Ad Valvas 1997-1998 - pagina 527
AD VALVAS 2 APRIL 1 9 9 8
PAGINA 5
Handboek voetbalconditie: uniek in de wereld Inspanningsfysioloog Raymond Verheijen bundelt kennis over conditietraining van voetballers
m^m-'^'-*^^^^^^^m^%'
Inspanningsfysioioog Raymond Verheijen schreef een handboek over conditietraining voor voetballers. De belangstelling ervoor is zo groot dat het nu al wordt vertaald in een groot aantal landen, waaronder Spanje en de Verenigde Staten. Een van de conclusies van het boek is dat snelheid een steeds grotere rol speelt in het topvoetbal. En: strekoefeningen helpen niet bij het voorkomen van blessures.
' -Al
Frank van Kolfschooten
Raymond Verheijen deed tijdens zijn studie inspanningsfysiologie een merkwaardige ontdekking: er bestond geen goed handboek voor het conditioneel trainen van voetballers. De boeken die hij aantrof in de bibliotheken waren óf te theoretisch, waardoor voetbaltrainers er niet mee uit de voeten konden op het veld, óf ze waren onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. "Dat verbaasde me, want voetbal is toch de allergrootste sport ter wereld", zegt Verheijen. Hij besloot daarom zelf een boek samen te stellen dat alle kennis over de fysieke aspecten van het voetbal moest bevatten. Behalve conditietraining komen ook thema's als voeding, fysiotherapie en blessurepreventie aan de orde. Omdat hij zelf niet op alle terreinen even goed thuis is, zocht en kreeg hij de medewerking van diverse deskundigen, zoals Heerenveen-trainer Foppe de Haan, keeperstrainer Frans Hoek van Barcelona, inspanningsfysioloog Luc van Agt van psv en dokter Frits Kessel van de KNVB. Het eerste exemplaar van het Handboek voetbalconditie kreeg Verheijen onlangs officieel aangeboden van Jan Reker, directeur van de Coaches Betaald Voetbal, die het met "stijgende bewondering" heeft gelezen. De basis voor zijn boek legde Verheijen in Engeland, waar hij een jaar lang het studieprogramma 'wetenschap en voetbal' volgde aan de Liverpool John Moores University. Hij bestudeerde onder meer de afstanden die Engelse profvoetballers afleggen tijdens een wedstrijd. Er bleken afhankelijk van de positie op het veld flinke verschillen te zijn in fysieke belasting. Dat onderzoek kreeg veel publiciteit in de vaderlandse pers, maar Nederlandse trainers wisten niet wat ze aan moesten met deze gegevens, omdat het Britse kick and rush voetbal (lange, hoge ballen naar voren) zo verschilt van het Nederlandse profvoetbal. "Brits voetbal is veel fysieker van karakter. Nederlanders laten de bal meer het werk doen. Daardoor bewegen Nederlandse voetballers zich anders over het veld dan hun Engelse collega's", verklaart Verheijen. Na zijn studie ging hij daarom op de Nederlandse voetbalvelden na wat deze andere speelstijl betekent voor de diverse posities in het veld. Nederlandse profvoetballers bleken een kleinere afstand te overbruggen dan Engelse spelers. Verdedigers en aanvallers leggen in een wedstrijd gemiddeld 600 meter minder af, en middenvelders zelfs 1,2 km. Maar dat betekent niet dat Nederlandse voetballers het rustiger aan doen in het veld, want het totaal aantal loopacties (wandelen, joggen, rennen, sprinten) van Nederlandse voetballers ligt wel hoger. "Engelse voetballers spelen meestal in één tempo, terwijl het tempo in Nederland sterk wisselt", zegt Verheijen. Het opvallendste onderscheid vond hij de afstand die sprintend wordt afgelegd. Leggen Engelse profvoetballers tussen de 100 en 400 meter sprintend af, bij Nederlanders varieert dit van 1100 tot 1800 meter. "Dat heeft te maken met de mandekking die in Nederland vaak wordt gebruikt. Spelers moeten daardoor korte sprintjes
Inspanningsfysioloog Raymond Verheijen krijgt het eerste exemplaar van zijn 'Handboek voetbalconditie' overhandigd van Jan Reker, directeur van de Coaches Betaald Voetbal. Archief Raymond Verheijen
trekken om hun tegenstander even kwijt te raken", legt Verheijen uit. Verheijen, tegenwoordig aio bij de faculteit der bewegingswetenschappen, breidde zijn onderzoek ook uit naar jeugdvoetballers uit de Eredivisie A-junioren. Ook dit leverde opmerkelijke cijfers op. Deze jonge voetballers lopen per wedstrijd maar enkele honderden meters minder dan volwassen Eredivisie-voetballers, terwijl ze een kilometer meer lopen dan goed getrainde amateurvoetballers uit de Hoofdklasse. Ook hier bleek het verschil weer te zitten in de sprintarbeid. Volgens Verheijen suggereren de cijfers dat talentvolle achttienjarigen bij een overstap naar het betaalde voetbal vooral zullen moeten wennen aan een sterke toename van het aantal sprints. Dit is een voorbeeld van een wetenschappelijk resultaat waarmee trainers in de praktijk rekening kunnen houden. Het steeds grotere belang van snelheid in het topvoetbal is een thema dat herhaaldelijk terugkeert in het Handboek voetbalconditie. Zo zegt Jan Wouters in een van de interviews met trai-
ners en voetballers die het boek bevat, dat spelers 25 jaar geleden veel meer tijd en ruimte kregen. "Net als in de adetiek en bij het schaatsen is men ook in het voetbal steeds beter gaan trainen waardoor iedereen sneller geworden is en de tijd om te reageren is afgenomen. De kans dat je te laat bent met een actie is tegenwoordig groter." Ook Danny Blind wijst erop dat snelheid een steeds grotere rol speelt in het topvoetbal. "Door de tactfsche ontwikkelingen van de laatste jaren wordt de ruimte om in te spelen steeds kleiner. Tegenstanders staan dichter op je waardoor je sneller moet handelen. Ook is het moeilijker om van een directe tegenstander los te komen. Als je dan beschikt over een goede startsnelheid, biedt dat grote voordelen. De echte spelmakers van vroeger, die spelend in één hoog tempo de ballen overal neerlegden, hebben steeds meer moeite om zich te handhaven. Misschien is het inmiddels wel onmogelijk." Naast Wouters en Blind komen ook voetballers/trainers als Frank Rijkaard,
Verschillen in looparbeid tussen Nederlandse en Engelse profvoetballers wandelen
joggen
rennen
sprinten
Totaal
verdedigers Nederland Engeland
3,2 k m 2,2 k m
2,0 k m 4,6 k m
1,4 k m 0,6 k m
1,4 k m 0,1 k m
8,4 k m 9,0 k m
middenvelders Nederland Engeland
2,6 k m 2,8 k m
5,2 k m 7,0 k m
1,8 k m 0,8 k m
1,1 k m 0,2 k m
10,9 k m 12,1 k m
aanvallers Nederland Engeland
3.4 k m 3.5 k m
2,0 k m 4,0 k m
1,6 k m 1,2 k m
1,8 k m 0,4 k m
9,8 k m 10,4 k m
slidings
sprinten
schieten
duels
Totaal
verdedigers Nederland Engeland
9x 19x
15x 25x
24x 41x
34x 56x
82 142
middenvelders Nederland Engeland
6x llx
llx 33x
37x 19x
56x Six
110 114
6x 7x
17x 42x
32x 23x
36x S2x
91 134
aanvallers Nederland Engeland
Ronald Koeman, Rinus Michels en Ronald de Boer aan het woord. "Die heb ik geïnterviewd om het praktische karakter van het handboek te versterken", zegt Verheijen.
Rondjes lopen Het Handboek voetbalconditie is niet alleen bestemd voor de training van topvoetballers. Ook trainers die met jeugdvoetballers (jongens én meisjes) of op laag amateumiveau werken kunnen baat hebben bij Verheijens boek. "Het uitgangspunt is steeds dat een training zoveel mogelijk de elementen van een echte voetbalwedstrijd moet nabootsen. Dat is een groot verschil met de oude trainingsmethoden, die vooral bestonden uit het lopen van rondjes en tempo maken, zonder dat er een bal aan te pas kwam." Verheijen haalt met mstemming Romario aan, die een keer heeft gezegd: "Voetbal is niet lopen." Eén hoofdstuk uit Handboek voetbalconditie zal zeker opzien baren op de voetbalvelden. Veel spelers doen sinds het eind van de jaren zeventig voor de wedstrijd uitgebreide strekoefeningen. Vooral statische strekoefeningen, zoals het duwen tegen een muurtje of het langdurig strekken van een been, zijn populair. Dit zou blessures voorkomen, omdat de spieren door de strekoefening zouden zijn voorbereid op (extreme) uitrekking. Volgens vubewegingswetenschapper Gerard van der Poel, die dit onderdeel van het boek schreef, is er echter geen wetenschappelijk bewijs dat stretching om deze reden thuishoort in de warmingup. Spierscheuringen en -verrekkingen ontstaan zelden doordat de spier plotseling extreem wordt uitgerekt. Van der Poel geeft wel een andere reden om te stretchen tijdens de warmingup: "Het is heel belangrijk dat een sporter er pas hard tegenaan gaat als hij of zij er helemaal klaar voor is. Heel kort en rustig statisch stretchen is een prima manier om even te 'luisteren' naar de spieren in kwestie: 'ben ik stijver dan normaal?'" Aanvallers doen er wel beter aan niet te stretchen voor de wedstrijd, want dit vermindert de explosiviteit, die ze nodig hebben om bijvoorbeeld een sprint aan te trekken. Wel kan vooraf stretchen stijfheid 24 uur na de training of wedstrijd verminderen. Tegen spierpijn helpt strekken echter niet, ook niet als het na de wedstrijd gebeurt, wat velen geloven. Het kan zelfs gevaarlijk zijn. Hoe har-
der het been gestrekt wordt, hoe ernstiger de klachten worden. "Je moet het vergelijken met een elastiekje met een klein scheurtje erin", zegt Verheijen. "Als je dat uitrekt heb je kans dat het knapt."
Moreel verplicht Over inzichten als de bovenstaande zou elke trainer moeten beschikken, vindt Hans Westerhof, directeur opleidingen van Ajax. "Een trainer is eigenlijk moreel verplicht te weten hoe het lichaam in elkaar zit. Je werkt immers met mensen en door de verkeerde training kun je ook heel veel beschadigen in hun lichaam. Als je niet op de hoogte bent van de effecten van intensief trainen, mag je je daar ook niet aan wagen. Je speelt dan met de gezondheid van mensen", zegt Westerhof in een van de interviews in het boek. Verheijens boek zal onder meer gebruikt worden bij de trainersopleiding van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond. Daar moesten de docenten zich tot nu toe behelpen met door henzelf gemaakte simpele samenvattingen van wetenschappelijke literatuur. Het Handboek voetbalconditie zal nu al vertaald worden in de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië en Engeland. "Dat bevestigt dat dit handboek nodig moest worden geschreven", zegt Verheijen. Toch heeft hij niet de pretentie dat hij nu de wijsheid in pacht heeft als het gaat om het opbouwen van voetbalconditie. Hij verwijst naar het interview dat hij hield met Jan Wouters, die de trainingen van Bayern München "bezigheidstherapie" noemde. "Wouters zei dat het grote uithoudingsvermogen van zijn teamgenoten niet het resultaat was van specifieke training. Ze bouwden hun conditie op door de enorme strijd die ze leverden tijdens de wedstrijden. Er zijn dus meer wegen die naar Rome leiden." De komende jaren blijft Verheijen zich bezighouden met voetbalonderzoek, maar op een heel ander terrein dan de mspanningsfysiologie, die centraal staat in het Handboek voetbalconditie. Hij is bezig met een proefschrift over de ontwikkeling van spelinzicht bij jeugdvoetballers. Raymond Verheijen (red ) Handboek voetbalconditie, Uitgeverij Eisma, Leeuwarden, 1998, ƒ 69,90, ISBN 90 74252 68 0
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's