Ad Valvas 1996-1997 - pagina 156
A D VALVAS 3 1 OKTOBER 1996
PAGINA 6
'Strijkers en blazers zijn verscliillende soorten mensen' VU-orkest speelt Strawinsky, Honneger en Poulenc Tennekes kiest als klarinettist voor de blazerssymfonieen van Strawinsky uit 1920. "Die zijn behoorlijk ingewikkeld, vooral ritmisch. H e t moeilijkste fragment zit ergens aan het eind. Een stukje waarbij je op voor je gevoel volkomen willekeurige momenten opeens hoog en hard een korte stoot op je klarinet moet geven. Natuurlijk zit er wel een logica m, maar het heeft lang geduurd voordat ik daar achter kwam. Dat is een heel ander soort moeilijkheid dan die van de strijkers. D e noot is makkelijk en steeds dezelfde. Maar
Het eerste weekend van november geeft het VUorkest twee concerten: zaterdag 2 november in de Rotterdamse St. Laurenskerk en zondag 3 november in de Amsterdamse Westerkerk. Op het programma staan een Mis van Strawinsky en het Stabat Mater van Poulenc. Verder spelen strijkers hoog spel in de Tweede Symfonie van Honneger en moeten blazers op hun tellen passen in de Symphonies for Wind Instruments van Strawinsky.
Cultuur
Dick Roodenburg Het is te hopen dat de soms wat warrig ogende dirigent Daan Admiraal de data goed op een njtje heeft. Naast zijn optredens met het vu-orkest is hij deze week op tournee met het Nederlands Studenten Kamerorkest (Nesko). D a t culmineert op zondagochtend 3 november om elf u u r in een concert in de Beurs van Berlage, waarna Admiraal zich richting Westerkerk moet spoeden om daar om 15.00 uur het VU-orkest te dirigeren. Maar tot nu toe gaat alles goed, verzekeren economiestudent Roelant Reymerink en filosofiestudent Joost T e n nekes, respectievelijk voorzitter en chef blazers van het huidige v u orkestbestuur. "Hij houdt wel eens Nesko-audities vlak voor de repetitie van het vu-orkest. Dat haalt hij allemaal net", zegt Reymermk. "Hij rent met hypersnelheden tussen de verschillende repetities heen en weer", weet Tennekes. "Tijdens een vorige tournee had hij zelfs een aanrijdinkje."
Strijker Roelant Reymerink en blazer Joost Tennekes. Beide bestuursleden zijn het erover eens dat van de door het vu-orkest uit te voeren stukken het Stabat Mater van Poulenc uit 1950 waarschijnlijk het mooist om naar te luisteren is. D e compositie wordt uitgevoerd in samenwerking met het Rotterdams Toonkimstkoor, eveneens onder leiding van Daan Admiraal. H e t Stabat Mater is het verhaal van de kruisiging, waarin de smart van de moeder van Christus wordt verwoord. Veel stukken worden a capella gezongen. Het orkest dient voornamelijk o m de cruciale momenten in het verhaal te illustreren. " M e t het koor erbij moet het prachtig klinken", denkt Reymerink.
Hij heeft dat nog niet kunnen horen, omdat de gemeenschappelijke repetities van koor en orkest nog moeten plaatsvinden. "Het Stabat Mater past heel goed in een kerk", vindt Tennekes. "Maar vanuit de orkestleden bekeken is het niet erg uitdagend, bijna saai. Laat Daan het niet horen, want we zijn er nog niet helemaal." Over hun favoriete compositie om uit te voeren lopen de meningen uiteen. Logisch, want Reymerink speelt cello en Tennekes klarinet. Voor strijkers is volgens Reymerink de Tweede Symfonie van Hoimeger het meest interessant. "Daarin spelen maar een paar blazers m e e . " "Eén", corrigeert T e n -
Bram de Hollander
nekes. "Een trompet." Honneger is voor de strijkers veel moeilijker om te spelen dan Poulenc. "Het lastigste stukje zit in het derde deel, zeg maar de eerste honderd maten. D a t gaat heel snel, maar vooral voor de celli is het ook heel hoog." Reymermk gaat er van uit dat tijdens de uitvoeringen alles perfect zal klinken. "We hebben veel extra repetities gehad en niemand heeft hoeven afliaken." D e Tweede Symfonie dateert uit 1942. Honneger probeerde in zijn muziek de uitzichtloosheid van de Parijse bevolking tijdens de bezetting op te roepen en liet zich daarbij inspireren door de strijkkwartetten van Van Beethoven.
de timmg, die hebben we wel duizend | keer geoefend." Op de vraag of strijkers een ander soort mensen zijn dan blazers, reageren beiden bevestigend. "Sterker nog", stelt Tennekes. "Ik denk dat |e per instrument verschillende types mensen hebt. D a t valt natuurlijk nooit 1 te voorspellen in de zin van: dat is een | fluitist. Maar in z'n algemeenheid is een blazer gewoon wat solistischer. Je bent de enige met een bepaalde partij en moet dus zelfstandiger werken." Zijn strijkers dan kuddedieren? "Zeker", beaamt Rejnnerink. "Maar ook weer niet, omdat binnen de groep een veel heftiger concurrentie bestaat Je wilt je binnen de massa toch onderscheiden. D a t gebeurt dan heel subtiel, want je moet natuurlijk wel in de maat blijven. Je probeert dan net iets mooier te spelen. H e t publiek hoort dat niet, maar binnen de groep zijn die verhoudingen duidelijk." VU-orkest' zondag 3 november om 15 00 uur in de Westerkerk te Amsterdam, toegang, ƒ 20, (cjp/pas65-r/stadspas/studenten ƒ 15,) Kaarten aan de zaal, reserveringen 030-2895258 Het Nesko | speelt onder de titel 'Het Russisch Ei' Russische kamermuziek van Sjostakovitsj, Schnittke en Strawinsky.
'Niet te veel vloeistof, oen' Aan de VU doen studenten hun wijsheid niet alleen uit boeken op. Behalve colleges kennen de meeste opleidingen practica. Een serie over leren in de praktijk. Deze week: Tita Tovenaar op de vu. Caroline Buddingh' "Doe n u een milliliter kalitimpermanganaat in de oplossing en kijk hoe de potentio-meter uitslaat", leest een eerstejaars student scheikunde uit de syllabus voor. N e t als alle andere studenten heeft hij een witte jas aan en een veel te grote bril op. Allemaal voor de veiligheid. N u zijn het nog onschuldige stofjes waar de studenten mee werken, maar gaandeweg zullen de stoffen gevaarlijker worden. En vroeggeleerd voorzichtig te zijn, is oud gedaan. Zijn buurman draait het kraantje open en laat de paarse vloeistof rijkelijk vloeien. "Niet te veel, oen", zegt de voorlezer verschrikt. "Anders klopt de meting niet meer." Dan stijgt er, ogenschijnlijk zonder aanleiding, een lachsalvo op die enige minuten aanhoudt. Echt serieus nemen ze het practicum niet. "Ik heb dit allemaal al op de middelbare school gehad. Het is echt peanuts. Als je dit dan de hele dag moet doen, word je een beetje melig", luidt de verklaring. Hij doelt op het titreren, het mengen van twee vloeistoffen, waarbij het omslagpunt moet worden gemeten. "Je ziet een Ideurverandering en op de meter kim je de spanning aflezen. Als je bij elke hoeveelheid kaliumpermanganaat die je in de oplossing laat druppelen, noteert wat de spanning is, kun je door middel van een rekenmethode bepalen hoe groot de concentratie van de vloeistof is", legt Sander Janse uit. Hij is vierdejaars student scheikimde en student-assistent tijdens de practica. Volgens h e m
is het belangrijkste doel van het practicum dat de kersverse studenten leren omgaan met de apparatuur en het glaswerk en dat ze leren opruimen. Want dat zullen de scheikundestudenten tijdens h u n studie nog veel moeten doen. " H e t kan natuurlijk niet zo zijn dat iedereen zijn spullen maar achter zich laat slingeren. W e zijn dan ook best wel een beetje streng." Zijn uitleg wordt onderbroken. " O h shit", roept een jongen geïrriteerd. Hij had zich heel nauwkeurig aan de voorgeschreven hoeveelheden gehouden, maar schoot per ongeluk toch uit. " N u kan ik het weer helemaal overdoen", zegt hij quasi verdrietig. "Terwijl ik juist zo'n zin heb in een kop koffie." Waarop Sander iets te birmen schiet: "Oh ja, tijdens deze practica leren de studenten ook dat de proeven vrijwel nooit zo gaan als het in de boekjes wordt beschreven." Nadat het groepje van Niels alle metingen heeft opgeschreven, gaat het met de rekenmethode aan de slag. Het punt waarop de afgeleide waarde nul is, is het omslagpunt. "Het is natuurlijk de bedoeling dat de studenten laten zien dat ze de rekenmethode
beheersen, maar ze worden ook beoordeeld op h u n werkwijze. Slordig noteren wordt bijvoorbeeld genadeloos afgestraft", waarschuwt Sander. Wordt in de ene ruimte gewerkt met redox-reacties, in het lablokaal ernaast moeten eerstejaars aan de hand van zuurbase-reacties berekeningen doen. "Het is eigenlijk hetzelfde principe", legt Freddie Kootstra uit. Hij is vijfdejaars student en ook practicumbegeleider. "Het verschil is dat de studenten hier de pH-waarde moeten uitrekenen en in het andere lokaal de spanning moeten meten." O p tafel staan twee potjes met cijfers erop. D e studenten weten niet welke zuren in de potjes zitten. Nadat een jongen en een meisje hebben gekozen welk potje ze zullen gebruiken, voegt een jongen een zuur toe, noteert de waarden en maakt daar vervolgens een grafiekje van. N a wel vijftig metingen kan hij twee omslagpunten noteren. " H è , hè, eindelijk, ik weet het, wij hebben dicarbonzuur gebruikt", zegt hij opgelucht. Hoewel Freddy het eigenlijk niet mag verklappen, kan hij het niet laten. "Goed zo", is zijn reactie. "Als je één omslagpunt had gemeten, was duidelijk geweest dat jullie glycine hadden gebruikt", is zijn overbodige uitleg. Is nu het grote werk gedaan? "Ben je mal, n u mogen we nog een verslag gaan schrijven en daar zijn we zeker nog een tijdje mee zoet", verzucht de student. "Maar je moet wel opschrijven dat we het leuk vinden, hoor! Al die proefjes, we lijken net Tita Tovenaar." Student-assistent Sander Janse: 'We zijn best wel een beetje streng.'
Peter Welters - AVC/W
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's