Ad Valvas 1997-1998 - pagina 459
AD VALVAS 5 MAART 1 9 9 8
PAGINA 9
7ou u niet eens een goudvis nemen?' Publiciste Karin Spaink hekelt bemoeizucht van overheid, wetenschappers en welzijnswerkers Door zich met affectieve relaties van mensen te ' moeien dreigt de overheid onaanvaardbaar dlitaire trekjes aan te nemen. Dit stelde publiciste Karin Spaink tijdens een lezing die ze dinsdag 3 maart hield bij de faculteit sociaalculturele wetenschappen. Ze noemde diverse voorbeelden van bestuurders, wetenschappers en welzijnswerkers die trachten in te grijpen in het privéleven van mensen. "Een extremisering van het welzijnsdenken", vindt Spaink.
dekten wetenschappers een positieve relatie tussen de gezondheid en het houden van huisdieren. In Melbourne bleek bij bezitters van huisdieren niet" alleen de bloeddruk, maar ook het cholesterolgehalte gemiddeld lager te zijn dan bij niet-dierbezitters. "Zelfs het kijken naar vissen in een aquarium heeft, hoewel de interactie hier duidelijk alle kenmerken van eenrichtingsverkeer vertoont, een vergelijkbaar en meetbaar effect", aldus Spaink. Dat wetenschappers zich met dergelijke zaken bezighouden is volgens Spaink tot daar aan toe, maar daar blijft het niet bij. "Sinds enige tijd worden pogingen in het werk gesteld om door middel van affectie-regulering de volksgezondheid metterdaad te bevorderen, als flankerende maatregel in het kader van preventiebeleid."
Dirk de Hoog "In de drang om aan preventie tegen allerlei gezondheidsrisico's te doen, kan de overheid doorslaan naar een big brother is zvatching you-staat. Dat vind ik doodeng", aldus Karin Spaink. De schrijfster van onder meer Het strafiare lichaam was één van de gastsprekers die de faculteit sociaal-culturele wetenschappen had uitgenodigd in het kader van het voor studenten verplichte colloquium 'De ideologie van de markt'. Spaink hield op 3 maart een lezing over Levensstijlen, lichaam, leed en lijden als handelswaar. Met dit onderwerp kon Spaink twee van haar favoriete onderwerpen met elkaar verbinden: intermenselijke affectieve relaties en allerlei opvattingen over gezondheidszorg. D e publiciste, die zelf aan de spierziekte multiple sclerose leidt, werd mede bekend door de introductie van de term 'orenmaffïa'. Daarmee doelde ze op medici, kwakzalvers in haar ogen, die menen dat allerlei ziektes zoals kanker en aids niet zozeer een biologischmedische oorzaak hebben, maar een psychisch-emotionele. "Alsof de oorzaak van al dat lichamelijke lijden tussen )e oren zit", aldus Spaink. Tijdens haar lezing verzette ze zich tegen de manier waarop de overheid, wetenschappers en welzijnswerkers via allerlei preventieprogramma's mensen willen behoeden voor vermeende gezondheidsrisico's. "Het is de vraag wat mensen uiteindelijk zelf kunnen bijdragen aan hun gezondheid door zogenaamd verstandiger te gaan leven. Oké, niet roken helpt wellicht. Maar of door een cholesterolverlagend dieet de kans op een hartinfarct afneemt, is nog maar zeer de vraag. Wat aan preventie tegen ziektes werkelijk helpt zijn zaken als zuiver drinkwater, een goede riolering, schone lucht en controle op het voedsel door de keuringsdienst van waren, zodat we geen bedorven of verontreinigd eten binnenkrijgen. Daar moet de overheid zich mee bezighouden in plaats van zich betuttelend te gaan bemoeien met het privéleven van bturgers." Ze noemde een aantal experimenten waarbij wetenschappers en welzijnswerkers trachtten het affectieve leven van mensen te beïnvloeden omdat dit een positieve invloed op de gezondheid zou hebben. "Dit is een extremisering van het welzijnsdenken. Het is zo bizar", meende Spaink, die bij het behandelen van sommige voorbeelden
Gezondheidsrisico
Karin Spaink: 'De overheid moet zich niet betuttelend gaan bemoeien met het privéleven van burgers.'
Yvonne Compier - AVC/VU
haar lachen niet meer kon inhouden. "Maar alle voorbeelden hebben echt plaatsgevonden. Ik heb de brormen er bijgezet", zweerde ze met de hand op haar hart.
Plantje Zo refereerde ze aan een onderzoek uit 1972. Een groep bejaarden in een verpleeghuis kreeg een plant waarvoor ze moesten zorgen. Een andere groep kreeg een plant waar ze alleen maar naar mochten kijken. Het water geven moesten ze overlaten aan het personeel. Volgens de onderzoekers zou de mogelijkheid het plantje te koesteren leiden tot een betere lichamelijke en mentale gezondheid. En inderdaad vonden ze na anderhalf jaar een aanmerkelijk verschil in sterftecijfers tussen beide groepen. Bij degenen die alleen naar het plantje mochten kijken
lag het sterftecijfer twee keer zo hoog. In een ander onderzoek brachten wetenschappers van zevenduizend proefpersonen de huwelijkse staat, het aantal intieme vriendschappen, de hechtheid van familiebanden en het lidmaatschap van kerken en verenigingen in kaart. Zo konden ze vaststellen hoe het met de sociale verankering gesteld was. Die varieerde van uiterst geïsoleerd tot sterk en divers. E n wat bleek? N a negen jaar lag de sterfte onder respondenten met weinig contacten twee tot vijf maal hoger dan bij de sociaal actieve groep. Spaink vindt dat wetenschappers de verkeerde conclusies uit dit soort gegevens trekken. "Dit soort onderzoek suggereert dat sociale isolatie en gebrek aan maatschappelijke verbondenheid sec de ontvankelijkheid voor ziekte verhogen." Ze vergeleek deze
opvatting met de mening van de hoofdpersoon in de roman Malina van Ingeborg Bachmann uit 1971. Die stelt dat verliefdheid ertoe leidt dat er "minder kanker en tumor, astma en infarcten, koorts, infecties en inzinkingen zijn". Ze vraagt zich af of het niet haar plicht is "de wetenschap te informeren ov«r dit eenvoudige middel, zodat het onderzoek, dat alle kwalen met steeds geraffineerdere medicijnen en behandelingen meent te kunnen bestrijden, een grote sprOng voorwaarts zou kunnen maken." Volgens Spaink is het animo onder wetenschappers om dit wondermiddel te onderzoeken gaandeweg toegenomen. "Steeds meer wetenschappers geven zich over aan de studie van het rijke en veelzijdige verband tussen liefde, genegenheid en aandacht enerzijds en gezondheid anderzijds." Zo ont-
Spaink haalde een vergaand experiment aan uit Almere. In een wijk stelden buurtwerkers begin jaren tachtig een sociale kaart samen om te achterhalen welke mensen met gebrek aan affectieve relaties een verhoogd gezondheidsrisico zouden lopen. Daarbij werden allerlei gegevensbestanden, zoals het bevolkingsregister en cijfers van het energiebedrijf, geraadpleegd. De 'eenzamen' werden uitgenodigd voor een intakegesprek in het buurthuis en gestimuleerd deel te nemen aan sociale activiteiten. "Overigens waren niet alle wijkbewoners die op deze manier werden benaderd onverdeeld positief over deze aanpak. Ze vertelden niet gediend te zijn van een dergelijke inmenging in hun privéleven", wist Spaink. Zij noemde nog een aantal andere voorbeelden van pogingen de behoefte aan affectieve relaties te reguleren. D e experimenten variëren van bonnen voor gehandicapte mannen om het bordeel te kurmen bezoeken tot en met een aaihondenproject in Hilversum. Daar bezoeken vrijwilligers met h u n hond regelmatig het bejaardenhuis. De ouderen zouden reikhalzend naar de bezoekjes uitkijken en zich na afloop fitter en actiever voelen. Bovendien zou een voordeel zijn dat de hond functioneert als gangmaker van het gesprek tussen de bejaarde en de vrijwilliger. T o e n Spaink voor de grap al deze voorbeelden vervatte in een Advies van de Commissie Affectieve Relaties aan de minister van volksgezondheid en welzijn en dat liet lezen aan enkele bevriende politici, bleken deze tot haar verbijstering wild enthousiast te zijn en de 'voorstellen' heel serieus te nemen. Het beïnvloeden van intermenselijke relaties onder het m o m van gezondheidspreventie bleek absoluut geen politiek taboe. Spainks 'advies' is te lezen in haar recent verschenen bundel essays onder de titel AI/V* *doorhalen wat niet van toepassing is. Kann Spaink: M/V* *Doorhalen wat met van toepassing is, Nijgh Van Ditmar, Amsterdam, 1998, ISBN 9038867697173, ƒ29,90 Spaink heeft een uitgebreide site op Internet' httpV/home pi net/~kspaink
VU-studenten (m/v) willen later zorg voor
delen
Zowel mannelijke als vrouwelijke VU-studenten zeggen in overgrote meerderheid later minder te willen gaan werken als er kinderen komen. Vrouwen zeggen vaker dan mannen te zullen stoppen met werk. De meeste mannelijke economiestudenten gaan er van uit dat hun partner wel zal stoppen. Dat blijkt uit een enquête van de emancipatiecommissie van de VU onder bijna vijfhonderd studenten.
Op de vraag wie op de arbeidsmarkt de grootste kansen heeft, antwoordde bijna 60 procent: 'de man'. Slechts 5,3 procent zag voor vrouwen meer kansen weggelegd. De rest zag gelijke kansen voor man en vrouw (ruim 30 procent) of wist het antwoord niet (4,1 procent). De emancipatiecommissie hield de enquête als opwarmertje voor de viering van internationale vrouwendag op de v u op maandag 9 maart. Op die dag zullen de resultaten worden gepresenteerd. Daarnaast wordt tijdens de viering, van 12.00 tot 13.30 uur in de foyer van het Hoofdgebouw, de tweejaarlijkse stimuleringsprijs positieve actie uitgereikt aan een dienst en een faculteit die de afgelopen jaren hebben laten zien werk te maken van het aannemen en laten doorstromen van vrouwen. Het geheel zal worden opgeluisterd door de Utrechtse cabaretière Marijke Boon.
Peter Boerman De geënquêteerde studenten bleken goed op de hoogte van het aantal vrouwelijke hoogleraren dat de v u in dienst heeft. Slechts eenderde dacht dat het aantal vrouwen meer dan 10 procent van het hele hooglerarenkorps uitmaakt. De rest schatte het percentage lager. Terecht, want van de 270 hoogleraren op de v u zijn er slechts achttien vrouw, zo'n 5 procent. Ook het aandeel van vrouwen in de test van docentengilde werd door de
studenten redelijk ingeschat. Iets meer dan 56 procent dacht dat het aantal vrouwen tussen de 10 en 25 procent lag. Dertig procent dacht dat het meer was, de overige 14 procent dacht dat nog niet één op de tien docenten van het vrouwelijke geslacht was. Een misvatting: onder universitair hoofddocenten is het percentage vrouwen weliswaar minder dan 10 procent, maar van de veel grotere groep universitair docenten is bijna een kwart vrouw. Met de vraag naar het aantal vrouwelijke studenten hadden de ondervraag-
de studenten het een stuk moeilijker. Weliswaar dacht maar 2 procent dat minder dan 30 procent van alle studenten van de vu vrouw is, toch was zo'n 60 procent er van overtuigd dat de studerende bevolking van de vu voor meer dan de helft uit mannen bestaat. In werkelijkheid maken vrouwen op dit moment 52 procent uit van de hele vu-populatie, een lichte meerderheid. Het werk van de emancipatiecommissie, de organisator van de enquête, bleek bij de meeste studenten nauwelijks bekend. Acht procent dacht ten onrechte dat de commissie er onder meer is voor de emancipatie van allochtonen. Zes procent meende dat de commissie er ook is voor gehandicapten. Ruim eenvijfde wist dat de emancipatiecommissie zich sterk maakt voor de positie van vrouwen. Zo'n 71 procent van de studenten gaf te kennen nog helemaal nooit van de commissie gehoord te hebben. Degenen die wel met de commissie bekend
waren, deden h u n informatie in hoofdzaak op uit Ad Valvas (60 procent), via de studiegids (13 procent), Internet (2 procent) of de folder van de commissie (2 procent). Bijna eenderde vulde bij deze vraag 'anders' in. D e emancipatiecommissie had ook twee vragen opgenomen om de emancipatiegraad van studenten te meten. Daaruit bleek een hoge mate van politieke correctheid. Op de vraag 'als ik later werk en kinderen krijg, geef ik de voorkeur aan:' antwoordde 56 procent 'beiden minder werken' (46 procent van de mannen en 79 procent van de vrouwen). Van de mannen gaf 17 procent de voorkeur aan 'de parmer minder werken', onder vrouwen was dit slechts 5 procent. Vrouwen boden vaker aan zelf minder te gaan werken als er kinderen kwamen: 12 procent, tegenover 8 procent van de mannen. Deze antwoorden werden nogal vertekend door de mannelijke economen. Die wilden vooral dat de parmer de zorg voor de kinderen op zich neemt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's