Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 615

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 615

9 minuten leestijd

AD VALVAS 5 JUNI 1 9 9 7

PAGINA 9

'Héy dat is die van André van Duin' Natuurkundehoogleraar prof.dr. H.G. Muller over zijn ervaringen in de showbizz Hij trad vaker op in de André van Duinshow dan dat liij op de VU college gaf. De 41jarige fysicus prof.dr. Harm Geert Muller, sinds tweeëneenhalf jaar verbonden aan de VU en werkzaam op het laseriaboratorium in de Watergraafsmeer, bereikte met zijn natuurkundeproefjes de afgelopen maanden miljoenen kijkers. 'Professor H.G.' over showbizz en de minachting van wetenschappers voor het publiek. Martme Zuidweg

6 ' 7 ^ waren op zoek naar excentrieJLjke en verstrooide wetenschappers. Het schijnt dat alle universiteiten en onderzoeksinstituten een brief hebben gekregen van Joop van den Endestudio's. Hier op het lab dachten ze toen gelijk aan mij. Ikzelf herken mij niet direct in dat beeld. Van professoren denken ze wel meer dat ze verstrooid zijn, maar dat is meer omdat je zoveel aan je hoofd hebt dat er wel eens wat doorheen schiet. Eigenlijk wist ik niet goed wat ik me voor moest stellen bij de André van Duinshow. Ik dacht dat ik op tv absoluut niet zou overkomen. En dan nog wel naast André van Duin... Je loopt het risico dat je volledig voor schut staat. Ik heb in mijn omgeving gevraagd wat ze ervan zouden vinden. Sommige van mijn studenten waren meteen heel enthousiast, maar mijn ouders zagen er absoluut niets in. Die zeiden: 'Je bent gek als je het doet'." C Tk werd uitgenodigd voor een Xgesprek met een van de redacteuren. Voor een soort hobbycamera moest ik vertellen wat ik deed. Na afloop zeiden ze: 'Wat u doet staat wel erg ver van de mensen af, met al die lasers.' Ik stelde me er niet veel van voor, er was zóveel concurrentie. Na mij maakte de sterrenkundige Vincent Icke van de UVA zijn opwachting. Toch werd ik een week later 's maandags met een taxi afgehaald voor een gesprek met André van Duin, want die moest z'n goedkeuring ook geven. Hij zag er kennelijk wel wat in, want ze vroegen na afloop: 'Kunt u morgen komen voor de opnames?' Dat was één dag later! Ik schrok me wezenloos. Ik zeg: 'Wat moet ik dan doen, ik weet helemaal niet wat jullie van me willen!' Maar alles was al geregeld, zeiden ze. Paul Vlaanderen van de uvA had een hele lijst samengesteld met proefjes die leuk zijn om te zien. Ik denk dat dat de strategie van de producers is. Ze overvallen je om te voorkomen dat je je van tevoren te veel zorgen gaat maken en onnatuurlijke dingen gaat doen. Ze zeiden: 'Als u morgen komt, moet u wel komen zoals u bent en niet eerst naar de kapper gaan of zo.' Ik denk dat mijn haar

Prof.dr. Harm Geert Muiier: 'Het is natuurlijk een geweldige kans om belangstelling te kweken voor natuurkunde.' KIPPA

wel een belangrijke rol bij de selectie heeft gespeeld. Dat hebben ze niet met zoveel woorden gezegd, maar ze waren wel verdacht bezorgd dat ik het af zou knippen. Op zich was dat niet nodig, want ik ga altijd pas in april naar de kapper, vanwege het warme weer. De eerste keer dat ik Paul Vlaanderen in de studio zag, voelde ik me verschrikkelijk bezwaard: hem hadden ze al Ln een veel eerder stadium benaderd, ik pikte dus gewoon zijn proefjes af! De producers vonden dat hij niet voldoende uitstraling had om naast André van Duin te staan. Tegen mij zei hij opgelucht te zijn dat hij tenminste niet voor de camera hoefde te staan, maar ik denk dat 't wel een beetje een teleurstelling voor 'm was."

van tevoren in m'n hoofd repeteren wat ik ging doen, om te voorkomen dat ik wat vergat. Soms ging het mis. Het probleem is: tijdens de proefopnamen sta ik niet tegenover André van Duin maar tegenover een stand-in. Ik weet dus nog niet wat André gaat doen. Hij doet vaak heel andere dingen dan die stand-in. Zoals de keer dat we een uitzending over licht hadden en we magnesiumpoeder verbrandden, wat een flinke lichtflits geeft. Ik had tegen de stand-in gezegd: kun jij op die knop drukken en die stand-in had dat gewoon gedaan. Maar 's avonds voor het publiek zei André: 'Doe het zelf!' Toen ik erop drukte waren die cameramensen daar niet op berekend en viel de flits buiten beeld."

C / ^ p de dagen van de opnames V ^ moest ik van twee uur 's middags tot tien uur 's avonds in de studio zijn. Ik heb heel wat met de taxi heen en weer gependeld tussen de Watergraafsmeer en Aalsmeer. De meeste tijd doe je niets. Je moet er even heel hard tegenaan, van alles doen in een heel hoog tempo, voor de rest zit je te wachten op dat moment. Ik had heel weinig plankenkoorts. Liep meestal van tevoren wel wat de ijsberen en dan vroegen ze: 'Bent u zenuwachtig?' Maar dat zijn geen zenuwen, dat is concentratie. Ik moest

C Tk vond het een eng idee om metAeen met naam en toenaam voor twee miljoen kijkers te verschijnen. Als een op de honderdduizend mensen gek is, dan zitten er bij die twee miljoen twintig die volslagen gek zijn. Mijn leven is absoluut niet ingericht op een bestaan als bekende Nederlander. Ik sta gewoon in het telefoonboek. We worden ook op het werk wel eens lastig gevallen door mensen die denken dat ze meer weten over natuurkunde dan Einstein en dan blijken ze nul komma niks kennis te hebben van natuurkunde. De meeste din-

gen die ze zeggen zijn allang bekend en onjuist gebleken en dat kun je ze dan met aan het verstand brengen. Als zo iemand toevallig achter je adres en je telefoonnummer komt, is het leed niet te overzien. Vandaar die initialen: H.G.. Pas tijdens de uitzending zag ik de titel die ze hadden bedacht: 'Proef mee met professor H.G.' Ik dacht dat het er niet uit zou zien. Ik had die opname gezien van mijn kennismakingsgesprek en dat zag er absoluut niet uit. Een heel statisch gebeuren: ik bewoog heel weinig, zat daar een beetje te mompelen. Ik had me toen voorgenomen om wat dynamischer te gaan staan: m'n handen niet zo slap langs m'n lichaam laten hangen of er willekeung een beetje mee staan zwaaien, maar ze gericht gebruiken. Dat had niemand gezegd, ik kreeg helemaal geen aanwijzingen. Ze hebben mij waarschijnlijk geselecteerd omdat mijn natuurlijk gedrag past bij wat ze in him hoofd hadden. Ik moest daar gewoon mezelf spelen." C"r~\e directie van FOM (Stichting JL^voor Fundamenteel Onderzoek der Materie, de stichting die het Nederlands natuurkundeonderzoek coördineert, mz) in Utrecht koesterde aanvankelijk wantrouwen. Ze dacht dat de wetenschap belachelijk zou worden gemaakt. De directie had haar publiciteitsmedewerker laten weten dat hij de verzoeken van Joop van den Ende nooit had mogen rondsturen zonder de waarschuwing dat mensen daar absoluut niet op in moesten gaan. Tegen de tijd dat die boodschap ons bereikte, stond ik allang voor de camera. Toen mijn ouders de eerste aflevering hadden gezien, belden ze meteen enthousiast op: ze hadden zich gek gelachen. Paul Vlaanderen zei tegen me: 'Het is helemaal de goede keus geweest dat ze jou hebben genomen.' En de directie van FOM draaide ook helemaal bij. Ze vond het heel leuk en ook heel goed voor de fysica. Maar de meeste wetenschappers die ik tegenkom, kijken haast nooit tv. Ik moet toegeven dat ik zelf ook niet naar de André van Duinshow keek voor ik er zelf in zat. Als de opnamens van de show in november weer starten, is er alle kans dat ze dit onderdeel handhaven. Het wordt door de programmamakers als een succes beschouwd. Ze zeiden al: 'Zorg dat je in november weer lang haar hebt.'" e informatieve waarde van de show is natuurlijk vrij gering. Al D toen ik eraan begon, realiseerde ik me

'ik denk dat mijn haar wel een belangrijke rol bij de selectie heeft gespeeld.'

KIPPA

dat ik niet de illusie zou moeten hebben op deze manier inhoudelijk iets over natuurkunde te kurmen vertellen.

Dat was het doel ook niet. Het is natuurlijk een geweldige kans om een beetje belangstelling te kweken voor natuurkunde. Om te laten zien dat natuurkunde iets is dat leuk is om te doen en niet iets griezeligs en onbegrijpelijks. Onder de kijkers zit een flinke groep kinderen in een belangrijke leeftijdsgroep, van elf tot veertien jaar, die moeten nog beslissen over hun vakkenpakket op de middelbare school. Als je dan kan laten zien hoe leuk natuurkunde is, misschien heeft dat een positief effect. Wetenschap in het algemeen en de natuurkunde in het bijzonder heeft toch een beetje een mysterieus imago in de ogen van het publiek. Een beetje het equivalent van hekserij in de Middeleeuwen; iets is wetenschap als het ingewikkeld en onbegrijpelijk is. Dat imago is heel kwalijk, dat schrikt mensen af, dat kweekt wantrouwen bij het publiek. Ik denk dat dat een fout van de wetenschappers zelf is, het is een minachting voor het publiek. Ook binnen de wetenschap zelf blijkt uitleggen vaak een kunst die lang niet iedereen beheerst. Het komt vaak voor dat je op een conferentie komt die niet precies over jouw vakgebied gaat en je er helemaal niets van begrijpt, dat je echt niet weet waar die mensen het over hebben. Eigenlijk mag dat niet voorkomen. Ik denk dat het best mogelijk is om de meest ingewikkelde processen te vatten in termen die voor niet-natuurkundigen begrijpelijk zijn, in termen die mensen ook in het dagelijks leven tegenkomen. Dat probeer ik ook in die André van Duinshow: verschijnselen relateren aan zaken die iedereen kent." C / ^ p een gegeven moment merk je V^wel dat mensen je kennen. Ze kijken net iets langer naar je of ze kijken om als je langskomt, maar ze zeggen verder niks. Ik heb eigenlijk maar één keer gehad dat ik op het Rembrandtplein liep en een groep halfzatte jongeren achter me aankreeg: 'Hé professor H.G.'. Maar dat probleem lostte zich vanzelf op toen we langs een kroeg kwamen. Meestal zeggen alleen kinderen er wat van. Toen ik op Koninginnedag door de stad liep, waren er veel kinderen die me herkenden en hun vader aanstootten: 'Dat is die van André van Duin.' Het is een raar idee dat van de tien mensen die je op straat tegenkomt, er twee zijn die weten wie je bent. Maar beangstigend vond ik 't niet. Ik dacht: straks ga ik naar de kapper en dan is dat over."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 615

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's