Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 135

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 135

10 minuten leestijd

ADVALVAS 24 OKTOBER 1996

PAGINA 9

'Het christelijk geloof laat zien dat het leven meer is dan economie' Godsdienstsocioloog Dekker neemt afscheid van de VU

In de jaren zestig werd godsdienstsocioloog prof.dr. Gerard Dekker door gereformeerden nog verguisd als "timmerman die het Kuis komt afbreken", maar anno 1996 regent het uitnodigingen om te komen spreken in protestantse kring. Dat de kerken oor hebben gekregen voor de bevindingen van de godsdienstsociologie, is mede aan Dekker te danken. Op 25 oktober neemt hij afscheid van de VU.

Frieda Pruim

"Een godsdienstsocioloog hoeft niet gelovig te zijn, maar het is wel een voordeel als je affiniteit hebt met het geloof', zegt hoogleraar sociologie van godsdienst en kerk prof.dr. Gerard Dekker (65). Als je verbonden bent aan de vu is die affiniteit volgens hem des te belangrijker, omdat de godsdienstsociologen zich hier met name toeleggen op de bestudering van orthodoxe groeperingen en de evangelische beweging. "Als je vreemd bent aan die wereld, begrijp je niet waarover de mensen die je interviewt het hebben en vertellen ze je ook minder", legt Dekker uit. Hij trekt een vergelijking met de gezinssociologie: "Je hoeft geen gezin te hebben om gezinssocioloog te zijn, maar als je nooit een liefdesrelatie bent aangegaan, wordt het moeilijk." Aan gelovig zijn kleven overigens ook bezwaren: "De sociologie is een ontmaskerende en ontauchterende wetenschap. Dat heeft er onder meer toe geleid dat sommige van mijn ideeën over godsdienst en kerk zijn veranderd, waardoor opvattingen van kerkleden verder van mij afzijn komen te staan." Dekker studeerde sociale en economische wetenschappen aan de vu en schreef zijn scriptie over medezeggenschap in ondernemingen. Volgens hem is het min of meer toevallig dat hij zich daarna is gaan specialiseren in de godsdienstsociologie, al kwam hij wel uit een kerkelijk nest en boeide de rol van kerk en godsdienst in de samenleving hem om die reden. "Het was dat hoogleraar sociologie Van Dijk, bij wie ik was afgestudeerd, mij tijdens mijn militaire dienst vroeg of ik bij het Gereformeerd Sociologisch Instimut wilde komen werken waar hij directeur van was. Als een vakbond of een politieke partij mij zou hebben benaderd, had ik ook ja gezegd."

N

a de dood van Van Dijk kreeg Dekker de leiding over dit instituut. Hij bleef directeur tot de opheffing van het GSI in 1966, toen de Gereformeerde Kerken in Nederland besloten het instituut niet meer te steunen. "We werden in die tijd wat kritischer", legt Dekker uit. "We wezen op de kloof die ontstond tussen kerk en samenleving en riepen op tot herstructurering van de kerk. Dat stuitte op verzet. Ik hoor de synodevoorzitter nog zeggen: 'U vraagt geld

Prof.dr. Gerard Dekker: 'ik behoud me de vrijheid voor om te schrijven wat ik wil, want de Vrije Universiteit is vrij van kerk en staat.' Peter Wolters - AVC/VU

voor de timmerman die ons huis komt afbreken.' Buitenkerkelijke sociologen die de hele godsdienst sociologisch verklaarden, hadden bijgedragen aan dat negatieve imago van de sociologie." Dat imago droeg er ook toe bij dat de Gereformeerde Kerken moeilijk deden toen de theologische faculteit van de vu Dekker wilde aanstellen als docent godsdienstsociologie. Hij was toen al als onderzoeker aan het Instituut voor Praktische Theologie van de vu verbonden. "De commissie binnen de Gereformeerde Kerken die mijn benoeming moest fiatteren, had nogal traditionele denkbeelden. De commissieleden vonden sociologie op de theologische faculteit een heel vreemde eend in de bijt. Bovendien vonden ze mij een lastpost, want ik had net een stuk geschreven ten gunste van de door de gereformeerde synode berispte progressieve predikant Herman Wiersinga. Dat soort stukken mocht ik na mijn benoeming niet meer schrijven. 'Dan moeten jullie maar een ander zoeken', heb ik toen gezegd, 'want ik behoud me de vrijheid voor om te schrijven wat ik wil. De Vrije Universiteit is immers vrij van kerk en staat.' Pas na drie vergaderingen waren er net voldoende stemmen voor een goedkeuring van mijn benoeming." indsdien is de argwaan van de kerken tegenover de godsdienstsocioS logie geleidelijk aan verdwenen. "Mijn

opstelling heeft daar denk ik wel toe bijgedragen", formuleert Dekker voorzichtig. "De studie die wij hebben gemaakt van de evangelische beweging, is in die kring bijvoorbeeld zeer gewaardeerd. Wij waren de eersten die de evangelische beweging bestudeerden. Nu krijg ik van orthodoxe en evangelische organisaties veel uitnodigingen om te komen spreken. Onlangs werd ik bijvoorbeeld uitgenodigd om in november een workshop te geven bij de gereformeerde studentenvereniging CSFR. Twintig jaar geleden zou dat ondenkbaar zijn geweest. Maar men weet inmiddels dat ik godsdienst zeer serieus neem en dat ik gelovigen niet belachelijk maak." Theologiestudenten van nu zijn heel anders dan twintig jaar geleden, is Dekkers ervaring. "In de jaren zeventig waren ze uitermate kritisch. Sommigen kwamen theologie studeren omdat ze vonden dat de kerk de

samenleving moest veranderen. Het waren zeker niet de meest orthodoxe gelovigen die hier kwamen, misschien van huis uit, maar hier werden ze vrij snel wat minder orthodox. Nu zijn meer studenten evangelisch of orthodox georiënteerd." e godsdienstsocioloog heeft de D indruk dat de Nederlandse antikerkelijkheid van de laatste decennia

heeft plaatsgemaakt voor onverschilligheid. Hij zet zijn vraagtekens bij de veelgehoorde opvatting dat de behoefte van mensen aan zingeving en spiritualiteit in deze tijd aan het toenemen is. "Vroeger ging iedereen die behoefte had aan spiritualiteit, naar de kerk. Nu is die spiritualiteit zwevend, waardoor je er meer van merkt." Een toenemende kloof tussen het aanbod van de kerk en de vraag van mensen liaar zingeving ziet hij wel. "Het grootste deel van de mensen is minder orthodox geworden; een ander deel zet de puntjes weer eens op de i", signaleert hij. "Er is zelfs sprake van reformatorische zuilvormtng, die blijkt uit de oprichting van de EO, de RPF en reformatorische scholen. Maar dat zegt nog niet dat het aantal reformatorische gelovigen toeneemt. Deze mensen zaten eerst bij de NCRV, het CDA en op christelijke scholen, maar de identiteit van die instellingen is verzwakt." Dekker benadrukt dat het nu ook weer niet zo is dat de kerk bijna is verdwenen. "Volgens recente cijfers gaat 13 procent van de Nederlandse bevolking een keer per week of vaker naar de kerk. Dat komt neer op 1,5 a 2 miljoen mensen. Er is geen terrein dat zoveel mensen op de been brengt, zelfs het voetbal niet. Maar de kerkgangers vergrijzen wel en hun aantal neemt nog steeds af." Hij denkt dat de kloof tussen de kerk en veel gelovigen alleen kan worden overbrugd als de kerk de geloofsbeleving van haar leden als uitgangspunt neemt. "Dat betekent een omkering van 180 graden, omdat de kerk op landelijk niveau van bovenaf denkt. In veel plaatselijke gemeenten is dat anders: daar trekt men zich weinig aan van de kerkleiding en vormt men inspirerende gemeenschappen." Maar al zou de kerk zich en masse openstellen voor de ideeën van haar leden, dan nog is het volgens Dekker met eenvoudig om mensen aan te spreken, want zij binden zich tegenwoordig niet zo gemak-

kelijk meer aan een veelomvattende organisatie als de kerk. Om de zelfde reden kampen vakbonden en politieke partijen met een dalend aantal actieve leden. "Alleen single mue-organisaties doen het goed, bijvoorbeeld milieuorganisaties als Greenpeace, maar ook daar is de binding betrekkelijk vrijblijvend. Het gros van de leden schrijft alleen maar een girootje uit." Dekker vindt het belangrijk dat godsdienst een rol blijft spelen in de samenleving. "De christelijke traditie vertegenwoordigt fundamentele waarden als gelijkheid, solidariteit, gerechtigheid en omzien naar zwakken. Als je je daaraan kunt houden zonder godsdienst, vind ik dat prachtig, maar ik weet van mezelf dat ik daar door het Evangelie regelmatig mee geconfronteerd moet worden, anders ben ik te veel uit op mijn eigen belang. Op macroniveau ben ik er ook niet gerust op dat die waarden standhouden als het christendom verdwijnt. Ik maak me zorgen over de vereconomisering van het leven. Je ziet het aan de Troonrede: het gaat goed met ons land, want het gaat goed met de economie. Terwijl uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau bHjkt dat Nederlanders zich sinds 1975 overal meer zorgen over zijn gaan maken, behalve over de werkgelegenheid. Gaat het dan goed met Nederland? Ik vind van niet. Het christelijk geloof laat zien dat het leven meer is dan economie, al moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen dat ik dat niet terugzie in een radicaal verschil in politieke visie tussen het CDA en de PvdA."

ekkers afscheidscollege gaat over D de relatie tussen arbeid en godsdienst. Hoe kijkt hij zelf tegen zijn

werk aan: leeft hij om te werken of werkt hij om te leven? "Ik leef werkend", omzeilt hij de vraag. "Ik ervaar geen tegenstelling tussen leven en werken. Ik ben hier altijd voor mijn hobby betaald. Nu mijn dienstverband eindigt, houdt mijn werk niet op. Maar dat betekent niet dat mijn werk mijn leven is. Ik zal bezig blijven zolang ik gezond ben, maar niet als mijn vrouw en ik andere leuke dingen hebben." Zijn houding ten opzichte van zijn werk is in de loop der jaren veranderd. "Ik kom uit een milieu waar heel hard gewerkt werd", vertelt hij. "Mijn vader had een winkel die van

maandag tot en met zaterdag tot 's avonds laat open was. Zelf heb ik ook altijd heel hard gewerkt: ik heb vier jaar MULO gedaan, tien maanden in de zaak van m'n vader gewerkt, staatsexamen HBS gedaan en evengoed was ik net achttien toen ik op de universiteit kwam. Naast m'n werk als directeur van het GSi ben ik in vier jaar gepromoveerd. Dat harde werken had alles te maken met mijn calvinistische opvoeding. Het was een pHcht die ik mezelf oplegde." wee gebeurtenissen hebben grote T invloed gehad op zijn visie op werk. "Onze oudste zoon is op z'n

21ste gehandicapt geraakt. Hij is honderd procent arbeidsongeschikt verklaard. Dan zie je ineens dat iemand een leven moet invullen zonder dat hij kan werken in de traditionele zin des woords. Een gebeurtenis waardoor ik werken al eerder sterk was gaan relativeren was de dood van Van Dijk, de directeur van het GSi, met wie ik een heel goede relatie had. Hij is op zijn 55ste verongelukt. Iedereen dacht: hoe moet het verder zonder hem, maar na een half jaar was bijna iedereen hem vergeten. Dat heeft me geleerd dat geen mens onmisbaar is." Over zijn huidige drijfveer om te werken zegt Dekker: "De samenleving is niet ideaal en ik sta in een traditie waarin ik weet heb van een betere samenleving. Zolang mensen dat nuttig vinden, wil ik daar graag mijn steentje aan bijdragen." Nu zijn werk wat minder tijd in beslag neemt, krijgt Dekker meer tijd voor persoonlijke contacten. "Vanmiddag ga ik bijvoorbeeld naar een oud-collega", vertelt hij. "Vroeger dacht ik: overdag doe je zulke dingen niet. In die zin had ik eigenlijk wel een erg arbeidsethos. Ik weet nog dat ik een paar weken lang zeven dagen achter elkaar gewerkt had en daarna op maandagochtend met mijn vrouw een boswandeling ging maken. Ik liep daar heel onrustig, want er zou eens iemand voor me bellen... Van dat soort gevoelens ben ik nu gelukkig af" Prof dr. G Dekker houdt op 25 oktober om 15 45 uur in de aula van de vu zijn afscheidscollege 'Van roeping naar baan - Arbeid in godsdienstig perspectief Bij die gelegenheid wordt hem een bundel aangeboden onder de titel 'Onverwachte gasten - In gesprek met Gerard Dekker over kerk, godsdienst en cultuur, onder eindredactie van dr H.C Stoffels (Kok, Kampen) Pnjs ƒ44,90.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 135

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's