Ad Valvas 1997-1998 - pagina 321
AD VALVAS 18 DECEMBER 1997
PAGINA 13
De mythe Marken houdt zichzelf in stand VU-hoogleraar Schutte beschrijft geschiedenis van visserseiland Zo'n miljoen toeristen bezoeken jaarlijks het kleine eiland Marken in het IJsselmeer. Door de klederdracht en de oude houten huisjes lijkt de geschiedenis er eeuwen te hebben stilgestaan. "Zo was Nederland dus vroeger", denken de vele bezoekers. VU-hoogleraar G.J. Schutte publiceerde onlangs een boek over de geschiedenis van het vissersdorp. "Marken is al eeuwen bezig modern te worden", is zijn conclusie.
Dirk de Hoog "Eigenlijk wist ik niets van het eiland Marken toen ik gevraagd werd de geschiedenis te beschrijven. Ik was er in m'n kinderjaren wel eens met een schoolreisje geweest en heb er met collega's uit het buitenland een keer rondgelopen", vertelt prof.dr. G.J. Schutte. De bijzonder hoogleraar geschiedenis van het Nederlands protestantisme aan de letterenfaculteit kreeg in 1990 het verzoek de geschiedenis van het visserseiland te boek te stellen. Het verzoek kwam uit het dorp zelf, dat in dat jaar de gemeentelijke autonomie verloor. Sindsdien maakt Marken onderdeel uit van de gemeente Waterland, waar bijvoorbeeld ook Monnickendam toe behoort. De neerslag van het grondige bronnenonderzoek is recent gepubliceerd in het boek Marken. De geschiedenis van een eiland. Marken is geen echt eiland meer sinds 17 oktober 1957, toen een dijk naar het vasteland gereedkwam, de 'overwal', zoals de eilanders die noemen. Het kleine eiland, dat Joost van den Vondel "wat weiland in zee noemde", was al eerder met het vasteland verbonden geweest. T o e n Friese monniken het land in 1232 kochten, lag het nog niet in zee. Het water rukte op en eind dertiende eeuw omspoelde de zee het land aan alle kanten. Daarmee begon de eeuwige strijd tegen het water, want Marken is het laagst gelegen eiland van Nederland, vijftig centimeter onder Nieuw Amsterdams peil. Tot ver in deze eeuw werd het eiland omgeven door zwakke dijken, met als gevolg bijna jaarlijks terugkerende overstromingen. In 1916 nog verdwenen twintig huizen in de golven en verdronken zestien mensen. De strijd tegen het water heeft Marken zijn kenmerkende dorpsgezicht gegeven. De houten huizen staan op verhoogde terpen en soms op palen om ze bij overstromingen droog te houden.
Nobele wilden Maar in het boek van Schutte, dat hij schreef met hulp van histoncus drs. J.B. Weitkamp, staat niet de strijd tegen het water centraal. Het gaat vooral over de beeldvorming van buitenstaanders over het eiland en in hoeverre deze overeenkomt met de feiten uit de geschiedenis. "Emd achttiende eeuw werd het eiland als het ware ontdekt door mensen van buiten. Die zagen het als een toonbeeld van hoe harmonieus en prachtig de Nederlandse cultuur van oorsprong was. Dat was ten tijde van de opkomst van het verlichtingsdenken. Op Marken dachten allerlei lieden de nobele wilden van Nederland aan te treffen. Als je de geschiedenis goed bestudeen, blijkt dat een mythe te zijn, maar wel een mythe waar de eilandbewoners voor een deel zelf in zi)n gaan geloven", vat Schutte de rode lijn van zijn boek samen. "Het schijnt welhaast als ware de historische ontwikkeling hier op een gegeven ogenblik blijven stilstaan, als gold voor dit vergeten plekje niet de
Koninginnedag in Marken. algemene regel dat de tijden veranderen en met hen de menschen", haalt Schutte een anoniem artikel over Marken aan dat in 1884 verscheen in het tijdschrift De aarde en haar volkeren. "In de vorige eeuw kwamen allerlei onderzoekers, schilders en kunstenaars naar het eiland toe met eenzelfde instelling als in die tijd antropologen bij wijze van spreken eilanden in de Stille Oceaan bezochten. Ze vergaapten zich aan de in hun ogen ongerepte cultuur. Dat was een selectieve waarneming, want die bezoekers keken naar de eilandbewoners vanuit een vooringenomen standpunt, maar h u n beschrijvingen zorgden wel voor de mythevorming die ontstond", aldus Schutte. Halverwege de vorige eeuw waren er zelfs wetenschappers die in dorpen rondom de Zuiderzee schedels opgroeven en aan de hand daarvan trachtten te bewijzen dat de vissers de ware afstammelingen zijn van de Batavieren. Zelfs in 1953 schreef de toen befaamde onderzoeker prof dr. Jac. van Ginneken nog dat het vermeende matriarchaat op Marken zou afstammen van het prehistorische moederrecht van de oud-germaanse godinnen. "Lariekoek", volgens Schutte. "De positie van de vrouwen valt logisch te verklaren uit het feit dat de mannen doordeweeks op zee waren om te vissen. Daardoor moesten de vrouwen wel zelf de zaken aan land regelen." T e r illustratie verwijst hij naar een statistiek van begin deze eeuw waaruit blijkt dat ruim 85 procent van de mannen visser was. "Marken was tot begin van deze eeuw een monocultuur van vissers. Dat bepaalde in hoge mate de samenleving. Slechts een enkeling had een ander beroep. Er was een handjevol boeren, een hotelhouder, er waren enkele winkeliers en wat notabelen." Die notabelen, zoals de burgemeester, de dokter, de dominee en dorpsonderwijzer, kwamen van buiten en droegen volgens Schutte zelf bij aan de instandhouding van de mythe Marken. Zo typeerde de nieuwe burgemeester Nilant bij zijn installatie in 1897 de bevolking van Marken als volgt: "Naar den geest, die in haar woont, het beeld bewaard van 't oude, kloeke, stoere, Hollandse geslacht, dat een hoeksteen werd van het gebouw der Nederlandsche vrijheid, waarin wij
Hans van den Boogaard/Hollandse Hoogte
thans door Gods genade, thans zo veilig woonen." Vaak wordt de geïsoleerde ligging van het eiland aangevoerd als oorzaak voor de vermeende tmiciteit van de Marker cultuur. Volgens Schutte viel het wel mee met dat isolement. "De mannen kwamen met h u n boten natuurlijk in allerlei andere havens. Ze gingen bijvoorbeeld ook in het najaar de Vecht af om hooi te verkopen en ze kwamen regelmatig in Amsterdam om handel te drijven. Natuuriijk spraken ze daar met andere mensen en namen ze nieuwe ideeën en gedachten mee naar het eiland. Eigenlijk was Marken in de vorige eeuw een voorstadje van Amsterdam en zeker niet afgeslotener dan veel andere dorpen. Alleen moest je altijd die plas water oversteken."
O m aan te tonen dat het wereldse gebeuren zeker niet langs de Marker gemeenschap heen ging, gaat Schutte uitvoerig in op de afscheiding van de gereformeerden van de Hervormde Kerk in 1889. " D e doleantie was natuurlijk een landelijke beweging en een deel van de Markenaren ging op zondag naar Amsterdam om de gereformeerde voorman Abraham Kuyper te horen preken. D e kerkscheuring op Marken is van buitenaf op het eiland afgekomen. Het interessante van het bestuderen van lokale geschiedenissen is natuurlijk dat je kunt zien hoe zulke processen zich concreet voltrekken", aldus Schutte. Vóór de afscheiding was nagenoeg het gehele eiland hervormd, maar deze kwam in de kleine gemeenschap minder hard aan dan verwacht. "De geloofsopvattingen van de hervormden en gereformeerden lagen niet zo ver uit elkaar. Beide groeperingen streefden naar een orthodoxere kerk. Ze hadden gemeen dat ze de predikanten die de afgelopen decennia op Marken preekten te vrijzinnig vonden. Misschien was er wel helemaal geen scheuring gekomen als er een sterke voorganger was geweest. D e kerkscheuring kwam niet onverwacht, al jarenlang hielden allerlei evangelisten alternatieve diensten op het eiland, waar veel mensen op afkwamen. Bovendien bleef men na de scheuring afhankelijk van elkaar." De kerkscheuring kwam ook tot uiting
in de gemeenteraad. De gereformeerden haalden twee van de zeven zetels, de rest ging naar de hervormden. Dat de opvattingen niet erg uiteenliepen, bleek toen de hervormden meestemden met het voorstel van de gereformeerden om de jaarlijkse kermis af te schaffen. Ook het voorstel tot strengere heiliging van de zondagsrust haalde een meerderheid. Alleen hotelhouder De Jong, tevens gemeenteraadslid, sputterde tegen. Hij vreesde een daling van zijn inkomsten door het verbod alcohol te schenken op zondag." In dat verband is nog een mooie anekdote te vertellen. D e hervormden meenden een geweldige nieuwe voorganger te hebben gevonden in de persoon van Hendrik Dreessen, die prachtig kon preken. Hij kwam in januari 1889 zijn eerste preek houden en de kerk zat al snel weer barstensvol. Er deden echter geruchten de ronde dat de nieuwe dominee in zijn vorige gemeente affaires had gehad met diverse vrouwen en regelmatig te diep in het glaasje keek. Maar hij kreeg het voordeel van de twijfel. T o t dat hij op Goede Vrijdag van dat jaar dronken op de kansel stond. Direct kon hij het eiland verlaten.
Een andere ingrijpende gebeurtenis waar Schutte uitvoerig op ingaat is de aanleg van de afsluitdijk in 1932. "Veel mensen denken dat de aanleg van die dijk een enorme verandering voor het eiland heeft betekend en dat er veel verzet tegen is geweest. Maar dat valt reuze mee. Al voor de aanleg van de dijk was de visserij op Marken hard achteruit gelopen en steeds meer mensen zochten werk op het vasteland. Bovendien was Marken de bijna jaarlijks terugkerende overstromingen meer dan zat. Veel eilandbewoners zagen de dijk wel zitten. Waar ze boos over waren was de slechte schadevergoeding voor vissers, maar door politieke druk hebben ze die flink weten op te schroeven." Visserij speelt op Marken tegenwoordig nauwelijks nog een rol. De laatste grote botter werd al in de jaren vijftig verbouwd om toeristen te kunnen rondvaren. Met de komst van het massatoerisme, ruim een miljoen bezoekers per jaar, staat Marken hoog in de top tien van Nederlands meest bezochte attracties.
Zo lijkt de cirkel van de mythe rond. "Als iedereen tegen je zegt dat je zo bijzonder en uniek bent, ga je dat op een gegeven moment ook zelf geloven. Zo heeft Marken zich deels veranderd in een levend museum. Maar dat kwam mede door factoren van buiten", aldus Schutte. D e bezoekers kwamen al eind vorige eeuw redelijk massaal naar het eiland, zeker nadat in 1885 de tramlijn Amsterdam-Monnickendam tot stand kwam. "De bevolking van Marken behoorde tot de armsten van Nederland in die tijd. Dus het is niet zo vreemd dat sommige dorpsbewoners een graantje mee probeerden te pikken van de belangstelling. De bewoners hebben wel voortdurend een ambivalente houding tegenover de sttoom toeristen gehouden. Dat zie je aan allerlei maatregelen die de gemeenteraad neemt om de bezoekersstromen te reguleren. Vooral de zondagsrust is een telkens terugkerend punt", zegt Schutte. Steeds meer mensen van buiten werpen zich op het behoud van "het nationaal museum Marken". Zo wilden veel bewoners na de watersnood van 1919 de ingestorte karakteristieke houten huizen vervangen door steviger bouwsels van steen. Maar daar kwam de landelijke Bond Heemschut, die ijvert voor het behoud van m o n u m e n tale bebouwing, met succes tegen in het geweer. De houten huisjes werden herbouwd. T o c h vindt Schutte Marken nog steeds geen versteende relikwie uit vroeger tijden. "De geschiedenis van de laatste twee eeuwen Marken is er een van modernisering. Dat heeft mede tot gevolg dat de samenleving pluriformer wordt en daardoor ontstaan belangentegenstellingen. Zo probeerde de beurtschipper begin deze eeuw de aanleg van de eerste telefoonlijn naar het vasteland tegen te houden, want hij was bang minder post te krijgen om te vervoeren. En nu klagen veel eilandbewoners over de komst van al die bezoekers. Weet je waarom? Marken is zo in trek dat de prijzen van de huizen de pan uitrijzen. Voor de oorspronkelijke bevolking zijn die niet meer te betalen. Dat heeft weinig te maken met een idyllisch willen vasthouden aan eeuwenoude waarden."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's