Ad Valvas 1997-1998 - pagina 57
AD VALVAS 11 SEPTEMBER 1997
PAGINA 1 1
PERSONEELSKATERN
'Echte onderzoekers werken niet in deeltijd' Het is voor artsen en geneeskundig onderzoekers niet makkelijk om in deeltijd te werken. Ze willen misschien wel, maar ze moeten de concurrentie voorblijven en daar past een halve baan niet bij. Maar er zijn ook andere weerstanden. Een vakgroepvoorzitter: "Deeltijdonderzoekers zijn niet gedreven genoeg."
anders is de concurrentie je voor", aldus het rapport. Door deze problemen kan niet iederéén op een bepaalde afdeling in deeltijd gaan werken, vinden de meeste ondervraagden. Volgens twee vakgroepvoorzitters kunnen bovendien alleen mensen die goed kunnen plannen en goed kunnen delegeren in aanmerking komen voor een deeltijdfunctie. Een vakgroepvoorzitter vindt zelfs dat een deeltijdonderzoeker "niet gedreven genoeg" is. "Echte onderzoekers willen niet in deeltijd werken." Voor hem of haar (de uitspraken van de geïnterviewden zijn anoniem in het rapport verwerkt) is alleen bij "ernstige persoonlijke omstandigheden, zoals een zieke partner of een ziek kind", deeltijdwerk bespreekbaar.
Peter Boerman
"Veel mannen willen best in deeltijd werken", zegt prof.dr. Christine Dijkstra. "Maar ze doen het niet, omdat ze bang zijn om de competitie met de collega's te verliezen. En daarom blijven ze maar uren maken. Terwijl het helemaal niet altijd nodig is. De winnaar van de Nobelprijs voor de geneeskunde van vorig jaar zei in interviews steeds: 'Ik heb in mijn hele leven nooit meer dan veertig uur in de week gewerkt.'" Dijkstra is, sinds prof.dr. T. Sminia rector magnificus van de vu is geworden, voorzitter van de vakgroep celbiologie en immunologie, en daarmee een van de weinige vrouwelijke vakgroepvoorzitters op de vu. Een baan die haar wel wat meer dan de 'gewone' veertig uur in de week kost. Toch denkt ze dat het voor iedereen in principe mogelijk moet zijn in deeltijd te gaan werken, dus ook voor artsen en onderzoekers binnen de geneeskundefaculteit. Veel artsen willen dat ook best, bleek uit een onderzoek dat eerder dit jaar werd gehouden door het Nivel, het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. In het verslag van dat onderzoek werd gepleit voor een wettelijk verplicht inperken van de werktijden van artsen. De Arbeidstijdenwet, die eind dit jaar in werking treedt voor medisch specialisten die een dienstverband hebben bij een ziekenhuis, zou ook moeten gaan gelden voor de vrijgevestigde specialisten, nog steeds verreweg het merendeel. Gemiddeld werken huisartsen en medisch specialisten tussen de 50 en 56 uur, ontdekten de onderzoekers. Alleen psychiaters en bedrijfs- en jeugdartsen maken met respectievelijk 48 en 44 uur minder lange weken, maar nog steeds ruim meer dan de standaardwerkweek van 40 uur.
Fitter
lllustratie: Berend Vonk
"Dat rapport kwam ons heel goed uit", vertelt Dijkstra, die als lid van de emancipatiecommissie van de medische faculteit betrokken is bij de organisatie van een symposium over deeltijdwerken voor artsen en onderzoekers. De geneeskundigen wormen vorig jaar de emancipatieprijs van de vu, goed voor tienduizend gulden, en bedachten dat het leuk was dit geld te besteden aan een actie om de discussie over deeltijdwerk te stimuleren. Het Nivel-onderzoek betekende een belangrijke steun in de rug voor hen.
Vacaturestop Zelf hebben ze een soortgelijk onderzoek laten doen onder tien vakgroepvoorzitters en drie stafleden van de eigen faculteit en het ziekenhuis. De geneeskundestudente die dit onderzoek op zich nam. Anemone van den Berg, concludeerde in het rapport dat hierover deze week verscheen dat
"bijna alle geïnterviewden vinden dat deeltijdwerk mogelijk is, maar dat er wel in meer of mindere mate problemen en beperkingen aan kleven". Van den Berg merkte dat er bij de medici op de vu nog maar mondjesmaat in deeltijd wordt gewerkt. Van de elf onderzochte afdelingen waren er zes waar helemaal niet in deeltijd werd gewerkt, eentje waar één medewerker een deeltijdaanstelling had, en nog een andere waar een aantal aanstellingen voor vier dagen in de week voorkwam. Slechts bij drie afdelingen was deeltijdwerk niet ongewoon. Deze discrepantie tussen wat mensen zeggen te willen en wat er daadwerkelijk gebeurt, wijt een van de geïnterviewden aan de vacaturestop bij Geneeskunde. "Het is nooit zeker of je voor ingeleverde formatie iets terugkrijgt. Daardoor is het erg onaantrekkelijk om medewerkers in deeltijd te laten werken." Maar dat is waarschijn-
lijk niet de enige oorzaak van het beperkte animo voor parttime werken, denkt Van den Berg. "Mogelijk wordt ervaren dat deeltijdwerk onbespreekbaar is, of wordt gedacht dat deeltijdwerk binnen de organisatie niet kan." En het kan ook nog zo zijn, merkt ze op, "dat er binnen de organisatie nog nooit behoefte aan deeltijdwerk is geweest". Absolute belemmeringen voor onderzoek in deeltijd zijn er niet veel. Althans, dat vinden zeven van de tien ondervraagde vakgroepvoorzitters en twee van de drie stafleden. Wel zijn er ook volgens hen een aantal beperkingen. Het is moeilijk overleg te plannen en de communicatie tussen werknemers onderling wordt lastiger, waardoor de voortgang van het onderzoek wel eens in gevaar kan komen. En daarvoor zijn de onderzoekers heel gevoelig. "Je moet tegenwoordig in korte tijd dingen kunnen afronden.
Dat is vast ook een van die vier vakgroepvoorzitters geweest die aangegeven heeft helemaal geen voordelen te zien in onderzoek in deeltijd. De andere zes en twee van de drie stafleden zien echter wel voordelen. Werknemers zijn fitter, zeggen zij, en door de afstand tot het werk vaak creatiever en effectiever. Bovendien, zo merken twee vakgroepvoorzitters op, stoppen deeltijders relatief meer tijd in hun functie. Toch zal de moordende concurrentie op de arbeidsmarkt het de deeltijders onder de artsen en onderzoekers niet makkelijk maken. Eén vakgroepvoorzitter meldde dat er voor elke aioplaats zeker zo'n dertig gegadigden zijn. "De sollicitanten die in deeltijd willen werken, vallen dan bijna automatisch af." Er zijn, met andere woorden, altijd wel mensen te vinden die wél voltijds willen werken, en die genieten meestal de voorkeur. De uitkomsten van het onderzoek zijn voor de emancipatiecommissie van de geneeskundefaculteit van de vu aanleiding een symposium te organiseren waar alle voors en tegens van deeltijdwerk belicht worden. Het gaat dan niet alleen over de (on)mogelijkheden van deeltijdwerk onder degenen die al als arts, als specialist of als onderzoeker werkzaam zijn, maar vooral over degenen die op dit moment in opleiding zijn. De organisatie heeft een aantal fervente tegenstanders van deeltijdwerk weten te vinden, naast een aantal voorstanders. Op het symposium, vrijdag 26 september tussen 14.00 en 18.00 uur 's middags in collegezaal FGl van de geneeskundefaculteit, is een uur ingeruimd om met hen in discussie te treden.
Te makkelijk om te blijven zitten waar je zit' goed gebruiken. Ik sta ook nog met één been in de faculteit, omdat ik daar nog één a twee dagen in de week meewerk aan een onderzoek. Dat levert me voordeel op bij mijn werk hier. Ik ken de mensen daar en zij kennen mij." Tijdens haar eigen studie maakte Mehciz geen gebruik van de stages en andere onderzoeksprojecten die de wetenschapswinkel aan studenten aanbiedt. Toch noemt de manier van werken van de wetenschapswinkel ideaal.
De mobiliteit binnen de vu is groot. fVSensen stappen steeds vaker over van de ene afdeling naar de andere. Ad Valvas brengt hen in beeld. Deze maand deel 1: Marscha Mehciz, nieuw gezicht bij de Wetenschapswinkel. "Ik denk dat het goed is om als je jong bent af en toe van baan te veranderen", zegt Marscha Mehciz (25). "Je verbreedt er je mogelijkheden mee. Dat is goed met het oog op de toekomst. Het is bovendien ook wel leuk om tejobhoppen. Dan kun je eens goed rondkijken." Mehciz werkte vanaf haar afstuderen nu twee jaar geleden - tot aan de afgelopen zomer bij het onderwijsadviesbureau (OAB). Omdat haar tijdelijk contract afliep, besloot ze verder te kijken. Ze solliciteerde bij de wetenschapswinkel van de vu en werd aangenomen. Achteraf bleek dat ze waarschijnlijk best bi) het OAB had kunnen blijven, omdat er mede in het kader van het studeerbaarheidsfonds nog genoeg werk te doen was. Toch zegt ze nog geen moment spijt te hebben gehad van haar overstap. "Het was best jammer om bij het OAB afscheid te moeten nemen. De sfeer daar was heel leuk. Maar ik ben toch blij met mijn beslissing. Op een gegeven moment wordt het te makkelijk om te blijven zitten waar )e zit." Mehciz werkte al tijdens haar studie politicologie en bestuurskunde als stu-
Marscha Mehciz: 'Hier l<omt een veelheid aan vragen binnen, van stadsdeelraden tot de GGD.'
W
Peter Wolters AVC/VU
dent-assistent op de vu. Dat zorgde ervoor dat ze bekend werd binnen de universiteit en kort na haar afstuderen werd ze dan ook "via-via" gevraagd door de emancipatiecommissie om een onderzoek te doen naar het aantal vrouwen in raden, besturen en commissies. "Gewoon, via een vacature" kwam ze daarna bij het OAB binnen. "In de eindfase van mijn studie heb ik me beziggehouden met de analyse van
vragenlijsten. Bij het OAB vroegen ze iemand die daar affmiteit mee had. In mijn voordeel sprak ook dat ik tijdens mijn studie in de opleidingscommissie gezeten heb. Dus wist ik ook nog wel iets van onderwijs." Na anderhalf jaar kwam ze bij de wetenschapswinkel terug op haar eigen vakgebied. "Bij het OAB was ik puur en alleen bezig met onderwijskwaliteit. Hier komt een veelheid aan vragen
"Er komen hier organisaties met heel concrete vragen, dus je weet dat er met het onderzoek dat gedaan wordt daadwerkelijk iets gebeurt. Juist daardoor is het ook voor studenten een heel leuke manier om kennis te maken met de praktijk." Mehcizs keuze voor de vu is min of meer toevallig geweest. "De opleiding politicologie was hier kleiner dan aan de UVA, en ook de presentatie tijdens binnen, van diverse opdrachtgevers, de open dag sprak me meer aan." Dat van stadsdeelraden tot aan de GGD. ze op de vu zou blijven hangen, had ze nooit verwacht. "Dat is denk ik nooit Dat spreekt me erg aan." Ze heeft het prima naar haar zin bij zo als je ergens begint te studeren. de in november vijftien jaar oude Maar het is me wel altijd goed bevalwetenschapswinkel. Mehciz werkt er len. De vu is een heel prettige werknog geen twee maanden, maar wekt de omgeving, ook omdat de universiteit indruk er al kind aan huis te zijn. "Het zo groot is. Ik ontdek steeds weer nieuheeft bij het inwerken wel enorm we afdelingen." (PB) gescheeld dat ik de vu al ken. Je hebt je netwerk al en dat kim je bij dit werk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's