Ad Valvas 1997-1998 - pagina 213
PERSONEELSKATERN
AD VALVAS 13 NOVEMBER 1997
PAGINA 1 1
'Het grootste risico is de mens zelf Inventarisatie van risico's op v^^erkvloer nadert voltooiing De afgelopen jaren is een aantal mensen op de VU druk in de weer geweest om alle risico's op de werkvloer in kaart te brengen. Het project nadert zijn voltooiing. Maar daarmee zijn de gevaren nog niet de wereld uit. "Je kunt gewoon niet alle ongelukken voorkomen." Peter Boerman
Op iedere werkplek schuilen allerlei gevaren. Of je nu achter een beeldscherm zit of met chemische stoffen in de weer bent, als werknemer loop je elke dag een zeker gezondheidsrisico. En hoewel die risico's voor een groot deel beperkt kunnen worden, zijn ze nooit helemaal tot nul te reduceren. Dat weet ook Vincent Lafleur, veiligheidsfunctionaris bij Geneeskunde, Acta en Bewegingswetenschappen. "Het grootste risico is de mens zelf', zegt hij. "Sommige mensen gaan zo op in hun onderzoek dat ze de veiligheidsvoorschriften wel eens dreigen te vergeten. En je kunt nog zoveel voorzieningen treffen, als de betrokkenen de voorschriften niet in acht nemen, kun je gewoon niet alle ongelukken voorkomen." Maar de situatie op de vu mag dan volgens Lafleur niet overal "rozengeur en maneschijn" zijn, "men is er in ieder geval mee bezig". Niet alleen heeft een aantal faculteiten een veiligheidsfunctionaris en bestaat er een dienst voor veiligheid en milieu, de risico's op de werkplek zijn ook geïnventariseerd. Deze inventarisatie, die de afgelopen jaren bij alle faculteiten en diensten is uitgevoerd en waarvan volgend jaar een afrondend verslag moet verschijnen, moet "het fundament voor het arbeidsomstandighedenbeleid" worden, zoals het Arboen milieujaarverslag 1996 het uitdrukt. Lafleur is blij met de RIE, zoals de risico-evaluatie kortweg is gaan heten. "Ik vind het een van de beste acties die je kunt bedenken. Het grote voordeel is dat je nu eens gedwongen wordt als buitenstaander te kijken naar dingen die voor jezelf vanzelfsprekend zijn." De bedrijfsgezondheidsdienst, de dienst voor veiligheid en milieu en Personeelszaken hebben het initiatief tot dit project genomen, maar een belangrijk deel van de taken lag op het bordje van de faculteiten en diensten zelf Die moesten zélf op onderzoek uit, zodat ze zich ook zélf bewust wer-
den van de aanwezige risico's. Inmiddels is dat bijna overal gelukt. Bijna alle risico's op de vu zijn nu in kaart gebracht en hebben tegelijk een prioriteitenvoorkeur meegekregen: van een 1, een belangrijk risico, tot een 3, een op korte termijn aanvaardbaar risico waar pas op langere termijn iets aan gedaan hoeft te worden. Bij de toekenning van die prioriteiten is niet alleen gekeken naar waar de grootste gezondheids- en veiligheidsrisico's zitten, maar hebben ook financiële overwegingen en bijvoorbeeld toekomstige renovaties een rol gespeeld. "In eerste instantie hadden veel mensen zoiets van: weer extra kopzorgen, extra druk", verklaart Huib Bulthuis, veiligheidsfunctionaris op de laboratoria van Scheikunde. "Maar de meeste mensen die ik ken, zeggen nu: toch goed dat het een keer opgeschreven is. Op het moment dat je erover praat, zien veel mensen pas de risico's waar ze dagelijks mee werken." Bij de mventarisatie is gebruik gemaakt van verschillende vragenlijsten, onder meer afkomstig van TNO, het ministerie van sociale zaken en de stichting kwaliteitsbevordering bedrijfsgezondheidszorg. Voorafgaand aan het invullen van de vragenlijsten namen de medewerkers van de desbetreffende dienst of faculteit deel aan een introductiebijeenkomst, waar het hoe en waarom van de RLE uit de doeken werd gedaan. "De hele BUE staat of valt met het draagvlak dat er is onder de mensen die ermee moeten werken", aldus Lafleur. Beide veiligheidsfunctionarissen wijzen op het "spanningsveld" dat er ligt tussen maximale veiligheid en werkbaarheid. Veel onderzoekers klagen erover dat voorschriften de voortgang van hun werk in de weg staan. "Aio's bijvoorbeeld zijn er op gericht om snel te promoveren", vertelt Lafleur. "Omdat ze moeten opschieten, springen ze soms wel erg makke-
llustratie: Bas van der Schot
lijk om met de voorschriften. En ook studenten zien veiligheid wel eens als ballast." Lafleur geeft ook zelf toe dat de vele voorschriften best lastig kunnen zijn. Maar, voegt hij daaraan toe: "Alleen op de korte termijn. Op de lange termijn is veiligheid namelijk juist een heel goede investering. Als
het een zootje is op het lab, merk je dat in je onderzoek. Gegarandeerd." Bulthuis vult aan: "Onze voorlichtingsbijeenkomsten over veiligheid zijn verplicht, ook voor hoogleraren en UHD'S. Iedereen moet zich bevsoist zijn van de risico's, dan valt er best mee te werken. En dat wil helemaal niet zeg-
gen dat je continu aan veiligheid moet denken, als je maar beseft wat je aan het doen bent." Uit de risico-inventarisatie zijn een aantal problemen naar voren gekomen die vrij gemakkelijk waren te verhelpen. Op alle telefoons van de vu zit tegenwoordig bijvoorbeeld, als het goed is, een sticker met het alarmnummer. En Geneeskunde is van plan het boekje met voorschriften voor het werken in een laboratorium in het Engels te vertalen. Lafleur geeft nog een voorbeeld. "We hebben aan de zuurkasten in ruimten waar met chemicaliën wordt gewerkt een stuk papier gehangen dat in 'stroken is gescheurd. Als de kast afzuigt zoals het hoort, beginnen die stroken te wapperen. Is dat niet het geval, dan is er iets mis. Dat is heel simpel en kost niets, maar het is wel een stuk veiliger dan voorheen. Zoiets verzin je echter alleen als je je eerst hebt gerealiseerd dat er een risico bestaat. Dat is de kracht van de risico-inventarisatie geweest; die heeft veel van dit soort dingen boven tafel gehaald. Ik geloof ook absoluut dat er dankzij de RIE dingen zijn gebeurd die anders nooit gebeurd zouden zijn. Zonder RIE waren bepaalde gevaren toch pas later onderkend. Misschien zelfs te laat." Bulthuis benadrukt dat het niet de bedoeling van de RIE is geweest om nieuwe regeltjes te introduceren. "Het is niet alleen een kwestie van 'wat mogen de mensen doen op de laboratoria', maar ook van de organisatie. Het gaat er ook om hoe er leiding wordt gegeven en dat ook degenen die leiding geven de veiligheid in de gaten houden." Om te voorkomen dat het onderwerp, nu de RIE is afgerond, weer onder tafel verdwijnt, zal de veiligheidsfunctionaris eens per jaar voor alle medewerkers van Scheikunde een voorlichtingsbijeenkomst organiseren. Daarnaast verschijnt er op deze faculteit, net als bij Geneeskunde, een facultair Arbo- en milieujaarplan. Bovendien krijgen alle studenten als deel van het onderwijsprogramma instructies voor het werken op een lab. Volgens Bulthuis schuilt daarin ook de grootste winst van de RIE. Niet zozeer zijn de directe risico's kleiner geworden, "maar de mensen zijn er zich meer bewust van, en daarmee worden de risico's beperkt".
'De kinderopvang werd te duur' steeds vaker stappen mensen binnen de VU over van de ene afdeling naar de andere. Ad Valvas brengt hen in beeld. Deze maand deel 3: Karin van den Boogaard, nieuw gezicht op het secretariaat van de verpleeghuisartsenopleiding.
kun je vaak rustiger iets afmaken." Welke van de twee banen ze leuker vindt, kan ze nog niet zeggen. "Ik vind het gestructureerde hier nu wel lekker. Je weet van tevoren wanneer het druk wordt. Maar het hectische daar had ook wel wat. Het is heel spannend om opdrachten binnen te slepen." Van den Boogaard is via via het secretaressevak ingerold. Ze is ooit begon-
Peter Boerman
Twee jaar geleden stapte Karin van den Boogaard voor het eerst de vu binnen. Ze kreeg een baan als secretaresse bij het Taaicentrum, het cursusen vertaalbureau dat weliswaar te vinden is op een van de verdiepingen van de letterenfaculteit, maar op eigen benen staat. Die zelfstandigheid van het Taaicentrum is de belangrijkste reden dat Van den Boogaard vorige maand vertrok naar de geneeskundefaculteit om daar het secretariaat van de verpleeghuisartsenopleiding te gaan bemensen. "Ik was zwanger geworden en had me opgegeven voor een kindplaats in 't Olifantje", legt ze uit. "Die had ik ook toegewezen gekregen. Maar pas toen mijn zoon Rik twee maanden op de crèche zat, kwamen ze erachter dat mijn loon niet door de vu betaald werd. Ik kon mijn plaats toen wel houden, maar alleen als het een bednjfsplaats zou worden. En dat zou niijn baas negenhonderd gulden per maand kosten. Dat vond hij, heel begrijpelijk, wat veel van het goede." Van den Boogaard besloot daarom op zoek te gaan naar een baan waarbij ze wel in dienst van de vu zou komen. Daar had ze toch al aan zitten den-
Karin van den Boogaard: "Een kind is ook een fulltimebaan."
nen met een opleiding voor museummedewerkster. "Ze zeiden al toen ik er aan begon, dat er geen werk in te vinden zou zijn. Dat klopte, maar ik wilde het toch graag doen. Na mijn opleiding ben ik via uitzendbureaus op administratieve functies terechtgekomen, en op die manier uiteindelijk secretaresse geworden." Ze heeft wel vaak werkgevers gehad die iets met onderwijs deden, vertelt ze. Voordat ze bij het Taaicentrum
Peter Wolters AVC/VU
terechtkwam, werkte ze bij RASP, een
ken. "Het Taaicentrum is een commercieel bedrijf Dat betekent dat het er bij tijd en wijle ontzettend hectisch kan zijn. De werkdruk is soms erg hoog. Omdat een kind ook een fulltime-baan IS, merkte ik dat ik daar moeite mee kreeg. Ik was 's avonds vaak bekaf En ik vind werken heerlijk hoor, maar ik vind het ook heel fijn om iets met mijn kind te doen." Haar baas bood aan gedurende Van den Boogaards zoektocht naar een plekje binnen de vu de plaats in 't
Olifantje te betalen. Veel heeft hem dat niet gekost. Van den Boogaard schreef vier brieven, waarvan er drie werden beloond met een uitnodiging. Na de sollicitatie op haar huidige functie werd ze diezelfde middag nog opgebeld dat ze haar wilden hebben. "Ik heb geluk gehad", zegt ze zelf "Omdat ik van het Taaicentrum kom, ben ik voor vacatures binnen de vu gewoon extern. Maar ik had natuurlijk wel het voordeel dat ik de vu al kende."
Ze werkt nu vier dagen in de week, en haar werktijden zijn, zoals ze zelf zegt, "meer gestructureerd" geworden. "Ik wil mets negatiefs zeggen, noch over mijn huidige plek, noch over mijn oude baan, maar je merkt duidelijk het verschil tussen een commercieel bedrijf en de vu. Hier gaan om half vijf de meeste docenten naar huis, daar bleef men soms tot 's avonds laat om de puntjes op de i te zetten. Je gaat er gauw over je eigen grens heen. Een opdracht moet gewoon af. Hier
bureau dat totdat het failliet ging onder andere op verzoek van arbeidsbureaus cursussen Nederlands voor buitenlanders verzorgde. Bij de verpleeghuisartsenopleiding komt ze voor het eerst ook met onderzoek in aanraking. Ze wordt contactpersoon van een onderzoek over opname in het verpleeghuis. "Ik zou geen secretaresse willen zijn die alleen stukjes uittypt", zegt ze. "Ik wil ook dingen regelen, plannen, organiseren. Gelukkig kan dat hier."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's