Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 715

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 715

8 minuten leestijd

AD VALVAS 25 JUNI 1998

PAGINA 5

Weet een baby dat die beentjes van hem zijn? Bewegingswetenschappers onderzoeken koppeling tussen motoriek en waarneming Een pasgeboren baby stemt zijn bewegingen al af op wat hij ziet. Bewegingswetenschappers onderzoeken het verband tussen motoriek en waarneming bij gezonde en hersenbeschadigde kinderen. "We hopen in de toekomst kinderen met een hersenbeschadiging beter te kunnen helpen." Sheila Kamerman Energiek loopt dr. Geert Savelsbergh met een grote sleutelbos door de gangen van de faculteit bewegingswetenschappen. In een hoek van de eerste onderzoeksruimte staart een student aandachtig naar een video van een baby in een stoel. De beentjes schoppen vrolijk in het rond. Steeds spoelt de student de video heen en weer om geen milliseconde van de trappelbewegingen te missen. "Trappelen is eigenlijk een voorloper van het lopen", licht Savelsbergh toe. "Door het trappelen te bestuderen, kun je een hoop te weten komen over de motoriek van de baby." Maar weet een baby van een paar weken oud al dat die beentjes die daar voor zijn neus rondzweven van hem zijn? Wanneer dringt dat besef tot hem door? En wanneer krijgt hij door dat hij er ook werkelijk wat mee kan doen? Dergelijke vragen zijn onder meer de basis van de onderzoeksgroep van Savelsbergh. Een grote groep bewegingswetenschappers onderzoekt al sinds 1989 hoe het verband tussen waarneming en het motorisch handelen zich ontwikkelt bij baby's en peuters. Savelsbergh: "Ik heb hier een kopje waar ik keurig mijn vijf vingers omheen vouw als ik het op wil pakken. Zonder erbij na te denken open ik mijn vingers op het formaat van het kopje terwijl ik er naar reik. Als het vol hete koffie zit pak ik het voorzichtig op aan het oortje. Onbewust stem ik pijlsnel mijn handelingen af op mijn waarneming." Ogenschijnlijk doet een baby dat niet. Die maakt enkel een hoop doelloze bewegingen, zoals trappelen met de benen en zwaaien met de

armen. "Maar spelenderwijs zi)n baby's constant bezig h u n coördinatie, spieren en zenuwen te oefenen. Daarbij leren ze steeds beter de bewegingen af te stemmen op h u n waarneming en andersom. Juliette Vaal en Lia Out onderzoeken dit proces bij zeer jonge kinderen van zes weken tot zes maanden oud door de spieractiviteit te meten en driedimensionale bewegingsanalyses te maken." Baby's en peuters vormen het zwaartepunt van het onderzoek. Maar ook oudere kinderen, volwassenen en zelfs prenatalen worden onder de loep genomen. De onderzoeksgroep van bewegingswetenschappen is, in de woorden van Savelsbergh, "getrouwd" met de afdelingen verlosktmde en kinderneurologie van de faculteit geneeskunde. "Een succesvol huwelijk", benadrukt Savelsbergh. Zij zijn in eerste instantie geïnteresseerd in de diagnostische waarde van de motoriek: wat is het ontwikkelingsniveau van het kind en is er mogelijk iets mis? Wij houden ons meer bezig met fundamenteel onderzoek: waar komt de beweging vandaan? Dat kunnen we hier prachtig onderzoeken." T o c h zijn ook de bewegingswetenschappers zich bewust van de toepassingsmogelijkheden. Niet alleen de motorische ontwikkeling van gezonde kinderen wordt bestudeerd, ook die van kinderen met een hersenbeschadiging. Savelsbergh: "We vergelijken h u n gedrag, h u n reacties en prestaties. Zo proberen we meer te weten te komen over hersenstructuren en functioneel motorisch gedrag. We hopen in de toekomst kinderen met een hersenbeschadiging beter te kunnen helpen."

Dr. Geert savelsbergh

Peter Wolters - AVC/VU

Kinderen doorlopen de eerste twee jaar van h u n leven verschillende stadia: zo leren ze reiken, grijpen, zitten, kruipen, staan en lopen. De overgangen tussen die stadia gaan niet geleidelijk maar met sprongetjes. "Van de ene op de andere dag kan een baby opeens iets vastpakken. Net zoals in het boekje Oei, ik groei van Frans Plooij wordt beschreven", glimlacht Savelsbergh. Dat boekje heeft onlangs nogal onder vuur gelegen in de wetenschappelijke wereld en Savelsbergh sluit zich bij de critici aan. "Het probleem van Oei, ik groei is dat de verschillende emotionele stadia als vastliggende tijdstippen worden gepresenteerd. Sommige ouders worden ongerust als h u n baby niet aan die norm voldoet. Terwijl er in de meeste gevallen helemaal niets aan de hand is." D e sprongetjes in de motorische ontwikkeling van kinderen moeten heel ruim geïnterpreteerd worden. Zo vond bewegingswetenschapper Raymond Wimmers dat kinderen tussen de acht en twaalf weken de overgang maken van reiken naar grijpen. "We proberen die sprong te verklaren", zegt Savelsbergh. "Het blijkt dat het kind daar vooraf behoorlijk op

De 'cruiser' wordt gebruikt voor het testen van kinderen die net leren lopen, maar daar nog wel steun bij nodig hebben. oefent, maar pas kan grijpen als alle onderliggende mechanismen die hij nodig heeft voldoende zijn ontwikkeld. Die mechanismen zijn nog niet allemaal bekend, maar we weten dat hij bijvoorbeeld genoeg spierkracht moet hebben, zijn ogen goed moet kunnen focussen en zijn hoofd onder controle moet hebben. Die ontwikkeling gaat bij het ene kind sneller dan bij het andere, daarom zijn er van die grote verschillen in leeftijd. Dat wil niet zeggen dat een kind dat wat later is, minder slim is." D e overgang van het reiken naar het grijpen wordt bestudeerd door baby's in een speciale stoel gekleurde balletjes voor te houden. Behalve dat het kind op video wordt opgenomen, meten sensoren ook de snelheid van de bewegingen. Trots laat Savelsbergh de stoel zien die in achterover geklapte positie ook trappelbewegingen van baby's registreert. "Het is

een behoorlijke uitdaging om met kinderen als proefpersonen te werken," zegt hij. "Ze zijn snel verveeld en je kunt ze niet laten wachten als er iets mis gaat. Je hebt een kwartier. That's it."

Eend Bij peuters van anderhalf jaar en ouder kan de koppeling tussen motoriek en waarneming worden onderzocht met behulp van een ballenapparaat. Savelsbergh sjort aan een kleurig gordijn waar een indrukwekkende machine onder vandaan komt. In de lucht zweeft een groot plateau. D e ouder neemt daaronder plaats met het kind op schoot. Via een rails die is bevestigd aan het plateau boven htm hoofd wordt een rode bal met witte stippen rondgereden. Savelsbergh: "Als de bal dichterbij komt, wordt hij steeds groter op het netvlies geprojecteerd. Een kind leert gaandeweg om die informatie te gebruiken zodat het op tijd

Advertentie

JE

EIGE

met de nadoctorale opleidinge

MfISÏER OF ÏECHN0L0GICI1L DESIGN [MTD] Fulltime, 2-jarig Betaald studeren (ƒ 2843,- p.m.) Grote praktijkopdracht Aandacht voor teamwork en niet-technische vaardigheden

De 11 MTD opleidingen van de TUE sluiten naadloos aan op de behoefte van het bedrijfsleven en bieden een vliegende start voor je carrière.

Meer weten? Bel of mail ons!

Selectie aan de poort

Technische Universiteit Eindhoven

(ingangsniveau academische graad)

Stan Ackermans Instituut Centrum voor Technologisch Ontwerpen

Telefoon: 040 247 2125 E-mail: voorl@sai.tue.nl http://www.tue.nl/sai/

de bal kan grijpen." Voor kinderen met een hersenbeschadiging blijkt het veel moeilijker om correct te anticiperen op de aanzwevende bal. "Zij zetten de perceptuele informatie niet, ofte laat, om in daden." Savelsbergh holt alweer naar de volgende 'wondermachine', een houten vlonder met zo'n 50 centimeter daarboven een horizontale metalen buis. 'De cruiser' wordt gebruikt door Magdaline Waardenburg voor het testen van kinderen die net leren lopen, maar daar nog wel steun bij nodig hebben. Aan de ene kant van de buis wordt de peuter neergezet. Aan de andere kant lokt de ouder het kroost met een speeltje. M e t de metalen stang als steun wiebelt het kind over de vlonder, waarbij wederom alle bewegingen worden geregistreerd, evenals de mate van druk die het kind op de buis uitoefent. " H o e beter het gaat, hoe minder steun het kind nodig heeft", legt Savelsbergh uit. "ïCinderen vanaf een maand of negen doen hier aan mee, tot ze zo'n vijftien maanden zijn. "Maar daarna zijn ze nog niet van ons af', vervolgt hij, terwijl hij een rol pakpapier uitrolt. Op het papier is een voetspoor te zien. "We doen de kinderen speciale schoentjes aan met stempeltjes eronder", zegt hij. Dan laten we ze over het papier lopen. Daaraan kunnen we een hoop aflezen. Hoe beter het kind gaat lopen, hoe dichter de voetjes bij elkaar staan en hoe groter de stappen worden. Bovendien kun je zien of er iets mis is. Als een voetje scheef staat of sleept, zie je dat meteen." O m de middel van het kind komt een riem die de bewegingen van de romp registreert. Op het hoofd komt een helmpje dat de hoofdbewegingen bijhoudt. "Annick Ledebt heeft gevonden dat de eerste twee maanden het hoofd heel erg meebeweegt bij het lopen." Savelsbergh waggelt als een eend door de kamer om het een beetje aanschouwelijk te maken. "Daarna stabiliseert het hoofd zich steeds meer, waardoor het lopen makkelijker wordt. Bovendien is dat belangrijk voor de waarneming." Ook dit maakt hij duidelijk door als een balletdanser rond te schrijden met een wel zeer stabiel hoofd. Soms wil een kmd geen helmpje op, maar daar heeft Savelsbergh ook wat op gevonden. "Ik zet gewoon zelf ook een helm op. Als kinderen dat zien, willen ze ook."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's

Ad Valvas 1997-1998 - pagina 715

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Ad Valvas | 726 Pagina's