Ad Valvas 1996-1997 - pagina 562
AD VALVAS 15 MEI 1997
PERSONEELSKATERN: ONDERNEMINGSRAAD
PAGINA 12
MUB biedt perspectief voor de ondernemingsraad Zonder veel ophef is op 19 maart de Wet op de IVIodernisering van de Universitaire Bestuursorganisatie (IVIUB) in werking getreden. Deze wet verordonneert onder meer dat de Universiteitsraad (UR) in zijn liuldige vorm moet verdwijnen. Daarvoor in de plaats zou een centrale medezeggensciiapscommissie kunnen komen, waarin medewerkers en studenten gezamenlijk zitting hebben, of een ondernemingsraad en een aparte studentenraad. Voor de VU ligt de laatste optie voor de hand omdat de universiteit al vier jaar met een ondernemingsraad werkt. De commissie-Soeteman die het College van Bestuur in deze kwestie advi seert, pleit daarvoor in haar conceptrapport. Vóór 19 september van dit jaar wil de minister van de VU weten welke bestuursstructuur ze kiest. Voor de leden van de OR is het wel duidelijk: de ondernemingsraad blijft, "ik zou het raar vinden als ze alles terugdraaien, zeker nu de commissieSoeteman zich ook voor het behoud van de OR uitspreekt" verwoordt Ben Bakker, CFO-lid en werkzaam bij de vakgroep Theoretische Natuurkunde aan de faculteit der Natuur- en Sterrenkunde. "Toch," zegt OR-voorzitter Martien de Bolster, "moeten we daar niet klakkeloos vanuit gaan. Het college hoeft zich niet aan dat advies te houden. We hebben nu een ander College van Bestuur dan toen de OR werd ingesteld en dat moet ook rekening houden met anderen binnen de VU. Bovendien zijn er veel mensen die OR niet zo wetenschappelijk vinden klinken en daarom de U-raad willen behouden. Desalniettemin heb ik er alle vertrouwen in dat wij ons werk kunnen voortzetten en uitbouwen." Een van de redenen om de MUB te ontwikkelen, is dat het ministerie af wil van de tweedeling binnen universiteiten waar een bestuurskolom bestaat naast een beheerskolom. Het kan nu voorkomen dat een bestuursbesluit niet wordt ondersteund met een beheersbesluit. Universiteiten zouden een slagvaardiger bestuursstructuur kunnen gebruiken. De OR van de VU staat daar achter, maar signaleert tegelijkertijd gevaren. De Bolster: "Nu is het nog zo dat het heel lang goed kan gaan; dan is er niets aan de hand. Maar wanneer een bestuursbesluit niet synchroon loopt met de besluiten van de beheerskolom, dan krijg je competentieproblemen. Wie richt zich naar wie? is dan de vraag. Als strategische beslissingen niet worden gefaciliteerd, wordt een organisatie stuurloos. Daar heeft niemand baat bij. Dit is een goede ontwikkeling." Bakker is het daar mee eens, maar hij vindt ook dat de VU zich ervoor moet hoeden een belerende organisatie te worden. "Mij bekruipt een beetje het gevoel dat er één grote baas komt die alles beslist. Zo zullen volgens de MUB de decanen voortaan worden benoemd door het CvB." Het is de bedoeling dat het integraal management dat inmiddels gemeengoed is in het bedrijfsleven, ook zijn intrede doet in de universitaire wereld. Dat heeft onder meer tot gevolg dat een decaan van een faculteit integraal verantwoordelijk wordt gesteld voor het reilen en zeilen van zijn faculteit. Naast het onderzoek en het onderwijs, zullen ook het personeelsbeleid, de huisvesting, de faciliteiten en de financiën voortaan onder zin verant-
Zullen studenten en medewerkers in de toekomst nog gezamenlijk rond de tafel zitten?
Sydney Vervuurt - AVC/VU
woordelijkheid vallen. Dat vraagt om een nieuw soort decanen. Tot nu toe lag deze verantwoordelijkheid grotendeels bij het faculteitsbestuur en namen onderzoekers het decaanschap voor een bepaalde periode op zich. Daarnaast probeerden zij nog vakinhoudelijk bezig te zijn. "De mensen die nu decaan zijn, hebben vaak niet het gevoel manager te zijn," stelt Bakker. In de toekomst wordt het decaanschap een ware managersbaan, waarin geen ruimte meer is voor onderzoek en onderwijs.
Bekostigen In theorie hoeft de VU zich niet te houden aan de MUB omdat ze een privaatrechtelijke organisatie is. Maar wil de universiteit vanuit Zoetermeer bekostigd worden, dan moet ze wel aan een aantal eisen van het ministerie van Onderwijs voldoen. Dat toetst de bijzondere universiteiten marginaal op kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid. De VU kan dus op grond van de eigen aard een eigen bestuursstructuur ontwerpen,mits die doelmatig is en voldoende kwaliteit heeft. "In de praktijk zal onze bestuursstructuur niet veel afwijken van die van de andere universiteiten," verwacht De Bolster. "Alleen is het de vraag hoe de Raad van Toezicht wordt ingevuld." Een landelijk ochtendblad wist al te melden dat de bijzondere universiteiten geen Raden van Toezicht krijgen omdat de stichtings- en veren-
Klein Grut Dagelijks bestuur Dr. M.W.G. de Bo/ster (ABVAKABO), voorzitter vakgroep Organische en Anorganische Chemie, faculteit der Scheikunde, De Boelelaan 1083, kamer N - 357a. Telefoon 44 47482; fax 447488; email: oac@chem.vu.nl Mw. dr. T.J. Biewenga (CFO), secretaris vakgroep Celbiologie en Immunologie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7, kamer H - 265. Telefoon: 44 8078; fax: 44 4801; email: tj.biewenga.cell@med.vu.nl Dr. B. Overdijk (CMHF), plaatsvervangend voorzitter vakgroep Medische Chemie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7, kamer A - 230. Telefoon: 44 48143; fax: 44 48143; email: b.overdijk.medchem@med.vu.ni OR-secretariaat Het secretariaat van de OR is gevestigd in kamer lE-26 in het hoofdgebouw (eerste etage in de E-vleugel, nabij de dienst PZ, bij ambtelijk secretaris drs. P.G. Heemskerk. Telefoon en fax: 44 45312; email: pg.heemskerk@dienst.vu.nl VGW-commissie Mw. M. van der Ende, voorzitter, kamer G - 218, vakgroep Celbiologie en Immunologie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7. Telefoon: 44 48070; fax: 44 48081; email: m.van_der_ende.cell@med.vu.nl Werkgroep SOZ Dr. ir. C.A.G.M. van Montfort, voorzitter, kamer IA - 1 8 , vakgroep Econometrie, faculteit Economische Wetenschappen en Econometrie, De Boelelaan 1105. Telefoon: 44 46025; fax 44 46020; email: kvmontfort@econ.vu.nl Werkgroep FEZ Dr. B. Overdijk, voorzitter, kamer A - 230, vakgroep Medische Chemie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7. Telefoon: 44 48143;fax 44 48143; email: b.overdijk.medchem@med.vu.nl Komende vergaderingen De eerstvolgende OR-vergadering vindt plaats op woensdag 4 juni.
gingsbesturen die rol al vervullen. Bakker en De Bolster vinden dat een voorbarige voorstelling van zaken. "De commissie-Soeteman kan inderdaad voorstellen dat het verenigingsbestuur de Raad van Toezicht wordt, maar dat lijkt ons niet verstandig. Er worden zw/are eisen gesteld aan de leden van zo'n raad. Ze moeten verstand hebben van onderzoek en onderwijs, van bedrijfsvoering en ze moeten voeling hebben met de maatschappij. De MUB stelt dat zij de begroting, het instellingsplan, het jaarverslag en belangrijke strategische beslissingen van het CvB ter goedkeuring moeten krijgen voorgelegd." Bakker en De Bolster vinden dat er bij de samenstelling van de Raad van Toezicht een rol is weggelegd voor de OR. "Als we de Wet op de Ondernemingsraden volgen en de RvT zien als een raad van commissarissen in het bedrijfsleven, dan is het gebruikelijk dat we in elk geval voor één lid voordrachtsrecht hebben. Het is belangrijk dat niet alleen het CvB vertrouwen heeft in de Raad van Toezicht, maar ook de OR en de nog te vormen Studentenraad. De Studentenraad zou dan eveneens het voordrachtsrecht voor één lid moeten krijgen." Ook is de OR van mening dat ze betrokken dient te worden bij het opstellen van het profiel van de toekomstige leden van de Raad van Toezicht. Zinvol Binnen de MUB kunnen universiteiten niet alleen kiezen tussen een cen-
trale medezeggenschapscommissie en een combinatie van een ondernemingsraad en een studentenraad, maar ook tussen verschillende varianten van de ondernemingsraad: een centrale ondernemingsraad (COR) en bij alle dienstonderdelen en faculteiten een ondernemingsraad voor dat bedrijfsonderdeel (OR); één ondernemingsraad en bij een aantal dienstonderdelen en faculteiten een onderdeelcommissie (OC). Als eenmaal een variant is gekozen, kan deze niet zonder meer worden ingeruild voor een andere. De Bolster en Bakker bepleiten het zogenaamde OR/OCmodel. Dat betekent dat de VU een centrale OR krijgt en waar zinvol, een onderdeelcommissie. Deze 00 krijgt dezelfde bevoegdheden op decentraal niveau als de OR op centraal niveau. "Dan moet wel helder zijn welke besluitvorming op decentraal niveau plaatsvindt," benadrukt De Bolster. Overal OC's instellen, is volgens het tweetal niet raadzaam. "Dat maakt een organisatie alleen maar star. Een onderdeel moet voldoende omvang hebben. Er moet een kwaliteitsgarantie bestaan en er moet een noodzaak zijn, er moet dus iets te bepraten zijn. Het is de bedoeling dat de OC's zich buigen over strategische voornemens en beslissingen van de leidinggevenden van het betreffende onderdeel. Onder die noemer valt de kleur van de prullenbakken dus niet," vindt Bakker. De OC's zijn volgens hem een grote
vooruitgang ten opzichte van de Facultaire Personeelscommissies (FPC's), omdat ze een groter draagvlak zullen krijgen. "De leden van OC's worden gekozen, die van de FPC's worden nu aangewezen. De laatsten vertegenwoordigen dus in veel gevallen niet zozeer het personeel, maar zitten daar omdat ze er moeten zitten. " Een ander voordeel van de OC's ziet Bakker in het feit dat ze niet meebesturen en dus niet gecommitteerd zijn aan het beleid. "Ze kunnen in de toekomst ijskoud zeggen: ik heb recht op informatie." Bakker en De Bolster zien de toekomst met de MUB positief tegemoet. "Wij krijgen meer speelruimte. Maar er zal ook meer werk en tijd in gaan zitten, bijvoorbeeld dat we ook met de Studentenraad moeten overleggen. Dat is niet erg zolang we daar ook maar voor worden gefaciliteerd." Bakker verwacht een interessante tijd: "We zullen meer discussies op strategisch niveau gaan voeren. We moeten ons nu intern beraden op wat we willen. We kunnen wel alleriei bevoegdheden claimen, maar als we die vervolgens niet uitoefenen, zijn we niet geloofwaardig. We denken met de volgende verkiezingen - over twee jaar - een goed systeem te hebben ontwil<keld."
Jurist Kees Speelman versterkt de gelederen "Zo'n nota over flexibele beloning is smullen voor mij", bekent mr. Kees Speelman die sinds kort de gelederen van de OR namens de CFO versterkt. In zijn dagelijks leven leidt hij het project Rechtshulp VU aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. Daar komt zijn ervaring in het arbeidsrecht hem goed van pas, maar ook in de OR kan hij er zijn voordeel mee doen. De ondernemingsraad buigt zich namelijk vaak over zaken die direct of indirect hebben te maken met de rechten van werknemers. Speelman, die in de jaren zestig zijn opleiding genoot aan de Universiteit van Amsterdam, heeft na zijn studie een aantal jaren als advocaat gewerkt in Utrecht. Hij stelde toen vast dat de juridische dienstveriening aan ondernemingen, overheden en bemiddelde particulieren dik in orde was, maar dat de sociale rechtshulpveriening nog in de kinderschoenen stond. Hij kreeg belangstelling voor het rechtswinkelwerk van de VU, dat was ondergebracht in een advocatenpraktijk, en maakte in 1974 de overstap naar deze praktijk. Pas na verloop van tijd werd hij lid van de CFO. "Ik kreeg er toen oog voor dat de vakbonden zich op alleriei manieren inspannen om een maatschappelijk evenwicht te realiseren. Daar wilde ik een steentje aan bijdragen. Pas later ontdekte ik dat ik
geheel in de traditie van de faculteit had gehandeld. Veel hoogleraren hier hebben zich betrokken gevoeld bij de christelijk-sociale beweging en waren lid van het CNV. Dat is opmerkelijk, want hoogleraren vormen nu eenmaal niet een categorie die snel naar de vakbond holt." Speelman hecht grote waarde aan het werk van de bonden. "Met hun taak van behartiging van de collectieve en de individuele belangen van werknemers spelen ze een belangrijke rol in de relatie tussen werkgever en werknemer. Er is veel veranderd in die relatie." Die stelling onderstreept hij door een bladzijde uit een wetboek van omstreeks 1900 te tonen: "Toen hadden slechts drie artikelen uit het huurrecht daarop betrekking. Tegenwoordig worden werknemers veel meer betrokken bij de onderneming waar ze werken. De regelingen voor medezeggenschap, waaronder de Wet op de Onderenmingsraden (WOR) illustreren dat. Ondernemingsraden kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de kwaliteit van het bedrijfsbeleid en van het bedrijfsklimaat." Dat de vakbonden kandidaten leveren voor de OR, vindt Speelman een logische zaak. "Er wordt gebruik gemaakt van een bestaande infrastructuur. Dat is nuttig en effectief, en kan de kwaliteit en slagvaardigheid van het OR-werk ten goede komen. Dat is in het belang van het personeel en van
de werkgever. De verschillende fracties werken overigens goed samen. Ik merk eigenlijk niks van eventuele tegengestelde belangen." Binnen de OR heeft Speel-man nu een plaats gevonden in de commissie Veiligheid, Gezondheid en Welzijn, kortweg VGW-commissie genoemd. "Vanuit mijn professie heb ik natuuriijk meer raakvlakken met de werkgroep Sociaal Organisatorische Zaken, maar daar was geen vacature." Desgevraagd stelt hij dat de OR daarom mogelijk minder aan de jurist Speelman' heeft, dan aanvankelijk misschien was verwacht. "In de VGW-commissie komen eigenlijk geen juridische aspecten aan de orde. Daar biedt mijn achtergrond geen expliciete meerwaarde. Wat mij opvalt is dat juist de leden van de OR een behoorlijk deskundigheidsniveau hebben." Maar als de notities 'Loopbaanontwikkeling en mobiliteit' en flexibele beloning' ter sprake komen, blijkt zijn achtergrond wel een rol te spelen. Een lichte beroepsdeformatie is hem daarbij misschien niet vreemd. "Als jurist kan ik wel zeggen dat ik met verbazing naar deze notities kijk. Zij zijn zeer summier onderbouwd; voor een juridische beslissing zou de motivering zelfs volstrekt ontoereikend zijn. Zo'n voorstel moet bijvoorbeeld duidelijk aangeven waarom de veranderingen nodig zijn. Ook moeten de gevolgen ervan In kaart worden
gebracht en aan relevante criteria worden getoetst. Aan beide eisen is niet voldaan. De uitwerking ontbreekt gewoonweg." Het is de bedoeling dat de individuele loopbaan en de salarisverhogingen afhankelijk worden van de beoordeling door de leidinggevende. Volgens Speelman moet er dan wel aan een aantal randvoorwaarden zijn voldaan. Anders bestaat het risico dat er een willekeurig beoordellngsbeleid ontstaat. "De bedrijfscultuur dient een waarborg in te houden voor een eeriijke en objectieve beoordeling. Het is de vraag of de VU daar bij alle diensten en faculteiten al aan toe is." Hij pleit ervoor dat het aangekondigde tevredenheldsonderzoek aan de VU ook wordt gebruikt om die cultuur in kaart te brengen. "Dan kun je vaststellen in hoeverre die gewenste bedrijfscultuur aanwezig is en waar de zwakke plekken liggen. Het CvB heeft nu voor slechts twee experimenten al /ir\e ton nodig om de leidinggevenden en medewerkers te trainen in het voeren van functioneringsgesprekken. Dat zegt al genoeg." Speelman mag dan een voorkeur hebben voor het kritisch vorsen van zaken met een juridische kant, echte stokpaardjes in het kader van zijn ORwerk kan hij niet noemen. "Ik wil bijdragen aan het ontstaan van een goed beleid van de VU. Als OR kunnen we dat doen door ervoor te zorgen dat de werkgever, ofwel het CvB, niets over het hoofd ziet."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's