Ad Valvas 1996-1997 - pagina 580
AD VALVAS 22 MEI 1997
PAGINA 10
Besteding vrije tijd op marineschepen STIP-VU bemiddelt bij stages "Wat te doen met j e vrije tijd aan boord van een onderzeeboot?" Dat is een van de vragen die vu-studente Angèie Linnartz tijdens haar stage bij de marine hoopt te beantwoorden. Ze Icreeg deze opdracht danlizij het stageinformatiepunt dat de VU sinds enige maanden i^ent. Het stage-informatiepunt (STIP-VU)
heeft tot taak stageplaatsen te werven bij het midden- en kleinbedrijf en non-profitorganisaties. Studenten uit alle, maar met name de alfaen gamma-opleidingen kunnen er terecht. "Grote bedrijven vinden de weg naar de universiteit wel. Die recruteren zelf actief onder studenten. Maar bij het midden- en kleinbedrijf bestaat nogal eens koudwatervrees om met academici in zee te gaan", legt IVlariet Vermeulen, coordinator van STIP-VU, uit. "Ze
denken aan mensen die alleen veel theoretische kennis hebben. Via een stage kan duidelijk worden wat zo iemand te bieden heeft." Stagelopen is volgens Vermeulen hoe dan ook goed voor de carrièreperspectieven van studenten, maar uitbreiding van de contacten met het midden- en kleinbedrijf heeft bijkomende voordelen. "In deze sector zit groei, dus er liggen veel toekomstkansen voor pas afgestudeerden." Het loket blijkt in de praktijk de bemiddeling tussen de verschillende partijen een stuk eenvoudiger te maken, althans dat is de ervaring van luitenant ter zee E. te Boekhorst, hoofd van de dienst ontwikkeling, sporten ontspanning van de marine. Hij zocht een stagiaire om onderzoek te doen naar de vrijetijdsbesteding van de bemanning op de schepen. "Ik zocht eigenlijk iemand die een studie volgde op het gebied van vrijetijdsbesteding en ik dacht dat die op de vu bestond. Maar dat bleek een vergissing. Normaal gesproken vervolg je dan je speurtocht door het doolhof van universiteiten en studierichtingen. Maar bij STIP-VU wilden ze me verder helpen. Toen ik mijn opdracht had uitgelegd dachten ze wel iemand te kunnen vinden. Dat is inderdaad gelukt. Dus zo'n loket vind ik heel praktisch." De stagiaire werd Angèie Linnartz, die na een HBO-opleiding recreatie toerisme nu culturele antropologie aan de vu studeert. Zij is ook tevreden oversTip-vu. "Toevallig kwam ik deze stage tegen. Ik had nauwelijks een voorstelling van hoe het bij de marine toegaat, maar het leek me een leuke opdracht. Ineens
ging alles heel vlug." Ze toog naar Den Helder en kreeg meteen de status van officier. Dit om een eigen kamer te kunnen krijgen in de officiersaccommodatie, want de matrozen moeten het nog stellen met slaapzalen. Te Boekhorst is enthousiast over de stagiaire. "Een cultureel antropologe, daar was ik zelf nooit opgekomen. Ze weet veel af van onderzoekstechnieken en de combinatie met haar vorige opleiding is ideaal. Vaak gaat het bij een stage vooral om het opdoen van ervaring met het omgaan met de mensen en de instelling. De onderzoeksresultaten komen dan op de tweede
plaats. Maar ik verwacht dat Angèie met een voor ons erg bruikbaar rapport komt. En dat is mooi." De eerste resultaten kan Angèie al opnoemen. "Uit de gesprekken blijkt dat de meeste bemanningsleden niet echt ontevreden zijn over de mogelijkheden tot ontspanning. Video kijken is duidelijk populair, maar ze willen wat meer variatie in— het aanbod van filmpjes. En kaarten doen ze veel." Probleem is dat aan boord van de schepen weinig ruimte is voor ontspanning. "De meeste matrozen verblijven met z'n twaalven op een slaapzaal. Daar kan je moeilijk rustig studeren of een boek lezen. En recreatieruimte is schaars. Bovendien zijn die onderverdeeld in verblijven voor officieren, onderofficieren en gewone manschappen. Voor sport IS bijvoorbeeld nauwelijks plek." De bemanning krijgt een boekenkist mee en een heel scala aan tijdschriften. Als het aan de matrozen ligt mogen Vrij Nederland en Elsevier vervangen worden door Playboy en Donald Duck, kwam Angèie te weten. Op verschillende schepen werken tegenwoordig ook vrouwen, maar de stagiaire heeft bij
hen met een echt andere vrijetijdsbesteding aangetroffen. "Ik denk dat ze de neiging hebben zich aan de mannen aan te passen door ook een potje klaverjas te spelen. Wel zijn ze wat fanatieker met fitness en aerobics. Maar als er van die stepbankjes aan boord komen, zie je dat de mannen er ook gebruik van gaan maken, dus dat is ook geen echt verschil." Op de vrouwenboten komen natuurlijk wel andere tijdschriften: Margriet, Libelle, Viva en Yes. En hoe zit het nu op onderzeeboten? Daar zijn in ieder geval geen vrouwen aan boord en ook geen alcohol. En de inspanningen op het gebied van recreatie zijn mede ingegeven om het gebruik van alcohol te matigen, geeft Te Boekhorst ruiterlijk toe. Aan boord van de duikboten blijken nieuwe bemanningsleden de eerste twee jaar zelfs geen vrije tijd te hebben. Ze moeten al hun tijd benutten om het schip tot in de finesses te leren kennen, want in geval van nood moet iedereen blindelings elk knopje en elke brandkraan kunnen vinden. Angèie is tevreden over de stage. "Ik heb een hoop geleerd over het
toepassen van theorieën en technieken van onderzoek. Ook was het belangrijk om te zien dat ik mijn onderzoek drastisch moest inperken om het in vier maanden te kunnen afronden." Ondertussen is duidelijk geworden dat 'de marine' ook het afstudeeronderwerp van Angèie zal worden. "Ik ga vijf dagen mee uit varen en draai dan m de ploegendiensten mee om aan den lijve te ervaren hoe het leven aan boord is. Daar wil ik dan mijn scriptie over schrijven." De marine heeft nog een verrassing in petto. Aan het einde van iedere stage voert personeelszaken een gesprekje en geeft informatie over de mogelijkheden van een carrière bij het bedrijf. Of ze interesse heeft weet Angèie nog niet. "Ik wil toch vooral iets doen met recreatie". Maar bij de marine fs de vu stagiaire goed bevallen. "Hebben jullie niet iemand die zo'n onderzoek bij het korps mariniers kan doen?" vraagt Te Boekhorst hoopvol bij het afscheid uit de haven. STIP-VU, tel. (020) 4445647 E-mail: mm.vernieulen@dienst.vu.nl
VU-stagiare Angèie Linnartz en luitenaant t e r z e e E. t e B o e k h o r s t . Koninklijke
Marine
Over wonen van ouderen gesproken In 1985 zetten Humanitas en de Algemene Nederlandse Bond van Ouderen (ANBO) het project 'Over Wonen van Ouderen Gesproken' op, met het doel ouderen bewust te maken van hun eigen leef- en woonsituatie. Een VU-studente onderzocht voor de Wetenschapswinkel hoe dit project verloopt. Tot tevredenheid van de opdrachtgever, die met het onderzoeksverslag de boer op wil om nieuwe sponsors te vinden. "Het rapport kan ertoe bijdragen dat de zorgen worden weggenomen."
Het project 'Over Wonen van Ouderen Gesproken', kortweg owoc, kreeg in 1993 van de provincie Noord-Holland een subsidie voor drie jaar om een coordinator aan te trekken. De provincie verbond daaraan wel de voorwaarde dat het project na de subsidieperiode zou worden voorgezet door de ouderenbonden en Humanitas. De provinciale steungroep van de bonden in Noord-Holland zocht contact met de Wetenschapswin-
kel van de vu om de subsidieperiode te evalueren. "Ik wist dat de vu een opleiding sociale gerontologie had", vertelt Ad Laarhoven, opdrachtgever van het onderzoek. "Het leek ons een goede opdracht voor een student van die richting om het project tegen het licht te houden." In het owoc-project praten verschillende zelfstandig wonende 55-plussers met elkaar over hun eigen situatie. Zij krijgen daarbij
ondersteuning van een grote groep vrijwilligers, die de ouderen kunnen inlichten over reële mogelijkheden om de woonsituatie te verbeteren en de rol van gespreksleider vervullen. De owoc-projecten verlopen in drie fasen: eerst krijgen de ouderen een introductiebijeenkomst, daarna kan men een cursus volgen van vijf bijeenkomsten, gericht op individuele bewustwording. Wanneer nodig, kan die cursus nog een vervolg krijgen om met een groep iets concreets te bereiken. Voor een ideale evaluatie van het owoc-project, zo schrijft studente Tallie Uittenbroek in het rapport dat naar aanleiding van het onderzoek is verschenen, moesten zowel voor als na de bijeenkomsten enquêtes worden uitgedeeld. Omdat Uittenbroek pas voorjaar 1996 begon, toen de bijeenkomsten al achter de rug waren, bleek dit echter niet mogelijk. De studente heeft dit ondervangen door naast een enquête aan het einde van de cursus, ook nog een aantal vrijwilligers uitgebreid te interviewen. Op een grote bijeenkomst in december vorig jaar kregen alle vrijwilligers een verslag van het onderzoek. "We zijn heel tevreden met het
rapport", aldus Laarhoven. "De structuur wordt helder uit de doeken gedaan." Nu de subsidie van de provincie is stopgezet, zijn de ouderenbonden druk bezig andere bronnen aan te boren om het project niet te laten doodbloeden. De meeste deelnemers zijn immers positief. Laarhoven: "Dit rapport kan goed worden gebruikt om elders subsidie te krijgen. De zorgen die erin worden geschetst, dat bij overdracht van het project naar de ouderenbonden het bewustwordingsproces in de verdrukking kan komen, leven nog steeds. We zitten nu in een overgangsjaar. Het rapport kan ertoe bijdragen dat de zorgen worden weggenomen." Taille Uittenbroek en Jeanine de Bruin: Over wonen van ouderen gesproken. Een OWOG-projectevaluatie
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's