Ad Valvas 1996-1997 - pagina 638
AD VALVAS 12 JUNI 1997
PAGINA 16
Slimme studentes
Hans Simons: 'Er was aan de vu heel wat dames- en herenleed ten aanzien van het ouderlijk milieu.'
Bram de Hollander
'M'n studietijd lijkt heel dichtbij' De VU brengt niet de minsten der aarde voort. Ad Valvas maakt een rondgang langs beroemdlieden die geschoold werden aan de Vrije Universiteit. Deze week: Hans Simons. Hij was staatssecretaris van volksgezondheid en Is momenteel wethouder in Rotterdam. Marianne Hoek van Dijke
Er hangt een feestelijke sfeer in het monumentale stadhuis van Rotterdam. Het orgel speelt en stralende bruidsparen klimmen de trappen op en af. Op de eerste verdieping heerst een drukte van een andere aard. Hier melden kranten in werkkamers het laatste nieuws over corrtmissaris Brinkman en over de voors en tegens van een Rotterdamse stadsprovincie. Met dat laatste houdt ook Hans Simons (49), wethouder werkgelegenheid, economische zaken, regiobeleid en sociale zaken, zich bezig. Na een
Geslaagd pijlsnelle studie politieke én sociale wetenschappen, verschillende fiincties in Rotterdam en een paar jaar als staatssecretaris van volksgezondheid, is hij weer terug in z'n oude stad. "Het is allemaal razendsnel gegaan", vertelt hij. "Ik heb in de afgelopen 25 jaar heel veel gedaan, maar als ik over m'n studietijd praat, lijkt het heel dichtbij." Simons wist in 1967 eigenlijk vooral wat hij niet wilde: in militaire dienst, en de enige manier om die te ontiopen was medicijnen of farmacie studeren. Dus koos hij in de voetsporen van zijn vader, die huisarts was, voor medicijnen. Hij wilde naar Amsterdam en werd geplaatst op de vu. "Maar na zo'n drie maanden realiseerde ik me dat de keuze voor geneeskunde niet verstandig was. De psychiatrie boeide me, daar ben ik later als staatssecretaris ook intens mee bezig geweest. Maar verder, ik zal niet zeggen dat ik schrik als ik bloed zie, maar het zit er wel dicht tegenaan." Omdat hij op de middelbare school al een grote maatschappelijke en politieke interesse had, werd het in datzelfde jaar nog politieke wetenschappen. Maar helaas, na het behalen van zijn kandidaats moest Simons zich alsnog bij de kazernepoort melden, om bij de medische keuring te horen te krijgen dat hij de ziekte van Besniaboek had en een jaar moest kuren. In dat jaar besloot hij, geïnspi-
reerd door de discussies op de universiteit over democratisering en medezeggenschap, een doctoraal sociologie te gaan doen. In 1972 studeerde Simons af. "Het was geen speciale verdienste van mij dat ik zo snel afstudeerde. Met een groep vrienden, die ik in het begin van m'n studie ontmoet had, studeerde ik intens samen. Een paar daarvan zijn hartsvnenden geworden. We zien elkaar eens in de twee, drie maanden. Dan eten en drinken we en nemen het leven door, zakelijk en privé. Iedereen heeft een interessante carrière achter de rug en zit nu op een leuke plek. Die avondjes gaan dan ook snel voorbij." De volgende ochtend gaan ze allemaal weer fris aan het werk, want: "Een avondje doorzakken, dan de volgende ochtend niet klagen. Zo zijn we wel een beetje opgevoed." De een is inmiddels secretaris van een deelgemeente in Rotterdam, de ander heeft een soortgelijke functie in Amsterdam en de derde is directeur van het CTSV. Simons werd geen lid van een studentenvereniging, maar had dat ook niet nodig. "Als mensen vroegen waarom ik geen lid was, zei ik dat ik al een eigen vereniging had met die drie vrienden. We hebben ongeveer twee jaar samen op Uilenstede gewoond en hadden een zaalvoetbalteam, KAPO:
kandidaat politicologen. Twee van ons, waaronder ik, konden een aardig balletje trappen. Dat viel op." Simons heeft de bestuurlijke perikelen aan de vu in zijn studententijd steeds van de zijlijn aanschouwd. "Ik merkte bij mezelf een zekere reserve. Van huis uit heb ik meegekregen: kijk uit voor extremiteit. En veel groepen droegen in die tijd radicale standpunten uit. Verder zag ik bij veel studenten een spanning tussen maatschappelijke idealen en persoonlijke levenspraktijk. Elke zaterdag met een demonstratie meelopen en je ouders nooit meer zien. Er was aan de vu heel wat dames- en herenleed ten aanzien van het ouderlijk milieu in gereformeerde kringen." Simons, die niet kerkelijk is opgevoed, kende dat helemaal niet. In plaats van bestuurswerk had hij het druk met vrienden, familie, studieclubj es over vrede en veiligheid en met sporten. Hij studeerde af op de scriptie 'Evangelie en industrie' over de mogelijke rol van het industriepastoraat in de discussie over normen en waarden binnen de productie van een bedrijf.
En werd in Rotterdam coordinator van een vormingswerkproject in een van de oude stadswijken. Het kostte hem weinig moeite de overstap te maken. "Ik behoor niet tot de afdeling concurrentie Amsterdam-Rotterdam, want ik hou van beide steden. Ik heb heel plezierig in Amsterdam gewoond en gestudeerd, maar werken in Rotterdam heeft ook een paar voordelen. Het is zakelijker, directer." Een stijl die bij Simons past, merkte hij in de jaren erna. Hij werd gevraagd als PPRgemeenteraadslid. Later zat hij er voor de PvdA. In 1989 werd hi) staatssecretaris van volksgezondheid en ontwierp het 'plan Simons', dat onder meer inhield dat één verzekering de plaats in zou nemen van ziekenfonds en particuliere verzekering. Het plan kwam niet in z'n geheel door de Kamer en Simons ging in 1993 terug naar Rotterdam. "In Den Haag vond ik het soms opvallend hoe weinig het eigenlijk over de inhoud ging. Ik heb er veel kunnen doen en een leuke tijd gehad, maar de dimensie van het politieke spel sprak me minder aan."
Hij is "bezeten van het openbaar bestuur" en zou graag zien dat er onder jonge mensen meer interesse voor zou zijn. "Het was een aantal jaren not done om met enige emotie over het openbaar bestuur te spreken. Maar zeker door mijn ervaring in ontwikkeImgslanden als voorzitter van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV heb ik gemerkt hoe cruciaal de overheid is als bewaker van het gemeenschappelijk belang en van de democratie. Ik zou meer interesse voor publieke functies heel aardig vinden, zonder oordeel over mensen die in het bedrijfsleven werken, trouwens. Ik denk niet alleen aan wethouder, minister of staatssecretaris, maar ook aan iemand die bij de dienst openbare werken een prachtige brug wil bouwen of aan de directeur van de sociale dienst die vorm moet geven aan bijstandsverlening in deze tijd. Er liggen zoveel gemeenschapsvragen in een landje als het onze, dat is toch schitterend om aan te werken!"
SONNET Theodor Holman Die pet past niet iedereen "Ik wil niet zomaar v^eggaan, al wil Pepertje dat wel. Ik blijf hier lekker zitten, en heb schijt aan 't hele stel. Ik wil niet met de bonden en praten, praten, praten. Ik wil niet, nee ik wil niet en hou jullie in de gaten. Ik wil alleen maar lik op stuk. 'k Geef om jullie echt geen ruk. Ach jullie allen hebben pech. Want wat jullie ook proberen, 'k Zal jullie een lesje leren. Ik ga lekker toch niet weg."
"Hoe het komt dat "vrouwen beter presteren? Ik denk dat ze gewoon beter hun best doen. Ze zijn streberiger, komen meer naar college, hebben wat meer discipline en inzet", zegt emancipatiemedewerkster van de vu Monic Hodes in het juninummer van het studentenblad Sum. Sinds 1993 studeren er meer vrouwen dan mannen aan de Nederlandse universiteiten en volgens Sum doen ze het ook beter. Na zeven jaar studie hebben zes op de tien vrouwen een diploma in handen tegenover vijf op de tien mannen. Hodes: "Gemiddeld zijn mannen en vrouwen even intelligent. Maar ik heb het idee dat vrouwen van huis uit iets meer verantwoordelijkheidsgevoel meekrijgen voor de eigen carrière." Toch doen vrouwen het met die carrière tot nu toe slechter dan mannen. Er zijn beduidend minder vrouwelijke wetenschappers en nauwelijks vrouwelijke hoogleraren. "Vrouwen willen best doorstromen naar hogere functies, maar niet tegen iedere prijs. Mannen zijn misschien iets minder kritisch", aldus Hodes, die eraan toevoegt dat kinderen een hogere positie niet meer in de weg kunnen staan. "Er is inmiddels genoeg opvang en zwangerschap is prima te plannnen." Vrouwen stromen niet alleen minder door naar hogere functies, ze verdienen ook minder. "Als iemand begint in schaal zeven, terwijl de functie eigenlijk gewaardeerd is in schaal negen of tien, zijn mannen daar op één of andere manier sneller dan vrouwen. Men zegt dat het komt doordat mannen beter zijn in onderhandelen. Vrouwen zijn wat meer bescheiden." Maar Hodes ziet dat veranderen. "Vrouwelijke studenten komen momenteel gemakkelijker aan een baan dan mannelijke. Ze hebben vaak wat extra's." Marensia Starke, die aan de vu pedagogiek studeert en in het artikel ook even aan het woord komt, heeft wel een idee wat dat extra's is. "Ik denk dat vrouwen beter weten wat ze willen. Ze zijn rond hun achttiende wat meer volwassen." BLADLUIS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's