Ad Valvas 1997-1998 - pagina 229
AD VALVAS 20 NOVEMBER 1997
PAGINA 7
En nu dan promoveren
Relatietherapie voor ouderen en gratis lieroïne voor verslaafden
Afgestudeerd politicologe Hadewych Hazelzet Is, nadat ze een jaar als consultant heeft gewerkt, weer de collegebanken ingeschoven. Zij doet verslag van haar ervaringen als PhD-student aan de 'European University Institute' in Florence, Italië. Deze week deel 6: standaardsupervisie.
Nieuwe hoogleraar psychologie vecht tegen onvrijheid Sommige oudere echtparen die al levenslang bij elliaar zijn treiteren en pesten elkaar zodat hun leven een hel is, constateert de nieuwe hoogleraar klinische psychologie aan de VU prof.dr. A.J.F.M. Kerkhof. Hij wil relatietherapie voor deze groep ontwikkelen. Een onverbeterlijk optimist vindt hij zichzelf dan ook, die in therapie vooral aandacht wil voor de toekomst en minder wil wroeten in het verleden.
Hadewych Hazelzet
Dirk de Hoog
Niet alleen herinneringen aan slechte ervaringen in het verleden kunnen mensen blokkeren in hun functioneren, maar ook irreële of beangstigende verwachtingen van de toekomst, stelde de nieuwe hoogleraar klinische psychologie aan de vu prof dr. A.J.F.M. Kerkhof in zijn oratie op vrijdag 14 november. In zijn rede met de titel Een onvnje toekomst? hield hij onder meer een pleidooi om bi) therapeutische behandeling van patiënten met psychische en emotionele problemen meer aandacht te besteden aan het beeld dat de betrokkene heeft van de toekomst. "Toekomstverwachtingen kunnen mensen verlammen, bijvoorbeeld de angst geen partner of geen werk te vinden. Die beelden kunnen te maken hebben met herinneringen aan het verleden, maar dat hoeft niet per se. Het oprakelen van alles wat in het verleden is gebeurd, wat in sommige therapieën centraal staat, is vaak veel moeilijker en pijnlijker dan over de toekomst spreken. Het samen met iemand handje aan handje naar de toekomst kijken kan veel veiliger zijn. Ook al zijn de verwachtingen over de toekomst slecht. Tenslotte moet die toekomst nog komen, het kan anders uitpakken en meevallen. Je toekomst bespreken geeft speelruimte", aldus Kerkhof, die behalve wetenschapper ook behandelaar is. Daarmee wil hij niet beweren dat de gangbare hulpverlening zou falen. "Ik heb er geen echt harde bewijzen voor, maar volgens mij is de hulpverlening aan mensen met geestelijke problemen de afgelopen decennia verbeterd. Zo pleegden in Nederland in 1984 ongeveer 1900 mensen zelfmoord. Vorig jaar waren dat er 1550, een afname met 20 procent. Dat IS nogal wat." Het is geen toeval dat Kerkhof met een voorbeeld over suicide komt. In zijn vorige werkkring aan de Rijksuniversiteit Leiden was dit een van de onderwerpen van zijn onderzoek, maar daar wil hij nu niet al te veel meer over praten. "Ik wil van het imago af dat ik me uitsluitend met suïcide bezighoud. Veel mensen beschouwen dat als een beperkt terrein van de psychologie. Dat vmd ik niet. Suïcidaliteit bestuderen betekent het bestuderen van veel trajecten die mensen doorlopen, allerlei persoonlijkheidsstoornissen, depressies, levensgebeurtenissen, eigenlijk van alles. De hele klinische psychologie komt erin samen."
Prof.dr. A.J.F.M. Kerkhof: 'Het oprakelen van wat in het verleden is gebeurd is vaak veel moeilijker en pijnlijker dan over de toekomst spreken.'
J
Peter Wolters - AVC/VU
zing een beroep doen op de geestelijke hulpverlening, maar ook omdat nu allerlei problemen bij deze groep niet behandeld worden. "Bij ouderen komen net zo vaak ernstige depressies voor als bij de doorsnee bevolking. Vaak worden de klachten niet echt onderkend en wordt gezegd dat somberheid nu eenmaal bij het ouder worden hoort, bijvoorbeeld bij het verlies van een partner. Maar ook bij ouderen zijn depressies te behandelen." Ook hier ziet Kerkhof perspectieven in zijn toekomstgerichte benadering. "Als je ouder wordt moet je in staat zijn je levensdoelen bij te stellen als dat nodig is. Mijn stelling daarbij is dat mensen zelfs op heel hoge leeftijd nog idealen hebben. Je moet niet alleen maar omkijken naar alles wat er niet meer is en wat je niet meer kan, maar je ook richten op wat de laatste levensjaren nog de moeite waard kan maken. Veel ouderen kunnen zo'n heroriëntatie overigens prima zelf aan, maar
het is belangrijk dat diegenen met zingevingsproblemen erover praten met een vertrouwenspersoon, zoals de dominee of de dokter. En als het echt ernstig is moet er een psycholoog aan te pas komen."
Dope Kerkhof gaat zich niet alleen met depressies bij ouderen bezighouden, maar wil ook een kortlopende relatietherapie voor deze groep ontwikkelen. "Er is sprake van verborgen leed. Het komt voor dat mensen die al veertig jaar bij elkaar zijn, elkaar treiteren, pesten, slaan en zelfs haten. Op die manier maken ze van de laatste levensjaren een hel. Ze hebben nooit geleerd op een positieve manier met elkaar om te gaan en zijn ook niet in staat daarover te spreken. Vaak worden de problemen nog versterkt als de man met pensioen gaat. Dan zitten ze ineens de hele dag met elkaar opgescheept." Hoewel Kerkhof zichzelf een onver-
Gevangenen Aan de vu zal hij het onderwerp zeker met laten rusten. Zo houdt hij zich in opdracht van het ministerie bezig met zelfdoding onder gevangenen en geeft hij trainingen aan gevangenisspychologen in het omgaan met suïcidale gevangenen. Ook op een ander terrein zal zelfdoding zeker aan de orde komen. Kerkhof gaat onderzoek doen naar depressies onder ouderen in samenwerking met een veel groter onderzoeksproject naar het welzijn van ouderen dat aan de vu loopt. "Ik vind het erg belangrijk dat studenten in de klinische psychologie zich voorbereiden op het omgaan met oudere mensen, want gezien de bevolkingsopbouw zullen zij een steeds groter deel van de te behandelen populatie gaan uitmaken", zegt Kerkhof Steeds meer ouderen zullen volgens hem niet alleen vanwege de vergrij-
Depressies ïn Nederland lijden zo'n 700.000 mensen per jaar aan een depressie. Ruim vijftienhonderd mensen plegen per jaar zelfinoord, waarbij meestal een depressie de oorzaak is. Dat zijn meer dodelijke slachtoffers dan het verkeer eist. Daarnaast heeft de aandoening veel ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid tot gevolg. Hoewel deskundigen depressiviteit zien als een ziekte, zoeken veel betrokkenen geen hulp omdat ze niet te boek wiUen staan als aansteller of zwakkeling. Veel depressies worden
dus niet behandeld, terwijl dit in veel gevallen wel mogelijk is. Onder het motto "depressie is een ziekte en geen teken van zwakte" is in 1995 de depressiestichting opgericht, die door publiciteit, voorlichting, belangenbehartiging en onderzoek meer aandacht wil voor deze ziekte. Prof.dr. A.J.F.M. Kerkhof is één van de bestuursleden. Afgelopen jaar stond de internationale dag voor de geestelijke volksgezondheid op 10 oktober in het teken van depressies. (DdH)
beterlijk optimist noemt, ziet hij ook mensen met problemen die niet of nauwelijks te behandelen zijn. "Mensen met verslavingsproblemen zijn natuurlijk extreem onvrij. Zij hebben geen ruimte, maar ook geen tijd om zich met hun toekomst bezig te houden. Ze leven van moment tot moment en zijn alleen bezig om hun dope te scoren. Bovendien liggen achter de verslavingsproblematiek meestal ernstige psychische problemen, zoals schizofrenie. Dan dienen de drugs om de angstbeelden en andere nare gedachten die aandoeningen oproepen te onderdrukken. Zolang de verslaving voortduurt, zijn die achterliggende problemen ook niet te behandelen." Kerkhof pleit dan ook voor medische verstrekking van heroïne aan langdurig verslaafden. "De samenleving moet beseffen dat deze mensen echt ziek zijn en dat de verslaving niet een kwestie van eigen schuld dikke bult is. Door medische verstrekking van heroïne neemt in de eerste plaats de overlast voor de samenleving af. Maar ook is de kans groot dat de conditie van de verslaafde verbetert doordat de heroïne niet versneden is met allerlei troep. Bovendien krijgen de verslaafden weer tijd om uit te i-usten en hoeven ze niet de hele dag op stap. Misschien zullen er mensen bij zitten die dan weer aan een normaler leven toekomen, dat is winst", aldus Kerkhof. "Bovendien blijven er meer in leven. Afkicken is een enorme opgave en te hoog gegrepen voor de meeste betrokkenen. Als ze afgekickt zijn, blijven veel van hen bovendien zitten met de achterliggende psychische problemen. Misschien moeten we accepteren dat heroine voor sommige mensen werkt als een soort medicijn."
Hoe heet je? Waar kom je vandaan? Wat is je onderwerp? En tot slot: wie is je supervisor? De eerste serieuze standaardvragen voor een onbekend gezicht aan het European University Institute. Welkom. Met een naam als de mijne vormt de eerste vraag al meteen een struikelblok, ongeacht nationaliteit. Ah, Olanda! Bij de derde vraag rijzen de wenkbrauwen. En aan het einde van het rijtje gekomen moet ik het antwoord schuldig blijven. Anders dan bij de traditionele aio-plaatsen in Nederland solliciteer je hier niet op een reeds redelijk omlijnd en uitgestippeld onderzoeksvoorstel dat vaak past binnen een breder kader van onderzoek binnen de vakgroep. Je wordt toegelaten op basis van je eigen onderzoeksvoorstel. Een groot voordeel. Het lijkt makkelijker om gemotiveerd te blijven voor wat je zelf hebt bedacht. Als je dan toch de komende jaren van je leven in de wetenschap doorbrengt, dan graag in de wetenschap dat het je eigen idee is geweest. Een idee waar je hart of interesse ligt. Waar je zelf de richting van hebt bepaald. Dat hoop je althans. De professoren houden er natuurlijk ook hier hun eigen expertise en focus op na. Professoren die komen en gaan. Aangezien het instituut relatief klein is, vergaren zij een bonte verzameling onderzoekers om zich heen. De meest fantastische onderwerpen en de meest uiteenlopende invalshoeken passeren de revue. Na aankomst op het instituut begint de jacht op een geschikte supervisor. Vooralsnog krijgt iedereen een voorlopige begeleider aangewezen. De ouderejaars verspreiden de reputaties van de professoren als begeleider. Wil je promoveren binnen de tijdslimiet van je beurs? Wil je vooral gemotiveerd worden? Intellectueel uitgedaagd? Niet afgebrand raken? Wil je dat je werk überhaupt gelezen wordt? Iemand in je eigen vakgebied? Of met je eigen moedertaal? Er zijn geen standaardantwoorden. De eerste twee weken van college bieden een goede gelegenheid om de kat uit de boom te kijken. Het gebruikelijke introductierondje. Dit keer stelt de professor de vragen: "Hoe heet je? Hoe? Nee, je voornaam. O. Je onderwerp? Wat? Hè. Wie is je supervisor? Je hebt nog geen supervisor? Toch wel een voorlopige? Wie? Ik? ... I see." Gefronste wenkbrauwen. Kleur naar mijn wangen. Welkom. Lekkere binnenkomer. Later in een kort persoonlijk onderhoud wordt ons beider vermoeden bevestigd. We hebben niet veel bij elkaar te zoeken. Hij belooft desondanks mijn onderzoeksvoorstel te lezen. Met een vriendelijk e-mailtje verwijst hij me een paar weken later door naar een collega. De collega knippert even: "Ethiek en handel? Wat een onderwerp! Waar kom je vandaan? Hé, ik was verantwoordelijk voor de toelatingen van de Hollanders. Nou ja, niet dat je op basis van je onderwerp wordt toegelaten. We kijken naar je referenties en cv. Maar dit onderwerp ligt wat moeilijk binnen ons vakgebied. Je moet toch aan je toekomst denken. Ik heb nog wel een leuk onderwerp liggen. Wat denk je ervan om ..." In een Nederlandse krant zie ik de nieuwe advertentie voor het komend academisch jaar: een hoge mate van zelfstandigheid gevraagd. Van collega-onderzoekers aan Nederlandse universiteiten hoor ik dezelfde verhalen. Ik besluit het lijstje standaardvragen iets aan te passen. Binnen een paar weken je professionele leven op de rails hebben aan een vreemde universiteit, nieuw land, andere taal, nieuw huis, alles anders... Mijn onderzoeksonderwerp was zo ongeveer de enige stabiele factor in mijn leven. Daar ging ik voor. Dan eerst maar mijn sociale leven inhoud geven. Binnen het budget promoveren wordt er niet makkelijker op, maar die laatste vraag naar de supervisor komt later wel. Mijn sociale leven is ook mijn toekomst. Daar heb ik geen begeleiding bij nodig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's