Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 191

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 191

9 minuten leestijd

AD VALVAS 1 4 NOVEMBER

1996

PAGINA 5

'Op elk antwoord volgt een nieuwe vraag' Willem B. Drees schrijft wetenschappelijk scheppingsverhaal

De natuurwetenschappen lossen veel raadsels op, maar er zullen altijd vragen blijven. Het besef dat er grenzen zijn aan het weten, kan leiden tot een voorzichtig geloof in God. Daarover gaat de zojuist verschenen wetenschappelijke scheppingsvertelling 'Van niets tot nu' van natuurkundige, theoloog en filosoof prof.dr. Willem B. Drees.

Frieda Pruim

"Om te beginnen was er een tijd, toen er geen tijd was, toen tijd nog niet was", zo begint natuurkundige, theoloog en filosoof prof.dr. Willem B. Drees op dichterlijke wijze zijn wetenschappelijke scheppingsvertelling 'Van niets tot nu'. Die titel suggereert dat het nog geen honderd bladzijden tellende boekje over alles gaat. Dat blijkt ook zo te zijn. "Het is een beschrijving van de geschiedenis van onze werkelijkheid vanaf het allereerste begin, de oerknal, via het ontstaan van de mens en de opkomst van de wetenschap, tot en met nu", vat de studiesecretaris bij het Bezinningscentrum van de vu en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Twente zijn zojuist verschenen pubhcatie samen. "Ik probeer die geschiedenis eerst heel kort beeldend uit te drukken in een soort gedicht en daarna een aantal elementen naar voren te halen die ik belangrijk vind, zoals: hoe ver reikt onze kennis en hoe hangen het begin van moraal en religie samen met het ontstaan van de mens. ledere periode in de geschiedenis roept een eigen thema op. Zo leg ik in tien thema's uit wat ik daarvoor in compacte, meer beeldende vorm gezegd heb. Aan het slot van het boekje geef ik in drie korte beschouwingen mijn visie op de aard van theologie, de uitdagingen van wetenschap en de aard van geloof." Drees geeft toe dat hij in kort bestek wel erg veel aan de orde stelt, maar hij had behoefte om eens een keer de "grote lijn van het hele plaatje" op schrift te zetten na over allerlei deelthema's te hebben geschreven. "Omdat ik me met dit boek op een breed publiek wilde richten, moest ik de omvang beperkt houden. Ik had ervoor kurmen kiezen om alleen te schrijven over het vroege heelal en niet in te gaan op het ontstaan van de mens, of me daar juist alleen op te richten. Maar als je alleen met kosmologie bezig bent, kom je vaak op heel abstracte speculaties en vraag je je af hoe de mens daar nog in past. En als je alleen maar met de mens bezig bent, blijven andere vragen buiten beeld. Ik had behoefte om het hele pakket aan vragen aan te stippen."

Bliksem De boodschap van zijn boek is dat de • natuurwetenschappen heel veel kennis leveren, maar dat daarmee nog niet alle vragen verdwijnen. "Er zijn vragen van meer filosofische aard 'die overblijven", constateert Drees. "Deze worden gedeeltelijk opgeroepen door bij de natuurwetenschappen steeds maar door te vragen." Hij doelt bijvoorbeeld op de vraag naar het begin van het heelal. "Door terug te vragen

Prof.dr. Willem B. Drees: 'De vraag blijft waarom er iets is en niet niets.' NICO Boink - AVC/VU

veronderstel je dat er tijd is, terwijl het de vraag is of het begrip tijd hier wel bruikbaar is", legt de auteur uit. Hij heeft geen uitgesproken voorkeur voor een van de theorieën over het ontstaan van het heelal, maar vindt het vooral fascinerend om na te denken over de consequenties van de verschillende theorieën. Hij neemt niet bij gebrek aan een ultieme verklaring zijn toevlucht tot het idee dat God de aarde geschapen heeft: "Ik wijs het idee van interventies van God in de werkelijkheid af, maar tegelijkertijd geef ik aan dat de werkelijkheid niet vanzelfsprekend is. De vraag blijft waarom er iets is en niet niets. Dat is een open plek aan het einde van de natuurwetenschappen, waarbij je aan God kunt denken, zonder dat ik dat verder wil invullen, want hier ben je aan de grens van het weten."

Grens De vraag naar het begin van het heelal is een van die vragen die een veel fundamenteler, blijvender grens aan onze kennis stellen dan bijvoorbeeld de vraag waar de bliksem vandaan komt of waarom de dinosauriërs zijn uitgestorven, meent Drees. Het heeft weliswaar een tijd geduurd voordat die vra-

gen wetenschappelijk beantwoord waren, maar men wist dat er op termijn een antwoord te geven moest zijn. Drees ziet er niets in om als antwoord op dat soort vragen met God op de proppen te komen. 'God van de gaten' noemt hij dat. Maar er zijn ook vragen waarvan het moeilijk te zeggen is of zij ooit natuurwetenschappelijk te beantwoorden zijn. "De felste discussie op dat terrein wordt momenteel gevoerd over de aard van bewustzijn: kun je bewustzijn vanuit de neurowetenschappen beantwoorden, of is dat iets onherleidbaars. Ik ben geneigd om bewustzijn te zien als iets dat is voortgekomen uit de materiële werkelijkheid, dus ik neem aan dat hier geen sprake is van een extra ingrediënt: God of een ziel. Maar anderen zijn van mening dat de menselijke beleving nooit in een objectieve beschrijving te vatten zal zijn. Zij denken dat de verklaring van bewustzijn buiten het kader van de wetenschap valt." In zijn boek citeert Drees de specialist in fossielen Stephen J. Gould. Stel dat we de geschiedenis terug konden draaien, dan acht Gould de kans dat de ontwikkeling weer uit zou lopen op intelligente wezens minimaal. "Al zouden we een miljoen keer opnieuw

X^rn te beginnen ïuas er een tijd toen er geen tijd was, toen tijd nog niet was. Die tijd die geen tijd was is een horizon van niet-weten een mist waar onze vragen verdwijnen en geen echo komt ooit terug In het begin. dat misschien geen begin mag heten. in die eerste fractie van een seconde. die misschien niet de eerste fractie van de eerste seconde mag heten. is ons heelal begonnen, nog zonder ons. Na het begin. dat misschien geen begin mag heten. na die eerste fractie van een seconde. die misschien niet de eerste fractie van de eerste seconde mag heten. nadat ons heelal begonnen was. nog zonder ons. toen was het heelal als een ziedende zee. zonder land en zonder lucht. als een vuur zonder hout en zonder kou. Zo klein als het was. op zichzelf aangewezen. heeft het heelal zich ruimte geschapen. koelte en materie voortgebracht

beginnen, dan nog blijft het onwaarschijnlijk dat er ooit nog een wezen zoals de mens zou ontstaan", meent Gould.

Meteoriet Drees vindt die visie wel overtuigend. "De dinosauriërs zijn 65 miljoen jaar geleden waarschijnlijk uitgestorven omdat er een meteoriet is ingeslagen. Dat had ook een miljoen jaar later kunnen gebeuren of minder dramatisch kuimen verlopen. Als de dinosauriërs niet waren uitgestorven, waren dan de zoogdieren zo opgekomen? En via de zoogdieren ook de mensen? Ik kan me heel goed voorstellen dat dat niet gebeurd zou zijn. Er zat geen bedoeling achter het inslaan van die meteoriet. Daarin zie ik niet de hand van God die wilde dat er een mens kwam, maar het zijn wel de natuurwetten die die processen mogelijk hebben gemaakt. Daar kunnen we dankbaar voor zijn." God grijpt volgens Drees dus niet in in de geschiedenis, maar toch moeten we dankbaar zijn? Hij legt uit: "De natuurwetten hadden ook heel anders kunnen zijn en dan had zich nooit een interessante werkelijkheid kunnen ontwikkelen. Ik vind het zinvoller om me af te vragen of God achter die natuur-

In miljarden melkwegstelsels heeft het heelal zich uit stof sterren, uit sterren^stof gevormd. Veel later uit stof van sterren van stof van sterren van stof wervelde zich onze Zon en uit restjes de Aarde, ons huis. Zo, na tienmiljard jaar. werd het avond en morgen: de eerste dag. Leven een onooglijk begin ongericht een verhaal van mislukken en soms, een beetje succes. Een molecuul droeg informatie van geslacht op geslacht. zo werd doelgerichtheid bij toeval tot stand gebracht. Fragment uit: 'Een scheppingsvertelting' in WHlem B. Drees: Van niets tot nu - een wetenschappelijke scheppingsvertelting.

wetten zit dan om God verantwoordelijk te stellen voor afzonderiijke gebeurtenissen." Drees voelt zich tot op zekere hoogte aangesproken door de zogenoemde negatieve theologie, die zegt: welke beelden van God we ook gebruiken, ze schieten altijd tekort. Daarom moet je volgens deze theologie ieder beeld dat je aan God toekent weer loslaten en proberen daar bovenuit te stijgen. "Ik heb met de aanhangers van deze theologie gemeenschappelijk dat ik wil aangeven dat er een soort open plaats is, omdat ieder antwoord leidt tot een volgende vraag", aldus Drees. "Maar vervolgens probeert de negatieve theologie te eindigen met een antwoord, terwijl ik denk dat we eindigen met een vraag. De uiteindelijke vraag zal meer van filosofische dan van wetenschappelijke aard zijn. Daarop is een atheïstisch antwoord net zo goed mogelijk als een ander antwoord. Het beantwoorden van die vraag is geen weg naar God die iedereen op dezelfde manier zou aflopen. Binnen de natuurwetenschappen is er een grote mate van overeenstemming, maar juist over het antwoord op filosofische vragen is er een terecht verschil van mening mogelijk. Die verschillende houdingen zijn intellectueel even geloofwaardig." Zelf komt Drees aan het einde van zijn boek uit op God als 'dragende grond'. "Zoals de stilte een sonate mogelijk maakt en het witte papier de tekening draagt, zo is God de grond van het bestaan", schrijft hij. "Een dergelijk godsbeeld haalt onze verbondenheid met het geheel naar voren: onze afhankelijkheid van de hele voorafgaande geschiedenis en onze verwondering over de samenhang van het bestaan." "Dat is mijn beleving van de werkelijkheid", zegt hij daarover. "De werkelijkheid is volgens mij een gave en niet vanzelfsprekend." Wetenschappers gebruiken de theorieën die er zijn, maar als ze die ideeën los moeten laten, doen ze dat. Zo wil Drees ook met verhalen uit de bijbel omgaan: hij wil ermee leven, maar ze ook toetsen en bevragen, en waar nodig loslaten. "In de bijbelverhalen over de intocht krijgt het ene volk een land, maar het andere volk gaat er onderdoor. Dat zou ik mensen niet als voorbeeld willen voorhouden. Ik heb de meeste affiniteit met een aantal gelijkenissen zoals die over de verloren zoon en de barmhartige Samaritaan. Aan die verhalen hoef je niet steeds een nieuwe draai te geven. Die spreken aan zoals ze er staan." Willem B. Drees- Van mets tot nu - een wetenschappelijke scheppingsvertelling, Kok, Kampen, 1996, ƒ 19,90, ISBN 90 242 796 90.

'^^ïïi

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 191

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's