Ad Valvas 1997-1998 - pagina 246
AD VALVAS 20 NOVEMBER 1997
PAGINA 24
Op de VU {open opvailend veel mensen rond die famiüe van elkaar zijn. Soms is dat toeval, maar in een aantal families is het traditie om aan de Vrije Universiteit te gaan studeren of werken. Deze week prof.dr. A.P. Bos en zijn neef drs. Bram Bos. Zij zijn beiden verbonden aan de faculteit der wijsbegeerte.
Bram Bos (zittend): 'Gerede twijfel is een familietrekje, al lijkt mijn oom dat nog het minst te hebben.'
Bram de Hollander
'Ik ben lang niet zo'n profeet als mijn oom' Marianne Hoek van Dijke D e bemoeienis van de familie Bos met de v u neemt met de generatie toe. Was de vader van prof dr. A.P. Bos (54) de enige telg van zijn generatie die aan de vu studeerde, zelf was hij al in gezelschap van drie broers. En zijn neef, drs. Bram Bos (29), behoort tot een groep van elf neven en nichten Bos die de vu gedurende de afgelopen jaren heeft bevolkt. Bram wordt zelfs geassisteerd door zijn zusje Elske bij een cursus die hij geeft. Prof Bos: "We zouden eigenlijk een prijs moeten krijgen voor de grootste bijdrage aan het groeicijfer van de vu." De twee grote overeenkomsten tussen prof. Bos en zijn neef Bram zijn dat ze
ZO OOM, ZO NEEF beiden A.P. Bos heten en allebei verbonden zijn aan de faculteit der wijsbegeerte van de vu. O o m als hoogleraar antieke en patristische filosofie en neef als aio bij wijsbegeerte. Maar daarmee heb je de overeenkomsten dan ook wel zo'n beetje gehad. Neef Bram kwam de faculteit binnen aan het einde van z'n studie biologie. Bram: "Mijn dienstweigerperiode was nakende. Ik zocht een leuk baantje en kwam bij een collega van mijn oom terecht." Prof. Bos: "Dan moet ik even vertellen dat het mij erg heeft gespeten dat ik ben afgekeurd voor militaire dienst. Ik weiger niet graag dienst. Ik had bij de inlichtingendienst willen gaan, want daar kon je Russisch leren, had ik gehoord." Naast de deelname van Bram Bos aan 'arbeiderszangvereniging Morgenrood', kwam het verschil m politieke stellingname tussen de twee Bossen nog het scherpst tot uitdrukking toen ze allebei in de universiteitsraad zaten. Bram Bos zat er voor de PKV, terwijl zijn oom er een plek bezette namens het wetenschappelijk personeel. Niet tot zijn genoegen, overigens. Prof. Bos: "Toen ik in 1978 decaan van de faculteit was, hebben wij ons het langst verzet tegen de democratisering en daar ben ik nog steeds trots op. Inspraak kost veel te veel tijd en levert niets op. Het is stom geweest dat we toen hebben toegegeven. Een kwestie van slappe knietjes van de vubestuurders en de minister. We hadden gewoon moeten zeggen: kop dicht. Ik vind het geinig dat het systeem nu na dertig jaar weer helemaal verdwijnt." Bram: "Typisch een hoogleraar; gewoon werken jullie, wij bepalen wel hoe het moet. Ik vind het belangrijk
dat studenten betrokken zijn bij de vormgeving van het onderwijs en niet alleen consumeren. Afbraak van democratie en afbraak van het academisch onderwijs gaan hand in hand." Maar prof. Bos ziet maar weinig studenten die bereid en in staat zijn zich naast h u n vierjarige studie nog te verdiepen in academische aangelegenheden. Zelf kijkt hij met veel genoegen terug op zijn studententijd. In zeven jaar tijd rondde hij twee doctoraalstudies af en vermaakte zich ondertussen bij het vu-Corps. Hij begon net als zijn oudste broer met klassieke talen voor hij zich in de filosofie verdiepte. Die broer studeerde al zeven jaar aan de vu toen hij als zeventienjarige jongen uit Emmeloord naar het grote Amsterdam kwam, en moest een beetje op hem letten. Daar heeft Bram, als zoon van deze broer, wel eens iets over gehoord. Prof. Bos: "Er doet één kwaad verhaal over mij de ronde in de familie, namelijk dat mijn broer mij een keer na-
mens mijn vader heeft opgezocht in het ziekenhuis nadat ik een bezoek aan de Heineken-brouwerij had gebracht. Ik zal verder niet op details ingaan. Het was een leuke excursie." T o t meer openhartigheid weet ook Bram zijn oom niet te bewegen. T o t op de dag van vandaag hebben prof Bos en de vader van Bram een hechte band. Bos laat zijn broer zijn stukken lezen en de leraar klassieke talen stuurt prof. Bos op zijn beurt regelmatig werk toe van zijn hand. Bos herkent in Bram trekjes van zijn vader. Prof. Bos: "Hij heeft datzelfde springerige, associatieve. Ze weten allebei de meest uiteenlopende dingen met elkaar te verbinden. Bram is bijvoorbeeld met een filosofische benadering van de varkenspest bezig. Verder was mijn broer de meest originele van de familie op bruiloften en partijen, en dat merk je ook aan zijn kinderen." Bram ziet in zijn vader en oom duidelijke familietrekken terug.
Bram: "Opa was een zeer dominante figuur in de familie. Een krachtige persoonlijkheid met duidelijke ideeën over het geloof en hoe dat in de praktijk te brengen. Daar is de generatie na hem behoorlijk mee belast, door getekend. Maar ook ik merk dat het milieu me zeker gevormd heeft: vragen rond normen en waarden stellen, vechten met het geloof Gerede twijfel is wel een familietrek)e, al lijkt mijn oom dat nog het minst te hebben." Dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, blijkt wel uit het feit dat beide heren betrokken zijn bij het normen-en-waardenproject van de vu. Bram geeft colleges wijsgerige vorming aan biologiestudenten en prof. Bos aan studenten van de letterenfaculteit. Prof. Bos: "We hebben tot nu toe nooit gezamenlijk overleg gehad, maar ik denk dat Bram in zijn colleges veel aandacht aan maatschappelijke belangen en milieufactoren besteedt. Ik probeer duidelijk te maken dat ie-
mand al normen en waarden heeft als hij als wetenschapper begint en die met later pas vaststelt." Bram: "We zijn het eens over de waardengeladenheid van wetenschap, maar in mijn colleges ga ik niet expliciet in op het calvinistisch christelijke perspectief, mede omdat ik minder sterk in die traditie sta. Ik vind het wel belangrijk, maar ik ben lang niet zo'n profeet als mijn oom." Het is dan ook niet verwonderlijk dat de bundel over de identiteit van de vu, die een werkgroep onder voorzitterschap van prof. Bos onlangs uitbracht, niet direct de instemming van Bram kan krijgen. Hij betwijfelt of hij bij een vu met dat karakter een vaste aanstelling zou kunnen krijgen, en of hij dat wel zou willen. Prof Bos: " H o , ho, nou gaan we niet suggereren dat ik nog macht heb op de faculteit. En trouwens, als jij het vak wijsgerige vorming zo goed geeft als ik hoor dat je het geeft, zou dat vast lukken."
FEUILLETON Dagboek van Katja (Katja is wel erg intelligent, hoor jongelui. In dit fragment legt ze twee verstandige dingen uit, waarvan het tweede voor jongens het belangrijl<st is, namelijk: met welke zin verleid ik een meisje.)
Het is verstandig om een kind te nemen als je studeert. Ik zal dat uitleggen. T e n eerste willen je ouders dolgraag dat je met studeren door blijft gaan. Ze willen alles voor je doen: het kind m huis nemen, je meer geld geven, je wordt zorgzaam behandeld. Kortom: je bent, hoe paradoxaal het ook moge klinken, veel vrijer dan zonder kind. Twee: Je lichaam is sterker dan als je oud bent. De meeste vrouwen willen eerst carrière maken, en daarna - als ze 36 zijn - een kind. Gevolg: als het niet lukt, krijg je veel zure vrouwen ("Was ik maar eerder begonnen", janken ze.) en als het wel lukt, is de kans groter op een mongool. Jong beginnen is het halve werk. Drie: De studie duurt vier jaar. T o t z'n vierde jaar heb je eigenlijk geen last van een kind. Het eet en slaapt, eet en slaapt. Je kunt dus makkelijk studeren en je kind kan later je carrière meemaken. Ik word uiteindelijk hoogleraar (dat weet ik nu al). Als ik 36 ben, is mijn zoon (want ik krijg een zoon) net zo oud als ik nu ben - nou ja, een jaartje jonger dus. Als ik wil, kan ik dan met goed fatsoen voor zijn zoon of doch-
ter zorgen. Of zelf nog een kindje nemen. Ferwerda wil graag de vader zijn, maar nog liever wil hij naar een homobar. "Ga", zeg ik. "Ik durf niet", zegt hij. "Waarom niet?", vraag ik. "Omdat ik het nog nooit met een man heb gedaan, en ik al zo oud ben. Ze lachen me uit." Hij doet me denken aan die mop: Wat kun je beter zijn: een neger of een homo? Een neger, dan hoef je tenminste niets aan je moeder uit te leggen. "Jongens doen niks", zeg ik, "dat weet ik." Het is het grote probleem van de jeugd. Meisjes willen niks en jongens durven niks. Daarom hebben de meeste meisjes een oudere minnaar. Oudere minnaars durven wel, maar die kunnen weer niks - en dat is ook makkelijk. (Ach, mijn Ivantje. Hij is helemaal dol van me, en wil maar doktertje spelen. Maar ik wil zijn geest - en die heb ik bijna.) Ik heb twee minnaars, maar ik wil een derde - de vader van mijn kind. Tegenwoordig lopen alle Ajax-spelers met een papier in h u n portefeuille dat ze van mijnheer Van Praag aan een dame moeten geven wanneer die bij hun blijft slapen. Op dat papier staat: "Beste mevrouw. D e Ajax-spe-
lers dragen geen enkele verantwoordelijkheid voor eventuele consequenties van een nachtelijk samenzijn." Het lijkt bijna een schrijven dat groepsverkrachting goedkeurt. "Dani, ik ben zwanger van je", probeerde ik. "Mijn moeder is dokter, dus dat is geen bezwaar", zei hij. "Maar ik wil een kind van je." Hij schrok - en toen kreeg ik dat papier te zien. Op college vroeg een jongen: hoe moet ik meisjes versieren. Ik gaf hem les. 1. Wees egoist. 2. Heb geen gevoel voor humor, maar geloof zelf alle onzin die je beweert.
3. Geef elke vrouw: aandacht, begrip, tederheid. Ach ja, vrouwen zijn zo makkelijk te versieren. Maar dan moeten ze wel versierd worden, en er is geen jongen die dat goed kan. Hoe ben ik versierd? Bijvoorbeeld door Ivan? Hij kwam naast me staan en zei: "Heb jij een broer die Kees heet?" " N e e " , zei ik. "Je kent geen Kees van Groeningen?" " N e e . " T o e n zei hij: "Mag ik dan in plaats van m ' n excuus, jou een kop koffie aanbieden?" Die zin, die deed het hem. Ik heb ondertussen een lijst aangelegd van zinnen waar je warm van wordt en die alle jongens eigenlijk uit hun hoofd zouden moeten leren. Ik geef hier de top vijf. 1. Hoe lang heb je aan ballet gedaan? Je staat zo mooi. (Ik heb dus nooit aan ballet gedaan.) 2. Was jij niet getrouwd met David Copperfield? (Heel slijmerig, maar wel effectief.) 3. Weekendje Parijs? (God, wat vond ik die opwindend - maar dat kon ook komen door de jongen die hem uitsprak.) 4. Ik bedoel het niet als oneerbaar voorstel, noch wil ik je ermee vernederen, maar ik zou je graag geld, veel geld, willen bieden voor een kus. (Die moet je wel heel goed brengen, hoor jongeman.) 5. Ga mee naar Ajax vanavond. Maar wat moeten vrouwen zeggen? Wat zeg ik straks tegen Jan van wie ik een kindje wil? Katja van Groeningen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's