Ad Valvas 1997-1998 - pagina 151
PAGINA 7
AD VALVAS 23 OKTOBER 1997
En nu dan promoveren
Goud zoeken in Afrika
Afgestudeerd politicologe Hadewych Hazelzet Is, nadat ze een jaar als consultant heeft gewerkt, weer de collegebanken ingeschoven. Zij doet verslag van haar ervaringen als PhD-student aan de 'European University Institute' in Florence, Italië. Deze week deel 4: senso unico.
Studenten geologie vertrekken voor veldwerk naar Zuid-Afrika De goudindustrie van Zuid-Afrika lieeft meer dan ooit behoefte aan geologen om hen de weg t e wijzen naar het goud. De Zuid-Afrikaanse universiteiten kunnen de vraag naar geologen niet aan en daarom halen ze studenten aardwetenschappen van de VU. Martine Zuidweg Een glooiend groen landschap met dorpjes waar daken van riet ronde hutten tegen het zonlicht beschermen. Her en der wonen boeren die )e maar beter in het Afrikaans kunt aanspreken en niet in het Engels. Dat IS zo ongeveer de setting waarin vier studenten aardwetenschappen van de vu naar goud gaan zoeken. Zi) reizen over enkele maanden af naar het noordoosten van Zuid-Afrika, tegen de grens met Zimbabwe, waar de Frankemijnen liggen, geflankeerd door kleine gemeenschappen gepensioneerde mijnwerkers. Een mijnbouwbedrijf heeft de Randse Afrikaans Universiteit in Johannesburg vorige maand 150.000 gulden gegeven in ruil voor deskundig advies. Van de geologen wordt verwacht dat ze zo precies mogelijk m kaart brengen waar het goud in het gebied te vmden is. D e universiteit heeft echter één probleem: ze heeft met genoeg geologen m huis. Als studenten in Johannesburg de belangrijkste vakken hebben afgerond, keren ze de universiteit meestal de rug toe nog voor ze onderzoekservaring hebben opgedaan. De diamant- en de goudindustrie, waar volop werk IS en de lonen goed zijn, lokt de studenten weg voor ze aan veldwerk toeko-
ook goud, dat na verloop van tijd door erosie aan de oppervlakte komt. G o u d wordt vooral gevonden in landen als Canada, Australië en Zuid-Afrika, waar het gesteente in de aardkorst twee tot tweeëneenhalf miljard jaar oud is. Soms ligt het voor het oprapen, zoals in Johannesburg, meestal ligt het dieper m de grond. In het gebied van de Frankemijnen kun je de grond in ieder geval niet zien glinsteren. "Dat ze in dit gebied ooit goud hebben gevonden, was gewoon stom toeval", zegt Huizinga. Omdat het mijnbouwbedrijf dat in het gebied opereerde niet precies wist m welk gesteente het goud zat, gingen de werknemers grof te werk. M e t graafen boormachines sleepten ze zoveel mogelijk steen bij elkaar en gooiden alles op een grote hoop. N a het filteren kwam per ton steen zo'n vijf gram goud tevoorschijn. Vier jaar geleden gmg de mijnbouwondememing over de kop, want de hoeveelheden goud die werden gevonden waren te klein. Huizenga: "Toen ze op een gegeven moment op een dood spoor terechtkwamen en een tijdje niets vonden, gingen ze meteen failliet. Terwijl het goud vijf meter verderop alweer bleek te zitten, maar dat wisten ze met."
'Dat ze in het noordoosten van Zuid-Afrika goud hebben gevonden, was stom toeval'
men. Daarom kwam dr. Jan Marten Huizenga (31), die sinds 1995 geologie doceert aan de Randse Afrikaans Universiteit in Johannesburg, naar Amsterdam. Eerder deze maand verbleef hij een week aan de vu om studenten aardwetenschappen warm te maken voor veldwerk in de Frankemijnen van Zuid-Afnka. Huizenga studeerde aan de v u en promoveerde er op vloeistoffen in 'schuifzones', een soort open plekken diep in de aardkorst die ontstaan doordat gesteentes tegen elkaar aan schuiven. De vloeistoffen in het gesteente bewegen zich via de weg van de minste weerstand naar die schuifzones. In die vloeistoffen zit
Dat het goud tot voor kort voor het grijpen lag in Zuid-Afnka, maakte de goudindustrie lui. Waarom zouden we veel geld en tijd aan geologisch onderzoek besteden, vroegen de goudzoekers zich af, als we het goud even goed zelf kunnen vinden. N u het meeste goud aan de oppervlakte echter is afgegraven, moeten de producenten in Johannesburg de diepte m en Anglo A m e n can, met 225 ton goud per jaar de grootste goudproducent ter wereld, trekt verder Afrika m. Naar het voorbeeld van Australische goudwinners, zijn de Zuid-Afrikaanse producenten er de laatste jaren bovendien op gespitst efficiënter te gaan werken. Ook in het gebied van de Frankemijnen. Volgens Huizinga kan de goudwirming op een veel minder omslachtige manier gebeuren dan
Hadewych Hazelzet
Proefboringen moeten uitwijzen waar veel goud te vinden is. die van het failliete bedrijf. "Je hoeft natuurlijk niet al het gesteente op te graven. Je kunt het arme gesteente laten zitten en alleen het rijke gesteente uit de grond halen." Maar dan moet wel duidelijk zijn waar het rijke gesteente precies te vinden is. Het bedrijf dat recent de mineraalrechten op het gebied van de overheid kocht, heeft de geologen ingeschakeld om dat de onderzoeken. In februari assisteren de studenten aardwetenschappen hen. Huizenga: "Ze gaan dat gebied karteren: het gesteente aan de oppervlakte m detail op kaart zetten. D e bedoeling is dat ze dan tot een theoretisch model komen, een basiskaart van waaruit je verder naar het goud kunt zoeken." Helemaal blanco beginnen ze niet. T o e n Huizenga vorig jaar
iwafÄ»**'^
De setting waarin vier studenten aardwetenschappen van de VU naar goud gaan zoelcen.
Foto's Jan Marten Huizenga Fnl
met de gepensioneerde mijnwerkers praatte, hielpen zij hem al op weg. "Deze mensen hebben misschien weinig geologische kennis, maar ze hebben veel praktijkervanng. Ze zeiden: 'Je moet het roestbruine gesteente hebben en het groene maar laten zitten, want daar zit toch niks m'. Ze bleken het bij het rechte eind te hebben." Huizenga is blij met de hulp van de vier studenten van de vu. Ze hebben meer ervaring m het veld dan de gemiddelde student van zijn universiteit in Johannesburg, omdat het veldwerk op de vu al vanaf het eerste jaar deel uitmaakt van het onderwijsprogramma. "Ik weet dat ik mensen krijg die weten hoe ze in het veld moeten werken", zegt Huizenga. Voorlopig is er geen plaats voor meer dan vier studenten, omdat de woonruimte beperkt is. Maar volgend jaar hoopt Huizenga opnieuw vier geologiestudenten van de vu te verwelkomen. Als ze willen, kunnen de studenten in Zuid-Afrika zo aan de slag. "Je kunt mijngeoloog worden", oppert Huizenga. "Maar dat is niet de meest prettige baan die je kunt krijgen. D a n moet je ondergronds werken en beslissen of de mijnwerkers wel de goede richting op hakken. Of je gaat het veld m op zoek naar nieuwe afzettingen, kijken waar een proefbonng gezet moet worden." Voor vijfdejaars student geologie T w a n Kleeven is de werkgelegenheid in Zuid-Afrika een van de redenen waarom hij Huizenga zal vergezellen. Daar komt bij dat hij graag onderzoekservaring wil opdoen met een type gesteente als goud. Maar de belangrijkste reden voor zijn vertrek deze winter is dat de resultaten van het onderzoek in de Frankemijnen direct gebruikt zullen worden. "Tot nu toe droeg het veldwerk waar ik aan heb meegedaan alleen bij aan de wetenschap. De resultaten van dit onderzoek worden gebruikt voor de goudindustrie. Dat is tenminste concreet."
Kaartlezen was al nooit mijn sterkste kant. Niet dat ik daarmee in Florence geholpen zou zijn. Als buitenlander in een auto deze Italiaanse stad proberen te doorkruisen is een mission impossible. Steeds als ik dacht dat we de plaats van bestemming bijna hadden bereikt, stond er weer zo'n bordje: senso unico. Vervolgens word je via omleidingen steevast naar precies de andere kant van de stad geleid. Ik zat al niet al te ontspannen in de auto naast mijn moeder, de benen in de nek. Wonder boven wonder hadden we mijn hele hebben en houwen erin gekregen. Toegegeven, uit de oorspronkelijke hoeveelheid die ik klaar had staan had ik drie keer een selectie moeten maken. T o t de kelder van mijn ouders volstond. Maar ach, wat had ik nou nodig? Een nieuw begin vraagt altijd om rigoureuze keuzes. Gewoon recht vooruit blijven gaan. Plankgas. Was dat alweer diezelfde rotonde? Geen tijd voor aarzeling. Als bij een wonder kwamen we bij Adèle aan. Kamer te h u u r achter de kathedraal. Duizend gulden betalen of met een Italiaanse student op de kamer. Volgende adres. Pas op voor de hond. In strakke rode broek wiegde Sandra voor ons de trap af naar de vroegere dienstvertrekken. Sinds de scheiding van haar man had ze meisjes op kamers. Liever geen bezoek. Je weet maar nooit, met een knipoog naar mijn moeder. Ze had wel een leuke zoon die graag zijn Engels wilde verbeteren. Knipoog naar mij. Telefoon? Nee, sorry. Maar vind je dat roze met gouden slaapkamerameublement niet snoezig? H e t verkeer bracht ons weer bij zinnen: scooters raasden om ons heen het smalle steile weggetje af. Zonder helm met hondjes, kinderen en boodschappenmanden tussen de benen op de motorino. Zou de Florentijnse Via Via uitkomst bieden? Niet als je nog geen Italiaans spreekt. Een makelaar misschien. Ja hoor, prachtappartement naast de Ponte Vecchio. Lopend erheen dit keer. Ik kon de prijs die hij noemde niet verstaan door het voorbijdenderende verkeer. Niets te zien vanwege de gesloten luiken. Ik bel morgen wel terug. Van de enkele medestudent die ik tussendoor ontmoette, hoorde ik griezelverhalen over kamers waarin je niet eens rechtop kon staan, of waar de trein onderdoor raasde. Maar, verzekerden ze me, ik mocht blij zijn dat ik niet in de hete septembermaand was gekomen: het ellebogenwerk onder de eerstejaars had meteen de toon gezet in h u n sociale leven. Enigszins bezorgd meldde ik me bij de housing service van de universiteit. Daar hadden ze immers steeds verzekerd dat iedereen hier binnen twee dagen geschikte woonruimte vindt. Een dichte deur. O, die zijn op vakantie. Kunt u volgende week terugkomen? We raasden weer de heuvel af waarop de universiteit boven de stad uittorent. Het lukte al m één keer zonder spookrijden. Voor we het wisten belandden we weer op de weg naar Sienna. Afslag gemist. N o u ja, je kimt je een vervelender uithoek indenken om ongewild te belanden. Op een terras overdachten we onze opties. We hadden kunnen bedenken dat briefjes en kranten niet werken m dit land. Via via is de enige weg. Maar ons familienetwerk was bij de grens reeds uitgeput. D e Rotary zelfs mgeschakeld. D a n toch maar Adèle bellen? We zigzagden door de Toscaanse heuvels terug naar ons pensionnetje. De poltrona kwam ons opgewonden tegemoet lopen. Ze had ook eens rondgebeld. Wat dacht ik van een kamer bij een vnendin van haar? Ze wist niet of al die dozen erin zouden passen, maar het was goedkoop, gezellig en tussen de universiteit en de stad in. We stortten ons in een laatste wanhoopspoging het verkeer in. H a d jij de kaart bij je? Alle kiosken gaven nul op het rekest. Sorry, de kaarten zijn in herdruk. Maar volgende week komen de nieuwe exemplaren. D e eenrichtingswegen worden deze week namelijk verlegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's