Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 473

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 473

10 minuten leestijd

AD VALVAS 12 MAART 1998

PAGINA 7

s

n a P Kort wetenschappelijk VU-nleuws onder redactie van Dirk de Hoog

Kunstspuug

Prof .dr. R. Loeber (gefotografeerd tijdens zijn oratie in oktober 1 9 9 7 ) : 'Crimineel gedrag ontstaat door een ontwikkelingsproces dat al op vroege leeftijd begint.' Peter Wolters - AVC/vu

'Het gaat van kwaad tot erger' Asociaal gedrag op jonge leeftijd kan leiden tot criminaliteit ue jeugdcriminaliteit in het Westen neemt ernstige vormen aan, meent bijzonder hoogleraar psychologie prof.dr. R. Loeber. "Veel jongeren experimenteren met hun gedrag. Dat ze daarbij nu r, dan over de schreef gaan is niet zo usrontrustend. Maar 5 procent van de jongeren i-'^ift hangen in chronisch en gewelddadig gedrag iïi is schuldig aan de helft van de jeugdmisdaad." jüor vroegtijdige interventies is daar volgens hem ivat aan te doen. Dirk de Hoog

_, I

"De afgelopen twintig jaar is de geregistreerde jeugdcriminaliteit in de westerse wereld verdubbeld. Er IS echt sprake van een groot probleem", zei prof.dr. R. Loeber donderdag 5 maart tijdens een lezing voor de faculteitsvereniging van Psychologie Pedagogiek, vspvu. De hoogleraar psychologie in het Amerikaanse Pittsburgh is sinds kort bijzonder hoogleraar aan de psychologiefaculteit. Loeber is in Nederland geboren en getogen, dus de vragen tijdens de lezing mogen in het Nederlands worden gesteld, maar de antwoorden volgen in het Engels. "Je kunt de problemen met jeugdcriminaliteit in het ene land niet volledig vergelijken met het andere. Zo is in Nederland het verschijnsel van gangs grotendeels onbekend, maar het bestaat in alle grote Amerikaanse steden. Ook is het aantal slachtoffers door wapengeweld daar veel groter. Eén op de tien jongeren onder de twintig raakt gewond of sterft zelfs door schietpartijen. Toch zijn er ook opmerkelijke overeenkomsten te bespeuren in de resultaten van onderzoek in verschillende westerse landen." Hi)zelf doet met zijn vrouw en een staf van medewerkers een langlopend onderzoek naar het ontstaan en de omvang van jeugdcriminaliteit in Pittsburgh. Vanaf zeer jonge leeftijd worden groepen jongens over een lange periode gevolgd in hun ontwikkeling. "Asociaal en crimineel gedrag lijkt vooral bij jongens voor te komen. Maar we moeten de meisjes wat dit betreft niet onderschatten. Helaas is naar de bijdrage van meisjes aan jeugdcriminaliteit nog weinig onderzoek gedaan, dus

er valt niet veel over te zeggen, maar in ons onderzoek gaan we ze nu wel betrekken", aldus Loeber. Volgens de hoogleraar is de jeugdcriminaliteit de afgelopen decennia daadwerkelijk gestegen en zijn de hogere cijfers niet alleen veroorzaakt door betere registratie. "In de Amerikaanse staat Arizona bijvoorbeeld is het aantal jongeren dat vaker dan vier keer in aanraking is geweest met de politie als gevolg van ernstige jeugddelinquentie toegenomen van 13 procent begin jaren tachtig naar 17 procent begin jaren negentig, een toename met 30 procent." Loeber maakt zich vooral zorgen over het feit dat de helft van de jongens die gewelddadige misdrijven plegen, ook tot de groep behoort die zich chronisch aan delicten schuldig maakt. "Veel jongeren experimenteren met hun gedrag. Dat hoort er gewoon bij op die leeftijd, dus een keertje over de schreef gaan is op zich met zo verontrustend, maar er is een groep die regelmatig ernstig en gewelddadig in de fout gaat, die echt structureel crimineel gedrag vertoont. Die groep is weliswaar niet heel groot, maar richt wel veel schade en leed aan. Het aantal chronische jeugddelinquenten onder mannen in de vs is ongeveer 5 procent, maar dit relatief kleine percentage is verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle jeugdmisdaad." De piek van jeugdcrimineel gedrag ligt rond het zeventiende jaar. Daarna neemt het bij de meeste jongens af, maar er is ook een groep die volhardt in de criminaliteit. Uiteindelijk blijkt zo'n 15 procent van de volwassen daders verantwoordelijk voor 85 procent van de chronische geweldsmisdrijven. Het is dus interessant en zinnig om te onderzoeken waarom sommige

jongeren helemaal geen crimineel verdrag vertonen, anderen soms een beetje en een kleine groep er regelmatig in vervalt, aldus Loeber. "Uit ons onderzoek komen sterke aanwijzingen naar voren dat crimineel gedrag ontstaat door een ontwikkelingsproces dat al op vroege leeftijd begint. Slechts een enkeling gedraagt zich vrij onverwacht als delinquent. Je kunt zeggen dat het van kwaad tot erger gaat."

Opstandig De hoogleraar projecteert een piramide op het bord. "Een van de eerste paden die doorlopen wordt is het hebben van conflicten met autoriteiten. Dat begint al op jonge leeftijd met halsstarrig en weerspannig gedrag tegen de ouders. Dat hebben relatief vrij veel kinderen. Een deel daarvan belandt in de tweede fase. Die worden echt ongehoorzaam en opstandig. Uiteindelijk belanden aan de top van de piramide kinderen die zich voor hun dertiende jaar al trachten te onttrekken aan controle door autoriteiten. Ze gaan spijbelen, lopen weg van huis en hangen tot 's avonds laat op straat. Kinderen met dat gedrag hebben duidelijk een hogere kans crimineel gedrag te ontwikkelen." Alaar volgens Loeber zijn er altijd meerdere ontwikkelingspaden tegelijk in het spel. Hij projecteert nog een piramide op het bord. "Dit is het looppad van openlijk antisociaal gedrag. Dat begint met een beetje agressie in de vorm van pesten, brutaal gedrag en wreedheden tegen dieren. De volgende fase is dat een aantal van de jongens ook echt fysiek gaat vechten en uiteindelijk pleegt een deel gewelddadigheden als berovingen en verkrachtingen." Daarnaast is er nog een derde ontwikkelingspad dat tot criminaliteit kan leiden, het heimelijke antisociale gedrag. Dat start met liegen en kleine winkeldiefstallen, overgaand in vandalisme en brandstichting om te eindigen bij inbraken, fraude en ernstige diefstallen. "Dit mode! kan helpen jongeren met een verhoogde kans op de ontwikkeling van crimineel gedrag vroegtijdig op te sporen. Opvoeders en hulpverleners kunnen door middel van interventie trachten het gedrag bij te sturen. Als jongeren in twee van de piramiden scoren op risicovol gedrag, hebben ze echt een

verhoogde kans later delinquent gedrag te vertonen." Loeber verduidelijkt zijn model. "Stel dat een jongen al op vroege leeftijd regelmatig spijbelt en wreed gedrag vertoont door dieren te schoppen, dan is het raadzaam extra aandacht aan zo iemand en zijn omgeving te besteden, want het zijn echt serieuze indicatoren dat het mis kan gaan. Net zo goed als bijvoorbeeld van huis weglopen gecombineerd met winkeldiefstallen plegen." Uit het onderzoek van Loeber en anderen komen ook factoren uit de omgeving naar voren die de kans op later crimineel gedrag vergroten. Dat zijn zaken als afkomstig zijn uit achterstandswijken, huwelijksproblemen van de ouders, drugs- en alcoholgebruik in het gezin, slechte opvoedingsmethodes en zeer jonge moeders. Ook blijken individuele factoren bij de jongens zelf een duidelijk risico in te houden, zoals gewaagd gedrag, gebrek aan schuldgevoelens, weinig vrienden hebben, impulsief of overactief handelen. "Jongeren die blootgesteld worden aan de sterkste voorspellende factoren hebben een vijf tot twintig maal hogere kans ernstig delinquent te worden", aldus Loeber. Toch stemt het onderzoek hem niet alleen maar somber. "Het is gebleken dat bij vroegtijdige interventies bij risicogroepen de ontwikkeling van crimineel gedrag beduidend lager lag dan bij vergelijkbare groepen waarbij dit niet gebeurde. Preventieve interventies in de kindertijd en in de vroege adolescentie kunnen dus effectief zijn om de kans op latere jeugddelinquentie te verminderen. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan programma's die de opvoedingssituatie thuis doorlichten en verbeteren. Daarbij moet je niet de hoop hebben alle risicofactoren te kunnen elimineren, maar als je het aantal factoren van vijf naar drie weet terug te dringen is de kans op later gewelddadig gedrag al aanzienlijk afgenomen. Ik ben er dan ook niet tegen als kinderen op jongeleeftijd op school getest worden op factoren die crimineel gedrag kunnen bevorderen. Preventieve interventies kunnen nooit te vroeg komen."

vu-tandartsen hebben een nieuw kunstspeeksel weten te maken. Het namaakspuug is net als normaal speeksel elastisch. Deze eigenschap maakt dat het speeksel voor een deel doorgeslikt kan worden. Na de slikbeweging komt een deel van de vloeistof als in een natuurlijke recycling terug. De elastische stof zorgt voor gedeeltelijke bescherming van het gebit. Toegevoegde fluoride en calcium zorgen voor een langer behoud van de tanden. De speekselvervanger kan een uitkomst zijn voor de honderdduizenden Nederlanders bij wie de speekselklieren niet goed functioneren. Het betreft vooral patiënten die een stralingstherapie tegen kanker ondergaan, chronische medicijngebruikers en nierdialysepatiënten. Ook mensen die lijden aan het syndroom van Sjogren - 1 procent van de bevolking - hebben last van een gebrek aan mondvocht. Een chronisch speekseltekort kan het dagelijkse leven van mensen ernstig veronaangenamen, niet alleen omdat het een droge mond tot gevolg heeft, maar ook omdat het spreken en eten bemoeilijkt. Bovendien veroorzaakt het op den duur schade aan het gebit, tandvlees en kaakbot. Ook leidt een droge mond vaak tot slaapproblemen.

Kankervirus Heel erg bekend zal het Epstein Barr virus (EBV) niet zijn, maar toch draagt 90 procent van de mensheid het in zich. Het is één van de acht verschillende menselijke herpesvirussen en veroorzaakt onder meer de ziekte van Pfeiffer. Maar het kan ook kanker veroorzaken. Niet vreemd dus dat de vu een hoogleraar speciaal belast met onderzoek naar EBV. Prof.dr. J.M. Middeldorp aanvaardde 6 maart de leerstoel met het uitspreken van zijn oratie. Het "everybody virus" zoals Middeldorp de ziekteverwekker noemt, dringt vaak al bij kinderen het lichaam binnen en weet lichaamscellen van de gastheer zodanig te veranderen dat het virus voortaan levenslang wordt gereproduceerd. "Eens herpes is altijd herpes", aldus Middeldorp. Het menselijk afweersysteem kan de gemanipuleerde menselijke cellen zeer effectief bewaken, maar bij verzwakking van de afweer kunnen de door het virus geïnfecteerde cellen uitgroeien tot kwaadaardige tumoren. Een moeilijkheid bij het onderzoek naar EBV is dat het virus alleen bij mensen voorkomt. Er zijn dus geen dierproeven mee mogelijk.

Vrij Spoor "Wat er dringend moet gebeuren is nu werkelijk vrij baan geven aan al die ondernemingen die spoorvervoer willen verrichten", stelde hoogleraar vervoerseconomie prof.dr.mr. J.G.W. Simons 12 maart tijdens zijn afscheidsrede aan de vu vanwege zijn emeritaat. Simons sprak over het vervoersbeleid binnen de Europese Unie. De nagestreefde liberalisering is tot nu toe alleen gerealiseerd voor het weg- en luchtvervoer. Bij de zeescheepvaart is de vrijemarktwerking bijna volledig en voor de binnenscheepvaart moeten in het jaar 2000 alle beschermende maatregelen opgeheven zijn. Maar bij het spoor blijken nationalistische gevoelens de tuchtiging door de markt in de weg te staan. "De verordeningen en richtlijnen die de liberalisatie van het spoorwegnet zouden moeten bewerkstelligen, worden niet door alle lidstaten uitgevoerd", aldus Simons. "Het lijkt een boute uitspraak, maar vijftien jaar lang hebben de verantwoordelijken voor de toen nog nationale staatsspoorwegen of zitten slapen, of iets geloofwaardiger, ze gunden elkaar het licht in de ogen niet. Nog steeds zijn er zes lidstaten die zelfs de richtlijn uit 1991 om de infrastructuur en exploitatie te scheiden, aan hun laars lappen." Volgens de scheidende hoogleraar hoort Nederland daar niet bij. Door deze stagnerende liberalisatie dreigt het spoor zich uit de fnarkt te prijzen. Het goederenvervoer zal,>.als men op de huidige voet doorgaat, over tien jaar bijna helemaal verdwenen zijn. Het marktaandeel van het personenvervoer daalt volgens prognoses van 6 naar 4 procent. "Gelukkig zit de schrik er goed in, maar het is één minuut voor twaalf', aldus Simons.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 473

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's