Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 457

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 457

1 minuut leestijd

PERSONEELSKATERN

AD VALVAS 2 0 MAART 1 9 9 7

PAGINA 1 1

Afronding risico-inventarisatie en start interne Arbo-dienst in ziclit Afronding van de inventarisatie van risico's op de verschillende werkplekken op de VU en goedkeuring door let ministerie van de interne Arbo-dienst. Dat zijn de twee < C'ornaamste doelen van de VU op het terrein van het milieu i^ arbeidsomstandigheden dit jaar. De risico-inventarisatie <^eeft een belangrijk neveneffect: bewustwording van de •A ^rknemers. Peter Boerman

"Klaar? Nee, klaar zijn we nooit" . zegt Wim van Alphen, hoofd van de Dienst voor Veiligheid en Milieu (DVM) van de vu. "Maar als de plannen voor dit jaar zijn afgerond, zijn we wél al een heel eind op weg." Dit jaar staat de DVM samen met de Bedrijfsgezondheidsdienst en Personeelszaken voor twee grote operaties: vóór 1998 moet de interne Arbo-dienst van de vu officieel goedgekeurd zijn en de laatste hand wordt gelegd aan een risico-inventarisatie, waarbij alle faculteiten en diensten worden doorgelicht op eventueel gevaarlijke situaties die zich op hun werkplekken kunnen voordoen. "We liggen goed op schema", aldus hoofd DVM Van Alphen over de voortgang van het eerste project. De vu mocht, net als andere universiteiten, kiezen voor het inschakelen van een externe Arbo-dienst of intern een samenwerkingsverband in het leven roepen dat deze taak op zich kan nemen. Ze koos voor het laatste. Alle benodigde kennis is immers al in huis bij de Bedrijfsgezondheidsdienst, Personeelszaken en de DVM. Het samenwerkingsverband van deze drie moet dit jaar alleen nog langs de meetlat van de minister gelegd worden. "We zijn nu druk bezig om dat voor elkaar te krijgen", vertelt Van Alphen. Deze certificering door het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid vindt plaats in drie fasen. Eerst heeft de VU vier deskundigen moeten aanmelden, voor risico-inventarisatie en begeleiding van zieken en voor een arbeidsgezondheidskimdig spreekuur en onderzoek. Vervolgens moest een kwaliteitshandboek worden opgesteld. Deze eerste twee fasen zijn inmiddels bijna achter de rug. "De bedoeling is dat ook fase drie, een prestatiebe-

schrijving, ruim voor het eind van het jaar wordt afgerond", aldus Van Alphen. "Ik heb er alle vertrouwen in dat dat ook gaat lukken." De risico-inventansatie, waar de drie betrokken diensten al zo'n drie jaar aan werken, is voor veel mensen op de VU een heel wat zichtbaarder project dan de goedkeuring van de interne Arbo-dienst. In de risico-inventarisatie worden de belangrijkste knelpunten beschreven die birmen de universiteitsgebouwen voorkomen op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn. Dit jaar hopen de betrokken diensten bij alle faculteiten en diensten over de vloer te zijn geweest om de gevaren in kaart te brengen, zodat begonnen kan worden met het wegnemen van de potentiële problemen. "Want het gaat uiteindelijk natuurlijk niet om de inventarisatie, maar om het verminderen van de risico's." Het opstellen van de risico-inventarisaties is Van Alphen niet tegengevallen. "De bereidheid tot medewerking bleek, op een enkele uitzondering na, bij iedereen waar we langskwamen groot. We zijn er gelukkig ook steeds in geslaagd met een prioriteitenlijst naar buiten te komen waarin zowel wij als de faculteitssecretarissen zich konden herkennen. Die lijst is steeds een afweging geworden van gezondheids- en veiligheidsaspecten tegenover organisatorische en praktische argumenten." Voor alfa- en gammafaculteiten en de meeste diensten betreft de risicoinventarisatie wat Van Alphen noemt "recht-toe-recht-aan-werk". "Beeldschermvoorlichting en verbetering van het birmenklimaat en de brandveiligheid, dan heb je het wel gehad." Voor de bètafaculteiten en de gebouwendienst geldt volgens het hoofd DVM een heel ander verhaal. "Die zijn voor ons veel interessanter. Op die gebieden veranderen de werk-

Illustratie' Berend Vonk

omstandigheden veel meer en veel sneller. En zijn de risico's doorgaans ook veel groter. Bij Biologie en Geneeskunde bijvoorbeeld wordt tegenwoordig steeds meer gewerkt met genetisch gemodificeerde organismen. Dat was toen we voor het eerst bij Biologie kwamen nog veel minder. Daar moeten we nu organisatorisch veel voor veranderen." De vu maakt formeel sinds 1994, toen voor het onderwijs de Arbo-wet werd ingevoerd, ieder jaar een Arboen milieujaarplan. De komende jaren zal het opstellen van zo'n plan aanzienlijk eenvoudiger worden, meent Van Alphen. De knelpunten die uit de risico-inventarisatie naar voren zijn gekomen, vormen de basis voor de nieuwe jaarplannen. "De prioriteitenlijst IS een meerjarenplan", legt Van Alphen uit. "Binnen een jaar of vijf moeten we zeker alles verholpen hebben dat uit de knelpuntenanalyse naar voren is gekomen. Je kunt mensen

ook niet langer laten wachten voordat er iets gebeurt." Veel projecten staan gefaseerd op de planning. De Gebouwendienst trekt elk jaar zo'n twee miljoen uit voor Arbo- en milieuprojecten en met dat geld kun je niet in één keer alle problemen verhelpen. Daarom worden sommige kosten over meerdere jaren gespreid. Voor het aanpassen van de glazenwasinstallaties in het Wis- en Natuurkunde- en het Geneeskundegebouw bijvoorbeeld, in totaal een kostenpost van 1,2 miljoen, wordt dit jaar zo'n drie ton uitgetrokken. Ook een andere grote investering, het creëren van rookgedoogzones waarvoor de Gebouwendienst 1,2 miljoen gulden uittrekt, wordt in fasen gedaan. Op die manier kunnen veel verschillende projecten worden opgevat, zonder dat in een keer de begroting wordt opgesoupeerd. "Ook zonder de risicoinventarisatie en ook zonder de Arbowet hadden veel van de onderwerpen

die we aanpakken, waarschijnlijk wel onze aandacht gehad", vertelt Van Alphen. "Het gebeurt nu alleen overzichtelijker en structureler." Maar de risico-inventarisatie heeft niet alleen tot gevolg dat er daadwerkelijk iets gebeurt aan onveilige of ongezonde situaties op de vu, er is ook een belangrijk neveneffect opgetreden, constateert Van Alphen met genoegen. "Er is door de uitvoer van de risico-inventarisatie een enorm bewustwordingsproces op gang gebracht. Het voorlichtingseffect is erg groot geweest. Alleen daarom al zou het goed zijn de inventarisatie periodiek te herhalen. Het is goed geweest om de mensen op de werkvloer eens te ontmoeten. Men heeft ook steeds veel vragen gehad als wij langskwamen. Je merkt dat het dan meer gaat leven en dat de mensen zich dan meer bewust worden van de risico's die samenhangen met hun werk."

'Nooit gedacht hoogleraar te worden' In de meeste hotels bestaat kamer dertien niet. De VU is minder bijgelovig. Ad Valvas onthult wie er schuilgaan achter dit geheimzinnige kamernummer. Deze maand: prof.dr. Bauke Oudega van kamer H-213 in het Wis- en Natuurkundegebouw.

Bauke Oudega: 'Wij zitten hier qua ruimte fantastisch.'

Peter Boerman

Zelden zo'n ruime kamer dertien op de vu gezien als die van Bauke Oudega m de H-gang van het Wis- en Natuurkundegebouw. "Vroeger maakte deze kamer als apparatenkamer onderdeel uit van het laboratorium", verklaart hij. "Maar toen we wat studeerkamers nodig hadden, hebben we deze ruimte daarvoor laten sneuvelen. Je hoort mensen op de vu vaak klagen over ruimtegebrek. Maar bij ons valt dat sterk mee. Als ik kijk naar het buitenland, met name naar Engeland en Amerika, zitten wij h i c qua ruimte fantastisch." Oudega doorliep een klassiek academische loopbaan. Hij kwam, na een studie biochemie aan de Universiteit van Amsterdam, in 1974 op de vu in dienst als promovendus. Na zijn dissertatie te hebben geschreven, in 1978, kreeg hij een vaste baan als docent aangeboden. Twee jaar terug, onder meer na een postdocstage van een jaar in Amerika, werd hij benoemd tot hoogleraar in de moleculaire microbiologie. Hij volgde zijn promotor op, de huidige decaan prof.dr. F- de Graaf, toen die zich meer met bestuurlijke zaken wilde gaan bezighouden. "Ik heb de wind steeds meegehad", kijkt Oudega terug. "Mijn onderzoek verliep voorspoedig, het onderwerp stond in de belangstelling.

Peter Wolters AVC/VU

en ik kwam hier ook net in de tijd dat de faculteit biologie groeide als kool." De hoogleraar heeft vroeger niet gedroomd van z'n huidige positie. "Ik ben erin gegroeid", zegt hij. "Ik had m'n ambities nooit zo hoog gesteld. Wat ik vroeger wilde, lag eerder op het gebied van de ontwikkelingshulp. Maar daarvoor bleek ik achteraf de verkeerde studie te hebben gekozen. In mijn famüie ben ik bovendien de enige die op de universiteit is terechtgekomen. De rest zit in het bedrijfsleven, in het middelbaar onderwijs of in de politiek. Dat ik ooit hoogleraar zou worden, had ik dus nooit gedacht. Al is het in die 23 jaar geen dag in mijn hoofd opgekomen om hier weg te gaan."

Hij heeft zijn vak in een rap tempo zien veranderen. "De kennis en vooral de technische mogelijkheden zijn ontzettend groot geworden. Als je nu terugkijkt, lijkt wat we vroeger deden heel primitief In het begin moest je voor het kloneren van een gen wel vijf a zes maanden uittrekken. Nu gebeurt dat in een week. Dat betekent overigens niet dat we nu ook veel sneller artikelen kunnen leveren. De meeste artikelen uit de jaren zeventig zou je nu waarschijnlijk in geen enkel goed tijdschrift meer geplaatst krijgen. De vraagstelling is steeds ingewikkelder en gedetailleerder geworden." Oudega houdt zich op de vu onder meer bezig met het instituut voor moleculair biologische wetenschap-

pen, een van de drie instituten van het BioCentrum Amsterdam, de erkende onderzoekschool waarvan de UVA penvoerder is. Over belangstelling van de media voor zijn vak heeft Oudega de laatste tijd, onder meer dankzij het schaap Dolly, niet te klagen. Maar hij IS met die aandacht niet altijd even gelukkig. "Ik vind dat ons vakgebied in een nogal negatief daglicht komt te staan. Als een muis een mensenoor krijgt aangemeten, krijg je nergens te horen wat daar het goede van is, namelijk dat je als mens een nieuw oor kunt krijgen. Er wordt alleen over de slechte kanten gerept. Jammer genoeg. Die negatieve publiciteit straalt af op het vak. Biologie kent dan nog wel steeds veel eerstejaars.

maar er zijn maar weinig studenten die later de kant van de biotechnologie kiezen. Scheikunde heeft er ook last van. Ik vind dat niet helemaal terecht. De ontwikkeling van technieken is op zich niet fout, alleen voor de toepassing ervan moeten regels komen. Maar hetzelfde geldt voor een broodmes. Daar kun je een brood mee snijden, maar je kunt er ook iemand mee vermoorden. Moet je dan maar stoppen met broodmessen te maken? Nee toch? Of we bepaalde technieken moeten gebruiken, is geen

r uct3 zaak van mij als hoogleraar. Daar moeten we breder over discussiëren." Over de vu is Oudega in zijn algemeenheid goed te spreken. "Ik vind de vu een moderne, goedlopende universiteit. De faculteit biologie is daar helemaal een goed voorbeeld van. De faciliteiten die ons hier ter beschikking staan, zijn in Nederland ongekend. Ook qua populariteit zitten we in een gunstige positie. Het enige dat ik wel eens jammer vind, is dat de vu nogal conservatief is, weinig durf heeft in bepaalde opzichten. Dat leidt soms tot een beperking van de mogelijkheden. Ik zou het dan ook van lef vinden getuigen als er eens een selectie zou worden gemaakt in bepaalde wetenschappen. Als ik er dan zelf niet bij hoor, jammer, maar als de selectie eerlijk is, zou ik er vrede mee hebben."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 457

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's