Ad Valvas 1996-1997 - pagina 368
PAGINA 8
*
AD VALVAS 13 FEBRUARI 1997
En nu dan een baan...
' "ï ^ ' è ^ ' ^
Als de afstudeerfestiviteiten achter de rug zijn, slaat de paniek bij veel -doctorandi toe. Wat kunnen ze eigenlijk, en hoe vinden ze een baan? Hadewych Hazelzet, exstudente politicologie, doet verslag van haar bevindingen op de arbeidsmarkt. Deze week deel acht: slapend rijk worden. IHadewych Hazelzet
' ^.**^!->
l.
Marijke Vermond en Eric Scliuijt: 'Voor vertrek trainen komt er niet altijd van.'
Marijke Vermond/Ene Schuijt
'Gewoon een beetje fietsverslaafd' VU-medewerkster fietst door India, Namibië en Cuba "Op de fiets zie je liet meest. Het is voor mij dé manier van reizen." Marijlte Vermond, elf maanden per jaar secretariaatsmedewerkster bij Biologie, treilt die andere maand door de wereld met de voeten op de trappers. Onlangs schreef ze samen met haar vriend haar tweede boek, waarin ze verslag doet van fietstochten door India, Namibië en Cuba.
Peter Boerman "Nee, voorlopig hebben we geen grootse plannen meer", vertelt Marijke Vermond, secretariaatsmedewerkster bij Biologie. "In de zomer hopen we een maand naar Kenia, Tanzania en Uganda te gaan voor een rondje Victoriameer. Meer niet." Zo'n vijf jaar geleden maakte ze met haar vriend Eric Schuijt een fietstocht van anderhalfjaar door Europa en Azië. Een reis waar ze zoveel "fietskriebels" aan overhielden, dat ze in de vakanties de jaren erop ook steeds de tweewieler als vervoermiddel kozen. Tweeëneenhalf jaar geleden fietsten ze een maand lang door het zuiden van India, anderhalf jaar terug kozen ze voor Namibië en vorig jaar verkenden ze Cuba. Per vakantie legden ze meer dan duizend kilometer af. Onlangs brachten ze over deze drie reizen een boek uit, dat toepasselijk de titel Fietsknebels meekreeg. "We waren aangemoedigd door het succes van het boek over onze wereldreis. De wind door je haar, de zon op je huid. Dat boek heeft de tweede druk gehaald. Dan is het makkelijker om nog eens zo'n project op te vatten." Het idee om het tweede boek te schrijven ontstond nadat ze net uit Namibië waren teruggekeerd. Dat de laatste reis naar Cuba ging, vindt dan ook zijn oorsprong in dit idee. "We dachten, als we onze reizen in boekvorm uitbrengen, is het leuk om drie continenten te laten zien. Cuba was voor ons bovendien interessant
omdat het nog een van de weinige communistische of socialistische bolwerken in de wereld is. Je weet maar nooit hoe lang dat nog zo blijft."
Chaotisch Tijdens h u n wereldreis hadden de twee fietsers al het noorden van India aangedaan. Aan die reis hadden ze wat ambivalente gevoelens overgehouden. Ze besloten nog een keer naar India te gaan om zich een beter oordeel te kunnen vormen. "We vroegen ons na de eerste keer sterk af: 'Hoe vinden we het hier nou eigenlijk?' Enerzijds vonden we de cultuur heel fascinerend, met de pelgrims, de prachtige tempels, de vele tradities. Anderzijds vonden we het er ook wel heel erg chaotisch. Je hebt er geen moment rust, zeker niet als je op de fiets bent. Het is er zo vol met mensen." De ambivalente gevoelens verdwenen niet helemaal, omdat met name Vermond zich in India niet altijd op haar gemak voelde, en voor h u n volgende reis gaf ze dan ook sterk de voorkeur aan een wat minder dichtbevolkt land. Het werd uiteindelijk Namibië, een land met zo'n anderhalf miljoen inwoners op een oppervlakte van ongeveer veertien keer Nederland. "Ik wilde na India een land waar ik me relaxed kon voelen", vertelt Vermond. "Via de vakantiebeurs hadden we Namibië ontdekt. Dat leek mij als contrast met India een goede keuze. Het land heeft mooie natuur, weinig mensen en, ook heel belangrijk, je scheen er behoorlijk goed te kunnen fietsen. Maar dat viel ter plekke nogal tegen."
sommige stukken zou het nodig zijn voor enkele dagen water en eten mee te nemen, omdat we verder niets of niemand zouden tegenkomen. Natuurlijk hebben we ons, met die warme tegenwind in de woestijn, wel eens afgevraagd: waarom doen we dit? Maar het is achteraf wel een erg mooie tocht geweest. T o e n ik in Nederland terugkwam, moest ik dan ook weer heel erg wennen. Ik heb vaak gedacht: hoe houden we het hier vol met al die mensen? Dat heb ik een tijdje heel benauwend gevonden." Van de reis naar Cuba is Vermond de armoede het meest bijgebleven. Na bijna veertig jaar Castro en een even lange economische boycot door de grootste buur, de Verenigde Staten, is de bevolking uitgekleed, zo merkten beide fietsers op. Vooral in sommige grotere steden heeft dat geleid tot een behoorlijke "dollargeilheid". Op het platteland is de bevolking echter zeer hartelijk, ervoer Vermond. "Cubaanse boeren hebben met veel, maar wat ze hebben, willen ze graag met je delen. Ze zijn ondanks de armoede toch heel vrijgevig. Als we bijvoorbeeld onderweg bij een stalletje een watermeloen wilden kopen, kregen we hem vaak gewoon mee. In Trinidad bijvoorbeeld was dat anders. Daar merk je de nadelige gevolgen van het toerisme veel sterker. Zelf ben ik natuurlijk ook wel een toerist, maar ik hou mezelf altijd graag voor dat ik een ander sóórt toerist ben. Al besef ik dat dat voor die mensen daar niet zoveel uitmaakt."
niet. Ze hebben geen auto en zitten zodoende in Nederland ook nogal eens op de fiets. Dat is genoeg. "We proberen meestal wel te trainen, maar het komt er niet altijd van. Alleen voordat we naar Cuba gingen, hebben we hier ongeveer duizend kilometer gefietst. Dat bleek overigens wel te schelen." Ze bereiden zich wel op andere manieren voor op h u n reizen. Voordat ze naar India gingen, deden ze hier bijvoorbeeld een soort "sambaltraining", om voorbereid te zijn op het hete eten. En verder? "Lezen, veel lezen", aldus Vermond. Voor Namibië hadden de twee, die meestal alles zelf regelen, een kleine reisorganisatie in de arm genomen voor advies. "Voor zo'n land is het gewoon verstandig dat je weet waar je wel en waar je niet heen kunt en waar je water kunt krijgen." Ook proberen Schuijt en Vermond steeds iets van de plaatselijke taal onder de knie te krijgen. "We willen in ieder geval een paar woorden spreken, al is het alleen maar omdat we merken dat de mensen dat leuk vinden." Veel problemen hebben ze er tot nu toe niet mee gehad. In Namibië spreken ze Duits, Engels en Afrikaans, dat voor Nederlanders behoorlijk te volgen is. In Cuba maken ze zich verstaanbaar in het Spaans, een taal die ze al aardig beheersten. Moeilijker wordt het nu het Victoriameer het reisdoel is. Daar wordt over het algemeen Swahili gesproken. "Eric is nu al druk bezig het te Ieren", aldus Vermond. "Elke dag doet hij in de trein een paar bladzijden. Ik zou eigenlijk ook eens moeten beginnen. Maar het klinkt niet makkelijk." En al is nu nog onduidelijk waar ze in de toekomst heen zullen reizen, h u n vervoermiddel staat al vast. "Want", vindt Vermond, "op de fiets zie je het meest. Het is voor ons nog steeds dé manier van reizen." Ook na de zware tocht in Namibië? "Absoluut, al zou ik niemand aanraden hetzelfde te doen. Maar ja, wij zijn gewoon een beetje fietsverslaafd."
Satnbaltraining
Marijke Vermond en Ene Schuijt Fietsknebels - Op ontdekking in zuid India, Namibië en Cuba, uitgave m eigen beheer, Amsterdam, 1997, ƒ 24,90, ISBN 90-80340111
'Zelf ben ik ook een toerist, maar ik hou mezelf graag voor dat ik een ander sóórt toerist hen'
In het boek verhaalt de secretariaatsmedewerkster van een loodzware tocht die over honderden kilometers grind- en zandweg voert langs "tot \ de verbeelding sprekende plaatsen" als Kaap Kruis, waar tienduizenden zeerobben leven, het natuurreservaat Etosha en het van zijn eeuwenoude rotstekeningen bekende Twijfelfontein. "Dat het niet echt een plezierreisje beloofde te worden, daar waren we ons vooraf al van bewust. Op
Een fietstocht van zo'n 1500 kilometer door een vaak onherbergzaam landschap vergt een behoorlijke conditie. Maar aan een meer dan gemiddelde training doen Schuijt en Vermond voordat ze vertrekken meestal
"Yes, weer een nieuwe opdracht!" Enthousiast stormt mijn baas het kantoor in. Mijn collega Idjkt bezorgd op. "O jee, dat wordt twee nachten in de week extra", brengt ze hem fijntjes in herinnering. Nu kijk ook ik bezorgd op. Twee nachten? Lunchtijd. Mijn baas vertelt een mop; een consultant, net 39, nieuwe auto, nieuw huis, nieuwe vriendin, komt bij de hemelpoort. Petrus buldert zijn naam. Verbouwereerd stapt de consultant naar voren: "Petrus, wat maak je me nou? Ik ben net 39, nieuwe auto, nieuw huis, nieuwe vriendin, en nu roep je me de hemel in!" Petrus fronst zijn wenkbrauwen en zegt: "Nee hoor, ik heb alles gecontroleerd, je tijd is daar". De consultant protesteert opnieuw en staat erop dat de boekhoudkundige engel erbij wordt gehaald. N a even bladeren in zijn grote boek constateert deze dat de consultant toch echt aan het juiste adres is: in het boek staat immers dat zijn leeftijd al 93 jaar bedraagt "93 jaar??", roept de consultant geïrriteerd, "dat is niet mijn leeftijd, dat is het totaal aantal uren dat ik aan mijn klanten heb gedeclareerd!". Even gunt hij ons de tijd om na te grinniken over zijn grap. D a n informeren wij hem to the point over de stand van zaken van de verschillende projecten. N u worden de taken voor de rest van de week verdeeld. H e t project waaraan ik had zitten werken is goedgekeurd, zodat de offerte verstuurd kan worden. Dat doet hij zelf wel even. D e secretaresse, routinematig bezig met de laatste check alvorens de stukken de deur uitgaan, vraagt me later nietsvermoedend even naar de betreffende offerte te kijken. Wat? Krijg ik maar vier dagdelen om dat hele onderzoek te verrichten? Ik frons mijn wenkbrauwen. Ik dacht net begrepen te hebben dat consultants eerder meer dan minder uren declareren voor hun werk. Een tweede blik leert dat mijn baas voor zichzelf twaalf dagdelen heeft ingepland. N o g eens twaalf nachten extra? Die zal ik dus wel voor mijn rekening mogen nemen, want hij heeft toch geen tijd. Maar, toegegeven, het verschil in kosten voor ecu senior en een junior consultant is de moeite waard. O pardon, het wooid junior is alleen voor intern gebruik, extern betaalt men alleen voor echte consultants. Voortaan, als zich een gedachte iri mijn brein begint te ontspinnen, kijk ik gelijk op mijn horloge: weer twintig minuten aan mijn werk besteed. D e beste invallen krijg ik wanneer ik in een heet schuimbad lig, of tijdens het fitnessen. Een biertje in de kroeg doet ook wonderen. Goh, toch niet zo gek, zo'n baan als consultant. Een paar dagen later duikel ik met duizelingwekkende snelheid op ski's de Zwitserse Alpen af. Hoch und tief, und hop! hop! hop! Op de avond dat mijn collega's de bureauvergadering bijwonen, bedenk ik me dat ik voor het eerst van mijn leven betaald op vakantie ben. Hop! hop' hop! Ik gun mezelf eens pure ontspanning, door aan alles te denken behalve aan mijn werk. Mijn vakantiedagen worden nu immers uitbetaald. Toch, ik kan er niets aan doen, maar 's nachts in mijn dromen verrassen mijn klanten en mijn baas me keer op keer met nieuwe opdrachten, ideeën en klusjes tussendoor. Doodmoe sta ik op. Hé, alweer een nacht gewerkt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's