Ad Valvas 1997-1998 - pagina 253
AD VALVAS 27 NOVEMBER 1997
PAGINA 7
Hap Snap CNN Vijf minuten lang op CNN. Dat overkomt zondag 30 november bioloog dr. Jelte Rozema van de vu. Tussen 19.00 en 21.00 uur besteedt het programma World Report aandacht aan Rozema, die de invloed van ultraviolette straling en kooldioxide op duingewassen in Heemskerk bestudeert. "Ze hadden het gezien bij de Wereldomroep", verklaart Rozema. "En die hadden het van SBS6. En die h a d d e n een
Prof.dr. Ad Kerkhof
Goos van der Veen/Hollandse Hoogte
Peter Wolters - AVC/VU Dr. R e n é D i e k s t r a
Medestanders Diekstra openen aanval op hoogleraar Kerkhof Ook VU-commissie boog zich over Diekstra-plagiaat VU-hoogleraar Ad Kerkhof en niet René Diekstra is een Plagiator. Zo luidt een van de opzienbarende beschuldigingen in het boek 'Leiden in last'. Het college van bestuur van de VU blijkt eind vorig jaar een adviescommissie te hebben ingesteld, die moest beoordelen welke rol Kerkhof heeft gespeeld bij een van Diekstra's plagiaten. Rector Boeker concludeerde dat Kerkhof geen blaam trof. Frank van Kolfschooten
L
In het vorige week verschenen boek Leiden in last - De zaak-Diekstra nader bekeken worden felle beschuldigingen geuit tegen prof.dr. A.J.M. Kerkhof, voormalig medewerker van dr. René Diekstra aan de RU Leiden en sinds vorig jaar hoogleraar klinische psychologie aan de vu. Niet Diekstra maar Kerkhof zou verantwoordelijk zijn voor een geplagieerd artikel in het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde. Deze verrassende omkering van zaken is afkomstig van vier (oud-)medewerkers van de RU Leiden en een journaliste van De Telegraaf. De auteurs stellen dat de onderzoekscommissie onder leiding van prof dr. W.K.B. Hofstee en prof mr. T h . G . Drupsteen de zaakDiekstra in het algemeen op een "dilettantistische en onzorgvuldige manier" heeft onderzocht. "Als de Leidse universiteit enig benul van kwaliteit heeft, gooit ze dit vod van een onderzoeksrapport in de prullenbak, stelt regels op waaraan een behoorlijk onderzoek naar wetenschappelijk wangedrag dient te voldoen en heropent de zaak." Vooral prof dr. J.J. Dijkhuis, emeritus hoogleraar en leermeester van Diekstra, trekt in Leiden in last van leer tegen Kerkhof, die de commissie-Hofstee in oktober 1996 meldde dat hij door Diekstra ongewild betrokken was in het plagiaat van een manuscript van de Schotse wetenschapper S. Platt. Diekstra zou Kerkhof in 1986 een Engelstalig manuscript over zelfmoord hebben gegeven, met het verzoek het geschikt te maken voor een Nederlandstalige publicatie over de situatie in Nederland. Volgens Kerkhof zou "
JL
Diekstra de indruk hebben gewekt dat hij het Engelstalige manuscript zelf had geschreven. In 1988 ontdekte Kerkhof dat Platt de eigenlijke auteur was. Omdat Diekstra daarvoor een aannemelijke verklaring wist te geven, liet Kerkhof de zaak verder rusten. Pas in 1996, toen er vele plagiaatbeschuldigingen aan Diekstra's adres naar buiten kwamen, realiseerde hij zich dat Diekstra tegen hem moest hebben gelogen. Diekstra gaf aan de commissie-Hofstee een geheel tegenovergestelde lezing van de gang van zaken. Volgens hem had Kerkhof het initiatief tot de publicatie, en dus tot plagiaat, genomen. In haar rapport schreef de commissie-Hofstee, die geen getuigen onder ede kon horen, dat zij niet kon vaststellen welke van de twee verklaringen de waarheid was. Omdat de commissie wel begreep dat deze conclusie onbevredigend was voor Kerkhof, schreef zij in het concept-rapport dat er geen reden was "om te twijfelen aan de integriteit van prof Kerkhof'. Verder achtte de commissie het in het kader van dit onderzoek "niet opportuun" om verder in te gaan op de rol van Kerkhof. In het definitieve rapport sneuvelden deze regels. Dijkhuis interpreteert dit nu in Leiden m last als een bewijs dat de commissieHofstee zich niet heeft "laten overtuigen van Kerkhofs onschuld". Dijkhuis stelt dat Kerkhofs aangifte van plagiaat heeft gezorgd voor een "keerpunt" in het oordeel van de commissie-Hofstee, wat Diekstra uiteindelijk "noodlottig" is geworden. Zonder dit geval van "wetenschappelijk plagiaat" (de andere plagiaten betroffen populair-wetenschappelijk werk) had Diekstra kun-
nen aanblijven, meent Dijkhuis. Volgens Dijkhuis was de aangifte overigens maar een onderdeel "van een campagne, die, achteraf bezien, de aanduiding 'diffamatie-Diekstra' had kunnen krijgen. Al lang vóór de commissie-Hofstee en Drupsteen operationeel was (...) verspreidde Kerkhof in brede kring berichten dat Diekstra wegens plagiaat niet te handhaven zou zijn in zijn positie(s)." Dijkhuis speculeert in zijn bijdrage ook uitgebreid over de (vermeende) motieven van Kerkhof. "Naarmate de positie van Diekstra verzwakt raakt, wordt die van Kerkhof versterkt. N a Diekstra is Kerkhof in Nederland de tweede psycholoogonderzoeker op het gebied van de suïcidologie. Zij liggen met elkaar in strijd; zeker Kerkhof, die nog naar de top klimt. Als aan Diekstra diverse academische faculteiten ontnomen zijn, wordt het voor hem moeilijk om zich op de eerste plaats te handhaven. Kerkhofs kansen om die plaats in te nemen, stijgen daarentegen. Hij heeft wel alle faciliteiten en het voordeel van zijn titel."
Brief a a n Nelly D e Vrije Universiteit blijkt in december vorig jaar wel een interne commissie te hebben ingesteld om meer duidelijkheid te krijgen over Kerkhofs rol bij het Platt-plagiaat, zo meldt Dijkhuis. Hij stelt dat deze commissie, die bestond uit de psycholoog prof dr. P.J.D. Drenth en de auteursrechtspecialist prof.mr. J.H. Spoor, "geen onafhankelijke commissie", genoemd mag worden, zonder deze stelling nader toe te lichten. Dijkhuis kwam achter het bestaan van deze commissie doordat hij inzage heeft gekregen in het archief van René Diekstra. Daarin zit onder meer een brief van Drenth aan Diekstra's vrouw Nelly, gedateerd 27 januari 1997, waarin deze schrijft: "Toen een journalist in een van de Nederlandse dagbladen veronderstelde dat we misschien nu ook met een (kleine) affaire Kerkhof zouden zitten, heeft de rector van de vu (prof dr. E. Boeker, FvK) aan een commissie gevraagd hem terzake van advies te dienen. Deze commissie heeft, na de feiten en aanwijzingen
zo zorgvuldig mogelijk te hebben geëvalueerd en gewogen, aan de Rector een vertrouwelijk advies uitgebracht. De Rector heeft vervolgens, mede op grond van het advies, een standpunt bepaald, waarin wat hem betreft, collega Kerkhof van blaam werd gezuiverd." Mevrouw Diekstra heeft vervolgens de rector van de v u een brief geschreven met de vraag of de vu over voor Kerkhof ontlastend materiaal beschikte dat de commissieHofstee niet kende. Rector Boeker liet daarop weten: "De relatie tussen de heer Kerkhof en de vu zie ik als een voor ons interne zaak." Dijkhuis vermoedt dat deze commissie geen nieuw materiaal gevonden heeft en verwerpt daarom het oordeel van de v u over Kerkhof "De vu heeft Kerkhof van blaam gezuiverd. Hier dringt zich een analogie op met de goddelijke genade. Immers, hoe kan de vu - eenzijdig! - Kerkhof van de blaam zuiveren die op hem geworpen is door de bevindingen van de commissie-Hofstee?" Bovenstaande zou de indruk kunnen wekken dat Leiden tn last alleen over Diekstra en Kerkhof gaat. D e auteurs halen echter nog veel meer overhoop in hun kruistocht voor René Diekstra. H u n meest opmerkelijke stellingname is dat de wijze waarop Diekstra in zijn populaire werk stukken teksten van derden heeft overgenomen, geen plagiaat genoemd mag worden. Hij had alleen het auteursrecht beter moeten regelen met de oorspronkelijke auteurs. Reacties op Leiden in last zijn vooralsnog uitgebleven. Niemand lijkt de beschuldigingen serieus te nemen. Het college van bestuur van de RU Leiden heeft laten weten dat het de zaak als gesloten beschouwt na Diekstra's ontslag. Kerkhof heeft in samenspraak met het college van bestuur van de vu besloten niet te reageren op de inhoud van het boek. D e volgende episode in de affaireDiekstra wordt half januari verwacht. Dan verschijnt bij uitgeverij Bruna Diekstra's nieuwe boek Oh Nederland, Vemederland. Over de psychologie van val en opstand.
foto gezien in de Telegraaf.'' D e bioloog kijkt niet meer op van een telefoontje van een journalist. Hij heeft zelfs de vrijheid genomen de Japanse televisie af te zeggen. "Ze wilden laten zien wat er in Amsterdam voor innoverende dingen gebeuren. Maar je moet zo'n ploeg ergens ontvangen, ze zaken uitleggen, dat kost al gauw een hele dag." Het gevoel voor public relations van de sponsor heeft het circus in gang gezet. "Onze leverancier heeft ons heel goedkoop aan CO2 geholpen. In ruil daarvoor wilden ze dat h u n naam duidelijk aan ons onderzoek verbonden zou zijn. Zij hebben toen een paar journalisten op ons afgestuurd." D e ploeg van CNN en Rozema ontmoetten elkaar bij de patatkraam van Heemskerk. Stuk voor stuk professionals, dat kon Rozema wel merken. "Ze overwogen voortdurend hoe iets zou overkomen in de huiskamer. Als het even niet goed ging, stopten ze en begonnen opnieuw." Maar Rozema is op mediagebied inmiddels ook een professional aan het worden. Pas toen de camera's alweer waren ingepakt, vertrouwde de bioloog de ploeg toe dat het wel meevalt met het effect van CO2 en uv-straling op duingewassen. D e proeven van het afgelopen jaar wijzen erop dat de planten meer moeite hebben met de droogte in het gebied dan met het coj-gehalte en de uv-straling. "Ik vraag me af of ze zo geïnteresseerd waren geweest als ik ze dat eerder had verteld." Er waren wel effecten, maar niet zo spectaculair als Rozema en zijn onderzoekers hadden voorspeld. "Dat vinden wij ook jammer, want zo krijgen wij weer minder geld." T o c h heeft de bioloog opnieuw een flinke subsidie in de wacht gesleept. Vanaf komend voorjaar gaat hij, met twee miljoen van de EU, achterhalen hoe planten zich in de loop der tijd hebben weten aan te passen aan ultraviolette straling en kooldioxide. (MZ)
Vrouwenstudies Wie promoveert op het gebied van vrouwenstudies, slaagt er tot nu toe bijna altijd in een baan aan de universiteit te vinden. In de toekomst zal dat minder gemakkelijk lukken. Op dit moment heeft bijna 90 procent van alle vrouwen die gepromoveerd zijn in de vrouwenstudies een baan aan een universiteit. D a t blijkt uit onderzoek van het Nederlands Genootschap Vrouwenstudies. Het NGV spreekt van "een enorm hoog percentage". Van gepromoveerden in alle vakgebieden heeft namelijk maar zo'n 40 procent werk aan een imiversiteit. Het NGV is zelf verrast door de gegevens. De universiteit zit immers "potdicht" voor nieuwelingen, schrijft het genootschap in het boekje Adieu alma mater. Maar, verklaart het NOV zelf, vrouwenstudies zijn een jonge, groeiende tak van wetenschap, en daar hebben de gepromoveerden de afgelopen jaren van kunnen profiteren. Over de toekomst is het NGV somber. "De grens is onderhand bereikt", schrijft het genootschap. "Met de toekomstige werkgelegenheid aan de universiteit is het slecht gesteld." Het NGV verwacht dat de zeventig vrouwen die nu met een promotie-onderzoek bezig zijn, moeilijk een onderzoeksbaan zullen vinden. H e t feit dat onderzoeksters op dit terrein vaak ouder zijn dan andere promovendi, maakt het er voor hen niet makkelijker op. (HOP)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's