Ad Valvas 1996-1997 - pagina 353
AD VALVAS 6 FEBRUARI 1997
PAGINA 9
'Steeds meer archeologen zingen mee in lofzang op de marlet' Archeologisch congres over commercialisering en selectiecriteria Archeologen worden gedwongen steeds commerciëler te gaan denken. Is dat een goede zaak? Jazeker, stelde archeologe en directeur van het Rijksmuseum voor Oudheden Renée Magendans vrijdag 3 1 januari op een symposium op de VU, mits je de archeologie niet uit het oog verliest. Nee, meende Jan Slofstra van het Archeologisch Instituut van de VU, want als we het verleden als product gaan zien, is het hek van de dam. Frieda Pruim "Het Archeon is een succes", benadrukte drs. Renée Magendans, directeur van het Rijksmuseum voor Oudheden maar sprekend op persoonlijke titel, vrijdag 31 januari op de tweede en laatste dag van een landelijk symposium over archeologie op de vu. En ze herhaalde het nog eens, "voor al die somberende collega's en het bekende linkse ochtendblad die er al vóór het archeologische park in 1994 werd geopend van overtuigd waren dat het toch nooit iets zou worden". "Vanuit absoluut niets is er een archeologische presentatie op de kaart gezet, die niet minder dan 800.000 mensen wist te trekken", lichtte de archeologe haar visie op het onlangs failliet verklaarde park toe. "Dat is een forse score voor een startend park met nog nauwelijks enige naamsbekendheid, al lag het aantal bezoekers lager dan waarop gerekend was: 800 000 mensen die normaal niet in onze musea komen, niet onze boeken lezen, niet naar VPRO'S Noorderlicht kijken, niet de wetenschapsbijlagen van NRC en Volkskrant lezen, kortom niet horen tot de groep afnemers van ons mteressante maar toch wel enigszins chique product." E n zij waren grotendeels nog enthousiast ook. Het "product" deugde volgens Magendans dus wel, maar de bedrijfsvoering schoot te kort. "Het vroegtijdig staken van Archeon toont niet aan dat archeologie zich verre moet houden van de markt, maar juist dat we in Archeon niet bedrijfsmatig genoeg hebben gewerkt." Aan de hand van dit voorbeeld betoogde Magendans dat er in haar optiek niets mis is met commercialisering, als er maar een aantal grenzen in acht worden genomen: het product en de klant moeten deugen, het erfgoed mag er geen schade door oplopen (dus geen opgravingen laten platwalsen door te veel bezoekers) en de winst die het opbrengt moet opnieuw geïnvesteerd worden in de archeologie. In haar museum voor oudheden gaat ze ook zo te werk. Zo leende ze
onlangs zonder gewetenswroeging tegen betaling een aantal stukken uit de Egyptische collectie uit aan Japan, en binnenkort ook aan Australië. "De Nederlandse belastingbetaler dokt voor die collectie en behoort die dus ook in Leiden te kunnen zien, maar het uitlenen levert extra geld op waarmee we de collectie in Leiden straks beter en aardiger kunnen tonen." Magendans pleit ervoor pragmatisch te werk te gaan in deze tijd van voortdurende ruimtelijke ontwikkeling, die ertoe leidt dat de archeologische resten in de grond (het 'bodemarchief) "verbijsterend snel" verdwijnen. "Archeologische argumenten zullen voor een projectontwikkelaar nooit de doorslag geven, dus de kans om nog iets te behouden, is afhankelijk van je bereidheid in te leveren." Zij noemde het voorbeeld van Leidsche Rijn, een nieuwe stad die wordt gebouwd tussen Utrecht en Vleuten. "We zullen ons erbij moeten neerleggen dat alleen op de plekken waar groenvoorziening en recreatie is gepland, het bodemarchief bewaard kan bhjven."
Sport 7
Opgraving van een Romeins dorp door liet Arclieologiscli Instituut van de VU. Het is de vraag of dit soort opgravingen in de toekomst mogelijk blijft. Bram de Hollander
Dat een "groeiend koor van archeologen meezingt in de lofzang op de markt", vervult Jan Slofstra van het Archeologisch Instituut van de vu met afgrijzen. " D e neoliberale ideologie teistert al een tijdje onze universiteiten", constateerde hij, "ook deze met de'blauwe kip". Het vorig jaar geopende en zeer onconventioneel vormgegeven Groninger museum bewijst volgens hem dat het marktdenken niet veel goeds voortbrengt. "Het verleden wordt er getoond als product in het kader van de stadsmarketing", aldus Slofstra. "Er gaat niks boven Groningen, maar dat museum moesten ze weer afbreken", voegde hij er met een onvervalst noordelijk accent aan toe. Ook het onlangs geopende Bonnefantenmuseum in Maastricht vindt hij getuigen van een "ongeïnteresseerde omgang met het verleden". H e t Archeon zit volgens hem in dezelfde hoek: "Het Sport 7 van de archeologie."
Slofstra gebruikte een groot deel van zijn spreektijd om zijn zorgen uit te spreken over de gevolgen van het verdrag van Malta, dat enkele jaren geleden door een aantal Europese landen is getekend, maar overal nog moet worden geratificeerd. Dat verdrag houdt kort samengevat in dat de veroorzaker betaalt: een instelling die besluit een gebied te bebouwen of een spoorlijn aan te leggen, moet voordat hij daarmee begint archeologisch onderzoek toestaan en financieren, omdat hij het 'bodemarchief onherstelbare schade toebrengt. Dat klinkt mooi, maar er zitten allerlei addertjes onder het gras. Het meest zorgwekkende is volgens Slofstra dat 'Malta' in Nederland na ratificatie deze zomer alleen gaat gelden voor gebieden groter dan vijftig hectare. H e t gevolg is dat er geen 'Malta-geld' beschikbaar komt voor archeologisch onderzoek in het kader van kleinere projecten, bij-
Ingezonden Mededeling
Feiten over IJburg (4)
Iburg ligt een kwartiertje van de binnenstad en 25 minuten van Schipboi. De nieuwe stadswijk IJburg, die een thuis gaat bieden aan 45.000 Amsterdammers, l<rijgt uitstel<end openbaar vervoer. Met een snelle tram wordt de wijk via het Oostelijk Havengebied verbonden met het centrum van Amsterdam. De metro verbindt IJburg o.a. met Amsterdam-Zuidoost en Schiphol. Daarom zullen veel IJburgers gebruikmaken van het openbaar vervoer: zo'n 40 tot 50% van het woon/werkverkeer is straks per tram of metro. Daarnaast wordt IJburg een wijk voor fietsers en voetgangers. Dat is goed nieuws voor de Amsterdammers die vinden dat hun stad bereikbaar moet blijven - én voor de ruim 100.000 woningzoekenden in Amsterdam natuurlijk.
Amsterdammers willen bij goed openbaar vervoer wonen. Stem bij het referendum op 19 maart in met het besluit van uw gemeenteraad om nieuwe woningen voor 45.000 Amsterdammers te bouwen. Zeg Ja! tegen wonen, stem vóór IJburg. Informatie: Projectbureau IJburg, tel. 020 621 4176.
voorbeeld bij een dorpsuitbreiding, en dat het archeologisch bodemonderzoek in Nederland zich dus zal gaan concentreren op West- en MiddenNederland, waar het meest grootschalig wordt gebouwd. Archeologen zullen zich massaal op deze gebieden storten, omdat hier veel geld te verdienen valt, terwijl Zeeland en NoordNederland voorbestemd lijken om "archeologisch achterstandgebied" te worden. "Maar ook in het centrum van het land domineren straks politiek-planologische in plaats van archeologische selectiecriteria", waarschuwde Slofstra. "Dit heeft ingrijpende gevolgen voor de organisatie van het archeologisch onderzoek. De uitvoering van kleinschalige archeologische projecten op basis van subsidies van gemeenten en provincies, zoals universitaire instituten dat gewend zijn, zal problematisch worden omdat zij in het kader van het verdrag van Malta niet meer tot subsidiëring verplicht zijn, en dus alleen geld zullen uittrekken als h u n dat politiek voordeel oplevert. Krijgen de universitaire instituten geen subsidie voor dit soort onderzoek, dan rest er niets anders dan participatie in de grote Malta-projecten. Dat dwingt hen om zich om te vormen tot een commerciële onderneming om te kunnen concurreren met andere bedrijfjes op het gebied van archeologie. Het is de vraag of universiteiten die schaalvergroting kunnen realiseren. Het is niet ondenkbaar dat een aantal daarin niet slaagt en van het opgravingstoneel verdwijnt."
Betuwelijn uvA-archeoloog Frans Theuws wees op een ander probleem: straks mogen archeologen dankzij 'Malta' weliswaar de strook door het landschap onderzoeken waar de Hogesnelheidslijn of de Betuwelijn is gepland, maar de kans is niet uitgesloten dat hier slechts een deel van een nederzetting wordt gevonden die verder niet opgegraven kan worden omdat daar geen geld voor is. Dat kan een scheef beeld opleveren van de betreffende nederzetting, zoals het over enkele eeuwen opgraven van de wijk Oud-Zuid ook een heel ander beeld van Amsterdam zal geven dan het blootleggen van de Pijp. "Er zijn vele verledens die gereconstrueerd kunnen worden", aldus Theuws, die pleitte voor een "pluriforme geschiedschrijving, waarbij we niets hebben aan halve datasets". Hij concentreerde zich in zijn lezing op de selectiecriteria die bepalen welk deel van het 'bodemarchief wel en welk deel niet wordt behouden. Want dat er keuzes moeten worden
gemaakt, is gezien de snelheid waarmee Nederland wordt volgebouwd onvermijdelijk. Hij zette zich af tegen de selectiecriteria die de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), adviseur van de regering op het gebied van archeologische monumentenzorg, onlangs heeft geformuleerd. "De ROB heeft het over selectie vanuit nationaal perspectief, maar hoe bepaal je wat nationaal behoudenswaardig is? Kim je een terp uit Friesland op de weegschaal leggen met een kasteel uit Limburg, en wie houdt die weegschaal vast? D e overheid? En als zij het niet doet, wie dan? Keuzes door de overheid zijn mijns inziens ongewenst." "Zo lust ik er nog wel een", reageerde Bert Groenewoudt van de ROB. "Jij zegt dat je niet kunt selecteren omdat alles belangrijk kan blijken te zijn. Maar je ontkomt er niet aan om te selecteren, en als wij dat niet zelf doen, doen anderen dat wel voor ons. Daar schieten we nog minder mee op." Hij wees erop dat sinds 1950 naar schatting eenderde van het Nederlandse 'bodemarchief is vernietigd. "Het Nederlandse landschap dreigt haar verleden te verliezen", waarschuwde hij. "En dat proces verloopt op sommige plaatsen zo snel dat beslissingen op het vlak van selectie van wezenlijke invloed zijn op de mogelijkheden tot kennisvorming in de toekomst." De taak van de ROB is volgens hem om als een adelaar boven Nederland te vliegen en zo overzicht te krijgen over wat nationaal gezien belangrijk en haalbaar is om te behouden. Wat er verder nog behouden blijft, wordt de verantwoordelijkheid van provincies en gemeenten. "Wat als een geheel zou moeten worden beschouwd, het cultuurlandschap met haar archeologische waarden, wordt straks dus door verschillende overheden, ieder met h u n eigen doelstellingen, bestierd", concludeerde Theuws. "Dat kan niet goed gaan." Groenewoudt maakte zich daar minder zorgen over: "Juist omdat op lokaal en provinciaal niveau andere dingen belangrijk worden gevonden dan op nationaal niveau, laten we de provincies en gemeenten hun eigen keuzes maken." Hij erkende dat dat risico's met zich meebrengt, maar "per saldo zullen we erop vooruitgaan". Volgens prof.dr. Jaap Willems, directeur van de ROB, ligt er een taak voor de universiteiten om de verschillende gemeentearcheologen, die vaak maar m hun eentje zijn, te helpen om hun afwegingen te maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996
Ad Valvas | 674 Pagina's