Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 194

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 194

9 minuten leestijd

PAGINA 8

AD VALVAS 1 4 NOVEMBER I S S e H AD ^

Jonge faculteit Faculteit bewegingsweten De faculteit bewegingswetenschappen, tot 1987 de interfaculteit lichamelijke opvoeding, bestaat 25 jaar. Het jubileum wordt vrijdag 15 november gevierd met een symposium. VU-bewegingswetenschappers hebben sinds 1971 met succes aspecten van het menselijk bewegen ontrafeld. "Toch weten we nog~$teeds heel weinig, terwijl de mens eigenlijk de hele dag in beweging is", aldus Peter Hollander, een van de docenten van het eerste uur. Caroline Buddingh'

We voelden ons ware pioniers' Van de 120 medewerkers die n u aan de faculteit bewegingswetenschappen verbonden zijn, zijn er 52 ooit zelf als student b e g o n n e n . " D a t brengt veel voordelen m e t zich m e e " , m e e n t Jan T a m b o e r . Hij studeerde in 1974 als eerste a f en is sindsdien aan de faculteit verbonden gebleven. "Vakken waar ik tijdens mijn studie het nut niet van inzag, heb ik als docent proberen te veranderen."

C

lk studeerde aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Arnhem toen de directeur van de Academie, prof. C.C.F. Gordijn, betrokken werd bij de oprichting van de interfaculteit lichamelijke opvoeding. Hij maakte ons enthousiast. Ik was geïnteresseerd in alles wat met bewegen te maken had, dus een universitaire opleiding waar nog dieper op het onderwerp zou worden ingegaan, leek me een uitgelezen kans. We begonnen met veertig studenten en voelden ons ware pioniers. Wij met z'n allen zouden de opleiding vormgeven. Er waren geen roosters, geen omlijnde onderwijsdoelstellingen en er was maar een handjevol docenten. We volgden vakken binnen andere studierichtingen die vaak nauwelijks een raakvlak hadden met onze opleiding. Zo heb ik bij T a n d heelkunde zes weken college gehad in bloedstollingen, omdat we ergens fysiologievakken moesten volgen. T o c h had ik wel het idee dat ik er iets van opstak. Zolang het maar iets

met lichamelijke opvoeding, beweging en gezondheid te maken had, was ik al geboeid. Bovendien was het in die tijd ook niet echt nodig dat de waarde van alles wat je deed meteen duidelijk was. Je deed wat en later zou wel blijken of het relevant was. Die academische vormmg mis ik nu wel eens. D e studenten moeten nu heel gericht studeren, anders komen ze in de problemen met hun studiefmanciering, maar daardoor leren ze niet echt te ontdekken en zelf na te denken. Ik was binnen drie jaar afgestudeerd. Maar ik was dan ook erg gemotiveerd. Ik haalde het ene na het andere vak in no time. Kort daarop kreeg ik een aanstelling aan de vakgroep bewegingsagogiek. Het is een goede zaak geweest dat meerdere studenten na h u n afstuderen docent werden. Zodoende konden cursussen makkelijker worden gewijzigd. Wie had er een beter zicht op hoe de opleiding moest worden vormgegeven dan de studenten en oud-studenten zelf? Die houding is birmen de faculteit niet veranderd. Er worden nog steeds regelmatig oud-studenten als medewerker aangesteld en dat is een goede zaak. Het vakgebied blijft daardoor dynamisch, aangezien juist de oud-studenten gemotiveerd zijn de opleidmg bij te schaven. Dat mede daardoor het agogische deel binnen de opleiding is geschrapt, betreur ik zeer, ^ ^ maar dat is nu eenmaal part of J the game. ^ (CB)

Aan het begin van de jaren zestig gingen steeds meer geluiden op om lichamelijke opvoeding een academische grondslag te geven. Vooral docenten lichamelijke opvoeding drongen hier op aan. D e tijd leek er njp voor, want in vrij korte tijd werd goedkeuring verleend voor de oprichting van de smdienchting. Er werd echter wel een aantal restricties gemaakt. Zo mochten er geen gymnastieklessen worden gegeven, want de opleiding moest op wetenschapsbeoefening zijn gericht. Bovendien zou er geen faculteit mogen worden opgericht, maar zou de opleiding tussen twee faculteiten in moeten komen te staan. Ondanks deze beperkingen hebben verschillende imiversiteiten gestreden om de opleiding binnen te halen. De v u was vanaf het begin de grootste kanshebber, aangezien zij al twee hoogleraren in dienst had die binnen het vakgebied pasten. Zowel C.C.F. Gordijn, hoogleraar bij de toenmalige subfaculteit pedagogie, als F . Van Faassen, hoogleraar bij de faculteit geneeskunde, hielden zich al bezig met het menselijk bewegen. Dit gaf voor minister Feringa van Onderwijs, Kunsten en Wetenschap de doorslag om de interfaculteit onder te brengen bij de vu, op voorwaarde dat zij met de UVA zou samenwerken. Daarom werd besloten dat het fysiologie-onderwijs aan de UVA zou worden gegeven. Hoewel de samenwerking tussen de beide Amsterdamse universiteiten inmiddels alleen nog een papieren aangelegenheid is, is om die reden nog steeds een aantal docenten van de faculteit officieel in dienst van de UVA.

Allegaartje In september 1971 ging de opleiding van start. Die bleek een schot in de roos: na een kort benchtje in de krant kwamen er 120 aanmeldingen binnen. Er konden echter maar veertig studenten worden toegelaten. "De eerste jaren was de opleiding een allegaartje aan onderzoeken en onderwijs", zegt Jos de Koning, oud-student en inmiddels universitair docent aan de faculteit. "Docenten en medewerkers deden

onderzoek en gaven onderwijs in onderwerpen waarin ze geïnteresseerd waren, zonder dat er een duidelijke rode draad door de opleiding liep." Daar kwam aan het begin van de jaren tachtig verandering in, toen de voorwaardelijke financiermg werd ingevoerd. Dat hield in dat onderzoeksprogramma's door externe deskundigen moesten worden beoordeeld. Het aanblijven van een aantal onderzoekers hing af van het oordeel van deze deskundigen. De onderzoekskwaliteit van de psychologen en medisch-biologen bleek voldoende, maar die van de vakgroep bewegingsagogiek was zelfs na herkansmg onder de maat. Uiteindelijk werd dit onderzoek gestaakt. "Voor de buitenwereld leek dat natuurlijk absurd", vertelt Peter Hollander, een van de docenten van het eerste uur. "We waren een academische opleiding voor lichamelijke opvoeding en juist het pedagogisch onderzoek werd geschrapt. Maar deze wijziging was voor de studierichting juist verhelderend. Want we hebben ons eigenlijk vanaf het begin niet alleen met lichamelijke opvoeding beziggehouden, maar meer met de biologische en natuurwetenschappelijke aspecten van het menselijk bewegen." Kort daarna vond een tweede grote verandering plaats. Door een wetswijziging kon de opleiding geen interfaculteit meer zijn en werd de faculteit geheel zelfstandig. "We hebben toen ook de naam van onze faculteit veranderd in Bewegingswetenschappen. Die naam sloot beter aan op de inhoud van de opleiding", aldus Hollander. VU-bewegings-wetenschappers hebben sinds 1971 met succes aspecten van het menselijk bewegen ontrafeld. "Toch weten we nog steeds heel weinig, terwijl de mens eigenlijk de hele dag m beweging is." Vanaf het begin van het bestaan van de studierichting is het sportonderzoek belangrijk geweest. "Hoewel dat altijd wel een discussiepunt is geweest", vervolgt de bewegingswetenschapper. "Binnen de opleiding wilden we ons namelijk niet zozeer met sport bezighouden, maar sport leent zich nu eenmaal goed voor onderzoek naar wetmatigheden. D e resultaten van

'Menselijk bewegen gaat iedereen aan' Ter gelegenheid van het zilveren jubileum van Bewegingswetenschappen hebben medewerkers van de faculteit gezamenlijk het boek 'Stilstaan bij Bewegen' geschreven. "Omdat velen niet weten wat wij hier aan de faculteit doen, terwijl het menselijk bewegen iets is dat iedereen aangaat", aldus Jos de Koning, voorzitter van de lustrumcommissie. Jos de Koning heeft aan zijn ouders, familie, vrienden en bekenden vaak moeten uitleggen wat hij nu precies deed, toen hij nog aan de faculteit bewegingswetenschappen studeerde. Die vraag wordt hem nog steeds wel gesteld, nu hij als docent aan de faculteit verbonden is. "Veel mensen dachten dat ik gymleraar of masseur zou worden en wezen al naar hun schouder die nodig gemasseerd moest worden. Ik begreep dat wel. Maar het is toch jammer dat er zo weinig bekend is over het onderzoek binnen Bewegingswetenschappen, dat toch iedereen aangaat." Meerdere docenten en studenten kampen met dit probleem. Vandaar dat werd besloten een boek samen te stellen, niet bestemd voor wetenschappers maar voor een groter publiek.

waann een groot aantal docenten en medewerkers h u n onderzoeksgebied uitleggen. D e onderzoeksgebieden van de faculteit zijn ondergebracht in de drie delen van het boek Sport Onderzocht, Leren Coördineren en Alledaags Bewegen. Zo gaat D e Koning zelf m op zijn schaatsonderzoek, legt Peter Beek uit hoe jongleren aan te leren is, vertelt Knoek van Soest waarom treinreizigers op het perron in de beweging komen, ook al is de trein nog in beweging ("Een middagje turven op het perron toont aan dat de mensen die met de trein meelopen duidelijk in de meerderheid zijn") en leggen Bart Visser en Paul Kuijer uit hoe het komt dat mensen gehandicapt kuimen raken door overmatig typewerk. Uit de artikelen komt naar voren dat Bewegings-

euimbe , waarin de ballen daar de It/chb bewegen iM.eei? ballen—» Ai/A/g'gg'roimte)

dit onderzoek kunnen ook g oed wor| .d in toegepast in het arbeids­ en g ezond­ iponi heidsonderzoek. Als je bijvoorbeeld' iand onderzoeken hoe spieren functioni isct en welke rol het centrale zenuwsteli IZOl daarbij speelt, kun je dat het beste 'bin aan de hand van concrete voorbeelJi me Vandaar dat we een aantal sporten BL ben onderzocht." De keuze van spoi :beel en de ontdekking en van onderzoekei [egin waardoor topsporters h u n prestaties de ti)d e hebben kunnen verbeteren, berustei wanneei volgens Hollander op toeval en per de bewe brekend lijke interesse van docenten.

Klapschaats

weinig t mensen

"Op een g eg even moment hadden iibewegin bijvoorbeeld een student die g emtertl taten he seerd was in schaatsen. Een aantal [g erg non docenten heeft dat opg epikt, is aan de slag g eg aan en een van de K taten is dat de klapschaats is uitgevoi den", vertelt Jos de Koning , een vam schaatsexperts van de faculteit. "^ hebben daardoor veel bekendheid gekregen, aang ezien schaatsers hieni|^et een h u n prestaties kuimen verbeteren, a daar is het ons niet in eerste instantii| om te doen g eweest. Wij waren vooi geïnteresseerd in het spierg ebruik ei energiehuishouding van de schaatser| aangezien we zo meer inzicht kreg en cyclische beweg ing svormen. Daarbi) kwamen we tot de conclusie dat de schaatser zijn spieren niet optimaal gebruikt op een g ewone schaats Doi de schaats op het ijs te houden en di voet te beweg en, maakt hij ondei n beter g ebruik van zijn kuit­ en boven beenspieren." Ook het zwemonderzoek is toevallig ontstaan. "Een van onze medewerto hield een keer op een cong res een p je over zwemmen. Tijdens de bonel ^ afloop werd g eopperd om daar ond«|datwe zoek naar te g aan doen. Dat is uitge­|Schappi

Vlak , waarin de ballen daar' d handen 'Hürdt^ bewc^gen (/V1gg<? ballen — fAiNtP£i^ tijd )

WETENS

Illustratie uit 'Stilstaan bij bewegen' wetenschappen middenin het leven staat. Alles wat een mens doet, gaat gepaard met bewegen. "Het grappige is dat pas in de jaren zestig de noodzaak werd ingezien van een academische studie naar het menselijk bewegen", vertelt De Koning. "En hoewel sindsdien veel onderzoek is gedaan, weten

we nog steeds bij veel beweg ing en niet wat er precies in het lichaam g ebeurt. Dit boek is dan ook g een compleet overzicht van al het menselijk beweg en, maar g eeft aan hoe interessant het menselijk beweg en als studieobject is." (CB)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's

Ad Valvas 1996-1997 - pagina 194

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1996

Ad Valvas | 674 Pagina's