Ad Valvas 1996-1997 - pagina 320
PËRSOhËELSICATERI^i ONDERNEMINGSRAAD
PAGINA 12
AD VALVAS 23 JANUARI 1997
Drs. Jannie de Weerd:
'Ik voel mij in de OR vaak een verbaasde kabouter' Drs. Jannie de Weerd zit namens de CIVIHF (Centrale voor IVliddelbare en Hogere Functionarissen) voor de tweede termijn in de ondernemingsraad. Zij werl<t sinds 1 9 8 0 parttime bij de valigroep sociale psychologie van de faculteit psychologie en pedagogiek, waar zij uitsluitend een onderwijsopdracht heeft. Het werk voor de OR doet zij in haar vrije tijd "omdat het onmogelijk in werktijd kan". IVIaar is het dan wel zinvol om als parttimer aan het OR-werk deel te nemen? Jannie de Weerd vindt van wel. "Nadat ik in 1993 met voorkeurstemmen in de OR ben gekozen, heeft het nog een half jaar geduurd voordat ik mijn zetel in de OR innam. Zoveel tijd verstreek voordat er een regeling werd getroffen omtrent het vergoedingssysteem voor mijn lidmaatschap van de OR. Ik heb dat laconiek afgewacht. Dankzij inventief optreden van de secretaris van mijn faculteit IS men daar uit gekomen. De 0,2 ft compensatie, die elk OR-lid krijgt, is in mijn geval omgezet in geld dat op een rekening wordt gestort. Daarvan kan ik vervolgens deelwerkzaamheden financieren die mijn onderwijs ten goede komen. Hieruit blijkt dus datje ook als deeltijder wel aan het OR-werk kunt deelnemen." De vakgroep sociale psychologie rekent het tot haar taak de studenten ook andere beroepsperspectieven aan te bieden dan een onderzoekersloopbaan, die slechts aan twintig procent van de afgestudeerden is voorbehouden. De Weerd: "Het gaat om een professionele toegift van de vakgroep. Een vakgroep kan zich niet permitteren er veel personeel voor aan te trekken, want ze wordt afgerekend op haar onderzoeksprestaties. Daarom is het heel bijzonder dat mijn vakgroep een professionele basisopleiding in stand heeft weten te houden, met tien procent van haar formatieruimte." Door de steeds teruglopende formatieruimte heeft De Weerd een opleidingsstrategie ontwikkeld die zij "onderwijs in oorlogstijd" noemt. "Met heel weinig middelen toch zorgen dat mensen gekwalificeerd worden. De grootste aanslag op mijn onderwijs vond plaats toen er gekort werd op de onderwijsruimte en het ministerie van onderwijs vierkante meters ging toekennen. Dat is nu nog steeds een reèle bedreiging, meer dan het teruglopende personeelsbestand. Want in tijden van personeelsschaarste kun je, bijvoorbeeld met inschakeling van gevorderde studenten, toch zorgen voor kwaliteit. De korting op de onderwijsruimte en de gesel van de gebouwendienst heeft werkelijk mijn onderwijs in gevaar gebracht. Dit onderwijs voltrekt zich nu voornamelijk in holen en spelonken: te kleine onderwijsruimtes in een tweede kelderverdieping, waar het daglicht nog net wel, maar het zonlicht niet meer doordringt. Of in inpandige onderwijsruimtes, ingericht voor twintig studenten, maar als die er zitten ontstaat er zuurstofgebrek. Een fotoserie in Ad Valvas over die holen en spelonken waarin onderwijs wordt gegeven, lijkt mij heel interessant. Mijn onderwijs speelt zich af in groepen van zestien tot dertig studenten, dus het is interactief onderwijs, wat hoog in het VU-vaandel staat. Maar de voorzieningen die daarbij horen, worden steeds slechter. En de vraag is of dat wel tot de VU-leiding doordringt. Het secretariaat van mijn faculteit en van de vakgroep doen er alles aan om te zorgen dat er ruimtes beschikbaar zijn. En de leergierigheid van de studenten is moedgevend! Ik ben een meester in inventief werken met schaarse middelen. Dat hoort een beetje bij werken onder oorlogsomstandigheden."
Oekazes Vier jaar geleden vroeg de lijsttrekker van de CMHF op de VU Jannie de Weerd als kandidaat voor de eerste OR-verkiezingen. De Weerd was enige jaren daar-
voor lid geworden van de VAWO (Vereniging voor Academici bij het Wetenschappelijk Onderwijs), die is aangesloten bij de vakcentrale CMHF. Voordat De Weerd zich aansloot bij de VAWO was zij al twintig jaar lid geweest van de Abva. Maar de belangen van vrouwelijke docenten hadden daar een lage prioriteit, merkte zij tot haar teleurstelling toen ze een beroep deed op die vakbond. De Weerd: "Met pijn en moeite ben ik toen lid geworden van de VAWO. Die stap was helemaal niet zo gemakkelijk want ik kom zelf uit een christensocialistische PvdA-NW achtergrond. Daarom was ik een tijdlang lid van twee vakbonden. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de VAWO omdat ze daar wel respect hadden voor mijn werkproblemen." Vanwege ontwikkelingen rond het werk op de VU, besloot De Weerd mee te doen aan de OR-verkiezingen. "In die tijd begon ik me te ergeren aan de manier waarop er op de VU met personeel wordt omgesprongen. Ik zat echt aan de grens van wat je als docent kan verwerken. We kregen een eindeloze stroom oekazes van personeelszaken en van de faculteit, gedicteerd door het ministerie, hoe het anders moest en wat er niet deugde. De minister bedacht iets en vervolgens lag het alweer onder je deur. Ik merkte dat ik de neiging had om die dingen nauwelijks te lezen en in de prullenmand te gooien, en met mij andere collega's. En ik merkte tot mijn schrik dat de idealen uit de CvB-brochure 'Noblesse oblige' in de dagelijkse praktijk nergens terug te vinden waren. Dat stuk heb ik op een gegeven moment ook in de prullenmand gegooid. Dat was een buitengewoon vervreemdende situatie. Via de ondernemingsraad hoopte ik meer inzicht te krijgen hoe de VU met zijn mensen omgaat." Op de eerste scholingsconferentie die De Weerd bijwoonde, sprak een inleider over een OR-lid die 'vragen stelt als een verbaasde kabouter'. "Dat is een rol die mij op het lijf geschreven is. En tot mijn genoegen functioneren een aantal andere OR-leden ook zo. Toen ik in de OR kwam en allemaal rare vragen ging stellen, ontstond er iets van discussie. Maar er waren natuurlijk ook OR-leden die bij zichzelf dachten: wat is dat voor een gek mens, dat zulke domme dingen roept?"
Respect Sinds de oprichting van de OR is er volgens De Weerd wel wat veranderd binnen de VU. "Er zijn bijvoorbeeld OR-werkgroepen die een aantal personeelsbelangen vertegenwoordigen, zoals de werkgroep Sociaal Organisatorische Zaken (SOZ). Die beoordeelt elke reorganisatie volgens een vaste procedure, met een aantal vragen die telkens terugkomen. Medewerkers van faculteiten die met reorganisaties te maken krijgen, leren de waarde van die vragen kennen. Bij reorganisaties vervullen facultaire personeelscommissies (FPC's) overigens ook een belangrijke rol. Deze FPC's zijn echter op informele basis samengesteld. Daarbij kunnen loyaliteitsconflicten ontstaan: werkt de FPC voor het faculteitsbestuur of voor de medewerkers?" De werkgroep Financieel Economische Zaken (FEZ) volgt op gezette tijden de financieel economische stukken die het CvB de OR voorlegt. De Weerd: "De werkgroep bestudeert die grondig, legt
Jannie de Weerd in een van de "holen en spelonken" van de V U : plaats voor 2 0 , zuurstof voor 1 0
p p t f Wolters - AVC/VU Peter
haar bevindingen voor aan de CR en die treedt daarover in gesprek met het College. Dat zijn nuttige gesprekken voor beide partijen. Het is belangrijk dat er een lichaam is waar dit soort informatie wordt uitgewisseld." "De werkgroepen SOZ en FEZ zijn de twee werkgroepen die rechtstreeks overleg tussen het College van Bestuur en de OR vertegenwoordigen", stelt De Weerd. "Dat gaat gepaard met meningsverschillen, maar ook met onderling respect. En het heeft mijn vertrouwen in het functioneren van de organisatie in barre tijden wel wat opgekrikt. Ik ben meer respect gaan krijgen voor de inzet van hogere functionarissen die bij het overieg met de OR betrokken worden. Zij hebben werkelijk belangstelling voor het reilen en zeilen in de organisatie."
Rollen De rol die de OR via de twee genoemde werkgroepen (SOZ en FEZ) op zich neemt, noemt De Weerd 'de advocatenrol'. "Daarbij houdt de OR de belangen van het personeel in de gaten. Dat doet bijvoorbeeld de OR-commissie voor Veiligheid, Gezondheid en Welzijn (VGW-commissie) ook. Maar die commissie legt de moeizame weg binnen de instituties van de VU af en moet het hebben van het leggen van contacten en de kwaliteit daarvan. Dat is heel wat anders dan via vastgelegde procedures belangen van het personeel behartigen, zoals de werkgroep SOZ en FEZ doen. Het werk van de VGW-commissie is heel moeilijk in een organisatie die functioneert binnen de normen en waarden van het harmoniemodel. Daarbij kunnen mensen snel het gevoel krijgen dat ze hun kop boven het maaiveld uitsteken. Een voorbeeld van hoe het soms in de praktijk kan gaan zag ik laatst op mijn faculteit. De personeelswerker daar gaf via de email door dat er een enquête van de Dienst Veiligheid en Milieu was, in het kader van de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE). Daar ben ik dus op ingesprongen. Om die enquête in te vullen, heb ik alles wat in mijn vakgroep leeft op het gebied van veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu verzameld en teruggestuurd. Het goede was dat die personeelswerker die email rondstuurde, anders was ik er nooit opgeko-
Klein Grut Dagelijks bestuur Dr. M.W.G. de Bolster (ABVAKABO), voorzitter kamer N - 357a, vakgroep Organische en Anorganische Chemie, faculteit der Scheikunde, De Boelelaan 1083. Telefoon: 44 47482; fax: 44 47488; email: oac@chem.vu.nl Mw. dr. T. J. Biewenga (CFO), secretaris kamer H - 265, vakgroep Celbiologie en Immunologie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7. Telefoon: 44 48078; fax: 44 48081; email: tj.biewenga.cell@med.vu.nl Dr. B. Overdijk (CMHF), plaatsvervangend voorzitter kamer A - 230, vakgroep Medische Chemie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7. Telefoon: 4448143; fax: 44 48143; email: b.overdijk.medchem@med.vu.nl OR-secretariaat Het secretariaat van de OR is gevestigd in kamer lE-26 in het hoofdgebouw (eerste etage in de E-vleugel, nabij de dienst PZ, bij ambtelijke secretaris drs. P. Heemskerk. Telefoon en fax: 44 45312; email: pg.heemskerk@dienst.vu.nl
VGW-commissie Mw. M. van den Ende, voorzitter kamer G - 218, vakgroep Celbiologie en Immunologie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7. Telefoon: 44 48070; fax: 44 48081; email: m.van_der_ende.cell@med.vu.nl Komende vergaderingen De eerste overiegvergadering van het nieuwe jaar vindt plaats op woensdag 29 januari. Met het College van Bestuur spreekt de OR dan over de reorganisatie bij het IDO, het voornemen tot reorganisatie bij de faculteit der Economische Wetenschappen en Econometrie en over de notities "Loopbaanontwikkeling en mobiliteit" en "Flexibele beloning". Plaats van de vergadering: zaal G - 076, W N - gebouw, aanvang 13.30 uur. Op woensdag 19 februari is de volgende OR-vergadering.
men. Zo ver weg is het. Zo'n emailbericht geeft de mensen in de organisatie de gelegenheid in te springen op initiatieven van instituties binnen de organisatie. Daar gaat een democratiserende werking van uit. Als OR-lid word je ook alerter als je een personeelswerker hebt die zo'n enquête op de email zet. Vakgroepgenoten reageren enthousiast als je samen eens gaat inventariseren welke knelpunten er op het gebied van veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu zijn. Als je je hiermee bezighoudt merk je ook dat veiligheid ondergeschikt wordt gemaakt aan beveiliging. Vluchtwegen voor het personeel zijn bijvoorbeeld afgesloten omdat ongewenste bezoekers moeten worden geweerd. Via email kun je ook medewerkers van faculteiten waar een reorganisatie gaande is, op de hoogte brengen van wat de OR ervan vindt. Met behulp van email kun je mensen activeren." Soms heeft de OR volgens De Weerd een leidersrol met betrekking tot het formuleren waar een universiteit inhoudelijk voor staat. "Dat blijkt bij de discussie over besteding van de arbeidsvoorwaardengelden, maar ook in de aio-bursalen kwestie. Die zaak wordt door bedrijfsmatig denken beheerst, terwijl er onderwijs- en onderzoeksbelangen op de werkvloer op het spel staan."
Debat Wat de OR op dit moment mist, vindt De Weerd, is een ongecensureerd debat in eigen kring, en een debat met PZ. "En dat komt vooral door de constante aanwezigheid van Ad Valvas bij de vergaderingen. De openbaarheid, die natuuriijk haar waarde heeft, gaat op dit moment te veel ten koste van het debat binnen de OR. De overiegvergadering kan zonder probleem openbaar zijn. Maar de principiële openbaarheid van de maandelijkse OR-vergaderingen remt haar eigen intern functioneren af. Inhoudelijke discussies vinden nog te veel geïsoleerd tijdens de scholingsconferenties plaats. Die scholingen worden altijd heel goed opgezet en voorbereid, maar het vervolg in het reguliere OR-werk ontbreekt. De scholingsbijeenkomsten zijn vooral goed voor de onderiinge verhoudingen. Inhoudelijk zouden we echter ook meer vooruitgang kunnen boeken. Voorheen zat Jonker, hoofd PZ, bijvoorbeeld bij alle OR-vergaderingen en niet alleen bij de overiegvergaderingen met het College, zoals nu het geval is. Op advies van het bureau GITP, dat de communicatie van de OR met haar achterban doorilchtte, neemt hij niet meer aan de reguliere OR-vergaderingen deel. Dat vind ik soms jammer. Jonker is namelijk iemand die in staat is het debat te voeren en meningsverschillen toe te laten. En hij wekt de indruk dat PZ het belangrijk vindt om op deze andere manier in gesprek te zijn. Jonker kan scherp debatteren en goed luisteren. Het belang van informele gesprekken is groot. Daar wordt aan beeldvorming en
meningsvorming gedaan en daar kan beïnvloeding plaatsvinden die voorafgaat aan de uiteindelijke formele besluitvorming in de overiegvergaderingen. Ik vind het zelf voor deze beginnende OR belangrijk dat ze op verschillende manieren leert communiceren met Personeelszaken en met het College van Bestuur, De kwaliteit van het overleg van de OR met het College van Bestuur wordt overigens in hoge mate bepaald door de wijze en vakkundige leiding van OR-voorzitter De Bolster. Zijn alerte manier van luisteren en zaken doen zijn goud waard", meent De Weerd. Deze vormen van overleg vindt zij belangrijk in een organisatie "die er een eer in stelt om volgens het harmonlemo del te functioneren. Met name in het harmoniemodel is het essentieel dat er momenten zijn waarop mensen vrijelijk tegenover elkaar kunnen staan en van mening kunnen verschillen."
Ouderschapsverlof Het belang van informeel overieg heeft De Weerd twee jaar geleden ervaren bij een debat over besteding van een deel van de arbeidsvoorwaardengelden (AVWgelden) voor zwangerschaps- en ouderschapsverlof. "De OR maakte zich in die discussie sterk voor ouderschapsverlof voor man en vrouw. Bedrijfsmatig werd zwangerschapsveriof gepresenteerd als kapitaalveriies voor de organisatie en als een bedreiging voor de continuïteit. Daarbij kwam ook aan de orde hoe armoedig de financiering van vervanging is en hoe belastend de papieren rompslomp. Terwijl op de werkvloer de collega's het vanzelfsprekend vinden om solidair te zijn en de continuïteit in het onderwijs te waarborgen. Ik ben daar toen scherp over uitgevallen in de ORvergadering. Daaraan heb ik een goeie relatie met Jonker overgehouden. Die kon het heel goed hebben. Ik ben er trots op dat de OR de regeling voor ouderschapsverlof zowel voor mannen als voor vrouwen heeft weten te handhaven. De OR heeft ook steeds het belang en de waarde van de crèche hooggehouden. Het gaat hier tenslotte om het maatschappelijk belang dat vrouwen én mannen ouderschapsveriof kunnen opnemen en om het belang van de organisatie bij goede kinderopvang. Dit waren momenten waarop ik dacht: de OR doet goed werk. Die AVW-gelden lijken trouwens weleens een potje voor lief en leed, de OR let echter op oneigenlijk gebruik van dit geld door het College van Bestuur. Daarom verzet de OR zich ook tegen misbruik van deze middelen voor de certificering van de arbodienst. De OR staat op scherp bij de bespreking over besteding van de AVW-gelden en onderhandelt ook alert met het College hierover. Wij bewaken daarmee het sociaal beleid van de VU."
Commissievergadering Universiteitsraad De eerstvolgende vergadering van de commissie algemene, juridische, personele en studentenzaken is op 28 januari om 9.30 uur in kamer 2A-42. informatie over UR- en commissievergaderingen is verkrijgbaar bij de griffie van de UR, kamer 2D-36, tel: 020-444 5335.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's