Ad Valvas 1996-1997 - pagina 257
AD VALVAS 1 2 DECEMBER 1 9 9 6
PAGINA 3
'Vrees voor Nederlands islamfundamentalisme ongegrond Promovendus Sunier onderzocht Turkse moslimorganisaties in Rotterdam Turkse islamitische organisaties in Nederland richten zich steeds meer op de eigen omgeving in plaats van op het oorspronkelijke moederland. Daarom kunnen deze organisaties een belangrijke rol spelen bij het proces van integratie. Dit stelde Thijl Sunier dinsdag 10 december tijdens zijn promotie aan de vu. De antropoloog Sunier deed vijf jaar lang participerend onderzoek bij zeventien Turkse islamitische organisaties m Rotterdam. Voor zijn proefschrift Islam in beweging - Turkse jongeren en islamitische organisaties sprak hi) ook met zo'n tachtig jongere bestuursleden van islamitische organisaties. Doorgaans betrof dit organisaties die een moskee beheren of van daaruit activiteiten verrichten. "Het viel mij in Rotterdam op dat er onder een groeiend deel van het jonge kader behoefte bestaat om de organisatie meer te integreren in de structuur van de samenleving. Er is onder hen sprake van een toenemende oriëntatie op kwesties die samenhangen met de positie van moslims in de Nederlandse samenleving", zegt Sunier. In zijn proefschrift stelt hij dat de Turkse islamitische organisaties in Nederland tot in de jaren tachtig vooral op het eigen moederland Turkije waren georiënteerd. Tenslotte gingen de meeste 'gastarbeiders' er toen nog van uit ooit weer terug te keren. De moskee diende vooral om de band met 'thuis' in stand te houden. De organisatie van de verschillende moskeeën verliep volgens de bestaande politieke en religieuze scheidslijnen uit het moederland. Bovendien was er een hiërarchisch leiderschap bij de moskee. In de jaren tachtig is zowel bij de Nederlandse overheid als bij de nieuwe generatie migranten het besef door-
Vijf vrouwelijke hoogleraren bij Geneeskunde Met de aanstelling van prof.dr, H.J. Völker-Dieben en prof.dr. B.C.P. Polak als deeltijdhoogleraren bij de vakgroep oogheelkunde is de faculteit geneeskunde koploper wat betreft het aantal vrouwelijke hoogleraren. Geneeskunde heeft nu vijf vrouwelijke professoren. Dat is overigens nog geen 8 procent van het totaal aantal hoogleraren bij geneeskunde. Letteren heeft eveneens vijf vrouwelijke professoren, maar één daarvan is ook in dienst van de faculteit sociaal-culturele wetenschappen. De andere faculteiten blijven ver achter met één of twee vrouwen die een leerstoel bezetten. In totaal werken er zestien vrouwelijke hoogleraren aan de vu. (CB)
gedrongen dat de meeste Turkse islamieten zich hier definitief zullen vestigen. Daarom pleiten veel moskeebestuurders van de nieuwe generaties voor een sterkere oriëntatie op de eigen samenleving in plaats van op Turkije. "Onder een deel van het bestuurlijke kader van islamitische organisaties drong het besef door dat het opbouwen van permanente contacten op wijkniveau, het uitbreiden
van lokale samenwerkingsverbanden en een grotere aandacht voor maatschappelijke kwesties voor het voortbestaan van de organisatie van cruciaal belang zijn", concludeert Sunier. Door deze koerswijziging ontwikkelen islamitische organisaties zich steeds meer tot belangenbehartigers van Turkse Nederlanders. De vraag of de islamitische organisaties een positieve rol kunnen spelen bij de
integratie is volgens de promovendus achterhaald. "Integratie is reeds lang aan de gang en het gaat dan ook niet om de vraag óf islamitische organisaties daarin een rol spelen, maar wat die rol is. Het feit dat moslims, met name jongeren, zich in toenemende mate in de discussie mengen, is een teken dat de islam reeds lang een onderdeel van de samenleving is geworden. Te vaak
wordt het beeld van moslims in Nederland opgehangen aan de slinkende categorie arbeidsmigranten van de eerste generatie", aldus Sunier. Het viel hem op dat veel Turkse jongeren die hij sprak, zeiden bewust voor de islam te kiezen en dit niet deden uit traditie of door dwang van hun ouders. "Het is onderdeel van onze identiteit", zeiden ze. Ze zien perspectieven om de islam in overeenstemming te brengen met de veranderende omstandigheden waarin jonge migranten zich bevinden. Sunier vindt dat in Nederland vaak een verkeerd beeld van islamitische organisaties bestaat. Ze worden te veel geassocieerd met allerlei fundamentalistische stromingen in het buitenland, terwijl volgens Sunier in Nederland nauwelijks sprake is van zo'n fundamentalistische koers. "Het stelselmatig afschilderen van de islam als een aan Nederland vreemd element waartegen de rijen gesloten moeten worden, kan juist onder jonge moslims leiden tot een radicalisenng en een versterking van de grenzen", aldus Sunier. Hij vindt dat de overheid de veranderende tendensen in de moslimwereld in Nederland serieus moet nemen. "De Nederlandse overheid en de samenleving kunnen en mogen deze signalen niet negeren door slechts een afwachtende houding aan te nemen, of organisaties bij voorbaat en ongefundeerd als gevaarlijk af te schilderen. De islam zal een onderdeel van de Nederlandse samenleving blijven uitmaken." Dr J T Sunier Islam m beweging Turkse jongeren en islamitische organisaties Uitgeverij het Spinhuis, 1996, / 4 0 , ~ , ISBN 9055890685.
' D e islam z a l e e n o n d e r d e e l v a n d e N e d e r l a n d s e s a m e n l e v i n g blijven u i t m a k e n . '
Gerard Wessei/Hoiiandse Hoogte
Studentenverenigingen hebben moeite met vinden actieve leden Amsterdamse studentenverenigingen hebben door de tempobeurs steeds meer moeite leden te vinden die zich in bestuur of commissies willen inzetten. Terwijl het ledenaantal stijgt of stabiel blijft, neemt het aantal actieve studenten bij vooral de kleinere verenigingen af. "Sommige werkgroepen gaan bij ons ter ziele omdat we geen opvolgers hebben voor de besturen. Het besturen van kleine studentenverenigingen als de onze is allemaal liefdewerk oud papier", zegt bestuurslid Eva Visser van SIB, de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen. "Actief zijn in een vereniging kost tijd en geld en dat kunnen studenten zich steeds minder permitteren." Terwijl grote studentenverenigingen als het vu-Corps en het Amsterdams Studenten Corps nog een beroep kunnen doen op de bestuursbeurzen van voornamelijk de UVA en soms op een intern fonds, hebben de kleine verenigingen geen geld om bestuursleden een compen-
satie te bieden voor hun werk. Door de tempobeurs zijn minder studenten dan voorheen bereid veel tijd te besteden aan bestuurswerk. Ze willen nog best één keer in de week de sociëteit bezoeken, maar bedanken noodgedwongen voor de extra inspanningen die het bestuur van een vereniging met zich meebrengt. Over teruglopende, ledenaantallen hebben de meeste verenigmgen niet te klagen. Werd direct na het invoeren van de tempobeurs een daling van het aantal leden bij studentenverenigingen geconstateerd, een paar jaar later blijkt dat deze tendens niet doorzet. Van de Amsterdamse studentenverenigingen hadden dit jaar alleen de chnstelijke vereniging Ichtus en de SSRA te maken met een daling van het aantal nieuwe leden. Bij Ichtus zakte het aantal novieten van dertig naar zestien, SSRA zag het aantal aanmeldingen bij de eerste kennismakingstijd in september fors dalen van driehonderd naar 160. Omdat de SSRA maar een beperkt aantal studenten toelaat, moest er toch nog geloot worden om wie lid
mocht worden. Bi) het Amsterdams Studenten Corps meldden zich iets meer leden dan vorig jaar, evenals bij Navigators Studentenvereniging Amsterdam, die van tien nieuwe leden vorig jaar ging naar tussen de 25 en dertig dit jaar. Vooral tweedejaars studenten horen bij de nieuwe instroom. Elma Verboom, secretaris van de christelijke vereniging Ichtus: "Door de tempobeurs komen er meer tweedejaars binnen. Ze willen eerst kijken hoe het met hun studie gaat, dan pas storten ze zich in een vereniging." Ook bij Cyclades steeg het aantal nieuwelingen licht. Bij Unitas, het vu-Corps, Liber, de joodse studentenvereniging Ijar-Amsterdam, de VCSA (Vereniging van Christelijke Studenten) en de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen (SIB) bleef het aantal nieuwe leden stabiel. (EV) Zie ook pagina 5
VU krijgt tien miljoen gulden De vu krijgt tien miljoen gulden extra van minister Ritzen. Dit is het gevolg van twee uitspraken van de Raad van State. Eén uitspraak had betrekkmg op de status van de faculteit bewegingswetenschappen. De vu vond dit een bètafaculteit, de minister niet. De Raad van State gaf de vu gelijk. De minister betaalt met terugwerkende kracht tot 1993 de bètatoeslag van twee miljoen gulden per jaar, goed voor acht miljoen. Ook won de vu de aangespannen procedure over het ten onrechte niet meetellen van instromende HBO-studenten in bovenbouwstudies bij de faculteit scw. Hiervoor betaalt de minister alsnog twee miljoen gulden. De minister zal deze posten structureel in de toewijzing aan de vu verwerken. De betreffende faculteiten worden niet beter van deze uitspraken. De VU heeft beide faculteiten de afgelopen jaren al bij de interne verdeling het geld gegeven waar ze recht op meenden te hebben. De tien miljoen gulden wordt voorlopig aan de algemene reserves toegevoegd. (DdH)
Chemisch onderzoek VU gunstig beoordeeld Het onderzoek van de faculteit der scheikunde is "goed tot zeer goed". Dat blijkt uit de quality assessment die een internationale commissie heeft uitgevoerd. De commissie vindt de onderzoeksthema's van de vu-scheikundigen "duidelijk" en noemt ook de toekomstplannen "helder". Door de nauwe samenwerking met de uvAchemici weet de faculteit zich goed te handhaven. Verdere integratie met de UVA zou de commissie toejuichen. Secretaris P. Kwantes van Scheikunde is zeer te spreken over het rapport. "Het is beter dan we hadden durven dromen." Alleen de vakgroep farmacochemie
krijgt naast lof ook kritiek van de commissie. De vakgroep heeft weliswaar een "zeer goede reputatie", maar het onderzoeksprogramma is "wat ongestructureerd" en de publicaties worden niet erg vaak geciteerd door andere wetenschappers. Prof.dr. N. Vermeulen van farmacochemie is niet erg onder de indruk van deze kritiek. "Ons onderzoek is gestructureerd binnen een onderzoekschool, waarin wij samenwerken met farmacochemici uit Leiden. Het is dus niet erg zinvol om alleen te kijken naar het programma van onze vakgroep. Een eerdere beoordeling van ons onderzoek binnen de onderzoekschool viel veel gunstiger uit dan dit rapport." Ook het relatief
geringe aantal citaties verontrust Vermeulen niet. "Citatie-analyse geeft een zwak beeld van de werkelijkheid." Het universitair chemie-onderzoek in ons land slaat over de hele linie een goed figuur. Slechts zes van de 160 onderzoekgroepen presteren ondermaats. De helft hiervan is te vinden in Delft. Nederlandse chemici publiceren in belangrijke vaktijdschriften en hebben daar een bovengemiddelde impact. Dat blijkt uit het tel- en rekenwerk dat voor deze onderzoekbeoordeling is verricht. Vooral het werk van de Twentse chemisch technologen wordt veel door vakgenoten geciteerd. Maar de commissie heeft zich niet
louter op tellingen gebaseerd. Ze heeft gelezen en met onderzoekleiders gepraat. Daarna velde ze oordelen: een op de vijf groepen blijkt uitstekend onderzoek te doen, terwijl slechts een fractie een onvoldoende haalt. Gemiddeld halen de chemici zo een acht voor wetenschappelijke kwaliteit. Ook de cijfers voor productie, relevantie, en toekomstkansen liggen dichtbij de acht. De chemici werken goed samen met de industrie en de vorming van onderzoekscholen heeft ook de onderlinge samenwerking verbeterd. Op die manier heeft men ook de daling van het studentenaantal - en de daaruit volgende bezuinigingen tot nu toe kunnen overleven. Maar
niet elke faculteit is daar even goed in geslaagd. De commissie toont zich "verrast" over de grote verschillen in hoe de faculteiten bestuurd worden. Succesvolle faculteiten zoals Nijmegen en Twente hebben duidelijke keuzes gemaakt en geven de afzonderlijke onderzoeksgroepen verder zoveel mogelijk vrijheid. Delft en Leiden, beide matig scorend, maken meer de indruk van voortmodderen zonder dat vernieuwingen een stimulans krijgen. (FvK/FS, HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's