Ad Valvas 1997-1998 - pagina 680
AD VALVAS 11 JUNI 1998
PAGINA 10
'Enquête mag niet op zichzelf
staan'
"Je moet niet alleen de mening van de lezer willen weten, maar ook wat de toegevoegde waarde van een blad voor de organisatie kan zijn." Eerstejaars economiestudent Mark Smeekes onderzocht voor de Wetenschapswinkel 'internationaal Nieuws', het blad van FNV-mondiaal en schreef en passant een rapport over de zin en onzin van lezersonderzoek. "Ideële communicatie is interessant", vindt h i j , "maar ook moeilijk." ' l i e t belangrijkste van onderr i z o e k vind ik dat het niet vrijblijvend is", zegt Mark Smeekes. "Onderzoek mag niet losstaan van het beleid. Als je een lezersonderzoek houdt bijvoorbeeld, vind ik datje de bereidheid moet hebben om het bladconcept aan te passen. Je moet geen onderzoek doen om je eigen vermoedens bevestigd te zien." Smeekes is een post-hbo'student en doet nu eerstejaars marktkunde op de VU. Hij zal in de zomer een lezersonderzoek gaan uitvoeren voor een personeelsblad van Elsevier. Voor de Wetenschapswinkel deed hij dit jaar een lezersonderzoek onder de lezers van Internationaal Nieuws, een 'relatieblad' van FNV-mondiaal. "Een interessant blad", vindt Smeekes. "Het doel van het blad is om relaties van de FNV te informeren over ontwikkelingssamenwerking met thema's als kinderarbeid en IKEA, IndonesTë en Hemeken en Birma. Het is een vorm van Ideële communicatie, en dan is het altijd moeilijk meetbaar wat de criteria zijn waar een blad aan moet voldoen. Het Is geen opinie- of publiekstijdschrift, waar je aan de hand van de verkochte oplage het succes kunt meten." Lezersonderzoek spreekt Smeekes zeer aan. "Je kunt er heel veel ver-
schillende kanten mee op. Het accent kan liggen op: leesgedrag, lezersmotieven, lezerswaardering of het lezersprofiel. Je hebt het over de mening van 'de gemiddelde lezer', maar dat is wat moeilijk tastbaar. Daarom moetje ook vaststellen wat de toegevoegde waarde van een blad binnen een organisatie is." Volgens Smeekes is een vragenlijstje meesturen met een blad naar alle abonnees, het traditionele lezersonderzoek, volstrekt onvoldoende. "Het blad dat ik onderzocht heb, wordt verstuurd naar kaderleden en andere leden van de FNV. Die zullen niet zo gauw iets negatiefs over het blad zeggen." De econoom in opleiding heeft zijn onderzoek daarom aangevuld met een groepsdiscussie. "Dan kun je nog eens doorvragen." Beide vormen van onderzoek, de groepsdiscussie en de enquête, kunnen nooit op zichzelf staan, stelt Smeekes. "De enquête is een registratie van gedrag, niet van motivatie. In de groepsdiscussie kan die motivatie wel naar voren komen, al heeft dat ook weer een gevaar: datje eruithaalt wat er niet m zit." Aan het eind van het onderzoek komt Smeekes met een aantal concrete aanbevelingen voor de redactie van Internationaal Nieuws. "Er
Mark Smeekes: 'Je kunt met lezersonderzoek veel verschillende kanten op'.
Peter Wolters - AVC/VU
wordt nu nauwelijks ingegaan op de actualiteit. Terwijl dat makkelijk zou kunnen, gewoon door kort samen te vatten wat er de afgelopen tijd in de kranten heeft gestaan op het gebied van ontwikke-
lingssamenwerking, zoals bijvoorbeeld het oordeel van de verschillende partijen tijdens de verkiezingen over het budget van Pronk. Ook willen veel lezers dat er wat meer continuïteit in het blad zit.
Nu worden bepaalde thema's eens in de twee jaar behandeld, maar blijft onduidelijk wat er intussen mee gebeurt. Het zou goed zijn als het blad bepaalde ontwikkelingen beter blijft volgen." Het IS niet altijd makkelijk om wat met die aanbevelingen te doen, beseft Smeekes. Het blad wordt met gemaakt door professionele journalisten, maar door medewerkers van de FNV. Toch is een poging de moeite waard. "Het blad moet proberen m een krachtenveld te komen te staan, er moet meer samenhang in komen. Het zou bijvoorbeeld aardig zijn als ze melden waar minister Pronk nu weer is geweest. Dat soort dingen willen de lezers weten." Het voorbereiden van een lezersonderzoek is vaak veel belangrijker dan het onderzoek zelf, meent de onderzoeker. "Voor veel mensen is onderzoek alleen het afwerken van een standaard-vragenlijst. Maar daar gaat het niet om. Je moet al heel veel beslissingen nemen voor je aan de vragen begint. Een vraag als 'hoe wordt mijn blad gewaardeerd' bijvoorbeeld, vind ik veel te algemeen geformuleerd. Dat is heel moeilijk te concretiseren. Je moet vooraf veel exacter zien te bepalen watje nu precies wilt weten, en watje daarmee gaat doen. Veel mensen onderschatten het belang daarvan en dat is jammer. Je zult eerst goed zelfonderzoek moeten doen. Een antwoord vinden op vragen als: waarom bestaat ons blad? Wat is de positie van het blad binnen het beleid' Dan pas kun je beginnen aan het opstellen van een enquête." Binnenkort komt er bij de Wetenschapswinkel een algemeen rapport uit van Mark Smeekes waarin de diverse fasen worden besproken van het opzetten van een lezersonderzoek.
Psyche zit sommige jongeren dwars bij vinden werl< De Jeugwerkgarantiewet beoogt jongeren via het opdoen van werkervaring een reguliere baan te laten vinden. Een op de drie deelnemers is daar na twee jaar 'maatwerk' nog steeds niet in geslaagd. Psychologische problemen spelen de niet-doorstromers vaak ernstig parten, concludeert Floor Nicolaas in een onderzoek dat zij voor de Wetenschapswinkel uitvoerde. e gemeentelijke dienst Maatwerk AmsterD dam voert in Amsterdam dejeugdwerkgarantiewet uit. In 1997 schommelde het
aantal jongeren dat via deze dienst de gelegenheid krijgt om werkervaring op te doen tussen de dertien- en veertienhonderd. De betrokken jongeren Owc'ers) werken m eerste instantie maximaal een halfjaar bij een bedrijf dat hen 'inleent'. Die periode kan met nog een halfjaar worden verlengd. Daarna moet de betrokkene naar een andere inlener. Maar eigenlijk is het de bedoeling dat de jongeren binnen twee jaar een reguliere baan vinden. Dat lukt 66 procent, de zogeheten verdwijners, ook daadwerkelijk na gemiddeld 21 maanden. Van allejwc'ers heeft na driejaar bijna een kwart nog geen reguliere baan. Sommigen blijven zelfs langer dan vier jaar 'hangen'. "Wat zijn de oorzaken dat de een wel een reguliere baan vindt en de ander niet?" vroeg Maatwerk aan de Wetenschapswinkel. De Stichting had al enig voorwerk verricht want Maatwerk houdt gegevens bij van de in - en uitstromers. Uit die cijfers bleek dat opleidingsniveau, etniciteit en sekse tussen blijvers en verdwijners met wezenlijk verschilden. Zou het dan te maken kunnen hebben met psychologische eigenschappen, vroeg Maatwerk zich af. Om die vraag te beantwoorden hield psychologiestudente Floor een enquête onder een groep blijvers en verdwijners. Daaruit bleek dat blijvers een lage zelfwaardering en een gering gevoel van autonomie hebben. Nicolaas concludeerde daarom dat psychologische klachten wel eens een belangrijke oorzaak zouden kunnen zijn van de stagnerende uitstroom. Volgens de onderzoekster hebben veel blijvers het idee dat ze weinig aan hun eigen situatie kunnen veranderen omdat dit nu eenmaal 'hun lot' IS. "De zelfwaardering van de blijvers laat nogal eens te wensen over en dat is met verwonderlijk. Veel jongeren hebben hun school niet afgemaakt en als ze dat wel
hebben, dan ervaren ze tijdens de periode bij Maatwerk dat ze alleen laag gekwalificeerd werk uit kunnen voeren, omdat hun opleiding niet aan de eisen van de arbeidsmarkt voldoet." Ook hebben veel van deze jongeren geen realistisch beeld van zichzelf en van de eisen die aan een baan gesteld worden. Sommige jongeren zitten zo diep in de psychologische problemen dat de onderzoekster zich afvraagt of het wel zin heeft hen deel te laten nemen aan een werkervaringsproject. Ze kunnen beter worden doorverwezen naar hulpverleningsinstanties. Erin van Broekhuisen, regiomanager van de vestiging van Maatwerk in Amsterdam-West en betrokken bij het onderzoek, is blij met de uitkomsten. "De gegevens onderschrijven wat WIJ m de praktijk al merkten, namelijk dat een deel van de jongeren het met redt via werkervaringsplaatsen alleen. Dat is niet zo vreemd natuurlijk want het onderzoek bevestigt ook dat onze jongeren over het algemeen laag opgeleid zijn, nogal eens uit gebroken gezinnen komen en als er thuis al een vader aanwezig is, is die vaak werkloos. Politici zien deze problematische achtergrond nogal eens over het hoofd en verwachten dat iedereen succesvol aan het werk komt. Maar voor sommige trajecten is dat hartstikke moeilijk voor elkaar te krijgen. Dit rapport geeft dan ook een belangrijk signaal af. Voor sommige jongeren is veel meer begeleiding en soms hulp nodig dan we nu kunnen bieden en dat kost geld." Volgens Van Broekhuisen heeft Maatwerk de afgelopen jaren echter niet stilgezeten. "We merkten m de praktijk dat sommige jongeren het niet redden op de werkervaringsplaats en werden weggestuurd. Daarom hebben we nu een voortraject van drie maanden waar een aantal jongeren eerst aan meedoen. Daar krijgen ze trainingen om meer zicht te krijgen op zichzelf en te werken aan hun zelfbeeld, presentatie, beroepsverwachtingen en mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Dat is
een heel serieuze aangelegenheid, ze zijn er echt fulltime mee bezig." Ook heeft Maatwerk projecten gestart om moeilijk plaatsbare jongeren aan het werk te krijgen. Een daarvan is het opknappen van de forten die deel uitmaken van de stelling van Amsterdam. Onder leiding van een ervaren voorman gaan ze m kleine ploegjes dagelijks aan de slag. "We bestaan echter niet om jongeren bezig te houden. Ons doel is ze aan regulier werk te helpen. Daarom zouden we graag vaker onderzoek doen naar de vraag of onze projecten ook het beoogde effect hebben. Helaas hebben we daar met echt een budget voor, zodat de Wetenschapswinkel voor ons een uitkomst is." Maatwerk blijkt volgens het onderzoek van
Nicolaas voor een deel van de jongeren goed te werken. Van de verdwijners vond ruim 35 procent via Maatwerk een reguliere baan. De stichting is daarmee de belangrijkste intermediair naar de arbeidsmarkt voor deze groep. Het arbeidsbureau bemiddelde slechts 14 procent van de uitstromers. En van de deelnemers aan het jeugdwerkgarantieplan was eenderde het volmondig eens met de stelling: "Ik ben tevreden met mijn leven, alles bij elkaar genomen." Floor Nicolaas, 'Jeugdwerkgarantiewet blijver of verdwijner?' Een exploratief onderzoek naar in de persoon gelegen factoren die samenhangen met de stagnerende uitstroom van jongeren in de JeugdWerkCarantiewet GWG), februari I 998. Uitgave Wetenschapswinkel Vrije Universiteit.
ATWERlT^^E **- , ' 4/..
nAT AANPAKT! Erin van Broekhuisen: 'We zouden graag vaker onderzoek doen naar de vraag of onze projecten ook het beoogde effect hebben.' Bram de Hollander
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997
Ad Valvas | 726 Pagina's