ons studiegebied Letlhakeng­Botl­ hapatlou, honderd kilometer ten noor­ den van de hoofdstad Gaborone aan de rand van de vlakke Kalahari halfwoes­ tijn, uitvoeren om meer mzicht te krij­ gen in ondergrondse watervoerende lagen. Het gebied is zo groot als de provincie Utrecht, terwijl er slechts drieduizend mensen wonen. Afgezien van klemschalige akkerbouw zijn het vooral de koeien die het landschap bij de dorpjes en cattle posts 'sieren'. D e grondwatervooraad in het gebied behoort tot een van de grotere onder­ grondse hoeveelheden 'zoet' water van het land en zal gedurende droge tijden m de toekomst een belangrijke rol spe­ len in de watervoorziening van de hoofdstad en omliggende dorpen. Letl­ hakeng­Botlhapatlou is het belangrijk­ ste studiegebied van de in totaal vijf gebieden in de Kalahari waar we in het kader van het Groundwater Recharge and Evaluation Studies project (GR ES) onderzoek doen naar de aanvulling van grondwater. GRES, e e n

samenwerkings­ verband tussen de Geologische Dienst van Botswana, de Universiteit van Botswana en de Vrije Universiteit, wordt door de Nederlandse en Botswaanse overheid gefinancierd. Namens de Dienst Ont­ wikkelingssamenwerking en de faculteit aardwetenschapen van de VU coördi­ neer ik de activiteiten. Vanuit het heuvelachtige zuidoosten rijden we in noordwaartse richting het steeds vlakker wordende Kalahari­ landschap binnen. Het laatste dorpje dat we passeren is Botlhapatlou, ofwel 'plaats waar de olifanten drinken'. Het traditionele dorpje met plaggenhutten is gelegen in een flauwe depressie üi het landschap waar in vroeger tijden meer oppervlaktewater aanwezig was. Olifanten kom je er nu helaas niet meer tegen. Als we rond het middag­ u u r aankomen, meet het grondwater­ peil 54 meter. Apparatuur wordt in het boorgat gelaten en het water wordt bemonsterd voor chemische analyse. Elke boring heeft zo zijn doel en bij deze was dat de vraag of het grondwa­ ter op deze plek door regenval wordt aangevuld. Een voor Botswana uiterst ongebruikelijke manier om hierachter te komen is het drastisch verminderen van de boorsnelheid: tot minder dan één meter per dag! Meestal wordt zo snel mogelijk geboord (minimaal dertig meter per dag) en stopt de boormees­ ter pas als het water met grote kracht en langdurig uit het boorgat spuit. Dit water is meestal afkomstig van goed doorlatende ondergrondse breuken. Waardevolle informatie over bovenlig­ gende gesteentelagen die h u n water veel langzamer aan het boorgat leveren, gaat dan verloren. Het is niet verwon­ derlijk dat het ons van tevoren de nodi­ ge moeite heeft gekost om het manage­ m e n t van de geologische dienst te over­ tuigen van het nut van dit langzame boren, want tijd is geld. Uit het geringe verschil tussen de diepte van boren en de diepte van het grondwaterpeil en aanvullende chemische analyseresulta­ ten konden we afleiden dat op deze plek het grondwater wordt aangevuld door regenval. Snelheid leidt dus niet vanzelfsprekend tot de juiste oplossing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 453

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's