Ad Valvas 1997-1998 - pagina 677
AD VALVAS 11 JUNI 1998
PAGINA 7
een belangrijke rol' discussiëren over hun vak raadsels en als arts moet je die oplossen. Dat vind ik een grote uitdaging. Daarom wil ik nu het liefst internist worden. Maar ik houd de mogelijkheid open dat ik er tijdens mijn coschappen weer heel anders over ga denken." Josine: "Vier jaar geleden, aan het eind van het eerste jaar, hield ik een praatje voor de nieuwe eerstejaars. Ze vroegen me wat ik wilde worden en vonden het heel gek voor een studente geneeskunde dat ik niet in een ziekenhuis wilde werken. Maar eigenlijk ben ik niet van standpunt veranderd. Ik denk nog steeds dat ik de meeste voldoening kan halen uit een beleidsmatige functie, eventueel in combinatie met onderzoek. Het lijkt me bijvoorbeeld heel leuk om een preventieprogramma op te zetten. Als dat heel goed werkt, geeft me dat misschien wel meer voldoening dan dat ik een patiënt van tachtig van een hartinfarct red. Het lijkt me ook leuk om op het ministerie van volksgezondheid te werken." Michiel: "Hier hebben we de nieuwe Els Borst."
Motorrijden De grote kick van het artsenberoep is wel dat je mensen kunt helpen, daar zijn ze het allevier wel over eens. Maar tegelijkertijd staan ze als arts ook met h u n neus op mensen die pijn hebben, lijden en sterven. Alleen Michiel heeft praktijkervaring tijdens zijn co-schappen. "Je moet niet het idee hebben dat je iedereen beter kunt maken, want dat is absoluut een illusie", zegt hij. "Soms kun je alleen maar proberen om het zo dragelijk mogelijk te maken. Dat kan ook betekenen dat je iemand begeleidt in de dood." Josine: "Het lijkt me ook zo moeilijk om iemand te vertellen dat hij ernstig ziek is, of zelfs dat hij niet meer te genezen is. Tijdens de studie hebben we geoefend in het houden van slechtnieuwsgesprekken. We speelden om de beurt patiënt en arts. Ik moest tijdens zo'n rollenspel iemand vertellen dat hij aan prostaatkanker leed. Aan het eind van die middag was ik kapot. En dan was het nog niet eens echt." Je komt heel moeilijke situaties tegen, zegt Michiel. "Eigenlijk weet je pas hoe je zelf reageert als je het daadwerkelijk hebt meegemaakt." De lakmoesproef kwam voor hem toen een patiënt die hij intensief had begeleid, aan een ongeneeslijke vorm van kanker bleek te lijden. Hij wilde niet meer verder leven. "Ik heb daar veel met hem over gesproken. Hij kon het mooi verwoorden: 'Leven is voor mij als motorrijden. N u kan ik alleen maar naar die motor kijken, dan hoeft het
Vier artsen van de toekomst in een Amsterdams café. Van links naar reclits: Michiel Schreuder, Renate de iongh, Wessel Hanselaar en Josine Foto's. Bram de Hollander Leeuw. prikt zo iemand meteen doorheen." Wessel: "Er zijn ook mensen die o m euthanasie vragen terwijl ze helemaal niet zo ziek zijn. Daar zou ik absoluut niet aan meewerken. Ook bi) depressieve mensen zou ik het nooit doen." Renate: "Het is zo moeilijk in te schatten bij een depressie. Misschien gaat het wel over." Josine: "Een van de criteria om euthanasie toe te mogen toepassen is dat de patiënt ondragelijk moet lijden. Maar wie stelt dat vast? Het is zo vreselijk subjectief." Michiel: "Dat zijn minimale zorgvuldigheidseisen, die liggen vast. Daarnaast speelt je eigen geweten een belangrijke rol." Iemand begeleiden in de dood, of een beslissing nemen over euthanasie, het zijn de moeilijkste kwesties waar een arts mee te maken kan krijgen. Maar ook in de dagelijkse praktijk kan een dokter niet alleen terugvallen op zijn medische kennis, maar moet ook over de nodige communicatieve vaardigheden beschikken. Renate: "Een goede arts moet niet alleen goed in z'n vak zijn, maar ook een heel sociaal persoon." Michiel: "Geneeskundestudenten zijn over het algemeen wel sociale types, valt me op. Geen nerds." Renate: "Als iemand een-heel botte manier van communiceren heeft, loopt hij daar tijdens zijn co-schappen genadeloos tegenaan." Michiel, met een blik op Wessel: "Vooral huisartsen hebben het wat dat betreft lastig. Die krijgen zoveel verschillende mensen op het spreekuur. Allochtonen, die een bepaalde benadering verwachten, mensen die eigenlijk niets mankeert. Je moet moet heel flexibel zijn. Eigenlijk lijkt huisarts mij het meest lastige beroep. Je moet van heel veel ziekten wat afweten en je moet ook nog eens ontzettend alert zijn dat je eventuele ernstige aandoeningen onderschept." Wessel: "Maar het is ook heel afwisselend. Juist dat trekt me aan." Josine: "Bovendien is een huisarts
'Een goede arts moet niet alleen goed in z'n vak zijn, maar ook een heel sociaal persoon'
met meer'. Elke arts maakt zelfde afweging. Als co-assistent neem je dergelijke beslissingen natuurlijk niet, maar in dit geval kon ik erachter staan. Ik ben bij de euthanasie aanwezig geweest. Ik had daar eerst met die patiënt over gesproken. Het was ook een test voor mezelf, om te kijken of ik het kon." Voor de anderen is euthanasie iets dat heel ver van ze af staat. Josine: "Als iemand tegen mij zou zeggen: 'Ik wil dood', zou ik waarschijnlijk erg schrikken." Renate: "Je weet gewoon niet hoe je zult reageren, tot je het zelf meemaakt." Wessel: "Vooral als het gaat om een persoon die je goed hebt leren kennen, lijkt het me ontzettend moeilijk. Ik ben benieuwd of ik daar tegen kan." Na een korte stilte. "Ik zal natuurlijk wel moeten." Michiel: "Het is vooral belangrijk om eerlijk te zijn tegenover jezelf en tegenover de patiënt. Als je het moeilijk vindt, mag je dat best laten merken. Als het je nauwelijks raakt, moet je ook niet doen of het anders is. Daar
heel praktisch bezig. Een patiënt heeft een klacht en die probeer je zo goed mogelijk op te lossen." Wessel: "Een specialist ziet mensen vaak maar één keer, maar patiënten blijven vaak langere tijd bij een huisarts. Het contact is intensiever, ook al omdat vaak de hele familie dezelfde dokter heeft." Josine: "Maar het lijkt me heel lastig om mensen die voor elk wissewasje komen, weg te sturen." Michiel: "Het is ook een uitdaging om iemand duidelijk te maken dat hem niets mankeert. Wij hadden laatst een man op de eerste hulp die na het zien van een medisch televisieprogramma dacht dat hij hartklachten had. Je luistert met een stethoscoop even naar zijn borst. Je meldt: 'Nou meneer, dat klinkt allemaal prima.' Die man is gerustgesteld naar huis gegaan. Als je zo iemand geërgerd wegstuurt, is de
kans veel groter dat hij terugkomt."
Placebo-effect Uit een recente enquête van Bureau Interview blijkt dat steeds meer Nederlanders openstaan voor homeopathie. Zes van de tien vinden dat een huisarts voldoende moet weten om dergelijke geneesmiddelen te kunnen adviseren. Vorige week nog pleitte promovendus Martien Brands ervoor dat alternatieve geneeswijzen worden opgenomen in het geneeskundecurriculum. Renate is het daar van harte mee eens. "Je moet er op zijn minst wat vanaf weten, al is het maar om te kunnen doorverwijzen." Wessel: "Er wordt een keuzevak homeopathie gegeven aan de VU, dat is alles." Michiel: "Ik vond homeopathie klinkklare onzin en ik dacht: laat ik dat keuzevak volgen, misschien ga ik er
Josine Leeuw: 'Tot zelfstandig nadenken word je niet opgeleid.'
anders over denken." Wessel: "En?" Michiel: "Ik vond het nog grotere onzin dan daarvoor." Renate: "Ik heb ook een aantal colleges gevolgd, maar ik was steeds op zoek naar een wetenschappelijke onderbouwing. Die is er niet." Michiel: "Een homeopathisch arts zoekt de karaktereigenschappen van de patiënt op in een soort gids. Dat wordt gecombineerd met een aantal ziekteverschijnselen. Het geneesmiddel dat het best past bij het profiel dat zo is samengesteld, wordt voorgeschreven. Als het na twee weken niet helpt, wordt het vervangen door een ander middel." Josine: "Toch hebben veel mensen er baat bij." Michiel: "Als mensen er baat bij hebben, fijn. Maar ik geloof niet dat het helpt. Je moet de werkzame stof zo sterk verduimen dat het geen effect kan hebben. Bovendien moet je tussen elke verdunningsstap ook nog schudden. Als je dat niet doet, werkt het niet meer. Dan heb ik helemaal zoiets van: laat maar zitten." Wessel: "Ik denk dat het vooral helpt omdat mensen erin geloven. Een soort placebo-effect dus." Michiel: "Maar als iemand bij de dokter komt met een acute darmblokkade en de arts zegt: laten we dat eerst maar eens homeopathisch oplossen, dan vind ik dat fout." Josine: "Maar dat gebeurt niet." Michiel: "Dat gebeurt wel." Wessel: "Dat zijn excessen. Er zijn ook kwakzalvers die hun patiënten de opdracht geven piano te spelen of gras te eten om beter te worden. Maar dan heb je over wel héél alternatieve geneeswijzen. Homeopathie is toch iets anders." Michiel: "Je hoort vaak mensen zeggen over homeopathische medicijnen: baat het niet, dan schaadt het niet. Maar als er iets in die medicijnen zit dat zou kunnen baten, dan kan het ook schaden." Renate: "Toch vind ik dat je pas kunt oordelen dat je er niet in gelooft als je je er echt in verdiept. Wat dat betreft worden wij vanuit één visie opgeleid, namelijk die van de reguliere geneeswijze. En dat is best beperkt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's