Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 131

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 131

1 minuut leestijd

ADVALVAS 24 OKTOBER 1996

PAGINA 5

'Medici z ijn mooie personages voor een sciirijver' John Irving op bezoek bij medische faculteit maal niet zo. Dit boek wilde ik ook voor mijn kinderen schrijven. Ik heb nu een zoon van 3 1 , één van 27 en één van 5. Die stellen me allemaal verschillende vragen. Over het worste­ len, maar ook over het schrijven. T o e n dacht ik: laat ik het allemaal voor ze opschrijven, voor ik het ver­ geet."

mex ue wereia volgens (aarpr werd John Irving (54) in één l<lap klap een van de meest gelezen auteurs jteurs van de wereld. Ook 'Bidden wij m] voor Owen Meany' en 'Een zoon Don van het circus' werden eden bestsellers. Twee weken weiten geleden verscheen de Nederlandse elijk vertaling van Irvings opmerltelijlt opmerkelijk dunne autobiografie 'Het tijd verzonnen meisje'. T ezelfdertijd het was de schrijver op de vu omI het dertigjarig jubileum van het ziekenhuis op te luisteren.

Je hebt je zoons geleerd hoe ze moeten worstelen. Heb je ooit de hoop gehad dat ze schrijvers zouden worden? (Stellig) "Nee. Ik heb ze daartoe nooit aangemoedigd. Ik heb ze ook niet onmioedigd. Maar ik heb ze wel uitge­ legd dat iedereen kan leren worstelen, maar dat je alleen kunt schrijven als je het écht wilt. Niet omdat je vader het toevallig ook doet. Ik besef ook dat ik uitzonderlijk gelukkig ben dat ik van m ' n werk kan leven en dat ik ook niet de druk ken veel te moeten publice­ ren. Ik kan zelf bepalen warmeer ik een boek af vind. Vóór Garp moest ik wel lesgeven om rond te komen. N u kan ik zo langzaam zijn als ik zelf vsdl."

Peter Boerman Op het eerste gezicht lijkt het mis­ schien een tikje merkwaardig van de medische faculteit van de vu om in het kader van het dertigjarig bestaan van het ziekenhuis een romanschrijver uit te nodigen. Wie een beetje thuis is in het werk van Irving (54), weet ech­ ter dat de link met de geneeskunde daarin niet moeilijk te vinden is: Garps moeder, de eigenlijke hoofdper­ soon van De wereld volgens Garp, is niet toevalligerwijs een verpleegster. Ook de hoofdpersonen in De regels van het ciderhuis en in z'n laatste grote werk, Een zoon van het circus, hebben een medische professie: de een is gynaecoloog, de ander orthopedisch chirurg. "Medici zijn mooie persona­ ges voor een schrijver", vertelt hij daags na zijn lezing op de vu. "Als dokter ben je altijd bezig met iemands crisis." Om technische vergissingen te voor­ komen, werkt de auteur de laatste )aren steeds samen met enkele dok­ ters, die zijn manuscripten beoorde­ len. Niet de makkelijkste manier om een boek te schrijven, erkent hij zelf. "Een van de leukste dingen aan het schrijversvak is dat het zo privé is. Het IS JOUW boek. Als je samenwerkt met anderen, verlies je dat een beetje uit het oog." T o c h wegen de voordelen dat mensen 'meeschrijven' voor hem zwaarder. "Ze openen ook deuren, omdat je kunt schrijven over iets dat anders gesloten voor je zou zijn." Irving zweert nooit meer over dokters te zullen schrijven, "maar het idee om van iets te leren voordat ik het opschrijf, spreekt me erg aan. Op die manier hoef ik niet steeds over mezelf en m ' n eigen ervaringen te schrijven. Door de expertise van andere mensen kan ik steeds een nieuwe wereld voor mezelf toegankelijk maken." Dat lijkt me niet eenvoudig. "Het verzamelen van informatie is niet eens het lastigste. Het ergste is wachten tot de mensen van wiens oor­ deel je afhankelijk bent, je manuscript hebben gelezen. Het is weer net als in de collegebanken: je werkt keihard aan iets, dan lever je het in en vervol­ gens moet je gaan zitten wachten tot de leraar er iets van zegt." Een boek schrijven is dus een soort exa­ men voor je. "De laatste drie grote romans waren dat zeker. En m ' n eerste boek. De beren los, een historische roman. Mijn eerste fictieve boeken, zoals Garp en Hotel New Hampshire, vereisten min­ der onderzoek." Waarom hecht je zoveel waarde aan uit­ gebreid onderzoek? Een auteur heef t toch genoeg vrijheid om ook zonder detailken­ nis een goed verhaal te schrijven? "Het is fictie, maar als je een boek schrijft over een gynaecoloog, wil je dat het ook voor een gynaecoloog die het leest, acceptabel is. Hetzelfde geldt voor de plaats waar je verhaal zich afspeelt. Al gaat er maar een klein stukje over Amsterdam, de lezer uit Amsterdam wil wel dat het klopt. Als ik een auto door een bepaalde straat laat rijden, wil ik wel dat hij daar ook kan rijden. Dat het geen

Je schrijf t datje lesgeven altijd als storend hebt ervaren in combinatie met je werk als schrijver. Maar je geef t wel toe datje van anderen veel geleerd hebt, zoals van je leraar Kurt Vonnegut. "Ik hou er wel van om bij jonge men­ sen te zijn. Ik had kinderen toen ik heel jong was en heb nu weer een

John Irving: 'ik kan in New York of Boston een dag over straat lopen zonder herkend te worden.'

Ijongeren z''jn ï2;­r3 soo,rt ^ „

,

i f/jr­'­g??

i:t

/'_.

eenrichtingsverkeer de andere kant op is." Dat zal ook een reden zijn waarom veel van je boeken zich in Wenen af spelen. Je kent de stad erg goed, omdat je er tijdens je studietijd gewoond hebt. Toch lees ik in je autobiograf ie datje niet van Wenen houdt. "Absoluut niet zelfs. Ik heb iets tegen heel Oostenrijk. Ik denk dat je je als student zeer bewust bent van hoe jon­ geren in een cultuur worden opgeno­ men. Er zijn steden waar jongeren de cultuur zijn, waar alle jongeren zich thuis voelen. Wenen hoort daar niet bij. Het is een dorp. Het gedrag van

'Als dokter ben je altijd bezig met iemands *

f < i­

*

y ft.

jongeren stuit de Oostenrijkers tegen de borst: ze praten altijd te hard, kle­ den zich niet goed genoeg, enzovoort. D e afkeer van alles wat niet volgens de norm is, is er verschrikkelijk. Het antisemitisme is daar maar een klein onderdeel van. T o e n ik student was, was mijn politiek bewustzijn niet zo ver ontwikkeld als nu. Ik zag de Weense vijandigheid tegen joden en jongeren wel, maar niet dat men in Oostenrijk vijandig staat tegenover alles wat vreemd of anders is. Het land is tegen de Europese Unie, tegen Hongaren, noem maar o p . "

Student zijn in Amenka hjkt me anders ook niet altijd een pretje. "Oudere Amerikanen hebben iets tegen studenten, dat klopt. Voor een deel komt dat voort uit het feit dat de cultuur in Amerika zo door jongeren wordt gedomineerd. Ouderen ontwik­ kelen daardoor een natuurlijke weer­ stand tegen de hele tijd moeten doen wat cool is. D e hele culturele wereld, film, sport en reclame zijn gericht op de jeugd. Dat is ook de reden waarom de Amerikaanse cultuur of popcultuur zo aantrekkelijk is voor Europese jon­ geren. Jongeren zijn een soort konin­ gen in Amerika. Het zijn h ü n films, h u n kleren en het is hün muziek. Oudere Amerikanen voelen zich daar­ door nogal geïntimideerd en bullied. Het wordt een soort manie om jong te blijven. Dat heeft volgens mij te maken met het feit dat wij niet zo'n grote en zeker niet zo'n ontwikkelde cultuur hebben als de meeste Europe­ anen. Wij hebben alleen maar rock­ en popmuziek en we hebben geen lite­ raire traditie. "Ik vind dat we wel veel goede schrij­ vers hebben in Amerika, maar ze wor­ den er niet gerespecteerd. Ik kan in New York of Boston een dag over straat lopen zonder herkend te wor­ den. Als ik hier buiten kom, zie je de mensen elkaar aanstoten. En ik kan hier geen boekwinkel binnenlopen of er wordt me gevraagd een aantal exemplaren te tekenen. Amerikanen lezen gewoon minder. Ze zijn inge­ steld op film en televisie, meer niet." Voor een zo veelgelezen Amerikaanse auteur heb je je opvallend weinig met films beziggehouden. Alleen Garp en Hotel New Hampshire hebben het witte doek gehaald. En daarvoor heb je niet eens zelf het script geschreven. In je auto­ biografie schrijf je dat films je niet zoveel

doen. Zou je niet meer boeken verf ilmd willen zien? "Toevallig ben ik op het moment bezig met de scripts voor de ver­ filmmg van De regels van het ciderhuis en Een zoon van het circus. Beide films worden waarschijnlijk uitgebracht, hopelijk in 1997. Maar ik schrijf geen boeken om verfilmd te worden. Als je wilt dat van je boeken films worden gemaakt, kun je beter korte boeken schrijven. Het moeilijkst van het ver­ filmen van mijn boeken is het weg­ strepen. Ik heb aan het script van De regels van het ciderhuis elf jaar gewerkt. Elf jaar!" Dat zal me een lange f ilm worden. "Dat is het niet, maar het doet me wel pijn zoveel te moeten schrappen. D e film wordt nooit zoals het boek, hoog­ stens een klein deel ervan. Bij Een zoon van het circus was het makkelij­ ker. Ik begon aan het script op het­ zelfde moment als het boek. Als twee gescheiden taken, maar wel tegelijk. Maar ik denk dat het wel de laatste keer is dat ik een script schrijf." Je autobiograf ie gaat voor driekwart over je tijd als worstelaar. Slechts een kwart van de honderd pagina's besteed je aan je schrijfcarrière. Ik wilde geen biografie van: toen en toen geboren, daar opgegroeid, enzo­ voort. Maar ik wilde wel de twee din­ gen beschrijven die ik met enige graad van passie heb beoefend. Toevallig ben ik zowel met schrijven als met worstelen op mijn veertiende begon­ nen. Het leek me daarom natuurlijk om me daarop te richten. Ik heb me met dit boek bovendien in het bijzon­ der op een Europees publiek gericht. Hier is het nogal vreemd voor een schrijver om in de sport te hebben gezeten, maar in Amerika is dat hele­

kind nu ik heel oud ben. Dat vind ik geweldig. Ik vind het ook prenig om bij studenten te zijn. Maar lesgeven in schrijven leek gewoon te veel op m ' n eigenlijke werk. Daardoor leidde het me te veel af. Veel meer dan m ' n werk als worstelcoach. Ik denk dat je ook m ' n studietijd wat te rooskleurig voorstelt. Ik was als student nogal ongeduldig. Ik moest allerlei dingen leren die ik helemaal niet wilde leren, want ik wist al precies wat ik wilde worden: schrijver. Ik hield van de lite­ raire colleges en van het praten met andere schrijvers, maar alle andere colleges konden me gestolen worden." Hoeveel boeken kunnen we nog van je verwachten? "Geen idee. M ' n vrouw heeft me gevraagd kortere boeken te gaan schrijven. Dat zal ik ooit ook wel doen. Ik ben nu 54. Mijn geheugen is niet meer zo scherp als het ooit was. En een goed geheugen is heel belang­ rijk als je lange boeken schrijft. Je moet onthouden wat je tot later bewaart en wat je prijsgeeft. D e reden dat ik nu langzamer schrijf is niet alleen dat ik voorzichtiger ben gewor­ den, maar ook dat ik wel voorzichtiger moest worden. Vroeger was ik in staat zes weken door te schrijven en dan in de zevende week pas weer terug te kij­ ken. N u kan ik nog maar vier weken achter elkaar schrijven. Het zou ver­ standiger zijn om een kleiner object aan te pakken, maar dat zit niet zo in me." Vroeg je vrouw dat aan je als je echtge­ note of als je literair vertegenwoordiger? "Als echtgenote. Als ik kortere boeken zou schrijven, zou ik meer tijd over­ houden voor m ' n gezin. Als literair agent heeft ze geen reden tot klagen." Het Verz onnen Meisje {The Imaginary Girlfnend) van John Irving is in het Nederlands vertaald door Sjaak Commandeur ( Amsterdam, Anthos). f21,bO. ISBN 90.414.00 559

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's