Ad Valvas 1997-1998 - pagina 193
AD VALVAS 6 NOVEMBER 1997
PAGINA 7
En nu dan promoveren Afgestudeerd politicologe Hadewych Hazelzet is, nadat ze een jaar als consultant heeft gewerkt, weer de collegebanken ingeschoven. Zij doet verslag van haar ervaringen als PhD-student aan de 'European University Institute' in Florence, Italië. Deze week deel 5: al dente.
De Vrije Universiteit moet meer voor liaar christelijk karakter durven uitkomen, stelt een groep VUwetenscliappers in een vorige week versclienen bundei. Hoe denken andere VU'ers daarover en hoe zou volgens hen de christelijke identiteit vorm kunnen krijgen in het onderwijs aan de universiteit? Een inventarisatie.
Hadewych Hazelzet
Illustratie: Aad Meijer
'Studenten trek je er niet mee' VU'ers plaatsen kanttekeningen bij pleidooi voor versterking christelijk karakter VU Prof.dr. H . M e i j e r i n g , decaan van de letterenfaculteit: "Ik heb het boekje zelf nog niet gelezen, dat wil ik vooropstellen, maar uit wat ik erover gelezen heb krijg ik de indruk dat de auteurs vinden dat er een kleine groep rechtvaardigen is, dat zijn zij, en dat er een veel grotere groep is die tekortschiet. Dat wijs ik af. Er gebeurt op de vu veel meer dan zij erkennen. Bij Letteren bijvoorbeeld wordt de omgang met de doelstellingen behoorlijk serieus genomen, onder meer bij benoemingen. Ik ben bij veel sollicitatiegesprekken aanwezig en ik vind het heel belangrijk dat sollicitanten niet nonchalant doen over de doelstellingen van de vu, al hebben ze daarover misschien een andere mening dan ik. Op zich vind ik het pleidooi van de werkgroep heel legitiem, maar ik zou niet weten hoe dat in de praktijk van het onderwijs vorm moet krijgen. Als de groep mij kan venellen hoe dat moet, wil ik er wel over nadenken. Ik ga eerst het boekje maar eens lezen, want ik neem aan dat daarin voorbeelden staan. Anders zou het me teleurstellen." Mariska K r a m e r , vijfdejaars rechtenstudente: "De reden om voor de vu te kiezen was voor mij dat het een christelijke universiteit is. Dat sprak me aan. Het christelijke karakter van de vu kom ik nu niet dagelijks duidelijk tegen. Maar je kunt het wel merken in de omgang, vind ik, al kan ik het moeilijk vergelijken met bijvoorbeeld de UVA. Ik heb wel op een christelijke én een niet-christelijke middelbare school gezeten. Die christelijke deed veel meer tegen het pesten van brugpiepers en dat soort dingen. De meeste studenten kiezen nu voor de vu vanwege de kwaliteit van het onderwijs, denk ik, niet meer vanwege het christelijke. Maar volgens mij hangen die twee sterk samen. Op de lange termijn werkt dat degelijke van de vu beter. Aan de andere kant zou ik het wel heel slecht vinden als de vu alleen nog maar christelijke mensen aatmeemt. Dat zou voor mij discriminatie zijn." Prof.mr. E . S c h r a g e , hoogle-
raar Europese rechtsgeschiedenis: "Ik waardeer het streven de grondslag ook in deze jaren sterk te laten gelden. De gedachte 'de vu zal bijzonder zijn of de vu zal niet zijn' van de opstellers van het boekje herken ik goed. Een aantal jaren geleden leidde ik een discussie tussen hen en de heer Jonker, hoofd Personeelszaken. Toen viel me op hoe groot de kloof tussen beiden was. Jonker zei: 'We moeten er allereerst voor zorgen dat we een goede universiteit zijn.' Voor beide standpunten kan ik wel sympathie opbrengen. De grondslag mag geen alibi zijn voor slecht werk. We moeten ook internationaal concurreren. Maar de vu moet ook niet zélf haar karakter overboord zetten. Ik ken een circulaire die een aantal jaren geleden rondging op het departement van het ministerie van onderwijs, waarin de vraag stond: 'Waarom voegen we die drie bijzondere universiteiten niet gewoon samen?' Die circulaire heeft het nooit verder gebracht dan het departement, maar het geeft wel aan dat de vu zich bewust moet blijven van haar eigen aard. In het onderwijs vind ik de grondslag van de vu niet zo moeilijk vorm te geven, zeker niet in de rechtswetenschap, die grotendeels op waarden en normen gebaseerd is. Toen ik uit Groningen naar Amsterdam kwam, zei men: 'Er zijn twee verschillen tussen de universiteiten hier: bij de vu kun je nog parkeren, en de rokken zijn er tien centimeter langer dan bij de UVA.' Beide gelden inmiddels niet meer, maar ik heb gemerkt dat er nog heel wat andere verschillen zijn. Om studenten te trekken hoef je de grondslag natuurlijk niet meer te accentueren. We zijn een regionale universiteit geworden, bijna niemand komt meer vanwege het christelijke naar de vu. Maar het zit wel diep in de cultuur ingebakken. Ik vind het dan ook goed dat dat boek nu eindelijk is verschenen. Dat houdt de discussie gaande." D r . J. V o s , docent Nieuwe Testament aan de faculteit der godgeleerdheid, die het twee jaar
geleden in het faculteitsblad Rabats een groot winstpunt noemde dat zijn faculteit in hoge mate is geseculariseerd: "Ik heb de brochure nog niet gelezen. Vooralsnog sta ik er afwachtend en kritisch tegenover. Of ik iets zie in het pleidooi van de werkgroep, kan ik niet zeggen op basis van wat ik er in de kranten over heb gelezen. Anders zou ik ongefundeerde uitspraken gaan doen." D r s . B . M . J . H e r m a n s , hoofd van het Onderwijs Adviesbureau: "We hebben bijna elfhonderd studenten die vorig jaar met hun studie zijn gestopt gevraagd waarom ze destijds naar de vu kwamen. Onderaan een lange rij redenen voor hun komst, zoals de bereikbaarheid van de vu en de stad Amsterdam, noemt 12 procent 'het karakter van de vu' en daar mag je de christelijke signatuur onder verstaan. Dat betekent 88 procent niet! Voor zover ik weet zegt verder de helft of meer van alle studenten die op dit moment staan ingeschreven, geen geloofsovertuiging te hebben. Als je dan het christelijke karakter al te zeer benadrukt, creëer je een zekere spanning met een belangrijk deel van je populatie. Misschien is dan de consequentie wel dat je voor een aantal opleidingen de deur moet sluiten. En het is de vraag of je dat er voor over hebt. Ik geloof overigens wel dat het mogelijk is om het christelijk karakter in het onderwijs tot uitdrukking te laten komen. Statistiek is statistiek, daar is niets christelijks aan, en zo zijn er een heleboel vakken die geen christelijke invalshoek hebben. Maar je kunt wel meer filosofie, meer reflectie op wetenschap in de opleiding brengen." P r o f . d r . C . L o r e n z , verbonden aan de vakgroep geschiedenis van de letterenfaculteit: "Ik heb geen heldere opinie over de ideeën van de werkgroep-Bos, omdat ik er slechts zeer summier kennis van heb genomen. Ik hou mij met andere zaken bezig. Ik zie in elk geval geen reden waarom de letterenfaculteit ineens extra aandacht aan de doelstelling
van de vu zou moeten besteden. De problematiek van normen en waarden heeft altijd al hoog gescoord aan deze faculteit. Het geluid dat de christelijke identiteit onvoldoende aandacht zou krijgen, is overigens nooit afwezig geweest aan de vu. Volgens mij zijn er helemaal geen nieuwe inzichten op dat gebied. Ik begrijp dan ook niet waarom het verschijnen van het boek van de werkgroep-Bos nu ineens nieuws is. Niet alles wat gedrukt wordt is nieuws. Er verschijnen veel overbodige boeken."
Rector magnificus prof.dr.
T . S m i n i a : "De omgeving van de Vrije Universiteit is veranderd sinds de oprichting in 1880 en de vu heeft daar steeds op verantwoorde wijze op proberen in te spelen. Daardoor is de vu inmiddels uitgegroeid tot een universiteit waar pluralisme een belangrijk element is. De bundel van de werkgroep-Bos is op zichzelf een goed initiatief. Hij betrekt ons op pregnante wijze bij vragen die je kunt stellen over de richting van de vu. Maar de visie van Bos en de andere auteurs is niet de enige visie. Het is maar één uiting van het pluriforme karakter van de vu. Wij staan voor de taak om al de visies die binnen de vu bestaan, met elkaar in contact te brengen. Ik vind het jammer dat het boek blijft hangen op academisch niveau en niet concreet wordt. Want de kunst is nu juist om een concrete vertaling te geven aan de doelstelling van de vu. De auteurs hadden hun ideeën handen en voeten moeten geven, zoals de vu dat sinds jaar en dag probeert te doen in het onderwijs, het onderzoek en de omgang met elkaar. In het onderwijs proberen we ons in te zetten voor een zo groot mogelijke ontplooiing van de student; in het onderzoek richten we ons op velden die maatschappelijk relevant zijn, zoals milieuvervuilingsproblemen en ontwikkelingssamenwerking. En wat de omgang met elkaar aan de universiteit betreft proberen we niet alleen een zakelijke doelgemeenschap, maar ook een leefgemeenschap te zijn."
"De volgende keer zou ik dit iets minder lang laten doorkoken." Een kritische blik over mijn schouder. De deksels van de andere parmen worden discreet even opgetild. Het ervaren reukorgaan inhaleert diep. Zouden mijn brouwsels de smaakpupillen prikkelen? In de juiste mate doen watertanden? Hm. Met neergeslagen ogen schep ik mijn bord vol. Nog net op tijd leg ik mijn lepel neer. Spaghetti eet je alleen met een vork. Vroeger gooide ik de pasta altijd tegen de tegelwand achter het fornuis: als de slierten bleven plakken waren ze gaar, vielen ze naar beneden dan moesten ze nog even. Barbaars. Pas enkele uren later zal de keuken zich vullen met de geuren van de Italiaanse familie bij wie ik woon. Geraffineerd. Uitnodigend. Precies goed. De keuken is het middelpunt van het leven hier. De deuren naar het balkon wijd open om de bak- en braadluchten van de buren te kimnen keuren. Wie het waagt de speciale kast voor potten en pannen te openen stoot het hoofd tegen een enorme gezoute prosciuto, rauwe ham die je in Nederland nog niet eens bij de slager ziet bungelen. Het ouderwetse marmeren aanrechtblad vol met verse kruiden, vier soorten azijn en nog meer soorten pasta. Raspen voor de verschillende soorten kaas. Wijn en water op tafel. Nergens in Italië zijn zoveel regels als in de keuken. Als ik vroeg naar college vertrek, staat de koffie al te pruttelen en zijn de verse broodjes al gehaald. Als ik laat naar bed ga, is het licht er nog aan: gepofte kastanjes pellen is heel veel werk. Mocht ik tussen de middag thuis zijn, dan kan ik er zeker van zijn dat een klein gezelschap zich rond de keukentafel heeft geschaard voor de lunch, 's Avonds wordt hetzelfde ritueel herhaald. Vorige week zat ik een tijdschrift te lezen aan de keukentafel, wachtend tot de aardappelen kookten. Een blik over mijn schouder. Giomak feminista? Giovanni haalde zijn neus op. O, hij kende wel feministes. Buitengewoon succesvol, charmant, doelgericht, bewonderenswaardig. Eén keer had hij echter de keuken van een feministe betreden. Zo'n vies gezicht had ik hem zelfs niet zien trekken bij het zien van stamppot. De tirade die volgde was niet zo ouderwets dat gewezen werd op de plaats van de vrouw achter het aanrecht. Nee, tijden waren veranderd. Tuurlijk. Maar de essentie van la dolce vita verwaarlozen in naam der carrière en zelfstandigheid? Dat kan toch nooit de bedoeling geweest zijn. Als ik tijdens het middaguur in de mensa mijn Italiaanse huis-, tuin- en keukenverhalen vertel aan mijn medestudenten, zie ik jaloerse blikken. Velen wonen met studenten vanuit heel Europa in een huis, spreken daar Engels of Frans of hmi moedertaal en eten warm in de mensa. Een groot deel van het leven aan het Europees Universitair Instituut speelt zich af in een andere wereld, ondanks verwoede pogingen de tanden te zetten in alles wat Italiaans is. Vele tradities en gewoonten gaan aan je voorbij. Zo blijken juist op het moment dat je besluit te integreren en zelf eens serieus een maaltijd wilt voorbereiden de winkels gesloten in verband met Allerheiligen. Terwijl ik dan maar mijn maag vul met speculaas en drop dat in grote hoeveelheden wordt opgestuurd vanuit het moederland, luister ik naar de onophoudelijke bedrijvigheid vanuit de keuken. 'Mamma! Mamma!' klinkt het vanachter de beeldbuis. Giovanni komt aansnellen vanuit zijn domein, zijn handen afvegend aan zijn schort. De chef de la cuisine. "Mamma is er niet, caro bambino. Dat weet je toch? Die is veel te druk met haar carrière. Maar kijk eens wat ik vandaag weer voor lekkers voor je klaargemaakt heb."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's