Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 556

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 556

9 minuten leestijd

PAGINA 6

AD VALVAS 15 MEI 1997

Mk loop altijd een trimester Ervaringen van studenten met een handicap Doorzetters zijn het, goede planners en gedisciplineerde werkers, de studenten met zeer uiteenlopende handicaps die rondlopen en -rijden op de VU. Met hoevelen ze zijn en aan wat voor hulp ze behoefte hebben, moet blijken uit een onlangs door de studentendecanen verspreide enquête. In Ad Valvas alvast de verhalen van Ron, Jan, Harry, René en Yvette. "Ik hou me vasT aan mijn studie en ik trek me eraan op." Frieda Pruim Student medische biologie Ron Oud (25) eet zich dag in dag uit te barsten aan Marsen, kaassoufHés en andere calorierijke producten. Daarnaast loopt hij al vijftien jaar elke dag hard en fietst ook nog eens dagelijks een uur. Toch is Ron geen topsporter, integendeel. Hij lijdt aan de chronische ziekte cystic fibrosis (CF), ook wel taaislijmziekte genoemd. H e t taaie slijm dat zijn lichaam produceert, heeft ernstige gevolgen voor verschillende van zijn organen, vooral voor zijn longen. Het slijm is een voortdurende bron van infectie en zorgt in de darmen voor een gebrekkige vertering, waardoor de meeste calorieën die hij tot zich neemt, verloren gaan. Een onschuldige verkoudheid slaat bij hem meteen op de longen. Vroeger betekende dat een ziekenhuisopname van minstens drie weken, tegenwoordig loopt hij in die weken met een pompje rond dat via een infuus antibi-

zo snel mogelijk weer thuis te komen omdat ik nog zoveel moest doen. Twee jaar geleden liep ik een uitzonderlijke infectie op en kreeg ik complicatie op complicatie. T o e n stortte alles in elkaar." Zijn vaste voornemen om na zijn studie aio te worden, heeft hij overboord moeten zetten. Daarvoor ontbreekt de energie. Hardlopen doet hij tegenwoordig niet meer buiten maar op een hardloopband met wat extra zuurstof erbij. D e kans dat hij veel ouder dan dertig wordt, is niet zo groot. Ook tweedejaars theologie Yvette Pors (20) heeft een chronische ziekte, al zie je op dit moment niks aan haar. Zij heeft SLE, wat inhoudt dat haar witte bloedlichaampjes overactief worden door bijvoorbeeld zon, moeheid en stress. D a n gaan ze haar lichaam opeten in plaats van de bacten e n en virussen die ze worden geacht uit de weg te ruimen. Benen, organen, botten, haar - mets is veilig meer. Yvette heeft niet zoveel last van reuma als de meeste SLE-patiënten, maar wel problemen met haar hart. Als ze een griepje heeft, is ze daar vijf weken mee zoet en een schaafwondje is voor ze het weet ontstoken. D e ene keer is haar bloeddruk te hoog door tentamenstress, dan weer zit er te veel eiwit in haar urine, en altijd heeft ze last van haar handen als ze schrijft. Maar de moeheid waarmee de ziekte gepaard gaat, zit haar nog het meeste dwars, 's Avonds studeren of iets ondernemen is er niet bij. O m half tien ligt ze onder de wol. "Ik volg alle colleges, maar verder lig ik voornamelijk op de bank", zegt Yvette, die met twee vriendinnen op een Amsterdam-

Tfe kan alleen iets geven en hopen dat daaruit iets ontstaat'

otica m z n arm spuit. T o t twee jaar geleden verliep zijn studie redelijk vlekkeloos, maar daarna werd hij heel ziek, zodat zijn stageverslag en scriptie maar niet vorderen. "Ik heb m ' n longen heel lang goed kunnen houden dankzij een strenge discipline", vertelt Ron in zijn Utrechtse benedenwoning, waar hij samenwoont met zijn vriendin. "Behalve sporten en goed eten adem ik ook drie keer per dag een half u u r lang een vernevelde medicijncocktail in. In de eerste jaren van m ' n studie woonde ik nog bij m ' n ouders, die zorgden dat alles klaarstond als ik thuiskwam. Dat scheelde zoveel tijd dat dat opwoog tegen de drie uur reistijd die ik dagelijks had. Anderen gingen na de colleges vaak nog iets drinken, maar ik liep altijd te stressen om

se etage woont. "Als ik eens een keer een avond ergens heen ga, kan ik er donder op zeggen dat ik er drie dagen last van h e b . " T o c h koos ze, tegen het advies van de dokters in, voor de zware opleiding theologie met Grieks, Latijn en Hebreeuws om te bewijzen dat ze "gewoon" is, dat ze het wel kan. Met als gevolg dat er voor andere activiteiten geen energie overblijft. Maar dat neemt ze op de koop toe. "Die studie móet gewoon doorgaan", benadrukt ze. "Ik heb zóveel mensen zien stranden die een jaar zijn gestopt. Als er iets is dat je moet voorkomen, is het dat. Die studie geeft mij richting en doel. Ik hou me eraan vast en trek me eraan o p . "

Dyslectisch Net als Yvette ondervond Jan Böhncke (33) tegenwerking bij zijn studiekeus. T o e n hij na lom-school en lts te kennen gaf dat hij naar de Middelbare Hotelschool wilde, zeiden zijn familieleden: "Doe dat nou niet Jan, dat kun je toch niet." Inmiddels heeft hij z'n doctoraal geneeskunde gehaald en zijn co-schappen bijna afgerond. D e imiversiteit bereikte hij via de Hotelschool, een HBO-propedeuse diëtetiek en colloquia doctum in schei-, natuuren wiskunde. Door nooit ergens een briefje achter te laten en dankzij de grote hoeveelheid multiple-choicetentamens die geneeskunde kent, wist hij op de universiteit nog ruim drie jaar geheim te houden dat hij dyslectisch was. Dat betekent dat hij traag leest en moeite heeft met het correct spellen van woorden, omdat hij geen volledige woorden, maar losse letters en delen van woorden ziet staan. Jan: "Je leert daar heel slim mee om te gaan. Maar in het vierde jaar gingen ze bij de tentamens over op ja/neevragen, waarvoor je maar heel kort de tijd had. T o e n ging ik op m ' n bek, want bijvoorbeeld een dubbele ontkenning in een zin zag ik niet zo snel." N a lang aarzelen besprak hij zijn probleem met de decaan, die alle vakgroepen benaderde met het verzoek Jan een half uur extra tijd voor zijn tentamens te

geven. Bijna alle vakgroepen reageerden positief. Ook toen hij co-schappen ging lopen, ontkwam Jan er niet aan zijn handicap ter sprake te brengen. "Bij elke co-schap heb ik, hoe moeilijk ik dat ook vond, op de eerste dag gezegd: 'Ik heb dyslexie. Dat houdt in dat u heel rare dingen in mijn statussen kunt verwachten.' Daar kreeg ik wel positieve reacties op. En als je het van tevoren zegt, wordt de beeldvorming van jou tenminste niet door je schrijffouten beïnvloed." Zijn handicap verborgen houden is er voor rechtenstudent en ex-HEAO'er René van den Bedem (26) niet bij, want dat hij blind is, zie je al van verre aan zijn blindengeleidehond. René loopt qua planning altijd een trimester op zijn studiegenoten voor, want het kost hem drie tot vier maanden om zijn studieboeken te laten omzetten in brailleschrift of te laten opnemen op de band. Maar dankzij de voortschrijdende techniek wordt zijn leven de laatste jaren wel steeds minder gecompliceerd.

Amersfoort, waar hij samen met zijn moeder woont, en Amsterdam. Op het Hoofdgebouw, waar hij altijd college heeft, heeft hij nauwelijks iets aan te merken. Zijn hond leidt h e m zonder problemen overal naar toe. Het is alleen lastig dat hij niet kan zien waar de lift stopt. En de tiptoetsen in de nieuwe lift zijn hem een gruwel omdat ze al aanspringen als hij ze aanraakt om te voelen waar ze zitten. Voor rolstoelgebruiker en student geschiedenis Harry Donkersloot (39) is het Hoofdgebouw daarentegen één grote "hindemissenrace": de hekjes bij de ingang van de bibliotheken zijn te smal, de balies zijn te hoog, het invalidetoilet is ronduit smerig, bevat geen alarm en de beugels staan omhoog in plaats van omlaag en de boekhandel is het "toonbeeld van ontoegankelijkheid". "Zet een computerterminal neer met het hele boekhandelbestand erin zodat je kunt kijken wat er is", is Harry's suggestie. Verder staat een rolstoeltoegankelijke computer bij computerpractica en een verlaagd kopieerapparaat op zijn verlanglijstje. Schrijven kost hem moeite omdat hij spastisch is. Dat lost hij op door colleges goed voor te bereiden zodat hij weinig aantekeningen hoeft te maken en door ze op de band op te nemen. Tentamens doet hij praktisch altijd mondeling, waarbij het hem opvalt dat de kamers van docenten steeds voller worden. "Vroeger kon je gewoon bij een docent binnenrijden, maar tegenwoordig moet je je niet verbazen als je je langs vier of vijf bureaus moet persen", aldus de negendejaars in zijn aangepaste en ruime benedenwoning in de Baarsjes,

'Als ik een avond iets onderneem^ kan ik er donder op zeggen dat ik er drie dagen last van heb'

Als uitgeverijen of auteurs bereid zijn hem een boek op flop te leveren, zet zijn computer met brailleleesregel die in no time om in brailleschrift of in gesproken woord. Collegeaantekeningen en tentamens maakt hij ook op zijn computer. Alleen practica leveren soms problemen op. "Bij het vak rechtsoefeningen dat ik nu volg, moeten we met een groepje van drie een casus oplossen", legt René uit. "Daarvoor heb je literatuur nodig waarover ik niet kan beschikken, omdat die ter plekke wordt uitgedeeld en de docent niet bereid was van tevoren aan te geven waar het over ging." René pendelt dagelijks op en neer tussen

Honderd Ron, Yvette, Jan, René en Harry zijn vijf van de naar schatting honderd gehandicapten die rondlopen en -rijden op de vu. Dat getal van honderd is gebaseerd op de aantallen op andere universiteiten. Natte-vingerwerk dus, want tellingen zijn er op de vu nooit gedaan. Dat is ook lastig, want niet alle gehandicapte studenten maken zich als zodanig bekend. Studentendecaan M . Wielkens, die zich speciaal inzet voor gehandicapte studenten, kent alleen degenen die ooit een beroep op haar hebben gedaan. Zij vragen bijvoorbeeld hulp bij verlenging van h u n studieduur, het regelen van een aangepast tentamenrooster, speciale voorzieningen of huisvesting. O m een beter beeld te krijgen van haar doelgroep en om erachter te komen of gehandicapten de hulp krijgen die zij nodig hebben, heeft beleidsmedewerker Armemiek Staarm a n namens de studentendecanen een enquête opgesteld. Deze is onlangs via studieadviseurs verspreid onder de gehandicapte studenten die zij kennen. "Zij versturen de enquête uit privacyoverwegingen alleen aan studenten van wie zij zelf gehoord hebben dat ze gehandicapt zijn", vertelt Staarman. "Daarom bereiken we hoogstwaarschijnlijk een aantal studenten niet. Zij kunnen natuurlijk wel zelf een enquête bij ons komen halen." Yvette wist tot voor kort niet van het bestaan van een speciale decaan voor gehandicapten af. "Ik wilde in Amsterdam gaan wonen, want mijn ouders wonen anderhalf uur reizen hier vandaan en dat kostte te veel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 556

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's