Ad Valvas 1996-1997 - pagina 631
AD VALVAS 12 JUNI 1997
PAGINA 9
Mk ben een mens. Ik heet Lourens' Nieuwe hoogleraar bijbelvertalen deed tien jaar taalkundig veldonderzoek in Irian Jaya Tien jaar lang beklom hij in de binnenlanden van Irian Jaya boomhutten, woonde hij sagofeesten bij en humde hij zinnetjes na met als doel deze op schrift te stellen in opdracht van de zending. Inmiddels bekijkt prof.dr. Lourens de Vries als vertaaiadviseur bijbelvertalingen door Papoea-ogen en houdt hij in de gaten of de vertalers niet stiekem wijn in druivensap veranderen. Onlangs is hij aangesteld als hoogleraar bijbelvertalen aan de VU.
m^i
'^ iStI'.
Frieda Pruim
"Dat ik in hun aanwezigheid af en toe wat krabbelde op een papiertje, vond de inheemse bevolking minder vreemd dan het vliegtuigje waarmee ik was gearriveerd, de radio waartegen ik sprak om piloten te loodsen en het apparaat waarmee ik mijn stoppels verwijderde", vertelt de nieuwe hoogleraar bijbelvertalen aan de vu prof.dr. Lourens de Vries (41) over zijn eerste ti)d als taalkundige in Irian Jaya, het Indonesische deel van Nieuw-Guinea. Hl) was daar beland dankzij een telefoontje van zijn leraar Grieks van het gymnasium, toen hij Nederlands studeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Die liet hem weten dat de gereformeerde zending in het zuidoosten van Irian Jaya een taalkundige nodig had om nieuwe talen en culturen in kaart te brengen en vroeg of zijn oud-leerling en geloofsgenoot daarvoor voelde. Die zei onmiddellijk ja, want hij rook het avontuur. "Ik nep geen halleluja, maar er sloeg vooral een golf van nieuwsgierigheid door mij heen", bekent de vrijgemaakt gereformeerde De Vries. Zijn geduld werd nog even op de proef gesteld, want voor hij in Indonesië aan het werk kon, moest hij zich eerst nog even specialiseren in de algemene taalwetenschap, Indonesisch leren en twee jaar op een visum wachten. In 1980 was het eindelijk zover. Met vrouw en baby arriveerde hij per Cessnavliegtuigje in het laatste stukje Inan Jaya dat nog niet onder geregeld Indonesisch bestuur staat. Aan de taalkimdige de taak het Wambon, het Kombai en het Korowai in kaart te brengen, drie schriftloze talen die worden gesproken door een paar duizend Irianezen en waarvan hij bij aankomst nauwelijks iets wist. Op het Wambon en Kombai is hij inmiddels gepromoveerd en over het Korowai zal deze maand een boek van zijn hand verschijnen. "'Ik ben een mens. Ik heet Lourens', waren de eerste zinnen die ik kon zeggen in hun taal", vertelt De Vries. "Ze dachten namelijk dat wij geesten waren, want ze hadden daar in het regenwoud nooit westerlingen gezien. Er zijn geen wegen en de rivier is te ondiep om te bevaren. De enige manier om er te komen is via de lucht." Hij legde om te beginnen contact met bewoners die wel eens in de dorpen waren geweest waar verschillende clans samenleven en dus wel eens wat van de buitenwereld hadden geproefd, en won zo langzamerhand het vertrouwen- van de bevolking. Dat hij samen was met zijn vrouw, die bovendien hun kmd de borst gaf, droeg daar ook aan bij.
Onthoofd Alleen op uitnodiging ging hij met zijn vrouw en dochtertje bij de plaatselijke bevolking op bezoek in hun veertig meter hoge boomhuizen, en vroeg dan bijvoorbeeld of ze hem het sagokloppen, het winnen van meel uit de sagopalm, wilden demonstreren. Ondertussen luisterde hij geconcentreerd naar de intonatie, de ritmes en de accenten van him taal. "Die humde ik na in mezelf en later, toen ze aan me gewend waren, hardop. Aan de hand van accenten probeerde ik te bepalen waar woordgrenzen lagen, keek ik naar de klmker-medeHinkerverdeling binnen de woorden en leerde ik patronen herkennen. Dat had ik allemaal geleerd tijdens colleges veldlinguïstiek op de vu. Ik maakte wat aantekeningen en legde alles vast op een recordertje dat ik in m'n tas had zitten. In het begm zei ik dat niet, maar toen ze
Lourens de Vries in
1 9 8 8 met een van zijn Kombaivrienden, de heer Kliane. Archief Lourens de Vries
aan me gewend waren wel, waarbij ik ze ervan verzekerde dat ik ze om toestemming zou vragen als ik er iets van zou publiceren. Ze vonden het wel raar om hun eigen stem te horen. Waar een stem is, is een hoofd, redeneerden ze, dus ze dachten dat ik op magische wijze iemand had onthoofd en m dat apparaatje had gestopt." "Dat je een taal kunt bestuderen was voor hen een volkomen onbekend fenomeen", vervolgt hij. "Ze zagen me vooral als een mogelijke brug tussen hen en de grotere Indonesische samenleving met z'n spullen waardoor ze erg gefascineerd waren, want door contacten met andere clans tijdens sagofeesten hadden ze al wel ontdekt dat de Indonesiërs over ijzeren bijlen beschikten in plaats van de stenen bijlen waarmee zij zich moesten behelpen, en ook in de medische voorzieningen van hun landgenoten waren zij geïnteresseerd."
etnocentrisme raak je nooit helemaal kwijt, maar ik ben veel dichter bij de Papoeacultuur gekomen dan ik ooit voor mogelijk had gehouden", aldus De Vries. Hij vmdt het belangrijk om de culturele context waarin de bijbel is ontstaan, in de vertaling overeind te houden, maar aan een eerste vertaling m een bepaalde taal stelt hij andere eisen dan aan een vertaling die in een Jange traditie staat. "In een pioniersvertaling moet je wat soepeler zijn als er wat getranscultureerd wordt", vindt hij. "Bijvoorbeeld een beeld als 'God is mijn rots' is voor Papoea's onbegrijpelijk omdat zij geen rotsen kennen. Een exegeet moet dan nagaan wat met deze metafoor wordt bedoeld en kan 'rots' dan vervangen door zoiets als 'betrouwbare kracht'. Dat kan natuurlijk niet op tegen het origineel.
maar is beter dan een Indonesisch leenwoord dat niemand iets zegt of een omslachtige omschrijving van het woord rots." Tegelijkertijd houdt hij in de gaten of de vertalers met te ver wegdnjven van de oorspronkelijke tekst. Als vertaaladviseur voor Indonesië in dienst van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen {United Bible Societies) beoordeelt hij sinds 1986 voor uitgevers ook bijbelvertalingen in talen die hij niet beheerst. "Door interviews met de vertalers probeer ik een aantal essentiële dingen te weten te komen", legt hij uit. "Wat hebben ze met de godsnaam gedaan? Hoe lang hebben ze in het gebied gewoond waar deze taal gesproken wordt? Wat is hun theologische achtergrond? En ik vraag ze naar hun aanpak van theologisch
Magie Door zijn 'participerende observaties' leerde De Vries niet alleen de taal, maar ook de cultuur van de verschillende groepen Papoea's kennen. Hoe langer hij in Irian Jaya verbleef, hoe meer het tot hem doordrong hoe volkomen anders het wereldbeeld van de inheemse bevolking is. "Je loopt voortdurend door een mijnenveld van misverstanden. Ik dacht bijvoorbeeld dat het menselijk lichaam in elk geval overal hetzelfde is, maar lichaamssappen zoals zaad, bloed en snot blijken daar cultureel een totaal andere plaats te hebben dan bij ons. Bij de Papoea's zijn ze helemaal geladen met magie. Dat ontdekte ik toen ik tijdens een bezoek een keer in alle onschuld mijn zakdoek tevoorschijn haalde en daar mijn neus in snoot. Ik registreerde de ontstelde blikken en kwam er later op terug. Wat bleek? Zij vinden het ontzettend raar om je snot in een doekje te wikkelen en met je mee te dragen. Bovendien geloven ze dat jij gerepresenteerd bent in je lichaamsvochten, dus als iemand wat snot van je vindt, kan hij daar een magische formule over uitspreken. Ze dachten dus dat ik dacht: ik moet dat snot goed op een stil plekje verstoppen, anders nemen deze vijanden het mee en gaan er een boze formule over uitspreken. Sindsdien is mijn omgang met mijn lichaamsvochten niet meer hetzelfde. Als ik mijn neus in een zakdoek snuit, denk ik altijd: wat is dit eigenlijk vies." Na tien jaar in de binnenlanden van Irian Jaya kan De Vries niet alleen net als de inheemse bevolking voorwerpen met zijn voeten oppakken, maar is hij ook in staat om de wereld met 'Papoea-ogen' te bekijken. Dat kwam hem goed van pas toen hij vertalers van de bijbel in de talen die hij had bestudeerd, moest adviseren. "Je
Prof.dr. Lourens de Vries: 'Ik riep geen fiaileluja, maar er sloeg een golf van nieuwsgierigheid door mij heen.' Peter Woiters - AVC/VU
gevoelige passages. Sommige Amerikaanse evangelicals zijn bijvoorbeeld nogal anti-alcohol en ik heb eens meegemaakt dat een evangelische vertaler de wijn bij het laatste avondmaal m druivensap had veranderd. Dat kan natuurlijk niet. Of ze zetten Jezus in een prauw in plaats van op een ezel, want daarop zou hij in het moeras een flink stuk in de modder zijn gezakt." De vraag of de inheemse volkeren m Irian Jaya wel op kerstening zitten te wachten, beantwoordt De Vries met een relativering. "Bij de zendingsmethoden van vroeger kun je misschien je vraagtekens zetten, maar tegenwoordig zijn oliemaatschappijen, houtkappers en fotografen een stuk opdringeriger dan zendelingen. Denk maar niet dat zij netjes om toestemming vragen om het gebied te betreden. Wij wachten altijd op een uitnodiging. Bovendien blijft de zending in goede en slechte tijden, kijk maar naar Rwanda. Het christendom is in veel gebieden deel van de cultuur geworden. Doordat de zendelingen al generaties aanwezig zijn, worden ze vertrouwd als buffer tussen hen en wat er van buiten op hen afkomt." Inmiddels is De Vnes niet meer in dienst van de gereformeerde zendmg, maar Irian Jaya heeft hij nog niet helemaal vaarwel gezegd. Sinds 1993 onderzoekt hij daar drie maanden per jaar een vierde Papoeataai, het Inawatan, in het kader van het NWO-prioriteitenprogramma Irian Jaya Studies. Aan de vu volgt De Vnes prof.dr. J. de Waard op, de eerste bijzonder hoogleraar bijbelvertalen, die deze leerstoel acht jaar heeft bekleed en in september vorig jaar met ementaat is gegaan. De bijzondere leerstoel is mmiddels gewijzigd in een gewone. Als hoogleraar gaat De Vnes zich anderhalve dag per week bezighouden met het op schrift stellen van een enorme hoeveelheid gegevens over bijbelvertalen die hij de afgelopen jaren heeft verzameld. Daarnaast gaat hij college geven aan studenten letteren, godgeleerdheid en culturele antropologie die bijbelvertalen als hoofdvak of bijvak willen doen. Bovendien volgen jaarlijks een aantal studenten uit alle continenten colleges bijbelvertalen aan de vu. Zij worden gesponsord door het Nederlands Bijbelgenootschap, dat ook het grootste deel van De Vries' leerstoel voor zijn rekening neemt, om zo de wetenschappelijke reflectie op bijbelvertalmgen te stimuleren, ook in een niet-westerse context. "Mijn colleges zullen niet altijd over Nieuw-Guinea gaan", grijnst de hoogleraar, "maar daar komen natuurlijk wel de meeste voorbeelden vandaan." Gerrit J van Enk en Lourens de Vnes The Korowai of Irian Jaya Their Language in its Cultural Context, Oxford University Press, Oxford 1997, $ 85,ISBN 0 19 510551 6.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's