Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 141

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 141

10 minuten leestijd

AD VALVAS 2 4 OKTOBER

i

1996

PAGINA 1 5

Archieven verwerven is een Icwestie van tactiek'

Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme bestaat 25 jaar Van twintig vaandels van de Christeiijke Drankbestrijding tot een lokje haar van de zus van Abraham Kuyper - je kunt het zo gek niet bedenken of het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme heeft het in zijn bezit. "Niet al te gretig zijn", is volgens prof.dr. Jan de Bruijn het geheim. Hij staat aan het hoofd van het centrum dat dit jaar 25 jaar bestaat.

Frieda Pruim

"We hebben niet alleen een groot aantal archieven, maar ook een kelder met historische voorwerpen", vertelt prof.dr. Jan de Bruijn van het Histonsch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme. "Dat vaneert van de ministersjas van Abraham Kuyper tot allerlei schilderijen, maar we hebben bijvoorbeeld ook meubelen uit het oude vu-complex aan de Keizersgracht en penningen en doctoraalbullen van bekende figuren uit het verleden." In de loop der jaren is het aan de vu verbonden documentatiecentrum een begrip geworden in protestants Nederland. Dat heeft ertoe geleid dat steeds meer mensen en instanties materiaal komen aanbieden. "Onlangs hebben we bijvoorbeeld twintig fluwelen vaandels gekregen van de Christelijke Drankbestrijding", lacht de Bruijn. Een belangrijke aanwinst waren de politieke archieven die omstreeks 1980 uit Den Haag kwamen toen de ARP, de CHU en de Kvp samengingen in het CDA. "Alle archieven uit antirevolutionaire kring die op het partijbureau van de ARP lagen, hebben wij gekregen. Daar was onder meer het partijarchief van de ARP bij, maar ook de archieven van Abraham Kuyper, Colijn en andere antirevolutionaire kopstukken. Omdat de KVP en CHU bij de ARP introkken, moest aan de wand ruimte worden vrijgemaakt voor voormannen van katholieke en christelijk-histonsche huize. Daardoor kwamen ook veel schilderijen en andere voorwerpen bij ons terecht." De medewerkers van het documentatiecentrum brengen systeem aan in de collecties die zij krijgen en stellen ze ter beschikking van wetenschappelijk onderzoekers of maken er zelf studie van. Dat mondt geregeld uit in publicaties, symposia en tentoonstellingen, vaak in het vu-gebouw. "We hebben uiteraard een grote tentoonstelling over Abraham Kuyper gehad, alweer een jaar of negen geleden. Daar heb ik toen dit boek over gemaakt", vertelt De Bruijn terwijl hij het uit zijn enorme boekenkast pakt. "Hier zie je bijvoorbeeld een lokje haar van zijn jong

gestorven zusje", wijst hij, bladerend in zijn boek. 'Haar van mijn lieve zusje Louise', staat er op het kaartje waaraan de pluk haar bevestigd is. "Kuyper is als student een tijdje overspannen geweest. Toen heeft hij een heel mooi bootje gemaakt, want hij knutselde ook veel. Dat soort dingen zitten bij ons ook in de collectie." Behalve de archieven van belangrijke staatsmannen zoals Kuyper, Colijn en Zijlstra, bezit het documentatiecentrum materiaal van schrijvers zoals P.C. Boutens en C. Rijnsdorp, het archief van het protestantse dagblad De Standaard en collecties van bekende gereformeerde theologen zoals H. Bavinck en J.J. Buskes. De Bruijn heeft nog wel wat collecties op zijn verlanglijstje staan, maar welke dat zijn, laat hij in het midden. "Je moet met al te gretig zijn", legt hij uit. "Als ik van de daken ga roepen: ik wil graag het archief van die of die politicus, dan is dat natuurlijk niet erg tactisch. Dat gaat meestal wat rustiger. Dan kom je iemand tegen en dan informeer je eens wat hij voor plannen heeft met zijn archief. Het komt ook regelmatig voor dat mensen hier zelf naar toe komeft om te vragen of wij na hun dood geïnteresseerd zijn in hun archief." Namen noemt hij niet. "Dat is een kwestie van discretie. Wat dat betreft ben je als hoofd van zo'n centrum een soort notaris."

Prof.dr. Jan de Bruijn: 'Het komt regelmatig voor dat mensen hier zelf naar toe komen om te vragen of wij na hun dood geïnteresseerd zijn in hun archief.' Peter Wolters - AVC/VU

Leeuwenpootjes "We hebben een schitterend bewerkte kist die op zijn tachtigste verjaardag is aangeboden aan jonkheer Elout van Soeterwoude, een antirevolutionaire staatsman uit de vorige eeuw", antwoordt De Bruijn trots als hem naar zijn grootste pronkstuk wordt gevraagd. "Kist is eigenlijk het goede woord niet", verbetert hij zichzelf. Om zijn woorden kracht bij te zetten vraagt hij een van zijn collega's het voorwerp uit de kelder te halen. "Daar wordt een stukje negentiende eeuw de kamer binnengereden", constateert hij met genoegen als de bewerkte leren koffer op leeuwenpootjes even later wordt binnengebracht. De Bruijn hurkt bij de koffer neer en pakt er enkele van de meer dan hon-

derd perkamenten bladen uit die samen een felicitatieregister vormen. "Dit zou prachtig materiaal voor onderzoek zijn", meent de historicus, maar zelf komt hij daar niet aan toe. De Bruijn zou best een museum wUlen beginnen. "Dat is er nooit van gekomen", zegt hij met spijt in zijn stem. "Wel hebben we hier om de hoek jarenlang een tentoonstellingsruimte gehad. Die is door de uitbreiding van de studiezalen vervallen, maar we krijgen een nieuwe expositieruimte op de galerij naast het auditorium. Daar kim je heel goed tentoonstellingen inrichten die verband hou-

Wilhelmus: troost- of propagandalied? s de schrijver van het Wilhelmus IOverMamix van St.-Aldegonde of niet? die vraag heeft zich al menig neerlandicus het hoofd gebroken. Op zaterdag 26 oktober mengen historici zich in de discussie tijdens een symposium op de vu, mede georganiseerd door het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme. Net als het forum over overheid en publieke moraal op 28 oktober en het congres over de betrekkingen tussen gereformeerden in Nederland en Noord-Amerika tussen 1846 en 1996 op 15 november, staat het symposium over het Wilhelmus in het teken van het 25-)arig bestaan van het documentatiecentrum. De bijeenkomst is een initiatief van de Vereniging van Christen-Historici, waarvan hoofd van het documentatiecentrum prof.dr. Jan de Bruijn een van de leden is. In 1983 schreef neerlandicus dr. A. den Besten een dissertatie over het Wilhelmus. Op basis van de stijl van het lied kwam hij tot de conclusie dat Mamix van St.-Aldegonde de

dichter moest zijn.< Liedschrijver Mamix was vanaf 1570 de rechterhand van Willem van Oranje in de opstand tegen Spanje. In zijn dit jaar verschenen proefschrift stelt de neerlandicus dr. A. Maljaars daarentegen dat Mamix de auteur van het Wilhelmus niet kan zijn. Op basis van zinsneden uit het lied zoals "t Zal hier haast zijn gedaan' concludeert hij dat het lied bedoeld was als troostlied en is geschreven m 1569, vlak na een mislukte veldtocht van Willem van Oranje. Degenen die het lied aan Mamix toeschrijven, beschouwen het Wilhelmus juist als propagandalied dat mensen tijdens de opstand een hart onder de riem moest steken. Dr. E. Hofman, eveneens neerlandicus, is op het symposium de vertolker van de derde weg in de discussie. Hij is van mening dat het Wilhelmus oorspronkelijk in het Duits geschreven is, maar na 1570 door Mamix in het Nederlands is vertaald. Dat staaft hij onder meer aan de hand van de 'mensura Aldegon-

da' in het lied, een ritme dat kenmerkend voor Mamix was. "In deze discussie zijn veel letterkundige argumenten opgevoerd, maar historici zijn nog niet zo aan het woord geweest", zegt dr. Roel Kuiper, voorzitter van de Vereniging van Christen-Historici. Daarom zijn op het symposium behalve de drie genoemde neerlandici ook twee historici uitgenodigd. Drs. L.J. van den Klooster, gespecialiseerd in de geschiedenis van het Oranjehuis, is bezig met een historisch onderzoek naar het Wilhelmus en prof.dr. A.Th. van Deursen, tot voor kort hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de VU en schrijver van een biografie over Willem van Oranje, zal aan het einde van de dag de verschillende argumenten op een rijtje zetten en zijn eigen visie geven op het auteurschap van het Wilhelmus. (FP) Belangstellenden kunnen zich opgeven voor het symposium bij het Histonsch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, tel 020 4445274. De kosten bedragen 20 gulden

den met activiteiten die zich daar afspelen. Zo hebben we vorig jaar toen de Zuidafrikaanse vice-president De Klerk hier de Kuyperlezing hield, in onze studiezaal een kleine expositie gemaakt over de relatie van de vu met Zuid-Afrika: het contact van Kujrper met dat land tijdens de Boerenoorlogen, de bemoeienissen in de jaren twintig van een aantal vu-theologen met de Zuidafrikaanse bijbelvertaling en de kritiek vanuit de vu op het Zuidafrikaanse apartheidsregime in de jaren vijftig en zestig."

Bewaarplaats Het onderzoeksinstituut krijgt jaarlijks zo'n duizend bezoekers die komen neuzen in het archiefmateriaal. Onder hen bevinden zich veel onderzoekers en studenten die informatie zoeken voor hun dissertatie of scriptie, maar er kunnen ook andere redenen zijn om het centrum te benaderen. "Zo belde er eens een mevrouw die m de oorlog het Woltjergymnasium had verlaten zonder een diploma te krijgen. Wij hebben het archief van die school in ons bezit. Van ons wilde ze graag een bewijs dat ze met goed gevolg het examen had afgelegd." Voordat het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme bestond, hadden de bibliotheek van de vu en verschillende faculteiten een aantal archieven in bezit. Die werden volgens De Bruijn "niet adequaat verzorgd, omdat daar een specifieke vorm van beheer voor nodig is". Dat was een van de redenen om een documentatiecentrum op te richten. Bovendien gingen in de jaren zestig veel protestantse instellingen fuseren. Voor de archieven van die instellingen werd een goede bewaarplaats gezocht. Daarbij keek men naar de vu. "In 1971 is mijn voorganger Puchinger benoemd", vertelt De Bruijn. "Hij is in zijn eentje begonnen om allerlei collecties bij elkaar te halen en te beschrijven. Later heeft hij medewerkers gekregen." Nu heeft het centrum zes vaste werknemers en daarnaast nog een

aantal tijdelijke krachten en vrijwilligers. De Bruijn kwam na zijn promotie in Groningen op de geschiedenis van de abortus in Nederland, in 1982 bij het documentatiecentrum in dienst. Sinds 1993 is hij bovendien hoogleraar politieke geschiedenis aan de faculteit der rechtsgeleerdheid. In 1986 nam hij de leiding van het centrum over van dr. G. Puchinger. "Puchinger was vooral als auteur werkzaam", blikt De Bruijn terug. "Ik vind dat je als centrum ook op andere manieren aan de weg moet timmeren, naar buiten moet treden, dus de afgelopen tien jaar hebben we een stichting opgericht om donateurs te werven, zijn we met publicatiereeksen begonnen en hebben we symposia en tentoonstellingen georganiseerd." Een van de lange-termijnprojecten waaraan het Historisch Documentatiecentrum werkt, IS de Bibliografie van Nederlandse Protestantse Penodieken van de laatste anderhalve eeuw. Inmiddels is een groslijst verschenen met de titels en vindplaatsen van maar liefst vierduizend titels. Een groep van 25 vnjwilligers is die periodieken nu uitvoerig aan het beschrijven. Zij zoeken de originele tijdschriften op en kijken onder meer in welke periode een blad verschenen is en wie er m de redactie zaten. Over twee jaar komt het eerste deel van de bibliografie uit. Daarin zullen zo'n vierhonderd titels uitgewerkt zijn. "Op basis van dit materiaal zijn wetenschappers bijvoorbeeld in staat om inzicht te krijgen in de structuur van de antirevolutionaire beweging", aldus De Bruijn. Verder werkt het documentatiecentrum sinds kort samen met het Instituut voor Sociale Geschiedenis en het CNV aan een geschiedschrijving van de christelijk-sociale beweging. Ook dit project is voorlopig nog niet afgerond. De Bruijn: "We mikken een beetje op het jaar 2009, als het CNV honderd jaar bestaat."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's