Ad Valvas 1996-1997 - pagina 449
AD VALVAS 2 0 MAART 1 9 9 7
PAGINA 3
UR: 'Niet te veel veranderen' De universiteitsraad vindt de invoering van de MUB geen reden de hele universitaire bestuursstructuur om te gooien. Het college van decanen mag blijven bestaan, vindt de UR, net als de facxdteitsraden. En natuurlijk de UR zelf. De UR stuurde deze week haar tweede ronde voorstellen naar de commissie-Soeteman, die zich buigt over de vraag wat de meest gewenste bestuursstructuur van de vu is. Het college van bestuur heeft deze commissie ingesteld in verband met de MUB: de wet op de modernisering van de universitaire bestuursorganisatie, waar de Eerste Kamer eerder deze maand mee instemde. Als bijzondere tmiversiteit staat de vu door die wet voor een wat andere keuze dan de meeste andere universiteiten. De vu heeft bijvoorbeeld al zo'n vier jaar een ondernemingsraad, de andere universiteiten kunnen daar nu pas aan beginnen. iVlaar voor de vu geldt, net als voor de andere universiteiten, dat de universiteitsraad in zijn huidige vorm in ieder geval niet meer mag blijven bestaan. De colleges van bestuur worden integraal verantwoordelijk.
Wat er met de huidige universiteitsraad gaat gebeuren is onduidelijk. Het college van bestuur, dat de taak heeft voorstellen te doen voor een nieuwe bestuursstructuur, krijgt daarover vóór 1 april advies van de commissie-Soeteman, die de standpunten binnen de vu inventariseert. De universiteitsraad meldde die commissie vorige maand nog wel degelijk bestaansrecht voor zichzelf te zien. Democratische vertegenwoordiging door alle geledingen in de universiteit kan directe belangenbehartiging voorkomen, was daarbij het idee van de UR. Deze week verscheen een uitwerking van dat stuk, waarbij de universiteitsraad voor het eerst ook ingaat op wat er moet gebeuren op de faculteiten. De conclusie van deze notitie is eenvoudig: de vu kent niet al te veel problemen, dus waarom zou er ineens veel moeten veranderen? "De MUB is op zich geen reden om de bestuursstructuur van de vu te wijzigen", stelt de UR. "Een aanpassing is slechts zinvol als zij is gericht op herstel van gebreken die zijn vastgesteld op basis van een analyse van de bestaande structuiu'." Én: "Te hoog gespannen verwach-
Protesten tegen oplieffing emancipatiecommissie De opheffing van de emancipatiecommissie in 2000, zoals het college van bestuur voorstaat, valt niet bij iedereen in goede aarde. De ondernemingsraad meldde vorige week te overwegen zelf een nieuwe emancipatiecommissie op te richten. De universiteitsraad zei de nota waarin het collegevoorstel staat "negatief knorrend" voor kennisgeving aan te nemen. Het college van bestuur overweegt de emancipatiecommissie op te heffen omdat de aandacht voor emancipatie steeds meer een zaak is van de faculteiten. Centraal is er al zoveel gebeurd dat een aparte commissie niet meer nodig is, betoogt het college in de Nora Emancipatiebeleid 1997-2000. Er zou alleen nog vanuit Personeelszaken ondersteuning moeten worden geleverd bij het facultaire personeelsbeleid. Binnen de universiteit blijken diverse organen echter te vinden dat het college te hard van stapel loopt. De eerste die aan de bel trok was de emancipatiecommissie zelf. Dat de aandacht verschuift naar decentraal beleid hoeft volgens de commissie geen reden te zijn om maar tot opheffing over te gaan, stelde de emancipatiecommissie in een eerste reactie. Iemand moet het toch signaleren als het op de faculteiten misgaat. Bovendien, wie neemt de taken over die de emancipatiecommissie nu heeft, zoals het instandhouden van het vrouwennetwerk? Ook de ondernemingsraad reageerde in zijn vergadering van woensdag 12 maart sceptisch op het voornemen de emancipatiecommissie af te schaffen. M. Peters van de AbvaKabo: "Het opheffen van de commissie is misschien aardig als het er alleen nog maar om gaat de laatste puntjes op de i te zetten, maar dat idee krijg ik niet uit de nota die hier ligt." A. van der Wel, ook namens de AbvaKabo, wilde eerst wel eens zien of het decentrale beleid succesvol is, alvorens het kind met het badwater weg te gooien. OR-voorzitter M. de Bolster merkte daarna op dat als het college besluit de emancipatiecommissie op te heffen, de OR zelf nog altijd een nieuwe commissie kan oprichten. De meeste ondernemingsraden kermen immers een dergelijke commissie. De enige reden waarom de OR van de vu op dit moment geen emancipatiecommissie heeft, zo vervolgde De Bolster, is dat de vu al zo'n commissie kende toen de OR werd ingesteld. Ook de universiteitsraad, waar de nota dinsdag 18 maart behandeld werd in de commissie die zich met personele zaken bezighoudt, was
niet bij voorbaat overtuigd van het nut van het opheffen van de commissie in 2000. De secretaris van de universiteit, drs. D. Schut, die namens het college de commissievergadering bijwoonde, merkte echter op dat het opheffen van de emancipatiecommissie niet betekent dat de vu genoeg geëmancipeerd is, maar dat de aandacht voor emancipatie "staande aandacht" is geworden, dat wil zeggen: algemeen geaccepteerd onderdeel van het beleid. "Het gaat om de manier waarop je de aandacht bij de bevolking levend houdt." Schut zei ook dat decentralisatie van het beleid aan de vu "nooit bruusk of abrupt gebeurt, dus nu ook niet." De vu blijft het overigens, in vergelijking met de andere Nederlandse imiversiteiten, op emancipatoir gebied goed doen. Lag het percentage vrouwelijke wetenschappers op de vu in bijna alle categorieën al boven het landelijk gemiddelde, sinds er onlangs twee nieuwe vrouwelijke directeur-beheerders op de faculteiten zijn aangenomen, scoren de vrouwen ook bij de niet-wetenschappers in de hogere schalen relatief hoog. (PB)
tingen van het wijzigen van de organisatorische infrastructuur moeten worden vermeden." Organisatieverandering mag geen doel op zichzelf worden, vinden de raadsleden. "Voor de raad staat optimalisering van de taakuitoefening voorop. En de taak van de universiteit is zo goed mogelijk onderwijs te geven en zoveel mogelijk daarmee samenhangend onderzoek te verrichten, uitgaande van de relatie tussen de daarbij primair betrokkenen die wordt gekenmerkt als een van leermeester en leerling." Daaruit volgt voor de universiteitsraad onder meer dat de verantwoordelijkheid voor de opleidingen en voor het onderzoek rechtstreeks bij een instantie kan worden gelegd die direct onder het faculteitsbestuur valt. Wat betekent: weg van de vakgroep. Tenzij, stelt de UR vervolgens, "de vakgroep zo groot is dat zij een hele opleiding omvat en de voorzitter van de vakgroep in feite functioneert als opleidingsdirecteur". De hoofdlijnen van het facultaire beleid horen volgens de universiteitsraad thuis bij de faculteitsraad. Die heeft weliswaar ook minder bevoegdheden dan voorheen, maar
'' de UR blijft vasthouden aan "een representatief orgaan" waarm zowel wetenschappers, niet-wetenschappers en studenten zitten. Splitsing in verschillende besluitorganen leidt volgens de UR alleen maar tot "enge belangenbehartiging" en is bovendien niet efficiënt, omdat het faculteitsbestuur zijn beleid dan te vaak moet verdedigen. Kortweg: "Het MUB-model is ondoelmatig." Het argument van Ritzen dat een representatieve raad slagvaardig bestuur in de weg zou staan, verwerpt de UR met de opmerking dat "juist gezamenlijke bestuursverantwoordelijkheid de beste garantie is tegen belangenbehartiging". De rol van de decaan van de faculteit wordt daarbij wel een belangrijke. Aan de decaan mogen daarom strenge eisen gesteld worden, vindt de UR, niet alleen vakinhoudelijk, maar ook bestuurlijk. Van de UR hoeven de decanen dan ook niet per se van de faculteit afkomstig te zijn, ze mogen ook van buiten geworven worden. Mits de faculteitsraad de bestuursleden voordraagt, is de UR er overigens niet op tegen dat het college van bestuur deze leden voortaan benoemt. Maar: "De raad staat
open voor andere ideeën over hoe op dit punt tot een juist en subtiel evenwicht te komen tussen daadkracht en draagvlak." Zorgvuldigheid is geboden, menen de raadsleden, maar in ieder geval wordt "de visie uit de MUB op decanen als door het college aangestelde divisiemanagers" misplaatst geacht. Ook voor het centrale niveau is het devies van de raad: verander niet te veel. "De raad pleit voor handhaving van de universiteitsraad naar huidig recht naast de ondernemingsraad. De afgelopen drie jaar hebben aangetoond dat beide elkaar goed aanvullen." Ook de bepaling uit de MUB om het college van decanen af te schaffen, blaast de UR van tafel. Want: "Het college van decanen vervult een nuttige rol als intermediair tussen het centrale niveau en de faculteiten." Of de aanbevelingen van de universiteitsraad gehoor zullen vinden bij de commissie-Soeteman moet de komende twee weken blijken. De verwachting is dat de voorstellen van de commissie niet zo conservatief zullen zijn als die van de imiversiteitsraad. (PB)
Lentefeest op Uilenstede
Op vrijdag 2 1 maart houdt het Cultureel Centrum VU in samenwerking met Café Uilenstede een Lentefeest/African Party. Van 2 2 . 0 0 uur tot 0 . 3 0 uur is er een optreden van Chi-Kin-Chee Akwaaba, een intei^culturele band, geformeerd rond de beste Ghanese muzikanten uit Amsterdam. De toegang is gratis.
Bètafaculteiten worstelen met programma Ook universiteitsraad moppert over strenge norm vijfde jaar bèta's De bètafaculteiten hebben er grote moeite mee dat de komende eerstejaars hun propedeuse binnen vijftien maanden moeten halen, willen ze in aanmerking komen voor een vijfde jaar studiefinanciering. Ook de universiteitsraad vindt die norm te streng en vreest voor de concurrentiepositie van de VU. Het college van bestuur stelt dat deze discussie een jaar geleden had moeten worden gevoerd. Aanleiding voor de discussie is het besluit van minister Ritzen om studenten die een opleiding volgen aan een technische universiteit een extra jaar studiebeurs te geven. Het bedrijfsleven vond dit nodig om internationaal niet achterop te raken. De algemene universiteiten vreesden door de maatregel een leegloop van hun bèta-opleidingen. Gedacht werd dat het extra jaar beurs voor veel techniekstudenten aanleiding zou zijn een technische boven een algemene imiversiteit te verkiezen. De zes algemene universi-
teiten besloten daarop hun bèta's uit eigen zak ook zo'n extra jaar beurs te betalen. JVlede met het oog op de concurrentie bleef ook de vu niet achter. Maar de vu wilde dit wel aan strenge regels koppelen: een student moet goed presteren om zo'n vijfde jaar krijgen. Voor de eerstejaars van nu geldt nog dat zij hun propedeuse in anderhalf jaar afgerond moeten hebben, willen ze in aanmerking komen voor de extra beurs. Voor de eerstejaars die in augustus beginnen is die norm al teruggeschroefd naar vijftien maanden. De vu is de enige imiversiteit die zo'n eis stelt. Bij andere universiteiten volstaat het als de student aan de prestatienorm voldoet. De universiteitsraad heeft grote moeite met deze 'dubbele prestatie-eis' van de vu. "Ik vind vijftien maanden wel erg kort", aldus Jera van Gelder dinsdag in de raadscommissie die zich met studentenzaken bezighoudt. "Is het wel mogelijk om het in die tijd te doea", vroeg ze zich vervolgens af. Ja, vertelde secretaris van de univer-
siteit drs. D. Schut haar. "Anders hadden we het natuurlijk niet voorgesteld." De faculteiten blijken echter nog steeds moeite te hebben met de hun opgedrongen eis. Met name het feit dat de studenten binnen vijftien maanden voldoende herkansingen moeten kunnen krijgen, stelt hen voor problemen met het programma. "Wij houden vast aan de achttien maanden", aldus P. van Oosten, secretaris bij Wiskunde en Informatica. "Om verschillende redenen, waaronder inhoudelijke. De eis mag van ons ook in studiepunten, bijvoorbeeld 32 punten in een jaar, zoals ook de prestatienorm wordt. Maar 15 maanden is echt ondoenlijk, dat bewijst de praktijk." Verschillende leden van de universiteitsraad vrezen dat studenten door de strenge eisen van de vu de UVA of de Universiteit Utrecht zullen verkiezen, hoewel er volgens Schut "nog geen meetbaar nadelig effect" is op de aanmeldingscijfers. J. van Spijk gooide maandag in de com-
missie financiën en bouwzaken de knuppel nog eens in het hoenderhok door voor te stellen dat de vu een "betere" regeling moest maken dan de andere universiteiten. Een voorstel dat bij het college niet in goede aarde viel. Nu wordt het vijfde jaar betaald uit de rente die wordt ontvangen op het geld dat in het afstudeerfonds zit. Doordat de vu ook erg strenge regels heeft voor mensen die hier een beroep op willen doen, zit er veel geld in dit fonds. De universiteitsraad is het er principieel niet mee eens dat het college de rente op het afstudeerfonds gebruikt voor het vijfde bètajaar. Maar, aldus Schut, "wij menen over dit geld te kunnen beschikken. En de rest van de discussie is hier vorig jaar al gevoerd. Daar is geen nieuws over te melden." (PB)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's