Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 550

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 550

12 minuten leestijd

AD VALVAS 9 APRIL 1998

PERSONEELSKATERN: ONDERNEMINGSRAAD

PAGINA 12

VU wil eerst fenomeen werkdruk onderzoeken Werkdruk onder de loep "Zelfs Jonker liet zich laatst ontvallen dat er grenzen zijn bereikt." Wim van Alphen, hoofd van de Dienst Veiligheid en Milieu (DVM), maakt zich zorgen over de werkdruk op de VU. "We doen steeds meer met minder mensen. Op zich is hard werken niet erg, maar werknemers moeten wel met die werkdruk kunnen omgaan. Uit de risico-inventarisaties is gebleken dat in alle geledingen van de VU wordt geklaagd over druk." Voor de Ondernemingsraad en het College van Bestuur was deze bevinding aanleiding om 50.000 gulden vrij te maken uit de arbeidsvoorwaardengelden. Na de zomer start een onderzoek naar werkdruk op de VU. "We willen een beter beeld krijgen van wat dat nou precies is," aldus drs. Jan Ham van Perso-neelszaken. "In elke organisatie is werkdruk tegenwoordig een probleem," constateert de OR-voorzitter dr. Martien de Bolster droog. "Als Ondernemingsraad dringen wij er bij het College van Bestuur op aan hierop te anticiperen. Daar ligt een rol voor de Bedrijfsgezondheidsdienst en de Dienst Veiligheid en Milieu. Maar de grootste rol is weggelegd voor de leidinggevenden op de werkplek. Zij moeten ervoor zien te zorgen dat werkdruk bij hun medewerkers niet omslaat in stress." De Bolster vindt de werkdrukproblematiek dan ook typisch iets voor de decentrale medezeggenschapsorganen. Nu zijn het nog de Facultaire Personeelscommissies, de faculteitsraden en de DON's die hierover aan de bel kunnen trekken. In de toekomst ligt

er een taak voor de Onderdeelcommissies op dit vlak. "Op de werkplek moeten maatregelen worden genomen," vindt De Bolster. Welke maatregelen? Dat zal moeten blijken uit het onderzoek dat na de zomer van start gaat. Uit de risico-inventarisaties is gebleken dat overal in de organisatie mensen last hebben van werkdruk. "Maar daarmee weten we nog niet precies wat er aan de hand is," legt drs. Jan Ham van Personeelszaken uit. "We hebben naar een beleving gevraagd. Die Is voor iedereen anders. We moeten nu eerst meer zicht krijgen op de problematiek." Die is

volgens hem zeer complex. "Het hangt er maar net vanaf hoe je werkdruk definieert. Wetenschappers spreken van werkdruk, maar vinden tegelijkertijd dat ze er heel aardig mee om kunnen gaan. Het is bekend uit de literatuur dat de mate waarin je die werkdruk zelf kunt beïnvloeden, uitmaakt hoe je die druk ervaart. Wetenschappers kunnen waarschijnlijk zelf veel invloed uitoefenen. Ik kan me voorstellen dat er bij de diensten een heel ander soort werkdruk bestaat dan bij de faculteiten. Daar willen we bijvoorbeeld ook een antwoord op krijgen."

'Screen nieuwe functies op stressfactoren' De VU kent geen typische stressfuncties. Overspannenheid komt op alle niveaus en in alle functies voor. Bepalend Is hoe iemand zich voelt in zijn werk. Arbodiensten onderschelden zeven factoren die invloed hebben op het welzijn van werknemers. Aan de hand van deze factoren kun je dus de stressgevoellgheid van een functie inschatten. Als het aan de Ondernemings-raad ligt, worden nieuwe functies bij de VU voortaan gescreend op deze factoren. 1. Moet de werknemer langdurig kort cyclisch werk verrichten, zoals

lopende-bandwerk? 2. Brengt de aard van het werk mee dat de werknemer voldoende contact heeft met zijn collega's? 3. Wordt de werknemer regelmatig geïnformeerd over het werk? 4. Is er voldoende afwisseling van moeilijk en makkelijk werk? 5. is de werknemer autonoom in zijn werk? 6. is er voldoende afwisseling van uitvoerende en organiserende werkzaamheden? 7. Kan een werknemer zelf initiatief nemen om knelpunten in het werk op te lossen? PeterWolLeis AvC,

Gemangeld door succes: te veel tijdelijke krachten Er zijn vakgroepen op de VU die worden gemangeld door hun succes. Er lopen soms meer tijdelijke werknemers rond dan vaste krachten. De oorzaak ligt In de vele subsidie-aanvragen die worden gehonoreerd. Tweedeen derde-geldstroomprojecten zijn per definitie tijdelijk. De mensen die ze uitvoeren, krijgen daarom ook een tijdelijk dienstverband. De weinige stafleden die er zijn, moeten telkens weer een nieuwe AIO, postdoc of OBP'er inwerken, wat een extra last op hun schouders legt. Om nog maar te zwijgen van de bijna dagelijkse portie taart omdat er weer een tijdelijke kracht wordt uitgezwaaid. De grenzen lijken bereikt en zelfs hier en daar al over overschreden. "Dat is te bont," oordeelt OR-voorzitter dr. Martien de Bolster. Navraag bij Personeelszaken leert dat men er daar niet van wakker ligt, "Dat probleem is mij niet bekend," antwoordt drs. Jan Ham van PZ. "Wij volgen de afspraken die met de vakbonden zijn gemaakt over het maximum percentage tijdelijke krachten bij universiteiten. Daar gaan we niet overheen. Tot nu toe zijn deze begrenzingen goed werkbaar gebleken." Maximaal mag ongeveer 20 procent van de werknemers van de VU in tijdelijke dienst zijn. In de berekening wordt alleen gekeken naar de eerste en de derde geldstroom. Wie in het kader van de tweede geldstroom dagelijks op de VU rondloopt, wordt niet meegerekend. Deze mensen zijn namelijk in dienst bij NWO. Ook gasten en stagiairs tellen uiteraard niet mee. Zo kan het

gebeuren dat er bij de vakgroep Celbiologie en Immunologie aan de faculteit der Geneeskunde nu ongeveer 8 fte wordt bezet door vaste WP'ers en ongeveer 9 fte door vaste OBP'ers. Daarnaast gaat er circa 2,5 fte naar tijdelijk WP, een kleine 7 fte naar AIO's, OIO'S en postdocs en ongeveer 2 fte naar tijdelijke OBP'ers en komen er jaarlijks circa 15 stagiairs en 3 buitenlandse gasten voor zo'n 5 maanden over de vloer. De personeelsbrochure van september 1996 maakt het nog bonter.' Toen was de verhouding 21,7 vaste werknemers tegenover 20 tijdelijke krachten, de stagiairs en buitenlandse gasten niet meegerekend. Dit probleem is vooral aan de orde op

Toch reorganisatie bij Gebouwendienst? Hoewel Personeelszaken en de Gebouwendienst het tot nu ten stelligste hebben ontkend, rept het College van Bestuur in zijn correspondentie-met de Ondernemingsraad over een reorganisatie bij de Gebouwendienst. Tot nu toe werd deze term zorgvuldig vermeden en sprak men liever over een veranderingsproces. Door deze constructie hoefde de Gebouwendienst niet eerst een reorganisatieplan te presenteren alvorens de dienst kon beginnen aan de veranderingen. Daarmee kwam de OR enigszins buitenspel te staan. Het risico bestond en bestaat nog steeds dat de OR op zeker moment voor een fait accompli wordt gesteld, doordat het proces al in gang IS gezet. Als de trein eenmaal rijdt, dendert hij voort en is hij moeilijk te stoppen voor de OR, mocht daar aanleiding toe zijn. Nu het College van Bestuur in zijn brief van 11 maart jongstleden aan de Ondernemingsraad schrijft de raad

op korte termijn te kunnen '...informeren over het volledige reorganisatieplan en de daaraan voor de meeste medewerkers verbonden effecten,' is de zaak volkomen helder. "Vanaf nu is de reorganisatiecode dus van toepassing," stelt dr. ir. Kees van Montfort, voorzitter van de OR-werkgroep Sociaal Organisatorische Zaken. Omdat het College zelf aangeeft dat de reorganisatie voor de meeste medewerkers effect heeft, kan de OR de conclusie trekken dat er voor meer dan vijf werknemers gevolgen zijn. In dat geval is het college verplicht de Ondernemingsraad te consulteren. De suggestie dat het om een 'slip of the pen' van het College van Bestuur gaat, wijst OR-voorzitter dr. Martien de Bolster resoluut af: "Dit kan geen vergissing zijn, want dan is er wel sprake van twaalf 'slips of the pen'. Dat lijkt me sterk. (MS)

de medische faculteit. Directeur-beheer dr. H.B. Jansen van deze faculteit spreekt liever van een dilemma, waar hij naar eigen zeggen vooralsnog niets aan wil doen. Hij legt de verantwoordelijkheid neer bij de vakgroepen. "Wanneer de staf succesvol is in de aanvragen, zijn er dus relatief veel tijdelijke medewerkers, met daarmee een relatief hoge begeleidingsdruk. Anderzijds kan er op deze wijze wel veel resultaat worden geboekt." Hij ziet twee manieren om de druk van de begeleiding van de tweedeen de derde-geldstroommedewerkers te reduceren: botweg het aantal tijdelijke krachten verminderen of extra onderzoekbegeleiders in dienst nemen. Beide zijn in dit stadium echter geen optie. Minder tweede- en derde-geldstroommedewerkers impliceert ook minder extern gefinancierd onderzoek en dus minder faam voor de vakgroep, de faculteit en de VU. Voor extra onderzoeksbegeleiders IS geen geld omdat financiers alleen onderzoek willen betalen en niet de begeleiding. Intern is er evenmin een budget voor, want, zegt Jansen: "Over het algemeen zijn de formatietoewijzingen van de groepen zo krap, dat dit alleen leidt tot het verschuiven van problemen." OR-voorzitter De Bolster: "Het is een

landelijk verschijnsel. De universiteiten zijn veel te ver doorgeschoten. Gelukkig gaan we nu langzaam weer terug naar meer vaste aanstellingen voor onbepaalde tijd." Hij vindt de angst voor torenhoge wachtgelden in dit kader ongegrond. "We moeten af van de vaste aanstellingen voor een bepaalde functie. Daar ben ik het mee eens. Maar iemand kan ook een vaste aanstelling hebben en om de paar jaar ander werk gaan doen binnen dezelfde instelling." Daarmee ontstaat mogelijk een opening voor de overbelaste vakgroepen. Zij zouden één of meer extra onderzoekers en OBP'ers in vaste dienst kunnen nemen die zich specialiseren in het doen van tijdelijke projecten; zeg maar: projecthoppers. Het enige addertje onder het gras is dan nog het feit dat financiers vaak eisen stellen aan de ervaring en positie - en dus inschaling - van degene die het onderzoek gaat doen. Adrenaline Ook Marten van Til, hoofd van de Bedrijfsgezondheidsdienst, ziet een oplossing in de flexibile inzet van de werknemers. Het probleem van extra werkdruk als gevolg van een bovenmatig aantal tijdelijke krachten zegt hij overigens niette kennen. "Ik heb nog nooit

Klein Grut Dagelijks bestuur Dr. M.W.G. de Bolster (ABVAKABO), voorzitter vakgroep Organische en Anorganische Chemie, faculteit der Scheikunde, De Boelelaan 1083, kamer N - 357a. Telefoon 44 47482; fax 447488; email: oac@chem.vu.nl Mw. dr. T.J. Biewenga (CFO), secretaris vakgroep Celbiologie en Immunologie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7, kamer H - 265. Telefoon: 44 48078; fax: 44 48081; email: tj.biewenga.cell@med.vu.nl Dr. B. Overdijk (CMHF), plaatsvervangend voorzitter vakgroep Medische Chemie, faculteit der Geneeskunde, Van der Boechorststraat 7, kamer A - 230. Telefoon: 44 48143; fax: 44 48143; email: b.overdijk.medchem@med.vu.nl OR-secretariaat Het secretariaat van de OR is gevestigd in kamer lE-26 in het hoofdgebouw (eerste etage in de E-vleugel, nabij de dienst PZ, bij ambtelijk secretaris drs. P.G. Heemskerk. Telefoon en fax: 44 45312; email: pg.heems-

kerk@dienst.vu.nl VGW-commissie Mw. J. Eppinga, voorzitter kamer OE - 74, afdeling Studentendecanen, dienst Studentenzaken, De Boelelaan 1105. Telefoon: 44 45029; fax: 44 45059; email: j.eppinga@dienst.vu.nl Werkgroep SOZ Dr. ir. C.A.G.M. van Montfort, voorzitter kamer IA - 1 8 , vakgroep Econometrie, faculteit Economische Wetenschappen en Econometrie, De Boelelaan 1105. Telefoon: 44 46025; fax 44 46020; email: kvmontfort@econ.vu.nl Werkgroep FEZ Dr. B. Overdijk, voorzitter kamer A - 230. Telefoon: 44 48143; fax 44 48143; email: b.overdijk.medchem@med.vu.nl Komende vergaderingen De eerstvolgende vergadering is op woensdag 27 mei a.s., 13.30 uur, BI 1085, in G-088.

iemand met dat probleem aan mijn bureau gehad." Wel kan hij zich er iets bij voorstellen. Daarbij wijst hij en passant op de stress die de tijdelijke werknemers ondervinden. Wat gebeurt er met hen na afloop van het onderzoek? Staan ze op straat, of kunnen ze dan weer een ander (tijdelijk) baantje vinden? Dat er veel adrenaline wordt aangemaakt in deze vakgroepen, mag duidelijk zijn. En of dat gezond is, is nog maar de vraag. Van Til: "Die vaste aanstellingen, dat is natuurlijk ook een vakbondsitem. Maar misschien kunnen we inderdaad beter de goeden behouden en ze een contract voor onbepaalde tijd aanbieden. Het merendeel van de werknemers heeft behoefte aan continuïteit. En dat geldt ook voor de werkgevers. Bij de VU bestaat juist nu een tendens naar integraal management. Dat betekent dat een vakgroep de eerste, tweede en derde geldstroom door elkaar mag gooien. Men mag dus ook werknemers in vaste dienst nemen, die worden betaald uit de tweede en derde geldstroom. De kunst is nu een goede mix van vaste en tijdelijke werknemers te krijgen.'

Het Vooroordeel 'De Ondernemingsraad is een overlegorgaan van plaatselijke vakbonden. Iedereen kan kan zich verkiesbaar stellen voor de Ondernemingsraad van de VU. Lidmaatschap van een vakbond is daar niet voor nodig.' Het is wel iets moeilijker. Wie zich met een vrije lijst verkiesbaar wil stellen, moet eerst dertig handtekeningen van medestanders verzamelen die géén lid zijn van een vakbond. Bovendien moetje zelf je campagne organiseren en voeren. Daar gaat veel tijd in zitten. Er staat immers geen organisatie achter je. "Maar het is zeker de moeite waard," vindt Wilma Odding, het enige ondernemingsraadslid dat niet is verbonden aan een bond. "Het is belangrijk dat ook de mening doorklinkt van andere werknemers binnen de organisatie." Ze wijst erop dat het verstandig is om met een aantal mensen samen te werken, zodat je - net als de bonden - een lijst met verkiesbare personen indient. "Mocht je door ziekte of om een andere redenen tijdelijk niet kunnen functioneren in de Ondernemingsraad, dan kun je je laten vervangen. Sta je alleen op de lijst,

dan ben ben je zolang je stem kwijt. Voordeel is ook dat je de werkzaamheden nog eens kunt verdelen." Dat de Ondernemingsraad van de VU voornamelijk uit vakbondsfracties bestaat, is niet verwonderiijk. De VU kent van aile Nederiandse universiteiten namelijk de hoogste organisatiegraad. Dat betekent niet dat de leden van de Ondernemingsraad een verlengstuk zijn van deze bonden. Zij kunnen zonder last of ruggespraak opereren. In z'n algemeenheid hebben vakbonden en ondernemingsraden wel geregeld met elkaar te maken. In feite vullen ze elkaar aan. De vakbonden maken landelijke arbeidsvoorwaardenafspraken met de werkgevers. De ondernemingsraden maken met hun directies of in dit geval; Colleges van Bestuur - bedrijfseigen arbeidsvoorwaardenafspraken. Wanneer er een reorganisatie aan de orde is, nemen de vakbonden de onderhandelingen met de werkgever over als er meer dan twintig werknemers bij betrokken zijn. Zijn er minder dan twintig werknemers bij betrokken, dan voert de Ondernemingsraad de onderhandelingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 550

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's