Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 684

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 684

9 minuten leestijd

PAGINA 14

AD VALVAS 11 JUNI 1998

'Ik draag geen enkele verantwoordelijkheid voor Diekstra's plagiaat' Psycholoog Kerkhof over zijn rol in de Diekstra-affaire In zijn nieuwe boek noemde Renê Diekstra VU-hoogleraar klinische psychologie AJ.F.IVI. Kerkhof een 'Judas' naar aanleiding van diens rol in de plagiaataffaire. Kerkhof legt uit waarom Diekstra een valse voorstelling van zaken geeft.

A.J.F.M. Kerkhof In Ad Valvas van 28 mei jongstleden trof ik een bnefje aan dat ik in begin september 1996 aan René Diekstra schreef om hem te bedanken voor een bos bloemen die ik van hem kreeg by mijn afscheid aan de RUL. Hij kon niet bi) mijn afscheid aanwezig zijn vanwege de contouren van de plagiaataffaire die zich toen begonnen af te tekenen. Ik vind het nog steeds een keurig bnefje en trek daar geen woord van terug. De context waarin ik dit bnefje nu in Ad Valvas terugvind is echter een valse. Voor een goed begrip zet ik de feiten nogmaals op een rijtje. Het moment waarop ik ontdekte dat ik nietsvermoedend by plagiaat betrokken was lag in emd oktober 1996, ruim zeven weken na mijn afscheid bij de RU Leiden en na het versturen van het bewuste briefje. By navraag ontving ik toen een bnef van de oorspronkelijke auteur (S. Platt) van het stuk dat ik op verzoek van Diekstra had helpen "aanpassen aan de Nederlandse situaoe", waann hij mij meedeelde dat Diekstra geen letter had bijgedragen aan het oorspronkelijke stuk en dat naar zijn mening sprake was van plagiaat. Diekstra had bij mij de indruk gewekt de auteur te zijn van een Engelstalig manuscript dat met enige aanpassing ook in het Nederlands geschikt zou zijn voor publicatie. Samen met Diekstra heb ik toen het stuk bewerkt, de lijst van referenties samengesteld en het vervolgens met Diekstra als eerste auteur aangeboden aan het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. D e naam Platt kwam op de lijst van referenties niet voor. Ik was m dit verband tot twee keer toe misleid. Ik had namelijk al eerder de overeenkomsten opgemerkt met een door Platt gepubliceerd stuk en heb Diekstra geconfronteerd met deze overeenkomsten en hem gevraagd hoe dat kon. Diekstra antwoordde toen dat het betreffende stuk een gezamenlijke productie geweest was van enkele deelnemers aan een workshop van de WHO, dat hijzelf daar de grootste inbreng in gehad had en dat het volstrekt gebruikelijk en toelaatbaar was voor alle deelnemers aan deze workshop om ieder voor zich dat matenaal te bewerken tot een publicatie. Dat verklaarde dat er twee publicaties over hetzelfde matenaal waren verschenen, ik heb hem toen geloofd en er verder totaal geen aandacht meer aan

Prof.dr. A.J.F.M. Kerkhof: 'Ik was toevallig op een slecht moment in Diekstra's omgeving en hij heeft mij geheel buiten mijn weten in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd.'

Peter Wolters - AVC/VU

geschonken. Pas nadat het vermoeden rees dat Diekstra een heel boek had gekopieerd van de Amerikaan G. McEnery, in begin oktober 1996, schoot het voorval me weer te bmnen. T o e n begon het me pas te dagen dat ook ik wellicht betrokken zou kunnen

zijn in deze affaire. Ik vond toen dat ik verplicht was om het verder uit te zoeken. Ik schreef een brief aan Plan ter opheldermg. Zijn antwoord was duidelijk: hier was sprake van plagiaat. Vanaf dat moment vloeide het één logischerwijze uit het ander voort. Ik kon niet meer terug. Niet melden bij de RU Leiden was geen optie: de auteur (Platt) was immers op de hoogte van het plagiaat. D e mogelijkheid om het vermoeden van plagiaat opnieuw aan Diekstra voor te leggen heb ik uiteraard overwogen. Mijn voorspelling was dat hij opnieuw zou ontkennen en mij zou trachten over te halen om m een andere voorstelling van zaken te geloven. Wellicht zou hij

mij hebben trachten te overtuigen van het ongelijk van Platt. Ik vond echter dat ik met de geschikte persoon was om na te gaan wat de waarheid was. ik vond dat de commissie-Hofstee dat maar moest doen. D e mogelijkheid om de melding eerst voor te leggen aan de vakgroep klinische psychologie, zoals enkelen later hebben gesuggereerd, was natuurlijk uitgesloten. Diekstra moest een faire kans hebben om zich te verdedigen. Zolang de commissie-Hofstee bezig was heb ik niemand anders dan de decaan van de Sociale Faculteit van de RU Leiden en twee deskundige vertrouwelingen die mij hebben geadviseerd hoe te handelen op de hoogte gesteld. Mocht de commissie-Hofstee hebben geconcludeerd dat het vermoeden van plagiaat ongegrond was dan was niemand anders op de hoogte geweest en had Diekstra geen nadelige gevolgen van mijn melding ondervonden. En dan had ik mij moeten schamen voor een lichtvaardige beschuldiging. Diekstra noemt mij een Judas omdat ik zijn plagiaat in oktober heb aangemeld nadat ik hem in september een aardig briefje heb geschreven. D e suggestie IS dat ik al in september kennis had van dit plagiaat. Maar dat was dus met zo. ik heb dat pas geruime tijd later ontdekt. En als ik het eerder

zou hebben ontdekt dan had ik vermoedelijk met zo'n aardig briefje geschreven. Wat Diekstra mij niet kan verwijten is dat ik hem geen kans heb gegeven zich te corrigeren. Die heb ik hem wel degelijk geboden, maar die heeft hij niet gegrepen. En ik achtte in oktober 1996 eerlijk gezegd de kans gering dat hij welke fout dan ook zou toegeven. De latere loop der gebeurtenissen bevestigen mij in deze gedachte. Ik vond dat hij een tweede faire kans kreeg om zich voor de commissieHofstee te verdedigen. Als hij toen onmiddellijk open kaart had gespeeld dan was de affaire vermoedelijk heel anders afgelopen. De bewering dat ik Diekstra beentje gelicht zou hebben teneinde de organisatie van een congres over te kunnen nemen is een oude beschuldiging die al lang weerlegd is maar steeds opnieuw gebruikt wordt omdat het zo mooi in het plaatje van de vermoorde onschuld past. Maar de feiten zijn anders. T o e n duidelijk werd dat de organisatie van het volgende congres van de lASP in Nederland in gevaar kwam vanwege Diekstra's plagiaat, heeft de voorzitter van deze organisatie mij gevraagd of ik wellicht kans zag dit congres te organiseren. Ik heb hem toen geantwoord dat ik daar geen

kans toe zag. Deze briefwisseling heb ik overlegd aan de commissie-Hofstee. Diekstra sluit niet uit, zo staat in Ad Valvas, dat ik de anonieme tipgever geweest ben die aan Vnj Nederland de eerdere meldingen heeft gedaan. Ik kan hem geruststellen: de meeste van zijn boeken waarin plagiaat werd ontdekt heb ik nooit gelezen. Bovendien zou ik dat niet aan Vnj Nederland hebben gemeld, maar aan de Rijksuniversiteit Leiden. Publicaties zoals in Ad Valvas roepen de vraag op wat mijn rol nu eigenlijk geweest is in deze hele affaire. Voor de duidelijkheid nogmaals het volgende. Ik draag geen enkele verantwoordelijkheid voor Diekstra's plagiaat. Ik was toevallig op een slecht moment in zijn omgeving en hij heeft mij geheel buiten mijn weten in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd. Het had ook een ander kunnen overkomen die op dat moment in zijn omgevmg had vertoefd. Elke wetenschapper die in dezelfde positie zou zijn gemanoeuvreerd zou het uiteindelijk hebben ontdekt en het hebben moeten rapporteren. En hij of zij zou vervolgens als Judas afgeschilderd zijn. De auteur is hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit

Verenigde Naties: hoogte collegegeld in strijd met recht op gelijke kansen Matthé ten Wolde D e VN vindt dat de hoge collegegelden in Nederland ongelijkheid in de h a n d werken. D e regering m o e t "passende m a a t r e g e l e n " n e m e n o m daar een einde aan te m a k e n . Volgens de studentenbond ISO kan het nieuwe kabinet niet o m de deze uitspraak h e e n . " O p nieuw een verhoging van het collegegeld is volstrekt uit den b o z e . " Volgens de VN is het beleid van het kabinet om de afgelopen jaren het collegegeld stelselmatig te verhogen in strijd met een internationaal verdrag uit 1978. Dat verdrag bepaalt onder meer dat er geleidelijk kosteloos hoger

onderwijs ingevoerd moet worden. Ook de Nederlandse regering heeft dit verdrag ondertekend. Maar Nederland heeft juist het tegenovergestelde gedaan. Vanwege bezuinigingen is het collegegeld de afgelopen jaren met 1000 gulden omhoog gegaan, terwijl de basisbeurs werd verlaagd. Het iso stapte daarom eind april naar de VN in Geneve met de klacht dat Nederland het verdrag niet naleeft. Volgens het iSO heeft het kabinet de toegankelijkheid van het hoger onderwijs ernstig in gevaar gebracht. Het VN-comité voor economische, sociale en culturele rechten, dat zich met het verdrag bezighoudt, geeft het ISO gelijk. Volgens de VN is het

gevoerde beleid in strijd met het recht op gelijke kansen voor kinderen uit arme en rijke gezinnen. Het VNcomifé vindt dat de Nederlandse regering "passende maatregelen" moet nemen om de nadelige effecten van de verhogingen te verlichten of te verwijderen. "Deze uitspraak is erg helder", zegt iso-voorzitter Erik van Buiten tevreden. "De VN maakt duidelijk dat studenten niet zomaar zeuren." Van Buiten deelt alvast een waarschuwmg uit: als de nieuwe onderwijsminister in navolging van Ritzen het collegegeld wil verhogen, zal het iso naar de rechter stappen. Een stijging van het collegegeld is dankzij de VN-uitspraak nu uit den

boze, meent Van Buiten. "Het kabinet kan hier niet omheen. Het collegegeld moet omlaag of de basisbeurs omhoog. Anders blijft het hoger onderwijs niet toegankelijk voor kinderen van arme ouders." Probleem is wel dat het internationale verdrag in Nederland eigenlijk nog een dode letter is: het heeft geen 'directe werking'. Dat betekent dat het ISO de Nederlandse rechters met kan inschakelen om naleving alsnog af te dwingen. Maar volgens Van Buiten, zesdejaars rechten, zijn er manieren om daar snel verandering in te brengen. "Anders waren we hier ook niet aan begonnen." Het ministerie van onderwijs zegt dat de VN-commissie het "niet goed heeft

begrepen". "Het lijkt erop dat ze 'toegankelijk' hebben verward met 'gratis'. En het klopt dat ons hoger onderwijs niet gratis is", zegt een woordvoerder droog. "Maar dat is het in andere landen ook niet." Binnenkort zullen onderwijsambtenaren naar Geneve afreizen om het Nederlandse onderwijsstelsel en de studiefinanciering nog eens aan de commissie uit te leggen. "Er zijn hier geen financiële belemmeringen om te kunnen studeren", zegt de woordvoerder. Zorgen over de goede afloop heeft ze niet. "Het gaat om een eerste rapportage, het definitieve rapport is er nog met. Er is dus nog tijd om de commissie ervan te overtuigen dat zij zich vergist." (HOP)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 684

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's