Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 369

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 369

9 minuten leestijd

AD VALVAS 1 3 FEBRUARI 1 9 9 7

PAGINA 9

Tictie kan ook waar zijn' Antropoloog Meijers pleit voor wetenschap in de vorm van een roman Hoeveel fantasie mag een wetenschapper gebruiken om de feiten uit een onderzoelt te presenteren? Van VU-antropoloog prof.dr. LD. Meijers mag veel. "in de sociale wetenschappen draait het om inzicht krijgen in samenlevingen. Het gaat altijd om een interpretatie van de werkelijkheid. Daar kan fictie soms een heel bruikbaar middel bij zijn, als die maar aan de werkelijkheid is ontleend." ''amen met anderen schreef i er een boek over, bij wijze van experiment. Dirk de Hoog "De sociale wetenschappen en zeker de antropologie moeten niet de methoden van bètawetenschappen willen nadoen. Mensen en samenlevingen moet je op een andere manier bestuderen en beschrijven dan wat er gebeurt als je twee vloeistoffen in een reageerbuis bij elkaar gooit", zegt antropoloog prof.dr. L.D. Meijers. Samen met tien collega's die allen op een of andere wijze iets te maken hebben met de vakgroep antropologie van de vu, publiceerde hij de essaybundel Ware fictie. De ondertitel geeft ongeveer aan waar het om gaat: 'Een expenment in antropologie en literatuur'. In een inleidend hoofdstuk stelt Meijers dat het er weinig toe doet of een bepaalde antropologische casus op feiten dan wel op fictie berust. "De essentie is, dat er een beeld wordt geschapen, dat werkelijksheidswaarde bezit." Dat betekent bijvoorbeeld "dat een bepaalde persoon in een antropologische beschrijving niet altijd echt hoeft te bestaan en dat niet ieder voorval werkelijk moet hebben plaatsgevonden, maar wel dat in die cultuur zo iemand had kunnen bestaan en dat

Prof.dr. L.D. IVIeijers:'IVIensen en samenlevingen moet je op een andere manier bestuderen en beschrijven dan wat er gebeurt als je twee vloeistoffen in een reageerbuis bij elkaar gooit.' Peter Woiters - AVC/VU het beschreven voorval had kunnen gebeuren." Meijers schreef zijn dissertatie De revolutie der vromen in 1989 al volgens deze methode. Hij vindt dat het de antropoloog in de eerste plaats moet gaan om het begrijpen van mensen in h u n specifieke sociaal-culturele setting. "Wanneer andere middelen ontbreken, is het soms alleen mogelijk om met behulp van imaginaire constructies inzicht in de denktrant en levensstijl van mensen te krijgen", schrijft Meijers. Andere manieren willen volgens hem "nogal eens als geforceerd, omslachtig en onecht overkomen en zijn in die zin verre van volmaakt. Soms doet de loutere opsomming van feiten, zelfs in een passend sociologisch kader, de werkelijkheid dusdanig te kort dat er andere middelen nodig zijn om die werkelijkheid tot

leven te laten komen." Ware fictie noemt Meijers deze methode, die eruit bestaat dat de wetenschapper in zijn eigen woorden een verhaal vertelt op grond van dingen die hij tijdens zijn onderzoek heeft waargenomen. "Ik vind dat het de antropoloog er vooral om moet gaan inzicht te verschaffen in culturen en samenlevingen. Het gaat erom te proberen echt te begrijpen wat er gebeurt. Daar heb je altijd het middel van de taal voor nodig en dat is per definitie subjectief. Wees daar gewoon eerlijk in. Stuur twee mensen naar eenzelfde plek en ze vertellen twee verschillende verhalen als ze terugkomen. Beide verhalen geven inzicht, maar geen van beiden bevat de volledige waarheid. Zo werkt de antropologie. Moffel dat niet weg, maar maak er een methode van", legt Meijers uit.

T e r vergelijking wijst hij naar drie getekende portretten aan de muur van zijn werkkamer. "Dat is dezelfde vrouw, maar op verschillende manieren vastgelegd. Zo stel ik me ook de antropologie voor. Het is meer een kunst dan een kunde waarmee alleen feiten worden verzameld." Meijers pleit er echter niet voor dat de wetenschapper er voortaan maar wat op los gaat fantaseren. "De antropoloog doet er goed aan om m een essayistische stijl te schrijven, maar hij is geen romancier. Zijn werk berust op onderzoek. Hij is moreel gebonden aan de werkelijkheid van dat onderzoek en zelfs wanneer hij een zekere mate van fictie zou gebruiken om die werkelijkheid tot leven te laten komen, dan gaat het te allen tijde om ware en niet om onware fictie." Daar ligt in de ogen van Meijers ook

het onderscheid met een echte romancier. "Die laat zijn verbeeldingskracht de vrije loop en hoeft zich niet gebonden te voelen aan de werkelijkheid. D e romancier schetst een beeld van een werkelijkheid die wellicht alleen in zijn verbeelding bestaat en die om die reden, zonder dat de roman geschreven was, nooit had kunnen bestaan." Toch raadt Meijers studenten aan veel romans te lezen. "Daar kunnen wel degelijk allerlei heel bruikbare en leerzame inzichten instaan over bepaalde culturen." In een van de artikelen in de bundel analyseert dr. Dick Moesbergen bijvoorbeeld in hoeverre de roman De heilige paarden van Johan Fabricius, die zich op het eiland Sumba afspeelt, zinvolle antropologische informatie bevat. Maar ook romanciers kunnen zich niet alles veroorloven, vindt Meijers. In een artikel in de bundel over de Amerikaans-joodse schrijver Chaim Potok vraagt hij zich af "of een antropoloog het niet verplicht is een romancier aan de kaak te stellen wanneer deze in zijn ogen de beschreven cultuur ernstig tekortdoet." Het zal geen verbazing wekken dat niet iedere wetenschapper direct enthousiast is over de toevoeging van fictie aan de wetenschap. Medeauteur van de bundel prof dr. P. Kloos, hoogleraar niet-westerse sociologie aan de vu, geeft in een slotbeschouwing een voorzet voor de discussie. "In elke onderzoeker bestaat een spanning tussen een grenzeloze behoefte om te weten enerzijds en de beperkte mogelijkheid om te kunnen kennen anderzijds", schrijft Kloos. Met kennelijke instemming citeert hij de onlangs gepensioneerde vu-historicus prof.dr. T h . Van Deursen, die een boek schreef over het plaatsje Graft in de 17e eeuw, waar onder anderen Trijn Willems woonde. Van Deursen wil niet over de grens tussen feiten en fictie stappen: "Wie het complete levensverhaal van Trijn Willems te boek wil stellen, moet het er zelf bij verzmnen. D e historische bronnen laten ons in de steek." Dame! Meyers Ware fictie - Een experiment m antropologie en literatuur, Uitgeverij Garant, Leuven Apeldoorn, /44,5Q, ISBN 9053504710.

Jarige VSPVU gaat moeilijke tijd tegemoet Vereniging psychologiestudenten VU bestaat vijftig jaar Met een reünie voor afgestudeerden, een glamourfeest en een gedenkboekje vieren de psychologie- en pedagogiekstudenten van de VU zondag 16 februari het vijftigjarig bestaan van hun vereniging VSPVU. Na roerige tijden zijn de psychologen wat rustiger geworden, behalve als het op feesten aankomt. Dirk de Hoog In zeker twee opzichten is het ontslaan van de VSPVU, de Vereniging van Studenten in de Psychologie aan de Vnje Universiteit, bijzonder: de vereniging was er eerder dan de faculteit en de oprichter was de facto een hoogleraar. Beide zaken hangen nauw samen, blijkt uit het boekje dat de VSPVU uitgeeft ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan. Aan de wieg van zowel de VSPVU als de faculteit stond namelijk de legendarische hoogleraar Waterink, die de eerste leerstoel psychologie aan de vu bekleedde vanuit de faculteit letteren. In 1947 spoorde hi) het handjevol studenten dat toen psychologie studeerde aan een eigen vereniging op te richten. Eén van die stichters was de latere hoogleraar prof dr. C. Sanders. In een interview in de gedenkbundel zegt hij over de beginperiode: "De studenten van voor de revolte waren altijd op tijd en zagen er piekfijn uit." Daarna kwamen de studenten in opstand, eind laren zestig. "Die waren gekant tegen de burgerlijke psychologie en wilden theorieën van Marx horen", aldus Sanders. En dan zijn er de studenten van nu, zoals Mare WoUrabe. Hij is de huidige voorzitter van de VSPVU. "Met Marx en al dat kritische gedoe hoef )e nu met meer aan te komen bij studenten.

De meeste psychologen en pedagogen (sinds een paar jaar zitten ze samen binnen één faculteit en vereniging, ddh) zijn brave, hardwerkende studenten die college lopen, voor een tentamen studeren en aan het eind van de middag de bus naar huis nemen." Monique Ruiter, voorzitter van de lustrumcommissie en medesamensteller van het herdenkboekje, was wel een beetje verbaasd door sommige zaken uit het verleden. "Vijftien jaar geleden stonden in het krantje van de VSPVU bijvoorbeeld nog allerlei tips over het kraken van leegstaande huizen. Daar houden studenten zich nu niet meer zo mee bezig." Mare geeft grif toe dat de meeste van de vijfhonderd leden die de vspvu telt, toegetreden zijn vanwege het reductiebureau waar boeken, uittreksels en voorbeeldtentamens voordelig te koop zijn. Een andere belangrijke trekker zijn de regelmatige feesten, meestal met een thema. Dit jaar was er zelfs een heuse Ktnky Valentijnsparty. "Dat draaide echt niet om de seks hoor", aldus Mare, "maar je moet iets bedenken om zo'n verkleedpartijtje te kunnen organiseren. Er waren wel wat minder mensen dan vorig jaar toen 'foute kleding' het thema was, maar dat kwam vooral omdat studenten zeiden dat ze niets hadden om aan te trekken. T e n slotte heeft niet iedereen leer of rubber in de kast hangen. Maar anderen

Mare Wollrabe (derde van links) en Monique Ruiter (vierde van links) tijdens een vspvu-borrei op de faculteit. Peter Wolters - AVC/VU hadden het slim opgelost door in een vuilniszak te verschijnen." Monique benadrukt dat de vspVU zich ook met serieuze zaken bezighoudt. "Er zit een studentenfractie in de faculteitsraad en voor sommige onderwerpen lopen studenten nog best warm. Ze zijn bijvoorbeeld tegen het voornemen van de faculteit om de

derde herkansing af te schaffen." Ook bestaat nog steeds de lezingen- en excursieclub Lex, die nu en dan volle zalen weet te trekken: vorig jaar kwamen op een hypnoseshow zo'n driehonderd mensen af En dan is er natuurlijk nog de wekelijkse borrel in café D e Havelaar. De vereniging lijkt te bloeien. Maar

Monique en Mare maken zich zorgen over de toekomst. "Het zijn vooral ouderejaars die dingen organiseren. Die studeren volgend jaar voor een groot deel af en het ziet er naar uit dat het moeilijk wordt mensen te krijgen voor het nieuwe bestuur. Ze zeggen al snel dat het te veel tijd kost."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 369

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's