Ad Valvas 1996-1997 - pagina 651
AD VALVAS 19 JUNI 1997
PAGINA 13
En nu dan een baan!
'Wie zijn sciiool niet afmaakt, wordt een crimineel'
Als de afstudeerfestiviteiten achter de rug zijn, slaat de paniek bij veel doctorandi toe. Wat kunnen ze eigenlijk, en hoe vinden ze een baan? Hadewych Hazelzet, ex-studente politicologie, doet verslag van haar bevindingen op de arbeidsmarkt. Deze week het laatste deel: geen tijd voor gehaast. Hadewych Hazelzet
Hulpverleners in Gouda werken succesvol samen met moskee VUstudenten op bezoek in een moskee. Sommige moskees, zoals aie in Gouda, stellen zich open naar de samenleving op omdat ze vinden dat ze niet alleen een r eligieuze functie hebben, maar ook maatschap pelijke ver antwoor delijkheid willen dr agen. r B am de Hollander
In de jaren zeventig zagen hulpverleners In Gouda na een aantal negatieve ervaringen het werken met Marokkaanse jongeren niet meer zitten. Langzaam maar zeker groeide echter een succesvol samenwerkingsproject met een Marokkaanse moskee. Nu vormen Marokkaanse jongeren bijna 90 procent van de cliënten. De wetenschapswinkel van de VU evalueerde het project. Dirk de Hoog
"De resultaten van het samenwer kingsproject zijn bemoedigend, maar het is geen wondermiddel", zegt Martijn de Koning. Hij is één van de VUstudenten die een hulpverlenings project in Gouda evalueerde, waarbij de Marokkaanse moskee Nour nauw samenwerkt met de Nederlandse organisatie Woonhuis, die vooral Marokkaanse jongeren met proble men bijstaat. De studenten deden onderzoek onder begeleiding van docente antropologie dr. Edien Bar tels op verzoek van de wetenschaps winkel van de vu. "Volgens mij is dit Goudse project uniek in Nederland", zei De Koning bij de presentatie van de onderzoeksresultaten op 12 juni. Dat de samenwerking tussen de Nederlandse hulpverleners en de moskee van de grond is gekomen, is zeker niet vanzelfsprekend, legde col legastudente Henriëtte Bleichrodt uit. Zij bracht de geschiedenis van het project in kaart. "De voorloper van Woonhuis, de alternatieve stich ting voor jeughulpverlening Release, besloot na de eerste contacten met Marokkaanse jongeren eind jaren zeventig de hulpverlening aan deze groep zelfs te staken, omdat de hulp verleners vonden dat ze niet deskun dig genoeg waren om met deze pro blematiek om te gaan", aldus Bleich rodt. De hulpverlening van Release was er in die tijd erg op gericht dat jongeren zelfstandigheid verwierven, bijvoorbeeld door weglopers aan onderdak te helpen. Een aanpak die bij onder anderen Marokkaanse jon geren niet aansloeg omdat het gezin en de familie daar een veel centralere positie innemen. Via een omweg kwam Release toch weer in aanraking met Marokkaanse jongeren, toen in Gouda een buurt huis op poten werd gezet voor bui tenlandse jongeren, een plek bij uit stek om in aanraking te komen met probleemgevallen. Marokkanen vor men in Gouda de grootste groep allochtonen. Van de ruim zeventig duizend inwoners heeft ongeveer 7 procent een Marokkaanse achter grond. Van de schoolgaande jeugd is dat zelfs 15 procent. De samenwerking met de moskee kwam in 1987 tot stand toen de moskee aan de hulpverleners vroeg of ze een spreekuur in de moskee op "'«
poten konden zetten over zaken als belastingformulieren, uitkeringen en verblijfsvergunningen. Daarbij speel de mee dat het kantoor van Release en de moskee op een steenworp afstand van elkaar liggen. Van het een kwam het ander. Het spreekuur, de contacten via het jeugdhonk en de hulpverlening die mede bestond uit het bieden van tijdelijk onderdak aan jongeren in probleemsituaties, begonnen elkaar te beïnvloeden. Bleichrodt: "In het begin maakten de hulpverleners gebruik van de bestuursleden van de moskee. Die gingen dan thuis met het gezin pra ten. Ze bemiddelden bijvoorbeeld tussen jongeren die van huis waren weggelopen, de hulpverleners en de ouders." Inmiddels bleek dat vrij veel Marok kaanse jongeren, vooral jongens, pro blemen hadden op school. Soms leidde dat weer tot andere proble men, zoals spijbelen. Reden voor de hulpverleners om begin jaren negen tig het Steunpunt Onderwijs op poten te zetten. Dat steunpunt orga niseert onder meer huiswerkprojecten voor zowel jongens als meisjes die in de moskee worden gegeven. Hier door zijn de contacten tussen de ouders, moskeebestuurders, hulpver leners en jongeren nog verder geïn tensiveerd. Martijn de Koning hield zich vooral met jongens en het onderwijs bezig. "Als groep doen de Marokkaanse
jongens het slechter dan andere groe pen op school. De resultaten zijn gemiddeld lager dan die van T urkse of Surinaamse leeftijdsgenootjes", aldus De Koning. Een oorzaak hier van is volgens hem dat veel Marok kaanse ouders zelf nooit op school hebben gezeten en analfabeet zijn. Ook staat de school niet altijd even zeer open voor cultuurverschillen. De Koning geeft een voorbeeld: "Bij het vak verzorging op een school moes ten de kinderen nietritueel geslacht vlees klaar maken en opeten. Dit stuitte bij Marokkaanse kinderen en hun ouders op protest. Maar de school wilde er nauwelijks iets aan doen, omdat het onderdeel volgens hen door de minister verplicht was gesteld." Vanuit het Steunpunt Onderwijs worden ouderavonden belegd voor Marokkaanse ouders die dan soms voor het eerst een school van binnen zien. De contacten wer ken voor de docenten vaak heel ver helderend. Opvallend is dat de Marokkaanse jongeren en hun ouders veel belang hechten aan goede schoolprestaties. "Wie zijn school niet afmaakt, wordt een junk of een crimineel", verwoordde een Marokkaanse jongen de levende gedachten.
Spreekuur Al een aantal jaren draagt de hulp verleningsorganisatie de naam Woon huis en bestaat de klandizie voor 90 procent uit Marokkaanse jongeren. De hulpverleners hebben daar bewust voor gekozen. Bleichrodt begrijpt dat wel. "Bij veel allochto nen en zeker de Marokkanen bestaat een afkeer, of in ieder geval een grote drempel, om naar algemene hulpver lenende instanties te gaan. Woonhuis heeft succes omdat het via de moskee vertrouwen heeft weten te kweken in de Marokkaanse gemeenschap." Volgens een vertegenwoordiger van
Woonhuis gaat de samenwerking erg ver. "Er is echt sprake van een wis selwerking. Vroeger dachten hulpver leners dat je als je maar voldoende kennis verzamelde over allochtonen, je ze ook wel goed bij hun problemen kon begeleiden. Zo werkt het niet in de praktijk. We hebben de Marok kaanse gemeenschap medezeggen schap gegeven in hoe we de hulpver lening aanpakken. We bespreken alle gevallen uitvoerig met mensen van de moskee. Maar dat kan alleen omdat deze moskee zich open naar de samenleving opstelt en vindt dat ze niet alleen een religieuze functie heeft maar ook maatschappelijke ver antwoordelijkheid wil dragen." Overigens heeft een deel van de Marokkaanse gemeenschap in Gouda een eigen moskee opgericht die niet met het hulpverleningsproject wil samenwerken. De onderzoekers noemen het project in zoverre uniek dat sinds geruime tijd het overheidsbeleid erop gericht is dat er algemene hulpverleningsor ganisaties ontstaan in plaats van zogenaamde categoriale. Dat zijn instellingen die zich op een bepaalde groep richten, bijvoorbeeld op T ur ken, Marokkanen of Surinamers. Vaak zijn de medewerkers zelf uit deze bevolkingsgroepen afkomstig. Volgens de overheid bevordert deze benadering de integratie niet. Het project in Gouda is nog één van de wStiige categoriale projecten die in Nederland bestaan. De Koning: "Gezien het succes van dit project en de moeizame ervaringen bij algemene instellingen met Marokkaanse jonge ren is het nuttig het overheidsbeleid in deze nog eens tegen het licht te houden." De rapporten van Hennette A Bleichrodt en Martijn de Koning zijn te bestellen bij de Wetenschapswinkel van de VU, tel 020 - 4445666
Het huiswerk van AU De vader van Ali spreekt gebrekkig Nederlands. Zijn kennis van het schoolsysteem in Nederland is erg mager en door zijn gebrekkige opleiding is het moeilijk zijn zoon te steunen op school. Ali houdt zijn ouders niet goed op de hoogte van zijn schoolresultaten, die niet geweldig zijn. Samen met andere Marokkaanse ouders is de vader van Ali op de school van z'n zoon geweest. Er ging er een wereld voor hem open. Hij had van tevo ren nog nooit een school van binnen gezien. Medewerkers van de huiswerkbegeleiding houden de vader op de hoogte van de resultaten van Ali. De vader van Ali komt vaak kijken tijdens de huiswerkbegeleiding in de moskee. Volgens de vader is de locatie hierbij belangrijk. Als er problemen zijn met betrekking tot zijn zoon komt de vader naar het spreekuur dat twee maal per week wordt gehouden. De vader van Ali is altijd erg fel 'i>i , ,,.|ri=i I
als het om Ali gaat. Medewerkers van Stichting Woon huis hebben hier met hem over gesproken en hem ervan overtuigd dat het voor Ali belangrijk is dat zijn vader op een andere manier reageert. Eén van de keren dat dit duidelijk werd, was toen een conflict tussen Ali en zijn vader in de moskee escaleer de. De vader probeerde zijn zoon hardhandig tot de orde te roepen waar ook andere mannen en jongens bij waren. Vader is allereerst door de moskee aangesproken en daarna ook door medewerkers van Stichting Woon huis. Ze hebben met hem besproken hoe jongens reage ren op kwaadheid. Voor Ali is het van groot belang dat zijn vader hiermee leert omgaan. Ali wil immers aan de ene kant respect tonen voor zijn vader maar hij wil ook zijn positie behouden bij de andere jongens. Uit: Martijn de Koning. Hulpverlening aan Marokkaanse jongens met onderjvijsproblemen.
Neemt u mij niet kwalijk. Ik leef te snel. Vandaar. Het was mijn laatste bespreking van de dag. Wilde nog even naar kantoor bellen. Zag de trein staan wachten. Even een sprintje trek ken dan maar. Lastig toch die hakken, mijn rok iets optrekken, dacht ik, zo direct val ik nog. Te laat. Blaadjes fladderen om me heen. Mensen snel len toe. Pinedo, Jedraszko, Harrison, Van de Berg. Mijn adressenboekje. Een vreemde grabbelt mijn vrienden bij elkaar. Dank u, het gaat wel. Kapotte knieën en ellebogen tijdens werktijd. Sorry mevrouw, uw mantel pak is onherstelbaar beschadigd. Bedrijfsverzekering? Nee, die hebben we niet. U kunt de gemeente aankla gen. Maar daar schijnen maanden overheen te gaan. Niet iets voor men sen met haast zoals u. Zo, als u nu snel opstaat, kunt u de trein misschien nog halen. Op het station hadden ze alleen nog maar van die pleisters met smurfen erop. Daar komt mevrouw de consul tant. T ik tak tik tak. Ik voelde me de laatste tijd al wat te serieus genomen in de gro temensenwereld. Daar hoef ik nu niet meer bang voor te zijn. Gevangen in het keurslijf van de baan. Gedicteerd door deadlines. Haast als normale gang van zaken. De gestage weg naar de top. Beland in de tijd van het snelle presteren. Keuze of maal stroom? Waar zit ik met mijn hoofd tegen woordig? Ik loop overal tegenaan. En het ergste is, ik merk het nauwelijks. Na tien verschillende projecten onder ogen gehad te hebben op een dag, waarvan drie urgent, paniekerige sta giaires en piepende faxen, verschijnt er een fatal error op mijn eigen netvlies. Op weg naar huis zie ik wel wat bewe gen in mijn ooghoeken maar murw laat ik mij door de spits drijven. Ik krabbel overeind. Volgens mij ben ik toe aan vakantie. Is het de haast die mij onderuit doet gaan? De tijd die mij ontspoort? De klok die mij voort beweegt? De klap brengt me weer tot mijn positieven. Rustig op een muur tje in de zon kijk ik naar mezelf. Een ijsje voor de schrik. Ik kijk naar mezelf en vraag me af: what makes me tick? Er was een tijd dat niet de tijd mij dreef. Idealen dreven mij. Die deden me ook onderuit gaan. Tegen muren aanlo pen. Ik had het toen alleen niet zo door. Maar idealen in praktijk brengen kost tijd. T ijd is geld. Om geld te krij gen moet je werken. Werken brengt bepaalde verantwoordelijkheden met zich mee. Tijdsdruk. Deadlines. Een baan laat je minder tijd om je idealen in praktijk te brengen. Je wordt, god betere het, pragmatisch. Je betaalt belasting. Je koopt je geweten af. Geen tijd om bij de dingen stil te staan. En voor je het weet loop je hijgend in de pas. Klokslag acht je bankpas in de automaat, de NRC onder je arm, geen straatnieuws. Wie gaat er nou staken in de ochtendspits, vraag je je geërgerd af. Niet ook nog eens per trein naar je vakantiebestemming. Hoe lang zei u dat dat duurt? Zeventien utir enkele reis? Boekt u voor mij maar het vlieg tuig. Ik heb maar tien dagen vakantie, moet u weten. Afgestompt. Naar je werk, naar huis, met geld gooien, naar bed en weer op. Ik keek naar de pleister op mijn knie en bedacht me dat ik erin getrapt was. Maar het was nog niet te laat. Er was immers het besef. Ik likte mijn litte kens des tijds. Ik was me een buil gevallen, maar zou ervoor waken nog eens mijn kop te stoten. Mijn vrienden door de lucht te laten dwarrelen. T ijd is een abstractie, mijn leven een reali teit. Drijfveren moet je opwinden. Niet terugdraaien. Met op gezette tij den het alarm op het moment dat je liever het kussen over je hoofd zou trekken. Idealen zijn nooit uit de tijd. Daarvoor is het leven te kort. Neemt u mij niet kwalijk, maar voor haast heb ik geen tijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's