Ad Valvas 1997-1998 - pagina 409
AD VALVAS 12 FEBRUARI 1998
PERSONEELSKATERN
PAGINA 1 1
Promovendi draaien tachtig a negentig uur per week' Werkdruk op universiteit zit productiviteit niet in de weg feeds minder wetenschappers op de ijiversiteiten onderwijzen steeds meer studenten .; produceren steeds meer publicaties en .oefschriften. Gaat de werkdruk niet een keer .5|n tol eisen? "Ach", zegt een hoogleraar uonomie. "Life is as busy as you maiie it." 'ifsoneelszaken trekt dit jaar vijftig mille uit om ;e werkdruk op de VU te meten en aan te (sikken.
Peter Boerman De arbeidsproductiviteit van een uni versiteit IS lastig te meten. Een univer siteit is geen l^oekjesfabriek, waar je gewoon het aantal gemaakte koekjes door het aantal medewerkers kunt delen. Of je nou het aantal artikelen telt dat een wetenschapper publiceert, of het aantal studenten dat college bij hem of haar volgt, "formeel is de arbeidsproductiviteit van een ambte naar zijn salaris", legt hoogleraar alge mene economie prof.dr. Frank den Butter uit. "Iets anders is niet te meten." Hl) heeft wei de indruk dat er "onte genzeggenlijk meer gepubliceerd wordt dan voorheen". En dat klopt: gemiddeld leverde een onderzoeker vorig jaar 4,2 wetenschappelijke publi catie af Zeven jaar geleden waren dat er nog maar net drie per jaar. D a t kan volgens Den Butter samenhangen met technische vooruitgang, maar er is ook nog een andere oorzaak denkbaar: een stijgende druk om te produceren. Die stijgende werkdruk is een ver schijnsel dat zich in het hele land voordoet. Uit een pas bekend gewor den onderzoek van de FNV blijkt dat driekwart van haar leden geregeld overwerkt. Een voltijder met een offi ciële werkweek van 38 u u r werkt gemiddeld 45 uur. Ook deeltijders werken per week gauw vijf u u r over. Aan de universiteiten is dat overwer ken volgens verschillende hoogleraren eerder meer dan minder, al is er n o g geen officieel onderzoek naar gedaan. "Bij ons is er niemand die zich wil of kan houden aan zijn uren", vertelt prof dr. W. Beertsen, hoogleraar bij Acta. "Arbeidsduurverkorting wordt hier dan ook altijd verstaan als 'sala riskorting'. H e t werk wordt er echt niet minder van. Ik werk nu gemid
deld denk ik zo'n 55 u u r in de week. In de jaren zeventig, toen ik net begon, was dat tachtig ä negentig uur. Dat draai en de promovendi van nu ook nog wel, denk ik. De werkdruk voor hen is onwaarschijnlijk hoog, en dat voor een veel lager loon dan in de jaren zeventig. Dat is waanzinnig. Maar dat de werkdruk hoog is, wil niet zeggen dat er ook veel gestrest wordt. D e meeste mensen hier houden wel van werk druk. Je accepteert het, omdat het werk zo leuk is." Iets soortgelijks ver teh prof dr. G.J. Bamossy, hoogleraar marktkunde bij econo mie. "Lz/è ts as busy as you make it. Ik vind het hartstikke leuk o m onderzoek te doen, en dat geldt waarschijnlijk voor alle wetenschap pers. Daar maak je tijd voor. Natuurlijk is de druk soms groot. Kijk maar naar de wallen onder mijn ogen." Die grote druk is volgens Bamossy niet alleen afkomstig van de universi teit, maar veel eerder van de weten schappelijke wereld. "Je voelt de druk vooral van je editors bij wetenschappe lijke tijdschriften. Als die je een kans bieden, wil je die niet laten schieten. D a n kun je niet zeggen dat je nog een college moet voorbereiden en dat je eigenlijk geen tijd hebt. Als je serieus wilt publiceren, ga je aan de slag." "Veel publiceren is de norm gewor
die de laatste jaren bij bijna alle facul teiten en diensten zijn verricht, vallen veel klachten over toenemende werk druk te horen. " D e materie is heel complex", erkent drs. Jan H a m , hoofd arbeidsvoorwaarden bij Personeels zaken. "Werkdruk is een moeilijk grijpbaar fenomeen. Niet alleen de hoeveelheid werk, maar ook de aard van het werk, de omstandigheden, de wijze van omgaan met het werk en persoonlijke eigenschappen van de werknemer kunnen een rol spelen bij de ervaring van werkdruk." Personeelszaken heeft met de onder nemingsraad afgesproken dit jaar vijf tig mille uit te trekken om te onder zoeken "wat we ons moeten voorstel len bij werkdruk". Dat onderzoek moet als basis dienen voor verdere maatregelen. Maar de wetenschappers klagen zelden over stress. Beertsen: "De werkdruk is alleen een probleem in verhouding tot het salaris. De oplossing is volgens mij dan ook een voudig: hogere lonen. Door de lage salarissen wordt het steeds moeilijker om mensen binnen de universiteit te houden. In de private sfeer kan m e n veel meer verdienen. Gelukkig is er nog steeds een aantal idealisten over. Maar hoe lang dat zo blijft? Ik durf het niet te zeggen." Den Butter ziet het minder somber in. "Iedereen is wel eens gestrest. Ik weet niet of dat dat zo slecht is. Je moet het leren relativeren. Als je de innerlijke drang of, zo je wilt, de ambitie hebt om mee te blijven doen, valt de werk druk wel m e e . " D e n Butter denkt dat de universiteit tegenwoordig ook beter dan vroeger in staat is degenen die hard werken te belonen. "Mensen krijgen nu onderzoekstijd op basis van wat ze in het verleden gepresteerd hebben. Dat is een enorme incentive. Ik denk dat dat werkt." T o c h zegt de hoogleraar niet het idee te hebben dat mensen aan de universiteiten nou zoveel harder werken dan in het bedrijfsleven. "Eerder het tegendeel. Ik denk ook niet dat de mensen bij wie de werkdruk zijn tol eist, per definitie de mensen zijn die het meest productief zijn. Dat verband is waar schijnlijk zelfs eerder negatief." D a n ontwaakt in hem weer de echte weten schapper: "Dat is nou eens een leuke stelling om nader te onderzoeken."
))VB WIES IS EEN HEEL GoEP VOORBEELD VASi WAT WE OWS ßU WERKPRüK MóEreN VóORSTEll£Nfy Illustratie: Berend Vonk
den", zegt ook D e n Butter. "Dat was vroeger wel anders. En publiceren kost nu eenmaal tijd." Daar komt nog een 'tijdvreter' bij: netwerken. "Ik ben lid van een negental verschillende commissies op mijn vakgebied. Dat moet ik ook wel, om bij te blijven en mijn naam te blijven houden. Je bent als onderzoeker tegenwoordig een kleme zelfstandige, je moet je eigen winkel draaiende houden, daar moet je flink in investeren." D e stijgende werkdruk wordt door
veel mensen in Nederland als een pro bleem gezien. Meer dan eenderde van de FNVleden blijkt chronisch ver moeid, 29 procent hééft last van span ning als gevolg van het werk en bijna een kwart klaagt zelfs over 'mentale uitputting'. Ook aan de v u is stress geen onbekend verschijnsel. Zo wordt al enkele jaren door het bedrijfsmaat schappelijk werk, samen met de Bedrijfsgezondheidsdienst, een cursus 'omgaan met stress' verzorgd. Ook bij de risicoinventarisatie en evaluaties.
lic voel me soms de jojo van de VU' Steeds vaker stappen mensen binnen de VU over van de ene afdeling naar de andere. Ad Valvas brengt hen in beeld. Deze maand deel 6: Martijn Dekker, projectleider chipkaart en assistent directeur beheer.
binnen de vu. Wat is voor Dekker het voordeel ervan? "Mag ik beginnen met een nadeel? Je bent van zoveel factoren afhankelijk die buiten jezelf liggen, dat het soms moeilijk in de klauwen te houden is. Als het aan mij ligt, betaalt over een paar jaar ieder een aan de v u zijn kopje koffie met de chipkaart. Maar ik kan je wel zeggen dat ik daar heel wat slapeloze nachten over heb gehad." Hij ziet echter ook voordelen. "Je hebt een tastbaar eindresultaat, dat is leuk. Zo'n kaartje van wat is het, vier bij zes
Peter Boerman "Ik pendel op en neer tussen de eerste en de dertiende verdieping", vertelt Martijn Dekker (36). "Op allebei de verdiepingen heb ik een kamer. Ik ben dus niet alleen een jobhopper, maar ook nog eens een ckamberhopper. Ik voel me daardoor soms de jojo van de vu." Martijn Dekker studeerde tot 1986 arbeids en organisatiepsycholo gie aan de vu. N a zijn vervangende dienstplicht bij PTT Post probeerde hij een half jaar lang aan een baan op zijn vakgebied te komen. Tevergeefs. N a zes maanden zoeken besloot hij vrij willigerswerk te gaan doen, bij Amnesty International. Daar hield hij het precies een jaar vol. "Ik was na negen maanden weer eens gaan pro beren te solliciteren. T o e n ging het ineens een stuk beter." Dekker werd in april 1990 aangenomen als mede werker personele begrotingszaken bij Personeelszaken. Hij maakte er snel promotie. Na negen maanden ging de coordinator begrotingszaken weg. "Ze vroegen mij om hem op te volgen. Leuk natuurlijk. Al ging het allemaal wel wat sneller dan ik had verwacht." Dekker bleef coördinator begrotings zaken tot september 1996. T o e n kreeg hij de kans projectleider te worden
Martijn Dekker: 'Als het aan m i j ligt, betaalt binnenkort iedereen zijn koffie met de chipkaart.' Peter Wolters AVC/VU
voor de invoering van de chipkaart aan de vu, voor drieëneenhalve dag in de week, bij de dienst studentenzaken. "Ik had vier jaar bij Personeelszaken gewerkt. H e t leek me tijd weer eens iets anders te gaan doen." Precies een jaar later kwam er weer een nieuwe kans. Paul van Oosten vertrok als directeur beheer bij de faculteiten wijsbegeerte en godgeleerdheid, waar door Desirée Verberk als directeur beheer van Letteren plots d n e facul teiten onder haar hoede kreeg.
Martijn Dekker werd door Personeelszaken gevraagd haar te ondersteunen, voor twee dagen in de week. D a t probeert hij nu zoveel mogelijk in vaste dagen onder te bren gen, de dinsdag en de vrijdag. "Maar dat lukt niet altijd. H e t werk laat zich niet zo makkelijk indelen, h è . " Als het project 'invoering chipkaart' binnenkort afloopt (de chipkaart voor studenten wordt als alles goed gaat volgende maand geïntroduceerd), ligt er alweer een nieuw project voor hem
klaar: de invoering van de euro. De verwachting is dat dat project in maart van start zal gaan. Ook het mil lenniumprobleem is bij dit project ondergebracht. "De euro is organisa torisch een groot probleem. Alle administraties moeten er op aangepast worden: de salarissen, studentenadmi nistratie, boekhoudingen. Maar er lig gen ook kansen voor de vu. Je prijzen worden beter vergelijkbaar met die van andere universiteiten in Europa." Veel projectmatige werkers zijn er niet
centimeter. Je hebt geen idee wat voor werk daar allemaal achter zit." Wat hem aan de v u aanspreekt, is de bedachtzaamheid. " M e n stelt hier lie ver iets uit, dan dat men blind een project ingaat en dan wel kijkt waar het schip strandt. D a t is een manier van werken die mij wel aanstaat. Ik vind, en dat geldt over de hele linie, dat de v u het goed doet. Ik heb het gevoel dat er geluisterd wordt naar de mensen die hier werken, naar wat er leeft." Martijn Dekker zegt het op dit moment prima naar zijn zin te hebben met zijn vele verschillende activiteiten. Maar soms verlangt hij wel weer naar wat vastigheid. " H e t is n u allemaal wel heel versnipperd. Een baan die wat vaster is, zou ik op dit moment ook niet gek vinden. Maar mijn toe komst IS open. Ik ben zelf ook heel benieuwd naar waar ik over een jaar mee bezig ben."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's